nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 26 augustus 1997
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel I, onderdeel E, onder 3, komt te luiden:
3. Onder vernummering van de leden 5 tot en met 9 tot 6 tot en met 10
wordt na het vierde lid een lid ingevoegd, luidend:
5. Uit het fonds kunnen voorts subsidies worden verstrekt op grond van
bij algemene maatregel van bestuur aan te geven andere wetten en subsidieregelingen.
B
Onder vernummering van artikel II tot artikel III wordt een artikel toegevoegd,
luidende:
ARTIKEL II
Indien het bij koninklijke boodschap van 21 augustus 1997 ingediende voorstel
van wet Aanpassingswet van bijzondere wetten aan de derde tranche van de Algemene
wet bestuursrecht (Aanpassingswet derde tranche Awb II) eerder of gelijk in
werking treedt met het onderhavige voorstel van wet, komen de artikelen 1,
8 en 10 van de Wet Infrastructuurfonds als volgt te luiden:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. fonds: Infrastructuurfonds, bedoeld in artikel 2;
c. meerjarenprogramma: het in artikel 4 bedoelde Meerjarenprogramma Infrastructuur
en Transport;
d. infrastructuur: alle onroerende voorzieningen ten behoeve van het verkeer
en vervoer van personen en goederen en ten behoeve van waterbeheren
en waterkeren, met inbegrip van de daarbij behorende voorzieningen ten behoeve
van de veiligheid en de bescherming van het milieu;
e. aanleg: aanleg van infrastructuur en verbetering van bestaande infrastructuur
voor zover daardoor de effectieve capaciteit of de veiligheid wordt vergroot
of wordt bijgedragen aan de bescherming van het milieu;
f. beheer en onderhoud: instandhouding van de gebruiksfunctie van de infrastructuur,
met uitzondering van de bediening;
g. bediening: handelingen nodig voor het gebruik van de infrastructuur
en voor het begeleiden van het verkeer;
h. basisinformatie: het inwinnen, bewerken en verspreiden van gegevens
nodig voor het beschrijven van de waterstaatkundige toestand van het land,
van het verkeer te water, van het wegverkeer en van het railverkeer, met het
oog op aanleg en gebruik van infrastructuur;
i. regionaal openbaar lichaam: krachtens de Kaderwet bestuur in verandering
ingesteld regionaal openbaar lichaam;
j. intermodaal vervoer: vervoer van goederen in de aangeboden laadeenheid
door middel van twee of meer vervoersmodaliteiten.
Artikel 8
1. Ten laste van het fonds komen de uitgaven ten behoeve van aanleg, beheer
en onderhoud en bediening van infrastructuur, welke door het Rijk wordt of
zal worden beheerd alsmede de uitgaven ten behoeve van daarmee samenhangende
basisinformatie.
2. Uit het fonds kunnen subsidies worden verstrekt aan:
a. provincies,
b. gemeenten,
c. regionale openbare lichamen,
d. waterschappen,
e. andere publiekrechtelijke rechtspersonen, of
f. privaatrechtelijke rechtspersonen, ten behoeve van aanleg en beheer
en onderhoud van infrastructuur, welke door hen wordt of zal worden beheerd.
3. Ten laste van het fonds kunnen uitgaven en subsidies worden gebracht
ten behoeve van aanleg en beheer en onderhoud van infrastructurele werken
buiten Nederland doch binnen Europa.
4. Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven voor welke categorieën
of onderdelen van infrastructuur in ieder geval een uitgave kan worden gedaan
of een subsidie kan worden verstrekt.
5. Uit het fonds kunnen voorts subsidies worden verstrekt op grond van
bij algemene maatregel van bestuur aan te geven andere wetten of ministeriële
regelingen.
6. Ten laste van het fonds komen voorts overige uitgaven.
7. Ten laste van de begroting van het fonds van enig jaar wordt het nadelige
saldo van het fonds van het voorafgaande jaar gebracht.
8. Ten laste van het fonds kunnen subsidies in de vorm van garanties worden
verstrekt ten behoeve van leningen, aan te gaan door in het tweede lid, onderdelen
e en f bedoelde rechtspersonen.
9. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat uit het
fonds geen uitgaven kunnen worden gedaan of subsidies worden verstrekt met
betrekking tot bepaalde categorieën of onderdelen van infrastructuur
of met betrekking tot bepaalde soorten kosten van categorieën of onderdelen
van infrastructuur.
10. Uit het fonds worden geen uitgaven gedaan of subsidies verstrekt ten
behoeve van:
a. pijpleidingen;
b. militaire doeleinden;
c. culturele doeleinden, behoudens het algemene rijksbeleid om een bepaald
promillage van het bedrag gemoeid met aanleg te besteden aan kunstwerken.
Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid, worden
terzake nadere regels gesteld.
11. Uit het fonds worden voorts geen uitgaven gedaan of subsidies verstrekt
ten behoeve van:
a. aanleg en beheer en onderhoud van zeehavens en luchthavens;
b. zeehaveninfrastructuur, anders dan met het oog op stimulering van kustvaart,
binnenvaart, spoorvervoer of intermodaal vervoer voor zover tenminste één
van de in dit onderdeel genoemde vervoersmodaliteiten is betrokken;
c. luchthaveninfrastructuur anders dan met het oog op stimulering van
intermodaal vervoer voor zover tenminste één van de in onderdeel
b genoemde vervoersmodaliteiten is betrokken.
Artikel 10
1. Onze Minister beslist over het doen van een uitgave of het verstrekken
van een subsidie ten behoeve van het verkeer of vervoer onder inachtneming
van het geldende meerjarenprogramma.
2. Verplichtingen ten laste van het fonds voor projecten ten behoeve van
het verkeer en vervoer die niet als zodanig voor het kalenderjaar zijn voorzien
in het meerjarenprogramma, niet zijnde een krachtens artikel 8, tweede lid,
juncto artikel 9 verleende bijdrage worden niet eerder aangegaan dan nadat
de Staten-Generaal van zodanig voornemen op de hoogte zijn gebracht, voorzover
het gaat om verplichtingen groter dan f 10 miljoen, inclusief de onvermijdelijke
doorwerking van die verplichting naar latere jaren.
Toelichting
A
Het nieuwe vijfde lid van artikel 8 wordt uitgebreid met de toevoeging
«andere wetten», omdat op het terrein van de natte waterstaat
ook subsidies worden verstrekt op basis van de Deltawet.
B
Deze wijziging beoogt de samenloop van het onderhavige wetsvoorstel met
het eveneens bij de Tweede Kamer aanhangige wetsvoorstel, houdende aanpassing
van bijzondere wetten, waaronder de Wet Infrastructuurfonds, aan de Algemene
wet bestuursrecht, te regelen en is uitsluitend van technische aard.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
De Minister van Financiën,
G. Zalm