Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202125295 nr. 938

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 938 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT,

Ontvangen ter Griffie op 22 januari 2021.

De vastgestelde ministeriële regeling kan niet eerder inwerking treden dan op 30 januari 2021.

De vastgestelde ministeriële regeling vervalt van rechtswege indien de Kamer, op voorstel van vijftig leden uiterlijk 29 januari 2021 te kennen geeft niet in te stemmen met de regeling.

Den Haag, 22 januari 2021

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ter uitvoering van artikel 58c, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid, de navolgende regeling aan:

  • Regeling van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 22 januari 2021, tot wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 in verband met het mogelijk maken van praktijktesten voor het veilig en verantwoord organiseren van evenementen.

Voor de precieze inhoud wordt verwezen naar de bijgevoegde ministeriële regelingen en de toelichtingen daarbij1.

De overlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven nahangprocedure (artikel 58c, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid). Op grond van de aangehaalde bepaling treden de regelingen niet eerder in werking dan een week na deze overlegging. Indien de Tweede Kamer binnen die termijn besluit niet in te stemmen met een regeling, vervalt deze van rechtswege.

Een overeenkomstige brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl