Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202125295 nr. 795

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 795 MOTIE VAN HET LID VAN HAGA C.S.

Voorgesteld 9 december 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er sinds 1 december 2020 sprake is van een mondkapjesplicht;

overwegende dat zowel de Minister van VWS als het RIVM meermaals heeft aangegeven dat het dragen van mondkapjes slechts schijnveiligheid biedt;

overwegende dat uit meerdere wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat het dragen van mondkapjes medische schade kan veroorzaken;

overwegende dat een mondkapjesverplichting een ernstige inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer zoals vastgelegd in artikel 10 van onze Grondwet;

overwegende dat er geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar de toegevoegde waarde van een mondkapjesplicht ten opzichte van de situatie waarbij veel mensen vrijwillig een mondkapje dragen;

spreekt zijn afkeuring uit over het kabinetsbeleid ten aanzien van het invoeren van een mondkapjesverplichting,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Haga,

Baudet,

Krol

Wilders