Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202125295 nr. 660

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 660 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2020

Met bijgaande brief voldoe ik aan het verzoek van uw Kamer om schriftelijk geïnformeerd te worden over de aangenomen motie Wilders over het structureel fors verhogen van de salarissen van zorgmedewerkers. 1 Ik geef op de volgende wijze uitvoering aan deze motie.

Laat ik voorop stellen dat werknemers in de zorg belangrijk en verantwoordelijk werk doen. Daar moet ook een fatsoenlijke beloning tegenover staan. Met de jaarlijkse overheidsbijdrage in arbeidskostenontwikkeling (OVA), maakt de overheid een concurrerende salarisontwikkeling in de zorg mogelijk. Met deze robuuste systematiek stelt het kabinet ieder jaar extra geld beschikbaar voor arbeidsvoorwaardenruimte in de zorg. Deze kabinetsperiode gaat dat toe nu om bijna 5 miljard euro in de periode 2018–2020. Voor 2021 gaat het – bij huidige inzichten met betrekking tot ontwikkeling van de lonen en sociale lasten in de markt – om circa 1 miljard euro structureel.

Dit vertaalt zich ook in goede cao’s. We zien dat de salarissen in de zorg de afgelopen jaren mee zijn gestegen met de ontwikkeling in de markt en veelal zelfs daar wat boven. Ook voor 2020 en 2021 zijn behoorlijke cao-loonstijgingen afgesproken. Zo zijn de cao-lonen in de ziekenhuizen en ambulancezorg per 1 januari 2020 met 5% gestegen en gaan ze per 1 januari 2021 met nog eens 3% omhoog. In de VVT was sprake van een loonsverhoging van 3,5% per juni en komt daar volgend jaar juli nog eens 3% bij.

Daarenboven vraagt het kabinet de SER om een verkenning te laten uitvoeren gericht op specifieke knelpunten én kansen die bij kunnen dragen aan instroom, behoud, werkplezier en waardering in de brede zin van het woord. Ook als het gaat om arbeidsvoorwaarden. Een mogelijke kans kan zijn om het meer uren werken aantrekkelijker te maken. De verkenning vindt plaats in een context waarbij de economie een uitzonderlijke krimp laat zien en de overheidsfinanciën fors zijn verslechterd. Mede daarom ligt de focus van de verkenning op specifieke knelpunten én kansen, en niet op generieke vraagstukken, zoals sectorbrede loonontwikkeling. De commissie wordt gevraagd om meerdere varianten te doordenken en uit te werken.

In aanvulling op het voorgaande en bovenop de reguliere loonstijgingen krijgen zorgmedewerkers van wie een uitzonderlijke inspanning wordt gevraagd als waardering voor de extra inspanning in verband met corona in 2020 een bonus van 1.000 euro netto. Voor 2021 zijn ook middelen gereserveerd voor een bonus van 500 euro netto.

Verder stelt het kabinet de komende jaren aanvullende middelen beschikbaar oplopend tot 130 miljoen euro per jaar vanaf 2023 voor een brede aanpak gericht op aantrekkelijk werken in de zorg. Bij deze aanpak ligt de focus op het verminderen van de werkdruk, meer loopbaan-perspectief, verbetering van contracten en meer regie en zeggenschap. Ook op dit moment investeer ik al in diverse initiatieven om de instroom van personeel in de zorg te vergroten, teneinde ons zorgpersoneel zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen. Ik verwijs uw Kamer naar de COVID-19 Update stand van zaken brief van 27 oktober 2020.2 Voorbeelden van deze initiatieven zijn dat we kijken hoe we mensen uit de horeca- en cultuursector in kunnen zetten in de zorg, de verruiming van het kader inzet voormalig zorgpersoneel en de inzet van defensie.

Bovengenoemde acties zijn allen gericht om de waardering voor onze zorgprofessionals tot uiting te laten komen en de personeelstekorten aan te pakken.

De Minister voor Medische Zorg, T. van Ark


X Noot
1

Kamerstuk 25 295, nr. 596.

X Noot
2

Kamerstuk 25 295, nr. 659.