Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201925295 nr. 66

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 66 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID DIK-FABER C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 63

Voorgesteld 19 maart 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de financiële tegemoetkoming alleen bedoeld is voor chronische Q-koortspatiënten die tussen 2007 en 2011 besmet zijn geraakt en bij wie de diagnose voor 1 oktober 2018 is gesteld;

overwegende dat al in 2005 vijf bedrijven positief waren en de eerste besmettingen met q-koorts hebben plaatsgevonden en dat ook na 2011 nog nieuwe diagnoses van chronische Q-koorts zijn gesteld;

overwegende dat het kabinet aangeeft dat het belangrijk is dat we mensen met een nog niet gediagnosticeerde chronische Q-koorts zo snel mogelijk vinden en dat hiervoor een screeningsprogramma wordt opgesteld;

van mening dat ook nieuwe patiënten die via hun huisarts (screeningsprogramma) of via hun specialist naar boven komen, recht hebben op genoegdoening;

verzoekt de regering, in kaart te brengen hoe het mogelijk is de regeling uit te breiden met ten eerste mensen die al zijn gediagnosticeerd met chronische Q-koorts, QVS of een QVS-gelijkend ziektebeeld en voor 2007 en na 2011 besmet zijn, en ten tweede met mensen die na 1 oktober 2018 gediagnosticeerd zijn of de komende jaren nog gediagnosticeerd zullen worden met chronische Q-koorts, QVS of een QVS-gelijkend ziektebeeld, als gevolg van een eerdere besmetting ten tijde van de epidemie of in de aanloop danwel nasleep ervan;

verzoekt de regering tevens, te onderzoeken hoe groot deze groepen zijn en hoe deze het beste bereikt kunnen worden, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Dik-Faber

Van den Berg

Raemakers

Van Gerven