Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 25295 nr. 2284 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 25295 nr. 2284 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juni 2026
De coronacrisis heeft ons geleerd dat pandemieën een verstrekkende impact hebben op alle aspecten van de samenleving. Naast de gezondheidseffecten die mensen hebben ondervonden, hebben de pandemie en de daaraan verbonden maatregelen ook grote sociale, maatschappelijke en economische effecten gehad. Om het kabinet te adviseren over deze effecten, is destijds het Maatschappelijke Impact Team (MIT) opgericht. Het MIT is pas in een latere fase in de coronapandemie ingesteld. Om tijdens een volgende pandemie sneller een MIT in te kunnen stellen, is het belangrijk daar nu een aantal voorbereidingen voor te treffen. Middels deze brief informeer ik uw Kamer daarom over het inrichten van een «MIT in waakstand». Daarmee borgen we dat een nieuwe «commissie MIT» snel ingesteld kan worden als een pandemische situatie daarom vraagt. Daarnaast stel ik u op de hoogte van de inrichting van een kennisbasis gericht op maatschappelijke weerbaarheid bij het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).
MIT in waakstand
Tijdens de coronacrisis lag aanvankelijk de nadruk in de advisering op de medisch-epidemiologische kant, via het Outbreak Management Team (OMT). Ondanks dat diverse instituten als SCP, SER en de RIVM-gedragsunit vanuit hun expertise een bijdrage leverden via een sociaalmaatschappelijke en -economische reflectie, nam de behoefte aan gestructureerde advisering vanuit een breder maatschappelijk perspectief toe. Om de sociaalmaatschappelijke en -economische aspecten van maatregelen beter en explicieter te kunnen meewegen bij besluitvorming, is daarom per 1 september 2022 het MIT opgericht. Het MIT bestond uit een commissie van wetenschappers en experts zoals economen, sociologen en gedragsdeskundigen. Het MIT adviseerde over de sociaalmaatschappelijke en -economische gevolgen van voorstellen van het kabinet in het kader van het beleid ter bestrijding van het coronavirus en eventuele andere infectieziekten met pandemisch potentieel die kunnen nopen tot het nemen van collectief verplichtende maatregelen. Ook werd geadviseerd over de gedragseffecten van de pandemie(maatregelen) en de gevolgen daarvan voor draagvlak en effectiviteit van het beleid. Dit stelde het kabinet in staat mede op basis van adviezen vanuit verschillende perspectieven een gedegen, integrale afweging te maken van de epidemiologische en maatschappelijke impact van eventuele maatregelen en adviezen. Daarnaast heeft het MIT kennis opgebouwd en instrumenten ontwikkeld.
Een voorbeeld van een instrument dat het MIT heeft ontwikkeld is het afwegingskader bij pandemieën, dat kan fungeren als leidraad voor de advisering en besluitvorming over de aanpak van een pandemie.
Uit de evaluatie van het MIT door onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) komt naar voren dat volgens vrijwel alle betrokkenen het MIT in potentie meerwaarde kan hebben in de advisering op de bredere maatschappelijke gevolgen van maatregelen door deze zichtbaar en expliciet te maken.1 Veel betrokkenen zien deze potentiële meerwaarde vooral in de kortetermijnadviezen van het MIT. Naast het adviseren over het invoeren van maatregelen, kan het MIT ook adviseren over eventueel flankerend beleid om de neveneffecten van maatregelen te mitigeren. Een actieve commissie heeft echter weinig meerwaarde in niet-pandemische tijden. Het is tegelijkertijd wel belangrijk om waakzaam te zijn voor een nieuwe gezondheidscrisis met pandemisch potentieel. Mijn voorganger heeft u daarom geïnformeerd over het voornemen om het MIT «in waakstand» te brengen.2
Het MIT was tijdens de coronapandemie en de nasleep hiervan gehuisvest bij het SCP. Wegens de inhoudelijke raakvlakken met de functie van het MIT, is afgesproken dat het SCP enkele taken op zich zal nemen om het MIT in waakstand te borgen. Het SCP voorziet in facilitaire voorzieningen om het MIT in waakstand in staat te stellen zijn taken uit te voeren. Daarnaast stelt het SCP een Chief Preparedness Officer (CPO) aan, die de taken van het MIT in waakstand zal coördineren. Daarbij kan de CPO experts uitnodigen om deel te nemen aan vergaderingen van het MIT in waakstand, waarbij ook rekening wordt gehouden met de continuïteit. Zo blijft de kennis van de oud-leden van het MIT behouden. De CPO stuurt de taken van het MIT in waakstand zelfstandig aan. De afspraken die met het SCP zijn gemaakt omtrent het MIT in waakstand worden bestuurlijk vastgelegd. Deze bestuurlijke afspraken worden gepubliceerd in de Staatscourant. Het MIT in waakstand gaat per 1 september 2026 van start.
De afgelopen periode is de vormgeving van het MIT in waakstand, mede aan de hand van het evaluatierapport en de aanbevelingen van het MIT, uitgewerkt. De taken die het MIT in waakstand zal uitvoeren staan in het teken van paraatheid voor eventuele instelling van een commissie MIT, mocht een nieuwe pandemische situatie zich voordoen. Zo zal het MIT in waakstand een draaiboek vaststellen over hoe zij opereert en het afwegingskader voor pandemieën indien nodig actualiseren. Ook zal het MIT in waakstand expertises bijhouden die voor de eventuele commissie MIT een bijdrage kunnen leveren aan de sociaalmaatschappelijke en -economische advisering. Daarnaast fungeert het MIT in waakstand in niet-pandemische tijden als aanspreekpunt voor sociaalmaatschappelijke en -economische vragen rond pandemische situaties vanuit externe partijen en bewaakt het de algehele paraatheid voor opschaling. Om deze taken uit te voeren, komt het MIT in waakstand naar eigen inzicht, maar minstens één keer per jaar samen. Het MIT in waakstand wordt opgeschort wanneer een nieuwe pandemische situatie zich voordoet en een commissie MIT wordt ingesteld.
Zoals aangegeven is het doel van het MIT in waakstand dat een commissie MIT snel ingesteld kan worden en effectief kan opereren in geval van een nieuwe pandemische situatie. Een commissie MIT adviseert aan de Secretaris-Generaal (SG) van het Ministerie van SZW. Dit is vergelijkbaar met het Outbreak Management Team (OMT) dat adviseert aan de Directeur-Generaal Volksgezondheid van het Ministerie van VWS. De instelling van een commissie MIT vereist een instellingsbesluit waar de dan verantwoordelijke bewindspersoon van SZW formeel over besluit. Het MIT in waakstand kan een signaal overbrengen naar de SG van SZW dat een commissie MIT nodig is. De SG van SZW informeert de Minister van SZW hierover, zodat deze een besluit kan nemen over eventuele instelling. Het uitgangspunt hierbij is dat het signaal van onafhankelijke experts wordt opgevolgd door het kabinet. Indien er anders wordt besloten, dient dat gemotiveerd te worden («ja, tenzij»). In de bestuurlijke afspraken zijn drie routes afgesproken die kunnen leiden tot het instellen van een commissie MIT:
1. Indien een infectieziekte een A1-status krijgt, zoals vastgelegd in de Wet publieke gezondheid, weegt het MIT in waakstand of het een signaal tot instelling overbrengt. Bij A1-infectieziekten kan de rijksoverheid verplichtende collectieve maatregelen opleggen om verspreiding van de infectieziekte te voorkomen. Een commissie MIT kan vervolgens adviseren over de maatschappelijke impact van te overwegen maatregelen.
2. Wanneer het Outbreak Management Team (OMT) samenkomt, wordt het MIT in waakstand hiervan op de hoogte gebracht. De CPO kan wegen of het nodig is om met het MIT in waakstand samen te komen om een eventueel signaal te bespreken.3
3. Het MIT in waakstand kan ook op eigen initiatief een signaal overbrengen, indien het aanleiding ziet voor het (mogelijk) instellen van het MIT.
Het is belangrijk dat het signaal van het MIT in waakstand openbaar en de besluitvorming hierover transparant is. De SG van SZW informeert de Minister van SZW over een uitgebracht signaal en de SG reageert hierop zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 2 weken. Na de reactie van de SG van SZW op het uitgebrachte signaal, publiceert het MIT in waakstand het signaal en de reactie daarop op de eigen pagina op de website van het SCP.
Kennisbasis maatschappelijke weerbaarheid
Tijdens de coronacrisis bleek dat we in beperkte mate beschikken over snelle, opschaalbare sociaalmaatschappelijke en -economische data.4 Dit komt onder andere door de meer kwalitatieve en tragere dataverzameling, waardoor het proces meer tijd kan kosten dan medisch-epidemiologische dataverzameling.5 Terwijl het juist in dergelijke situaties, waarin in hoog tempo maatschappelijk ingrijpende besluiten moeten worden genomen, belangrijk is dat we beschikken over de juiste sociaalmaatschappelijke en -economische kennis en data. Dit kan tonen waar kwetsbaarheden zitten, maar ook waarin mensen juist veerkrachtig zijn. Deze informatie is waardevol bij het vormgeven van beleid tijdens crises, maar ook buiten crisistijd om de weerbaarheid van de samenleving te versterken.
Daarom is het SCP gestart met het opbouwen van een kennisbasis over de sociaalmaatschappelijke en -economische aspecten van maatschappelijke weerbaarheid voor verschillende typen crises. De Ministeries van SZW, BZK en OCW dragen hier financieel aan bij. Het gaat om een programma van vijf jaar, waarna de werkzaamheden onderdeel worden van het reguliere werk van het SCP. De kennisbasis omvat het samenstellen van een «kennisbibliotheek» die wetenschappelijke inzichten verzamelt over de mogelijke sociaalmaatschappelijke impact van dreiging-/crisisontwikkelingen en overheidshandelen in relatie tot deze dreigingen en crises. Daarnaast zal het SCP werken aan een «maatschappelijk beeld» met indicatoren die een actueel beeld geven van de stand van de maatschappij, met inzichten in bijvoorbeeld sociale samenhang en kwaliteit van leven. Met deze kennisbasis zal het SCP onder meer voorzien in de kennisbehoefte van het MIT. De kennisbasis wordt publiek toegankelijk.
Conclusie
Met het instellen van het MIT in waakstand borgen we dat we bij een toekomstige pandemie snel advies kunnen inwinnen bij een onafhankelijke commissie die specialistische kennis heeft van het sociale, maatschappelijke en economische domein. Met de kennisbasis zijn we daarbij beter geïnformeerd over wat we kunnen doen om buiten crisistijd onze weerbaarheid te bestendigen en kunnen deze data worden benut voor een maatschappelijk beeld. Hiermee zetten we een belangrijke stap in de crisisparaatheid van Nederland.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief
Het OMT komt ook samen bij minder ingrijpende situaties waarbij niet direct een rol is voor een MIT (in waakstand). Daarom is het per situatie afhankelijk van de weging van de CPO of samenkomst noodzakelijk is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25295-2284.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.