Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202025295 nr. 122

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 122 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 maart 2020

Op vrijdag 6 maart jl. heeft het Centrum voor Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM opnieuw een Outbreak Management Team (OMT) bijeengeroepen om te adviseren over de COVID-19 uitbraak. Vrijdagavond heb ik u al bericht over enkele maatregelen die van kracht zijn in de provincie Noord-Brabant.1 In deze brief informeer ik u over nieuwe maatregelen voor heel Nederland, en binnen de provincie Noord-Brabant in het bijzonder, die volgen uit de adviezen van het OMT van afgelopen vrijdag (zie bijlage)2 en het bestuurlijk afstemmingsoverleg (BAO) dat gisteren heeft plaatsgevonden.

Vooral in Noord-Brabant zijn veel nieuwe besmettingen gemeld. Bij een deel van de besmettingen in Brabant is de bron vooralsnog onbekend. Afgelopen vrijdag heeft het RIVM daarom inwoners geadviseerd om bij verkoudheid, hoesten, of koorts, thuis te blijven. Dit advies heb ik na overleg met de voorzitters van de Veiligheidsregio’s in Noord-Brabant ook aan uw Kamer kenbaar gemaakt. Het OMT heeft aangegeven dat er in de provincie Noord-Brabant mogelijk bredere verspreiding heeft plaatsgevonden dan tot nu toe in kaart is gebracht. Hier is in het weekend van 7 en 8 maart aanvullend onderzoek naar gedaan. Dit onderzoek bevindt zich in een afrondende fase. Het OMT heeft diverse mogelijke maatregelen aan het BAO voorgelegd om de situatie in Noord-Brabant te adresseren.

Gezien de ontwikkelingen van het afgelopen weekend, de uitkomsten van het bijna afgeronde onderzoek, en de adviezen van het OMT en BAO, heeft gisteren nader overleg plaatsgevonden in de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCB) en Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCB). Daarbij was ook een vertegenwoordiging van de voorzitters van de veiligheidsregio’s in de provincie Noord-Brabant aanwezig. Deze overleggen hebben geresulteerd in diverse maatregelen, die ik hieronder verder toelicht.

In de eerste plaats vraagt de COVID-19 uitbraak iets van ons allemaal. Het is belangrijk dat deze maatregelen en adviezen door alle Nederlanders opgevolgd worden om het aantal besmettingen in te dammen. We bevinden ons nog steeds in de zogenoemde containment-fase.

In dit kader roept het kabinet alle Nederlanders nogmaals op om de hygiënemaatregelen in acht te nemen (handen wassen, in de ellenboog niezen en papieren zakdoeken gebruiken). Daarnaast adviseert het RIVM voor heel Nederland geen handen meer te schudden. Ik draag zorg voor duidelijke communicatie over deze aanvulling op het in gang gezette beleid om het virus in te dammen.

Voor de situatie in Noord-Brabant is afgesproken het advies van afgelopen vrijdag in ieder geval te handhaven tot en met maandag 16 maart aanstaande. Dit betekent dat mensen bij verkoudheid, hoesten of koorts thuisblijven. Zij gaan niet naar het werk of naar school en beperken hun sociale contacten. Als de klachten erger worden, dient men contact op te nemen met de huisarts. In aanvulling daarop roepen wij werkgevers op om medewerkers die in Noord-Brabant wonen de mogelijkheid te geven om in ieder geval de komende zeven dagen (tot en met maandag 16 maart aanstaande) thuis te werken, ook wanneer zij geen verkoudheidsklachten hebben. Ten tweede roept het kabinet werkgevers op om werktijden zoveel mogelijk te spreiden. Dit alles valt nog steeds binnen de zogeheten indamfase.

Bij het nemen van maatregelen is het steeds van belang om het nut van de maatregelen af te wegen tegen de mogelijke implicaties. Zowel in het BAO, het ICCB als het MCCB is een balans gezocht tussen het nemen van effectieve maatregelen enerzijds, en de wens om het openbare leven zoveel mogelijk doorgang te kunnen laten vinden anderzijds. Dit betekent dat scholen en universiteiten bij de huidige stand van zaken open kunnen blijven. Ook kan het openbaar vervoer in de provincie blijven rijden. Niet uitgesloten is dat, afhankelijk van de ontwikkelingen van het virus, deze of andere maatregelen in beeld komen. Dat geldt voor zowel de situatie in Noord-Brabant als die in de rest van het land.

Tot slot is in ICCB- en MCCB-verband afgesproken dat de drie veiligheidsregio’s gezamenlijk bekijken op basis van de specifieke situatie in Brabant wat de consequenties zijn voor de doorgang van (grootschalige) evenementen in Noord-Brabant. De voorzitters van alle veiligheidsregio’s in Nederland zullen hierover naar verwachting vandaag een besluit nemen.

Overige adviezen OMT

Het OMT heeft zich voorts gericht op een aantal vraagstukken rond testbeleid, het gebruik van persoonlijke beschermingsmaterialen, en communicatie. Deze adviezen neem ik over. Wat betreft persoonlijke hulpmiddelen werd in het BAO aangetekend dat er een start is gemaakt met de aankoop en distributie van mondkapjes door de ROAZ-en. Het RIVM heeft veel van de geadviseerde technische maatregelen reeds in werking gebracht.

Terugkoppeling Europese gezondheidsraad (EPSCO)

Op 6 maart heb ik deelgenomen aan een extra Europese gezondheidsraad in Brussel. Samen met mijn collegaministers van volksgezondheid hebben wij gesproken over de situatie in Europa. Hierbij waren ook het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) vertegenwoordigd om ons informatie te geven over de laatste stand van zaken.

Vanuit de Europese Commissie namen Commissaris voor Volksgezondheid, Stella Kyriakides, Commissaris voor Crisisbeheersing, Janez Lenarčič, en Commissaris voor Interne Markt, Thierry Breton, deel.

COVID-19 stopt niet bij de grenzen en Europese samenwerking is cruciaal om deze volksgezondheidscrisis het hoofd te bieden. De maatregelen moeten daarbij worden gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde adviezen van ECDC en WHO.

Informatie-uitwisseling en kennis delen is van groot belang. We hebben met elkaar benadrukt dat solidariteit erg belangrijk is. Dat geldt onder meer voor maatregelen die effect hebben op leveringszekerheid van medische hulpmiddelen. Ik heb specifiek Duitsland en Frankrijk aangesproken op maatregelen die er mogelijk op zouden duiden dat zij medische hulpmiddelen voor zichzelf willen houden. Beide landen geven aan dat deze maatregelen erop gericht zijn de hulpmiddelen te leveren aan degene die ze het meest nodig hebben, namelijk de professionals in de zorg, en niet degene die het meest betaalt.

De Commissie heeft een aanbestedingsprocedure voor persoonlijke beschermingsmiddelen gestart, waar naast Nederland nog 19 andere lidstaten aan meedoen. Ik heb specifiek bij de Commissaris voor Interne Markt aandacht gevraagd voor het belang van leveringszekerheid van geneesmiddelen en wederom aangegeven dat het belangrijk is dat we hiervoor niet volledig afhankelijk zijn van landen buiten de Europese Unie. Diverse lidstaten hebben dit verzoek gesteund.

De Europese Commissie maakte tijdens het overleg bekend dat zij 37,5 miljoen euro extra vrij maakt voor onderzoek naar het nieuwe coronavirus. Dit komt bovenop de eerdere 10 miljoen euro die al was aangekondigd binnen het onderzoeksprogramma Horizon 2020. Dit zorgt voor een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van een vaccin tegen Covid-19.

Afgelopen week heeft het Kroatische voorzitterschap, vanwege toenemende schaal van de Covid-19 uitbraak, de geïntegreerde EU-regeling politieke crisisrespons (IPCR) volledig geactiveerd. De IPCR ondersteunt snelle en gecoördineerde politieke besluitvorming op EU-niveau bij een ernstige en complexe crisis, en maakt het mogelijk om de effecten van het virus grensoverschrijdend en ook op andere beleidsterreinen dan alleen volksgezondheid te adresseren.

Plenair debat 5 maart jl.

Naar aanleiding van het plenair debat op 5 maart jl. stel ik u op verzoek van de Partij voor de Dieren op de hoogte van het protocol voor besmette patiënten (Handelingen II 2019/20, nr. 60, debat over de ontwikkelingen rondom de verspreiding van het coronavirus). Dit protocol is te vinden via https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19. Vanzelfsprekend zijn deze richtlijnen aan veranderingen onderhevig. Alle actuele protocollen en richtlijnen zijn te vinden op de website van het RIVM.

In het plenaire debat is ook gesproken over de rol van verpleeghuizen bij een eventuele verdere verspreiding van het nieuwe coronavirus. Het is niet de bedoeling dat een verpleeghuis gebruikt wordt als een dependance van het ziekenhuis. Waar wel naar wordt gekeken is de mogelijkheid om eigen bewoners die besmet zijn met het virus op locatie te kunnen verplegen.

Vervolg

Ik realiseer me dat met name de oproep om thuis te blijven bij verkoudheid, hoesten of koorts een ingrijpende maatregel is voor de mensen in Brabant en dat dit veel vraagt van bijvoorbeeld werkgevers, scholen, de politie, de zorg en de supermarkten in de regio. Ik reken op hun begrip en medewerking om de verdere verspreiding van COVID-19 in te dammen. Zodra zich veranderingen in de situatie voordoen zal ik u daarover berichten.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Kamerstuk 25 295, nr. 120.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.