Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal1996-199725255-(R1586) nr. 5

25 255 (R 1586)
Wijziging van de Schepenwet in verband met de totstandkoming van de Wet havenstaatcontrole

nr. 5
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 10 juni 1997

Ondergetekende heeft met belangstelling kennis genomen van de vragen bij dit wetsvoorstel van de fractie van D66 en merkt naar aanleiding daarvan het volgende op.

De leden van de D66-fractie vragen of er op dit ogenblik al zicht is op een mondiaal dekkend geheel van regionale havenstaatcontrole.

Op dit moment zijn naast het Parijse MOU twee andere regionale organisaties actief, te weten het Tokyo MOU, met de westkust van Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, enkele staten in de Stille Oceaan en staten in Oost-Azië van Japan tot Singapore als werkgebied, en het «Acuerdo de Viña del Mar», met Zuid-Amerika als werkgebied. Voor het Caraïbisch gebied is het Barbados MOU tot stand gekomen, dat op dit ogenblik echter nog niet in werking is getreden. Er zijn besprekingen gaande om te komen tot een MOU voor Noord-Afrika. Voor het Midden-Oosten, Afrika en het Indiase subcontinent bestaan nog geen overeenkomsten.

Ondergetekende streeft echter ook niet naar een mondiale dekking van havenstaatcontrole. Het beleid is er momenteel juist op gericht om dit tegen te gaan. Het is immers duidelijk dat bij een aantal staten de vlaggenstaatcontrole te wensen overlaat, hetgeen heeft geleid tot het fenomeen van substandaard schepen. Wanneer deze staten zich ook gaan toeleggen op havenstaatcontrole, met dezelfde gebrekkige kwaliteit en inzet van middelen als bij de uitvoering van de vlaggenstaattaken, ondergraaft dit de kwaliteit van de havenstaatcontrole. De laatstgenoemde controle is juist bedoeld als instrument om de slechte vlaggenstaatcontrole op te vangen. Alleen staten die ervan blijk geven zich voldoende bewust te zijn van hun verantwoordelijkheid als vlaggenstaat ingevolge de internationale verdragen, zouden een (regionale) havenstaatcontroletaak op zich moeten kunnen nemen.

De leden van de fractie van D66 wensen te vernemen waarom Aruba het in februari 1996 te Barbados totstandgekomen Caribbean Memorandum of Understandig on Port State Control niet heeft mede-ondertekend.

Ondergetekende kan hierop tot haar genoegen antwoorden dat Aruba het MOU van Barbados inmiddels heeft ondertekend en de vereiste akte van aanvaarding bij het secretariaat heeft gedeponeerd, zodat dat MOU – bij zijn inwerkingtreding – ook voor Aruba zal gelden.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink