25 233
Regels omtrent de bemanning van zeeschepen (Zeevaartbemanningswet)

nr. 16
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN WANING C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10

Ontvangen 12 november 1997

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Na artikel 29 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 29a

1. Onze Minister kan op verzoek van een scheepsbeheerder voor diens schip of voor diens schepen, voor een periode van ten hoogste twee jaren, ontheffing verlenen van de in artikel 29 bedoelde verplichting. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

2. De scheepsbeheerder toont bij de aanvraag aan:

a. dat zijn schip niet met een Nederlandse kapitein kan worden bemand, dan wel dat zijn schepen niet met voldoende Nederlandse kapiteins kunnen worden bemand, en

b. dat bij het voortduren van deze situatie zijn scheepvaartbedrijf in ernstige problemen komt.

3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend verleend indien de kapitein, ten behoeve van wie de ontheffing is aangevraagd, de nationaliteit bezit van een van de lid-staten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en indien er geen bezwaren tegen de kapitein bestaan in verband met de veiligheid van de staat.

4. Een ontheffing wordt ingetrokken indien de scheepsbeheerder of de kapitein de voorschriften of beperkingen van de ontheffing niet naleeft.

5. Bij ministeriële regeling worden de procedures vastgesteld voor de aanvraag en voor de beoordeling of aan de vereisten van het eerste en tweede lid is voldaan.

6. De scheepsbeheerder zorgt ervoor dat een kopie van de ontheffing aan boord is van het schip, waarop de betrokken kapitein dienst doet.

7. Onze Minister zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de ontheffingen op grond van dit artikel in de praktijk.

II

Artikel 64 wordt vervangen door:

Artikel 64

Het is verboden de verplichtingen ingevolge artikel 3, tweede lid, artikel 4 en artikel 29 niet na te komen.

III

Na artikel 85 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 85a

Artikel 29a vervalt zes jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

Toelichting

Het kan in individuele gevallen wenselijk zijn ontheffing te verlenen van de verplichting ingevolge artikel 29 om alleen Nederlanders als kapitein aan te stellen. Hierbij wordt alleen gedacht aan de situatie waarin de scheepsbeheerder, ondanks zijn redelijke en aantoonbare inspanningen, voor een bepaald schip of voor bepaalde schepen binnen een redelijke termijn geen bevoegde Nederlandse kapitein of onvoldoende Nederlandse kapiteins heeft kunnen aantrekken. Bovenomschreven mogelijkheid van dispensatie is in het amendement neergelegd in een nieuw artikel 29a.

Onderdeel III van het amendement bevat een zogenaamde horizonbepaling: artikel 29a vervalt zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding. In verband hiermee is in artikel 29a, zevende lid, de in amendement nr. 10 voorgestelde evaluatietermijn van vijf jaar teruggebracht naar drie jaar.

Artikel 29a, tweede lid, is ten opzichte van amendement nr. 10 redactioneel verduidelijkt.

Van Waning

Blaauw

A. de Jong

Assen

Van den Berg

Naar boven