25 232
Voetbalvandalisme

nr. 42
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 januari 2005

Op woensdag 19 januari 2005 staat een Algemeen Overleg gepland van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), de vaste commissie voor Justitie en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met de ministers van BZK en van Justitie en met de staatssecretaris van VWS over de ontwikkelingen in het betaald voetbal. Ten behoeve van dit overleg wil ik u, mede namens mijn collega's van Justitie en VWS, graag informeren over de meest actuele ontwikkelingen.

Burgemeestersoverleg 29 november

Op 29 november 2004 heb ik overleg gevoerd met de burgemeesters met een betaalde voetbalorganisatie in hun gemeente. Hierbij waren ook aanwezig de leden van de Interdisciplinaire Stuurgroep Bestrijding Voetbalvandalisme en Voetbalgeweld. Tijdens dit overleg zijn de volgende zaken aan de orde gesteld.

a. Evaluatie beleidskader bestrijding voetbalvandalisme

b. Lokale convenanten

c. Voorstel nieuwe competitieopzet KNVB

Ad. a. Evaluatie beleidskader bestrijding voetbalvandalisme

Tijdens het afgelopen voetbalseizoen is voor het eerst gewerkt met het beleidskader bestrijding voetbalvandalisme 2003. De interdisciplinaire stuurgroep bestrijding voetbalvandalisme en voetbalgeweld (hierna te noemen de stuurgroep) – waarin alle betrokken partijen, inclusief gemeenten, op landelijk niveau zitting hebben – heeft het beleidskader geëvalueerd. Hierbij is specifiek aandacht besteed aan de categorisering van wedstrijden, het afsteken van vuurwerk in stadions en de aanpak van kwetsende en discriminerende/racistische spreekkoren. De stuurgroep heeft met betrekking tot deze drie zaken het beleidskader gewijzigd. Op 4 oktober bent u bij brief (2004–2005, 25 232, nr.40) geïnformeerd over de aanleiding tot de wijzigingen en het nieuwe beleid.

Tijdens het burgemeestersoverleg heeft de Samenwerkende Organisaties Voetbalsupporters (SOVS) aangegeven het niet eens te zijn met de door de overige ketenpartners voorgenomen aanpak van spreekkoren. De SOVS verwacht dat stelselmatige (media)aandacht voor spreekkoren het probleem alleen maar zal verergeren. De SOVS pleit er daarom voor dat de media terughoudend zijn in de berichtgeving over spreekkoren. De SOVS pleit voor een alternatieve, sociaal-preventieve aanpak van het probleem.

Ik ben van mening dat de inzet van alternatieve middelen uiteraard zinvol is, maar dat deze middelen tot op heden niet voldoende resultaat hebben gebracht. Daarom heb ik de betrokken ketenpartners gevraagd meer daadkracht te tonen en harder in te grijpen bij spreekkoren. Dit is ook in lijn met de aanbevelingen van het auditteam voetbalvandalisme seizoen 2003–2004. Het doet mij deugd dat er de afgelopen maanden ook daadwerkelijk een aantal keren is ingegrepen.

De burgemeesters hebben ingestemd met de maatregelen en de lijn van het nieuwe beleid en hebben toegezegd dit in hun gemeenten te zullen toepassen.

Ad. b. Lokale convenanten

In het beleidskader 2003 is opgenomen dat alle gemeenten met een betaald voetbalorganisatie (bvo) over een convenant moeten beschikken. Ik heb deze gemeenten vorig jaar verzocht mij deze convenanten te doen toekomen. In totaal heb ik tweeëndertig convenanten ontvangen waarvan er vierentwintig op basis van het beleidskader 2003 waren opgesteld. Het is mij hierbij opgevallen dat slechts in zes gevallen de supporterclub was betrokken.

Een convenant kan alleen goed werken indien aan het einde van het seizoen wordt bezien in hoeverre de gemaakte afspraken in praktijk bijdragen aan een effectieve bestrijding van voetbalvandalisme. Op basis van deze ervaringen kan het convenant voor het nieuwe seizoen worden aangepast. In oktober 2004 heb ik de burgemeesters verzocht mij de nieuwe convenanten 2004–2005 te doen toekomen.

Tijdens het overleg heb ik bekendgemaakt van welke clubs ik het convenant 2004–2005 heb mogen ontvangen. De gemeenten zijn ervoor verantwoordelijk dat de clubs die zich binnen hun gemeentegrenzen bevinden een convenant opstellen. Inmiddels heb ik van 15 van de 37 clubs het convenant mogen ontvangen. De gemeenten die nog geen convenant hebben ingediend zal ik dringend verzoeken dit alsnog zo spoedig mogelijk te doen.

Daarbij zal ik nogmaals het belang benadrukken van het betrekken van de supportersverenigingen bij het opstellen van de convenanten. Op deze wijze kunnen supporters ook zelf verantwoordelijk worden gehouden voor het beleid op dit gebied.

Ad. c. Voorstel nieuwe competitieopzet KNVB

Op 24 september 2004 maakte de KNVB in de media bekend in het seizoen 2005–2006 te willen starten met een nieuwe competitieopzet van de Holland Casino Eredivisie (HCE) en de Gouden Gids Divisie (GGD). Tijdens het AO van 5 oktober heb ik hierover al kort met u van gedachten gewisseld. Centraal daarbij staat de introductie van «play-offs» met een knock-outsysteem aan het eind van de competitie. De KNVB heeft noch mijn departement noch politie of gemeenten hierover vooraf geïnformeerd of hierbij betrokken.

Met het oog op het burgemeestersoverleg van 29 november jl. ontving ik op 25 november een brief van de voorzitters van het Korpsbeheerdersberaad en de Raad van Hoofdcommissarissen met daarin een reactie op de nieuwe opzet van de voetbalcompetitie zoals voorgesteld door de KNVB. Deze brief is gebaseerd op een gezamenlijke analyse van het CIV en de KNVB over de consequenties van de invoering van de nieuwe competitieopzet. De consequenties zijn:

1. Binnen de HCE zullen 16–22 wedstrijden extra worden gespeeld. Binnen de GGD komen de play-offs in plaats van de nacompetitie.

2. De extra wedstrijden van de HCE moeten binnen de bestaande competitieperiode worden gepland. Dat betekent dat extra ruimte moet worden gevonden aan het begin van de competitie of tijdens de winterstop.

3. Om de competitie met de extra wedstrijden rond te kunnen krijgen, staan in de concept speeldagenagenda van de KNVB voor het seizoen 2005–2006 wedstrijden gepland:

a. in het eerste weekend van augustus 2005 (dit is een week eerder dan tot nu toe gebruikelijk);

b. in de periode van Kerst en rond de jaarwisseling 2005 (2e Kerstdag, 29 december, nieuwjaarsdag en 4 januari);

c. op 29 en 30 april 2006 (koninginnedag).

De nieuwe competitieopzet en de concept speeldagenkalender hebben enkele ongewenste gevolgen voor de inzet van politie, te weten:

1. De extra te spelen wedstrijden leiden tot een geschatte extra politie-inzet van 10 000 tot 14 000 uren. Dit is een stijging van 5–7% ten opzichte van de inzet in voorgaande seizoenen in de HCE en GGD.

2. Als gevolg van het knock-outsysteem zal pas zeer kort voor het begin van de play-off wedstrijden bekend zijn welke clubs tegen elkaar zullen spelen. Daardoor kan pas kort van tevoren een risico-inventarisatie van de wedstrijden worden gemaakt. Dit betekent een veel kortere voorbereidingstijd voor de politie dan normaal gesproken het geval is.

3. De verwachting is dat de play-off wedstrijden een hoog risico met zich mee zullen brengen vanwege de grote belangen die op het spel staan (een plaats in de Champions League of UEFA-beker competitie) en het feit dat zich altijd risicoclubs zullen kwalificeren.

4. De geplande extra wedstrijden begin augustus, rond Kerst en de jaarwisseling en op Koninginnedag gaan voorbij aan de capaciteitsproblemen die de politie dan al heeft op basis van andere prioriteiten:

a. Begin augustus: vakantieperiode korpsen, grote evenementen als popfestivals e.d.

b. Kerst en jaarwisseling: aanpak (illegaal) vuurwerk, kerstboom-verbrandingen en andere ordeverstoringen.

c. Koninginnedag: traditionele evenementen als vrijmarkten, muziekfestivals e.d. Er zal beperkte beschikbaarheid zijn van treinen voor de verplichte treincombi's ten behoeve van wedstrijden in steden met grote Koninginnedagfestiviteiten.

Uit bovenstaande blijkt dat de gevolgen van de nieuwe competitieopzet haaks staan op het (kabinets)beleid dat gericht is op vermindering van politie-inzet bij voetbalwedstrijden. Dit beleid is onderschreven door alle betrokken actoren, inclusief de KNVB, en uitgewerkt en vastgelegd in het beleidskader bestrijding voetbalvandalisme 2003.

Tijdens het overleg van 29 november is afgesproken een werkgroep in te stellen die advies zal uitbrengen over de mogelijkheden om de nieuwe competitieopzet in te laten gaan met ingang van het seizoen 2005–2006, zonder dat er daarbij sprake is van extra politie-inzet ten opzichte van de reguliere inzet en waarbij tegemoet wordt gekomen aan de bezwaren zoals geuit door het KBB en de RHC. Deze werkgroep bestaat uit twee vertegenwoordigers van burgemeesters met een betaalde voetbalorganisatie in hun gemeente, een vertegenwoordiger van de VNG, twee vertegenwoordigers van de RHC, een vertegenwoordiger van het CIV en twee vertegenwoordigers van de KNVB. Het voorzitterschap en het secretariaat van de werkgroep wordt verzorgd door vertegenwoordigers van het ministerie van BZK.

Donderdag 10 maart 2005 staat een vervolgoverleg gepland in dezelfde setting als het Burgemeestersoverleg van 29 november jl. Tijdens dit overleg zal aan de hand van het advies van de werkgroep besloten worden hoe om te gaan met de nieuwe competitieopzet zoals ingezet door de KNVB.

Overige punten

1. Sociaal preventief supportersbeleid

In het kader van het door VWS gevoerde sociaal preventief supportersbeleid valt het volgende te melden.

Monitor

In opdracht van VWS voert de DSP-groep een monitor uit over een aantal aspecten van het sociaal preventief supportersbeleid. Op korte termijn zal de rapportage gereed zijn. Het accent zal daarbij liggen op de meer kwalitatieve aspecten van het beleid, zoals de mate van betrokkenheid in de lokale situatie van supportersverenigingen bij de invulling van het lokale convenant en andere activiteiten, het ontwikkelen van een methodiek om resultaten van het preventieve beleid beter meetbaar en zichtbaar te maken, e.d. De rapportage zal gebaseerd zijn op gegevensverzameling bij 10 BVO's.

Landelijk Informatiepunt Supportersprojecten (LIS)

Het LIS, ingesteld in 2003, ontwikkelt zich steeds verder als centrum van expertise op het terrein van het sociaal-preventief supportersbeleid en is vooral actief als informatie- en ondersteuningspunt voor de verschillende organisaties en instanties die op dit terrein bezig zijn. Het LIS kan bijvoorbeeld informatie verzamelen en verstrekken over best practises aangaande bepaalde activiteiten. Speciale aandacht zal het LIS daarbij in 2005 besteden aan de jeugd van 13–17 jaar, een groep die gemakkelijk beïnvloedbaar is.

SOVS

De SOVS is vooral de landelijke vertegenwoordiger van de lokale supportersverenigingen van de BVO's en richt zich met name op de versterking van de positie van deze verenigingen en op verbetering van het imago van de voetbalsupporter. De samenwerking met het LIS op dit terrein en de onderlinge afstemming is nog een punt van aandacht voor beide organisaties.

KNVB

Over de rol en plaats van de KNVB is al eerder bericht (brief aan de Kamer van 7 juli 2003). De KNVB zal in 2005 naast de reguliere activiteiten op het gebied van het preventief veiligheids- en supportersbeleid de werving en scholing van stewards een extra accent en een nieuwe impuls geven. Verder zal aan de inrichting van de auditing van het veiligheidsbeleid van de afzonderlijke BVO's en de opleiding/training van de auditoren daartoe extra aandacht worden geschonken.

2. Wijziging uitzendrechten betaald voetbal

Op 22 december 2004 is door de Eredivisie CV bekend gemaakt welke uitzendrechten door de betreffende omroeporganisaties zijn verworven voor de komende drie seizoenen, ingaande het seizoen 2005/2006. Wij hebben kennisgenomen van deze beslissing, evenals van het voorstel van de kant van de VNG van 22 december 2004 aan de Eredivisie CV om een deel van de opbrengsten in een fonds te storten waaruit geput kan worden voor steun aan lokale supportersprojecten en het amateurvoetbal in gemeenten met een BVO binnen hun grenzen.

3. Jaarverslag 2003–2004 Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV)

Bijgevoegd treft u het jaarverslag 2003–20041 van het CIV. Het CIV concludeert dat het seizoen 2003–2004 geen grote veranderingen laat zien ten opzichte van vorige seizoenen. De terugkeer van ADO Den Haag in de Eredivisie heeft niet geleid tot grote problemen met supporters van ADO Den Haag. Het totale aantal incidenten is nauwelijks groter geweest dan in het voorgaande seizoen, de intensiteit van enkele incidenten was echter wel heviger. Het geweld is toegenomen, zo zijn meer supporters aangehouden op grond van openlijke geweldpleging. De politie heeft drie keer het vuurwapen moeten trekken en eenmaal een waarschuwingsschot moeten lossen. Voorts wordt in het jaarverslag ingegaan op de politie-inzet, het aantal aanhoudingen en dergelijke.

Het beleidskader Bestrijding voetbalvandalisme en voetbalgeweld 2003 geeft aan dat «het streven erop gericht dient te zijn de inzet van politie bij voetbal-wedstrijden ten behoeve van de openbare orde op termijn te laten dalen.» Uit de cijfers van het CIV blijkt dat de totale inzet van politie enigszins is gedaald, maar dat de inzet van politie in de twee nationale competities is gestegen.

De politie is ten opzichte van vorig seizoen kritischer geworden ten aanzien van de inzet bij voetbalwedstrijden, maar er dient nog kritischer te worden gekeken naar de (oneigenlijke) taken van de politie bij wedstrijden. Naast het uitvoeren van oneigenlijke taken door politieregio's, wordt door lokale autoriteiten vaak op zeker gespeeld en meer politie ingezet dan noodzakelijk, teneinde risico's te voorkomen. Dit kan tegengegaan worden door de inzet van politie hoofdzakelijk te bepalen op basis van de beschikbare informatie van bijvoorbeeld de Regionale Inlichtingen Diensten.

De Samenwerkende Organisaties Voetbalsupporters (SOVS) heeft mij bij brief van 25 november laten weten kritiek te hebben op het jaarverslag van het CIV. De SOVS is van mening dat:

• er te weinig aandacht is voor hard optreden van politie tegen supporters;

• de objectiviteit van het jaarverslag onvoldoende gewaarborgd is;

• de tendens is dat er minder ongeregeldheden zijn en dat deze een minder agressief karakter hebben.

Ik deel deze mening van de SOVS niet. Hoewel ik mij ervan bewust ben dat het Voetbal Volg Systeem (VVS) vanuit het perspectief van de politie wordt ingevuld, is er geen reden om te twijfelen aan de objectiviteit van de politie. Wat wel aan de orde is, is dat het jaarverslag betere aanknopingspunten zou kunnen bieden om beleidsmatige conclusies te kunnen trekken, zodat daar waar nodig het beleid gewijzigd kan worden. Het CIV is thans bezig met een traject om te komen tot een veredeling en analyse van aanwezige gegevens om juist de beleidsmatige waarde van het jaarverslag te vergroten. Dit zal ook leiden tot een andere opzet van het jaarverslag.

Tijdens het AO Sportbeleid van 25 november 2004 heeft de Staatssecretaris van VWS desgevraagd toegezegd aandacht te besteden aan de kritiek van de SOVS op het jaarverslag van het CIV. Bovenstaande voornemens ten aanzien van de opzet van het jaarverslag komen volgens VWS voldoende tegemoet aan deze kritiek.

Met betrekking tot de SOVS kan ik u nog het volgende meedelen. Tijdens het Algemeen Overleg van 10 september 2003 heeft mijn ambtgenoot van Justitie toegezegd te bezien of de SOVS toegang kan krijgen tot informatie uit het Voetbal Volg Systeem (VVS). Mijn ambtgenoot van Justitie zal de SOVS ter nakoming van deze toezegging deze week per brief informeren over de mogelijkheden daartoe. Op basis van de van toepassing zijnde regelgeving is geconcludeerd dat rechtstreekse toegang van de SOVS tot het VVS niet tot de mogelijkheden behoort; wel wordt de SOVS gewezen op andere mogelijkheden om aan de door haar gewenste informatie te komen.

4. Auditteam voetbalvandalisme

Op 6 september jl. heb ik u het eindrapport over het voetbalseizoen 2003–2004 van het auditteam voetbalvandalisme toegezonden (2003–2004, 25 232, nr. 39). Het auditteam heeft naar mijn mening, zoals ook is aangegeven tijdens het AO van 5 oktober, het afgelopen seizoen een goede bijdrage geleverd aan de bestrijding van het voetbalvandalisme. De rapporten over de incidenten en over de wedstrijd-audits leveren interessante en bruikbare informatie en aanbevelingen op voor de lokale situatie. Het eindrapport geeft met name aanbevelingen voor het landelijk beleid. Een deel van deze landelijke aanbevelingen (categorisering wedstrijden, afsteken vuurwerk en aanpak van kwetsende en discriminerende/racistische spreekkoren) is reeds meegenomen mijn brief aan u van 4 oktober 2004 (2004–2005, 25 232, nr. 40).

De stuurgroep heeft 1 december jl. afspraken gemaakt over het aanpakken van de overige aanbevelingen uit het rapport van het auditteam. Hieronder treft u de afspraken die zijn gemaakt bij enkele belangrijke aanbevelingen.

Fotogebruik voor stadionverbod.

De KNVB zal Betaald Voetbal Organisaties (BVO) actief aanbevelen dat supporters die een clubkaart aanvragen een pasfoto overhandigen aan de BVO en een overeenkomst ondertekenen waarin staat dat de BVO gerechtigd is deze zonodig te gebruiken in het toelatingsbeleid in geval van een stadionverbod.

Terugdringen politie-inzet

De Raad van Hoofdcommissarissen zal een voorstel ontwikkelen over de wijze waarop politie-inzet plaats kan vinden. Het is van belang dat inzet gebaseerd is op informatie, dat tot op het laatste moment voor de wedstrijd risico-inschattingen gemaakt worden. Verder zijn van belang de fysieke infrastructuur rondom een stadion, de inzet van stewards en de ervaringen die zijn opgedaan binnen de aanpak «Hooligans in beeld».

Uitkaartsysteem

De KNVB zal het uitkaartsysteem verder blijven promoten bij alle BVO's.

Aanhouden supporters

Afhankelijk van de beschikbare capaciteit krijgt het beheersen van de situatie soms voorkeur boven het aanhouden van personen. Via de RHC zullen de korpsen gewezen worden op de mogelijkheden om personen op een later moment aan te houden (bij voorkeur op een vrijdag voor een wedstrijd) bijvoorbeeld op basis van videobeelden.

Het intensiever gebruiken van camera's sluit aan bij de aanbeveling «verzamelen bewijsmateriaal». Het is echter wel zo dat het soms opportuun is grote groepen personen aan te houden zonder dat er voldoende individualiseerbaar bewijsmateriaal voor handen is, of dat het uit oogpunt van crowd control wenselijk kan zijn personen uit een groep te pikken zonder dat er al sprake is van (aantoonbare) strafbare feiten.

Naar aanleiding van de gemaakte afspraken om uitvoering te geven aan de aanbevelingen van het auditteam zal het beleidskader bestrijding voetbalvandalisme en voetbalgeweld 2003 worden bijgesteld.

5. Resultaten vergadering Europese experts voetbalvandalisme onder Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie

Ter uitvoering van het werkprogramma van de Europese Raadswerkgroep Politiesamenwerking op het gebied van de bestrijding van voetbalgeweld heeft op 14 december 2004 onder het Nederlands Voorzitterschap een gezamenlijke vergadering plaatsgevonden van de Raadswerkgroep en het EU-netwerk van nationale experts op het gebied van voetbalvandalisme.

Belangrijke vorderingen zijn gemaakt bij de uitwerking van het programma. Daarbij moet worden gedacht aan een herdefiniëring van het begrip risicosupporter, nadere afspraken over de betaling van kosten bij internationale politiebijstand, het auditen van belangrijke internationale wedstrijden op het gebied van de politieorganisatie (in navolging van de positieve ervaringen met het Nederlandse auditteam) en het ontwikkelen van een Europese website op het terrein van politie. De adviezen van de expertgroep en de afspraken die daarbij zijn gemaakt zullen onder het Luxemburgse voorzitterschap verder worden uitgewerkt.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven