Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201725223 nr. 12

25 223 Verkiezingswaarneming

Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 oktober 2016

Naar aanleiding van het verzoek van de commissie Koninkrijksrelaties en naar aanleiding van het mondelinge vragenuur van 27 september 2016 (Handelingen II 2016/17, nr. 4, Vragenuur, vragen van het lid Bosman) waar het lid Bosman vroeg naar het toezicht op de verkiezingen wil ik u met deze brief informeren over het bezoek van waarnemingsmissies bij de verkiezingen van Curaçao op 30 september 2016 (uitgesteld naar 5 oktober 2016) en Sint Maarten op 26 september 2016.

Het organiseren van verkiezingen betreft een primaire landsaangelegenheid van de landen Curaçao en Sint Maarten. Desgewenst bestaat de mogelijkheid voor een internationale verkiezingswaarneming. Een internationale verkiezingswaarneming gebeurt altijd op uitnodiging van het land waar de verkiezingen plaatsvinden. Als waarnemer wordt het verkiezingsproces geobserveerd. Vervolgens wordt de rechtmatigheid van de verkiezingsuitslag beoordeeld. Niet de uitslag zelf van de verkiezingen, maar het verloop van het proces van deze verkiezingen is van belang. Er wordt dan namelijk gekeken naar processen rondom de uitvoering van de kieswet en de verkiezingen vóór, tijdens en vlak na de verkiezingsdag. Er zijn geen beletselen tegen verkiezingswaarneming mits op aanvraag van Curaçao en Sint Maarten zelf. Nederland kan derhalve niet op basis van de Nederlandse Kieswet een waarnemingsmissie aanvragen voor de verkiezingen op Curaçao en Sint Maarten.

Zowel Curaçao als Sint Maarten is kenbaar gemaakt dat ze gebruik kunnen maken van ondersteuning vanuit Nederland, indien daar prijs op wordt gesteld. Daarbij is beide landen gewezen op de mogelijkheid om buitenlandse verkiezingswaarnemers uit te nodigen, maar het is aan de landen zelf om daar al dan niet gebruik van te maken. Geconcludeerd moet echter worden dat van het aanbod geen gebruik is gemaakt.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk