25 200
Nationaal Schengen Informatie Systeem

nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 5 maart 1997

Naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer «Nationaal Schengen Informatie Systeem» geef ik u, in overleg met mijn ambtgenoten van Binnenlandse Zaken, Defensie en de Staatssecretaris van Financiën, een eerste reactie op het rapport.

In haar rapport concludeert de Algemene Rekenkamer dat het Nationaal Schengen Informatie Systeem (NSIS) in technische zin weliswaar goed werkt, maar dat het nog niet de rol vervult die het kan en moet vervullen. Ook met betrekking tot het Opsporingsregister (OPS) maakt het rapport een aantal opmerkingen. De Algemene Rekenkamer formuleert de volgende aanbevelingen:

♦ het treffen van voorzieningen om een effectief gegevensbeheer mogelijk te maken;

♦ het verbeteren van het overleg over en de afstemming van de criteria op nationaal niveau en het maken van expliciete afspraken daarover;

♦ het ontwikkelen van beleid voor het gebruik van NSIS bij de grenscontrole door de Koninklijke marechaussee;

♦ het opschonen van het OPS en het NSIS aan te vullen met alle relevante gegevens uit het OPS.

Naar aanleiding van bovenvermelde aanbevelingen plaats ik de volgende opmerkingen.

Effectief gegevensbeheer

De door de Algemene Rekenkamer gevraagde voorzieningen om een effectief gegevensbeheer mogelijk te maken, worden reeds getroffen. Een voorstudie hierover is reeds uitgevoerd door de organisatie van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), die belast is met taken op het gebied van de informatietechnologie ten behoeve van de politie (de IT-organisatie) en ook de eerste stappen voor wat betreft de realisatie zijn reeds gedaan. Het betreft aanpassingen in het NSIS, maar ook het OPS wordt op een aantal punten verbeterd. Een en ander is meegenomen in de werkplanning van de IT-organisatie van het KLPD van 1997 en 1998.

Afstemming van de criteria

De aanbeveling van de Algemene Rekenkamer om het overleg over en de afstemming van de criteria voor signalering op nationaal niveau te verbeteren heb ik overgenomen. Aan het vraagstuk zijn twee aspecten te onderkennen. In de eerste plaats betreft het de afstemming van de criteria voor de invoer van de gegevens.

Het NSIS kent diverse bronnen voor de aanlevering van gegevens en er zijn verschillende actoren bij betrokken. Als voorbeeld kan dienen dat er inmiddels initiatieven genomen zijn bij de CRI, in samenwerking met de politiekorpsen, om tot afstemming te komen. Het betreft hier een programma van het Korpsbeheerdersberaad, het Hoofdofficierenberaad en de Raad van Hoofdcommissarissen, dat ziet op de realisering van een samenhangende informatiehuishouding.

In de tweede plaats betreft het de organisatorische vormgeving. De voorziene ontwikkeling van informatieknooppunten, kan daaraan een belangrijke bijdrage geleverd worden.

Een en ander kan leiden tot een richtlijn, op te stellen door het Openbaar Ministerie. Ik zal daartoe het College van Procureurs-Generaal een verzoek doen.

Enige aandacht wil ik nog wijden aan de opmerkingen over het grote aantal personen dat geautoriseerd is om het systeem te bevragen. De aanwijzing van de tot bevraging bevoegde instanties is indertijd op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Een groot aantal tot bevraging bevoegde personen is een voorwaarde voor een actief en effectief gebruik aan het Schengen Informatiesysteem (SIS). Het bevoegd gebruik van het NSIS wordt gewaarborgd door wettelijke regelingen, zoals het Reglement Politieregister NSIS.

De door de Algemene Rekenkamer gesignaleerde integriteitsproblemen betreffen incidenten op het niveau van uitvoering en zijn onderwerp van voortdurende zorg van de daarvoor verantwoordelijke instanties.

Opschoning OPS

Het Opsporingsregister (OPS) en het Nationale Schengen Informatie Systeem (NSIS) zijn twee aparte niet-gekoppelde opsporingsregisters.

Vóór de invoering van het NSIS werden de daarvoor in aanmerking komende signaleringen in OPS ingevoerd. Vanaf de invoering van het NSIS systeem werden de signaleringen die voor signalering ten behoeve van de Schengen-landen in aanmerking komen niet meer in OPS gesignaleerd, maar alleen nog in het NSIS. Signaleringen die niet voor opname in het NSIS in aanmerking komen worden nog wel in OPS ingevoerd. Een opname in beide registers is niet nodig, omdat bij het bevragen van deze registers doorgaans gelijktijdig beide registers worden geraadpleegd.

Bij de invoering van NSIS zijn de OPS-signaleringen die daarvoor in aanmerking kwamen in NSIS ingevoerd en werd het OPS gelijktijdig opgeschoond.

Met betrekking tot bestandsvervuiling en beveiliging zijn maatregelen genomen, die zowel bij OPS als in NSIS tot reductie van bestandsvervuiling hebben geleid.

Gebruik van NSIS bij de grenscontrole door de Koninklijke marechaussee

De Algemene Rekenkamer constateert, dat het gebruik van het NSIS niet voldoet aan de internationaal overeengekomen norm van controledichtheid, die gesteld is op 100%. Deze 100% controledichtheid betreft externe Schengen-reizigers die niet de EU/EER nationaliteit bezitten.

Wanneer wordt gesproken over de luchthaven Schiphol, naar haar aard een typische transithaven, valt op te merken dat een groot deel van het totale reizigersaanbod (in 1996 27 miljoen) niet controleplichtig is voor het NSIS. Ik noem de categorieën transitpassagiers, intra-Schengen passagiers en tenslotte de binnenlandse vluchten.

Naast deze categorieën blijven ca 12.3 miljoen passagiers over die van Schengen naar niet-Schengen en vice versa reizen en zich langs de balies van de grensbewakingsambtenaren begeven. Geschat is dat van deze categorie ongeveer 75% Nederlander danwel EU/EER onderdaan is en derhalve ook niet NSIS controleplichtig is. Resteert ongeveer 3.1 miljoen reizigers die NSIS controleplichtig waren, waarvan er 2.250.269 NSIS bevragingen werden geregistreerd hetgeen uitkomt op een percentage van ongeveer 73%. Rekening houdend met een aantal NSIS-bevragingen uit de niet verplichte categorie reizigers, schat ik het gecontroleerde percentage op de verplichte doelgroep op 65%. Daarbij valt aan te tekenen dat, wanneer naamgenoten gezamenlijk reizen, b.v. leden van een gezin, slechts eenmaal de familienaam in het NSIS wordt bevraagd.

Daarnaast wijs ik erop dat de IND in samenwerking met de Koninklijke marechaussee een intensief beleid voert met betrekking tot controles op risicogroepen wat zich o.a. vertaalt in gate-controles, gate-observaties en pre-boardingchecks.

Los van de hierboven gegeven nuancering op de bevindingen van de Algemene Rekenkamer, wordt ernaar gestreefd de controledichtheid nog verder te optimaliseren. Met betrekking tot de grensbewaking op de luchthaven Schiphol is naar aanleiding van een rapport van de Algemene Rekenkamer uit 1995 over de Koninklijke marechaussee Schiphol een commissie ingesteld die zich o.a. buigt over de mate van controledichtheid, waarbij de feitelijke haalbaarheid van de streefnorm van 100% wordt afgezet tegen de onderscheiden typen reizigers, het reizigersaanbod en de maximale behandeltijd van de controle van passagiers. Deze commissie heeft haar bevindingen nog niet afgerond zodat daarover thans nog niets kan worden medegedeeld. Wél wordt overwogen om naar aanleiding van het nu voorliggende rapport van de Algemene Rekenkamer, de activiteiten van de commissie uit te breiden met betrekking tot de grensbewaking in de zeehavens.

De controledichtheid kan verder worden opgevoerd met gebruikmaking van nog meer geavanceerde technische apparatuur. Het streven is dat in de loop van dit jaar ten behoeve van de Koninklijke marechaussee apparatuur wordt aangeschaft waarmee paspoorten automatisch kunnen worden gelezen. Met deze controle kan dan tegelijkertijd het NSIS worden geraadpleegd, hetgeen zal leiden tot een intensivering van het gebruik daarvan. Daarnaast zijn op dit moment diverse elektronische vormen van grensbewaking in ontwikkeling dan wel in een experimentele fase, waarmee in de nabije toekomst controles niet alleen sneller maar ook kwalitatief beter zullen kunnen worden uitgevoerd. Deze ontwikkelingen zullen ongetwijfeld van positieve invloed zijn op het gebruik van NSIS.

Op de korte termijn zal de Koninklijke marechaussee maandelijks aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) overzichten gaan verstrekken waaruit het aantal NSIS-bevragingen en treffers blijkt. Deze overzichten worden geanalyseerd en besproken in het al bestaande overleg tussen de IND en de Koninklijke marechaussee. De bevindingen worden gerapporteerd en besproken met betrokkenen opdat de uitvoeringspraktijk steeds alert blijft op het belang van raadpleging van het NSIS.

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Naar boven