Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1996-199725168 nr. 15

25 168
Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs)

nr. 15
DERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 27 mei 1997

In het voorstel van wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel VII, onderdeel D, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het vierde lid wordt «studiejaar 2000–2001» vervangen door: studiejaar 2001–2002.

2. In het vijfde lid wordt «studiejaar 2001–2002» vervangen door: studiejaar 2002–2003.

3. In het zesde lid wordt «het jaar 2002» vervangen door: het jaar 2003.

4. In het zevende lid wordt «het jaar 2003» vervangen door: het jaar 2004.

B

In artikel VII, onderdeel G, wordt «studiejaar 2003–2004» vervangen door: studiejaar 2004–2005.

C

Na artikel VII wordt een artikel VIIa ingevoegd, luidend:

ARTIKEL VIIA. INVOERING PER 1 AUGUSTUS 1999 VOOR VIERDE LEERJAAR

1. Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 7 of artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs, kan besluiten, in afwijking van artikel VII, onderdeel B, met ingang van 1 augustus 1999 ten aanzien van het vierde leerjaar van die school toepassing te geven aan het bepaalde bij en krachtens de artikelen 12 tot en met 15 en 22 van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend ingevolge deze wet. Bij toepassing van de eerste volzin zijn de in die volzin genoemde artikelen, onverminderd artikel VII, onderdeel C, ten aanzien van de school:

a. met ingang van 1 augustus 2000 van toepassing op het vijfde leerjaar, en

b. met ingang van 1 augustus 2001 van toepassing op het zesde leerjaar indien het een school als bedoeld in artikel 7 van de Wet op het voortgezet onderwijs betreft.

2. Artikel VII, onderdeel D, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op scholen waarvan het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen.

3. In afwijking van artikel VII, onderdeel D, tweede, derde en achtste lid, gelden voor scholen waarvan het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen, de volgende voorschriften:

a. in het tweede lid wordt «schooljaar 1999–2000» vervangen door «schooljaar 2000–2001» en wordt «1 augustus 1998» vervangen door: 1 augustus 1999;

b. in het derde lid wordt «schooljaar 2000–2001» vervangen door «schooljaar 2001–2002» en wordt «1 augustus 1998» vervangen door: 1 augustus 1999;

c. in het achtste lid wordt «het schooljaar 2000–2001 onderscheidenlijk 2001–2002» vervangen door: het schooljaar 2001–2002 onderscheidenlijk 2002–2003.

4. Artikel VII, onderdeel F, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, eerste volzin.

D

In artikel VIII wordt de slotpunt vervangen door een komma, waarna wordt toegevoegd: met uitzondering van artikel VIIa wat het eerste lid, eerste volzin, en het vijfde lid, betreft, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

Toelichting

Deze wijzigingen maken het mogelijk dat het bevoegd gezag van een school voor vwo of voor havo een jaar later dan met ingang van 1 augustus 1998 voor het eerst toepassing geeft aan de nieuwe bepalingen in de WVO over de profielen. Het vierde leerjaar nieuwe stijl vangt dan aan op 1 augustus 1999. Het is ook mogelijk dat ten aanzien van een scholengemeenschap met vwo en havo het bevoegd gezag alleen voor vwo of alleen voor havo een jaar later uitvoering geeft aan de nieuwe bepalingen.

De tevens noodzakelijke wijzigingen in het invoerings- en overgangsrecht voorzien in het opschuiven van termijnen, onder meer voor het afleggen van het eindexamen oude stijl.

De bedoeling van onderdeel D is dat het bevoegd gezag zijn besluit over de invoering tijdig voor 1 augustus 1998 neemt.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

T. Netelenbos