25 144
Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor het jaar 1996 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING

ALGEMEEN DEEL

In aansluiting op de eerste begrotingswijziging (Wet van 26 september 1996, Stb. 498, Kamerstukken II, 1995/1996, 24 735) wordt door middel van het onderhavige wetsvoorstel voorgesteld de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor het jaar 1996 te verlagen met respektievelijk ca. f 60,6 mln. en f 59,8 mln.

De mutaties die tot deze verhogingen leiden, zijn deels aangekondigd in bijlage 2 van de Miljoenennota 1997 (Kamerstukken II, 1996/1997, 25 000) en betreffen verder wijzigingen, die in de Najaarsnota 1996 zijn opgenomen.

De aansluiting tussen de nota-mutaties en het onderhavige wetsvoorstel is als volgt (bedragen x f 1 mln.):

Uitgaven

1.Aangekondigd in de Miljoenennota 1996 – 105,3 (A)
 (Bijlage 2, Infrastructuurfonds, blz. 76/77)   
2.Nadere wijzigingen:   
 – U 02.01 Investeringen rijksvaarwegen– 85,2  
 – U 03.01 Invest.bijdragen tbv spoorwegen131,6  
 – Diversen– 1,744,7 (B)
3.Totaal aan te brengen mutaties – 60,6 (C)
4.Voorgestelde verhoging bij onderhavige wetsvoorstel – 60,6 (D)

Ontvangsten

1.Aangekondigd in de Miljoenennota 1996 – 91,0 (A)
 (Bijlage 2, Infrastructuurfonds, blz. 78/79)   
2.Nadere wijzigingen:   
 – M 03.07 Verr. voorschotten OV/goed.verv.54,1  
 – M 07.01 Bijdr. tlv begroting V&W– 49,9  
 – M 07.04 Bijdr. tlv Fes27,031,2 (B)
3.Totaal aan te brengen mutaties – 59,8 (C)
4.Voorgestelde verhoging bij onderhavige wetsvoorstel – 59,8 (D)

Budgettair overzicht

De begrotingsuitvoering 1996 van het Infrastructuurfonds dwingt tot het aanbrengen van een aantal verschuivingen (totaal f 389 mln.), zowel binnen de fondsbegroting als tussen het fonds en de begroting van Verkeer en Waterstaat (XII).

Deels is dit ingegeven door de verwachting dat er op het reguliere deel van het Infrastructuurfonds (exclusief Fes) gelden onbesteed dreigen te blijven. Met name bij de rijksvaarwegen en de investeringsbijdragen ten behoeve van de spoorwegen is dit zichtbaar.

Daarnaast geldt dat met de hogere ontvangsten (afrekeningen 1995 en EU-bijdragen) van bijna f 68 mln. geen rekening kon worden gehouden bij het opstellen van de begroting.

Voor een meer uitgebreide verklaring bij de verschillende oorzaken wordt verwezen naar de artikelgewijze toelichting.

Voorgesteld wordt de per saldo in deze begrotingswijziging verwerkte overschotten op de reguliere fondsgelden van f 389 mln. («ca. 5% van de uitgavenkant van het fonds»), aan te wenden voor de volgende zaken (bedragen x f 1 mln.).

1.XII/U 02.01: AOP9
2.XII/U 02.54: Schikking Westerschelde20
3.XII/U 02.54: Voorfinanciering Westerschelde24
4.IF /U 03.01: HSL/Zuid-België246
5.IF /U 04.03: Overdrachten Brokx-nat60
6.IF /U 03.XX: Prijscompensatie OV11
7.IF /U 03.04: Rentelasten voorfin. Rail 2112
8.XII/U 03.18: Vervoersmanagement7
Totaal389

Nadere toelichting

1. Apparaat op Peil (AOP)

Binnen Rijkswaterstaat heeft een herbezinning plaatsgevonden op de verhouding tussen het zelf doen van taken en het uitbesteden daarvan (de aktie AOP). Deze aktie heeft geresulteerd in diverse verschuivingen vanuit de uitbestedings- en de werkartikelen in het Infrafonds naar de artikelen voor apparaatsuitgaven in de begroting van Verkeer en Waterstaat (XII).

2. Schikking Westerschelde

De aannemerscombinatie Westerschelde heeft bij het Rijk een claim ingediend, omdat volgens deze combinatie het Rijk het contract tussen beide partners heeft geschonden; zie voor een meer uitgebreide toelichting, de tweede suppletoire begroting van Verkeer en Waterstaat (XII, uitgavenartikel 02.54). De uitkomst is dat Rijkswaterstaat f 20 mln. betaalt aan de Combinatie Westerschelde. In ruil hiervoor zal de combinatie geen aanspraken meer laten gelden op het project. Genoemd bedrag zal worden gecompenseerd uit het Infrastructuurfonds.

3. Voorfinanciering Westerschelde

Onder verwijzing naar de begroting 1997 van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (Kamerstukken II, 1996–1997, 25 000, XII, nr. 2, blz. 164) wordt nu invulling gegeven aan de voorfinanciering in 1996. Door de nog op te richten NV zal dit in 1997 worden terugbetaald; derhalve gaat het niet om een verhoging van de projectkosten.

Gelet op het infrastructurele karakter van dit project, wordt voorgesteld om de uitgaven – die voor 1996 op f 24 mln. zijn vastgesteld – voor te financieren vanuit het Infrastructuurfonds. De terugbetaling (door de NV) vindt in 1997 plaats via de begroting van Verkeer en Waterstaat (M 02.54).

4. HSL/Zuid – België

Met betrekking tot de aanleg van de HSL-Zuid via het door Nederland gewenste traject langs de E19, is met België overeengekomen dat zij een vergoeding van f 823 mln. zal ontvangen ter compensatie van het langere tracé op Belgisch grondgebied.

Hiervan zal f 427 mln. in 1996 betaald worden.

Wat betreft de financiële dekking is afgesproken dat f 246 mln. uit de reguliere middelen van het Infrastructuurfonds komt en f 181 mln. door middel van een bijdrage uit het Fes (zie ook ontvangstenartikel 07.04).

5. Overdrachten Brokx-nat

In het kader van Brokx-nat is bestuurlijke overeenstemming bereikt met de lagere overheden om objecten over te dragen. In totaal gaat het om f 60 mln.

6. Prijscompensatie OV

Door het ministerie van Financiën is f 4 mln. aan prijsbijstelling toegekend aan het Infrastructuurfonds voor 1996. De wettelijk aan de openbaar vervoerbedrijven uit te keren prijscompensatie bedraagt evenwel f 15 mln.

7. Rentelasten voorfinanciering Rail 21

In 1990 is in het Regeerakkoord aangegeven dat de N.V. Nederlandse Spoorwegen (NS) ten behoeve van de versnelling van de aanleg van Rail 21 – aanspraak zal kunnen doen op de mogelijkheid tot voorfinanciering (maximaal f 600 mln.). Teneinde de beoogde versnelling van Rail 21 mogelijk te maken, was de NS destijds bereid deze financiering voor rekening van het concernresultaat te realiseren.

Bij de voorfinanciering is ondermeer afgesproken dat de NS de rentelasten in de periode 1991–1993 ten laste zal brengen van het vennootschappelijk jaarresultaat – voorzover positief – over de periode 1989 tot en met 1993.

Hieruit vloeit voor het Rijk een nabetaling voort van ca. f 12 mln.

8. Vervoersmanagement

Besloten is tot een intensivering van het vervoersmanagement in het kader van het file-beleid. Deze intensivering is reeds aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gemeld in de Tweede Filebrief en beoogt initiatieven van bedrijven en instellingen te ondersteunen om de (auto)mobiliteit van hun werknemers te beheersen. De compensatie wordt verstrekt uit het Infrastructuurfonds; hiermee wordt gehandeld overeenkomstig de lijn die hiervoor (in latere jaren) is gekozen in de begroting 1997.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Wetsartikel 1 (Uitgaven/verplichtingen)

01 Rijkswegen

Artikel 01.01 Investeringen Rijkswegen

De relatief beperkte verlaging op het onderdeel Aanleg en verbetering wordt deels verklaard door een overboeking naar het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer/Rijksgebouwendienst (RGD) van ca. f 1,4 mln. Dit ondermeer ten behoeve van huisvesting voor het extra aangetrokken personeel in het kader van de Investeringsimpuls. Zie ook het gestelde in de artikelsgewijze toelichting bij de tweede suppletoire begroting van de begroting van Verkeer en Waterstaat (XII/U 02.24).

De betaalbaarstelling aan de RGD vindt plaats via het bijdrage-artikel met de begroting van Verkeer en Waterstaat. Aangezien het hier om projectgebonden op het Infrastructuurfonds gaat, vindt de financiering plaats ten laste van dit fonds.

Verder is een verlaging opgenomen in het kader van de actie Apparaat op Peil (AOP) binnen Rijkswaterstaat, te weten een herbezinning op de verhouding tussen het zelf doen van taken en het uitbesteden daarvan; zie ook het hieromtrent gestelde in het algemeen deel van deze memorie van toelichting.

Deze overboekingen hebben geen gevolgen voor het aanlegprogramma.

Door de lange vorstperiode begin dit jaar is ondermeer de voortgang van de grote verkeerssignaleringsprojecten vertraagd. Dit heeft met name op het artikelonderdeel Benutting gevolgen gehad voor het plaatsen van de fundamenten ten behoeve van de voorportalen en de electronica.

Als direkt gevolg van de vertraging, wordt tevens de bijdrage uit het Fonds economische structuurversterking met f 4 mln. verminderd (zie ook het ontvangstenartikel 07.04).

Wat betreft de bijstelling op het grote project Wijkertunnel geldt dat de Tweede Kamer hierover reeds geïnformerd is via de aan haar toegezonden 30-ste voortgangsrapportage. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 19961 936 2511 198 417
1e suppletoire begroting 199610 20323 400
Overboeking naar ministerie van VROM– 1 408– 1 408
Wijkertunnel 8 470
Vertragingen– 23 750– 23 750
AOP– 1 338– 1 338
Stand 2e suppletoire begroting 19961 919 9581 203 791

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en uitgaven (x f 1 000)

ArtikelonderdeelVerplichtingenUitgaven
 Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996
01.01.01 Aanleg en verbetering 1 537 89310 400– 6 341851 56310 400– 6 341
01.01.02 Benuttingsmaatregelen 398 000 – 20 155250 505 – 20 155
01.01.03 Wijkertunnel358– 197 96 34913 0008 470
Totaal1 936 25110 203– 26 4961 198 41723 400– 18 026

Artikel 01.02 Onderhoud Rijkswegen

Door middel van dit wetsvoorstel wordt bijna f 1,4 mln. naar de begroting van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (RGD) overgeboekt voor een noodstroomaggregraat in het Dienstkringgebouw Grou, voor een aanloopkrediet voor de nieuwbouw van het kantoor van de dienstkring Zeeuwsch-Vlaanderen.

Ook hier heeft de binnen Rijkswaterstaat plaatsgevonden herbezinning op de verhouding tussen het zelf doen van taken en het uitbesteden daarvan (de aktie Apparaat Op Peil) geleid tot een verschuiving vanuit dit werkartikel naar het apparaats-artikel van RWS in de begroting van Verkeer en Waterstaat (XII); zie ook het algemeen deel van de memorie van toelichting bij deze suppletoire begroting.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 1996822 367801 829
1e suppletoire begroting 1996– 1 031– 1 031
Overboeking naar VROM– 1 386– 1 386
AOP– 9– 9
Stand 2e suppletoire begroting 1996819 941799 403

Artikel 01.03 Apparaatsuitgaven Rijkswegen

Op dit artikel is sprake van een aantal intensiveringen ten aanzien van de voorbereiding van infrastructuurprojecten. Naast het feit dat met name de projecten uit de Investeringsimpuls op gang komen, zijn er acties – onder andere op verzoek van de Tweede Kamer – in gang gezet om te komen tot het versnellen van lopende projecten en het meer in voorbereiding nemen van nieuwe projecten.

De verwachting is dat een en ander dit jaar resulteert in hogere uitgaven van f 8 mln.

Met deze acties wordt overigens gevolg gegeven aan het verzoek van de Tweede Kamer om onderuitputting te voorkomen en te komen tot een grotere mate van overplanning («motie van Heemst»).

Wat betreft de opgenomen verlaging van f 5,8 mln. – uit hoofde van de binnen Rijkswaterstaat uitgevoerde actie Apparaat Op Peil –, wordt kortheidshalve verwezen naar het algemeen deel bij deze memorie van toelichting. Deze aktie heeft geresulteerd in diverse verschuivingen vanuit de uitbesteding en de werkartikelen in het Infrafonds naar de artikelen voor apparaatsuitgaven in Hoofdstuk XII.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 1996124 625124 625
1e suppletoire begroting 1996– 11 600– 11 254
Intensiveringen8 0008 000
AOP– 5 791– 5 791
Stand 2e suppletoire begroting 1996115 234115 580

02 Rijksvaarwegen

Artikel 02.01 Investeringen Rijksvaarwegen

Door verschillende oorzaken zal er dit jaar waarschijnlijk ca. f 83 mln. niet tot betaling komen.

In de eerste plaats wordt er vanuit gegaan dat de op dit artikel gereserveerde gelden (f 30 mln.) voor de sloopregeling (commissie Albeda) dit jaar niet voor deze bestemming benodigd zijn.

Verder geldt dat er vertraging is opgetreden in de voorbereiding van de projecten Twenthe kanalen en Toekomstvisie Waal alsmede is er sprake van vertragingen bij Bouwdienstprojecten; in combinatie met een andere wijze van besteksgunningen, leidt dit daar tot gewijzigde betalingsritmes.

Daarnaast kan worden vermeld dat de voortgang in zijn algemeenheid wordt gekenmerkt door vertragingen die het gevolg zijn van procedurele aspecten bij het vrijkomen van verontreinigd slib, uitstel van het verdiepingsverdrag van de Westerschelde en de proceduretijd voor het verkrijgen van WVO-vergunningen.

Als gevolg van deze vertragingen wordt ook de bijdrage uit het Fes met f 10 mln. bijgesteld (zie ook ontvangstenartikel 07.04).

De dit jaar ontstane vrijval wordt met name aangewend om de overdrachten in het kader van Brokx-nat (IF/U 04.03) en de hogere uitgaven op de begroting van Verkeer en Waterstaat (XII) ten behoeve van de aanleg van de Westerscheldetunnel (XII/U 02.54), voor te financieren. In latere jaren vloeien deze gelden weer terug naar dit investeringsartikel.

Tot slot worden verlagingen aangebracht voor een overboeking van begrotingsgeld (via de begroting van Verkeer en Waterstaat) naar de RGD voor het project Herhuisvesting Rijkswaterstaat Dienstkring Noordzeekanaal en een overboeking in het kader van de binnen RWS uitgevoerde actie Apparaat Op Peil.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 1996350 382322 821
1e suppletoire begroting 1996– 69 547– 69 547
Overschot– 83 483– 83 483
AOP– 300– 300
Overboeking naar ministerie van VROM– 1 400– 1 400
Stand 2e suppletoire begroting 1966195 652168 091

Artikel 02.02 Onderhoud Rijksvaarwegen

Door de overdracht van diverse objecten vallen de hiervoor in de begroting geraamde onderhoudskosten vrij. De nu opgenomen verlaging van bijna f 25 mln. heeft hoofdzakelijk hierop betrekking.

De vrijvallende gelden worden aangewend op uitgavenartikel 04.03 Onderhoudsbijdragen ten behoeve van vaarwegen, om de vergoedingen van het rijk voor het beheer en onderhoud te kunnen verstrekken. Voor een meer uitgebreide toelichting om welke objecten het hier gaat, wordt verwezen naar het gestelde onder laatstgenoemd artikel.

Verder wordt begrotingsgeld overgeheveld naar de RGD voor de herhuisvesting van de dienstkring Maastricht («verlengen van de huidige huurovereenkomst van 1 april 1996 tot en met 31 augustus 1997») en ten behoeve van de verbouwing bij de dienstkring Schelde-Rijn te Rilland.

Als laatste kan ook hier de mutatie uit hoofde van de actie Apparaat Op Peil worden genoemd; voor een meer uitvoerige toelichting wordt kortheidshalve verwezen naar het gestelde in het algemeen deel van de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 1996348 992371 539
1e suppletoire begroting 199658 880– 2 120
Overboeking naar ministerie van VROM– 154– 154
Overdrachten– 24 854– 24 854
AOP– 843– 843
Stand 2e suppletoire begroting 1996382 021343 568

Artikel 02.03 Apparaatsuitgaven Rijksvaarwegen

Wat betreft de voorgestelde verhoging van dit artikel met f 17 mln. geldt in feite hetzelfde verhaal als onder uitgavenartikel 01.03 is vermeld.

Enerzijds is de trend zichtbaar dat met name de projecten uit de Investeringsimpuls flink op gang beginnen te komen. Anderzijds zijn verschillende acties – onder andere op verzoek van de Tweede Kamer – in gang gezet om te komen tot het versnellen van lopende projecten en het meer in voorbereiding nemen van nieuwe projecten.

Zo is er ondermeer sprake van hogere uitgaven van f 5 mln. op de projecten Noordersluis (remmingwerken) en de tweede Krabbegatsluis.

Verder wordt een verlaging aangebracht in het kader van de binnen RWS uitgevoerde actie Apparaat Op Peil; zie ook het algemeen deel bij de memorie van toelichting.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 199615 58715 587
1e suppletoire begroting 1996– 5 500 
AOP– 1 062– 1 062
Intensiveringen17 00017 000
Stand 2e suppletoire begroting 199626 02531 525

03 Nationale Railwegen

Artikel 03.01 Investeringsbijdragen ten behoeve van spoorwegen

Op dit artikel ontstaat naar huidige inzichten een overschot van ca. f 412 mln. Onderstaand is dit gespecificeerd naar de verschillende personen- en goederenvervoerprojecten (bedragen x f 1 mln.). Zichtbaar is dat de verlaging in belangrijke mate wordt veroorzaakt door vertragingen in het proces van grondverwerving bij de Betuweroute (f 193 mln.).

Personenvervoer:  
– project R'dam-Zuid–Dordrecht32 
– project Utrecht-Noord16  
– Amersfoort-Amersfoort aansl.38  
– Amsterdam Spoor 16 fase 110  
– AKI-plan20  
– Liempde-Eindhoven15  
– Den Bosch-Vught8  
– Amsterdan CS Zaanstraat9  
– Energievoorziening 1500V20  
– Overig (< f 5 mln.)31 
Sub-totaal 199
   
Goederenvervoer:  
– Betuweroute193  
– D4-aslasten20  
Sub-totaal 213
Totaal 412

Door de vertragingen zal de bijdrage uit het Fonds economische structuurversterking met f 218 mln. worden aangepast (zie ook ontvangstenartikel 07.04).

Met betrekking tot de aanleg van de HSL-Zuid via het door Nederland gewenste traject langs de E19, is met België overeengekomen dat zij een vergoeding van f 823 mln. zal ontvangen ter compensatie van het langere tracé op Belgisch grondgebied. Hiervan zal f 427 mln. in 1996 worden betaald; zie ook het hieromtrent gestelde in het algemeen deel van deze memorie.

Door een bijstelling die het gevolg is van het veranderen van het moment van de afgifte van beschikkingen wordt er dit jaar per saldo ca. f 1 470 mln. extra aan verplichtingen vastgelegd. De in het verlengde liggende verschuivingen met latere jaren, zijn reeds in de begroting voor het jaar 1997 verwerkt.

De budgettair het meest in het oog springende verhogingen hebben betrekking op de vastlegging van de uit 1995 naar 1996 verschoven projecten Liempde-Eindhoven en Amsterdam spoor 16, respectievelijk f 795 en 65 mln. Daarnaast zijn enkele nieuwe projecten opgenomen, te weten: Utrechtboog (f 365,5 mln.) en Energievoorziening (f 100 mln.).

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 19961 519 7641 520 405
1e suppletoire begroting 1996– 171 500– 171 500
Overschot– 299 450– 412 450
HSL/Zuid (België)427 572427 572
Verplichtingenbijstelling1 469 603 
Stand 2e suppletoire begroting 19962 945 9891 364 027

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en uitgaven (x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
 Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996
03.01.01 Aanleg personenvervoer 959 214 860 214959 556– 80 000228 122
03.01.02 Aanleg goederenvervoer 560 550– 171 500737 511640 850– 171 500– 213 000
03.01.03 Kasschuif Wijffels  – 80 00080 000 
Totaal1 519 764– 171 5001 597 7251 520 406– 171 50015 122

Artikel 03.02 Onderhoudsbijdragen en kapitaallasten ten behoeve van spoorwegen

Om de volledige kasraming voor de onderhoudsbijdragen en kapitaallasten ten behoeve van de spoorwegen in 1996 daadwerkelijk te kunnen besteden, is een bijstelling van de verplichtingenraming met f 11 mln. noodzakelijk.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 19961 224 0001 248 000
Loonbijstelling5 5545 554
Prijsbijstelling13 10413 104
Verplichtingenbijstelling11 000 
Stand 2e suppletoire begroting 19961 253 6581 266 658

Artikel 03.04 Rente en aflossing voorfinanciering NS

In 1990 is in het Regeerakkoord aangegeven dat de N.V. Nederlandse Spoorwegen (NS) – ten behoeve van de versnelling van de aanleg van Rail 21 – aanspraak zal kunnen doen op de mogelijkheid tot voorfinanciering (maximaal f 600 mln.).

Teneinde de beoogde versnelling van Rail 21 mogelijk te maken, was de NS destijds bereid deze financiering voor rekening van het concernresultaat te realiseren. Sinds 1 januari 1994 betaalt het Rijk het voorgefinancierde bedrag via annuïteit terug.

Bij de voorfinanciering is afgesproken dat de NS de rentelasten in de periode 1991–1993 ten laste zal brengen van het vennootschappelijk jaarresultaat – voorzover positief – over de periode 1989 tot en met 1993.

Aangezien het vennootschappelijk jaarresultaat inclusief deze rentelasten over deze periode ruim f 19 mln. negatief is, wordt voorgesteld om het (resterende) bedrag nog dit jaar aan de NS ter beschikking te stellen.

Er resteert ca. f 12 mln. omdat in 1995 al een deel is betaald (zie nota van wijziging op wetsvoorstel samenhangende met de Najaarsnota 1995).

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 199658 279
Rente en aflossing12 00012 000
Stand 2e suppletoire begroting 199612 00070 279

04 Bijdragen ten behoeve van regionale/lokale wegen, vaarwegen en stads- en streekvervoer

Artikel 04.01 Investeringsbijdragen ten behoeve van wegen, fiets- en verkeersveiligheidsvoorzieningen

Oorzaak van de bijstelling met f 25 mln. is met name de voorspoedige voortgang in 1995 van de projecten Amsterdam IJ-boulevard en Rotterdam Erasmusbrug, waardoor de voor 1996 geraamde budgetten naar beneden kunnen worden bijgesteld.

Verder is het project Den Haag Doorstroming vertraagd door besluitvorming over de projectdefinitie en het project Rotterdam Parklaan fase 1 vanwege vertraging van werkzaamheden aan het Giessenplein (onderdeel A20).

De bijdrage van het Fes kan hierdoor met f 8 mln. worden aangepast (zie ook ontvangstenartikel 07.04).

De verschuiving op artikelonderdeel

Tenslotte wordt vermeld dat van de bovenvermelde bijstelling op het onderliggende wegennet, f 5 mln. wordt ingezet ten behoeve van het project Westland Duurzaam Veilig. Dit verklaart de verschuiving tussen beide artikelonderdelen.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 1996201 137235 789
1e suppletoire begroting 199625 392– 90 700
Diversen– 20 000– 20 000
Stand 2e suppletoire begroting 1996206 529125 089

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en uitgaven (x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
 Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996
04.01.01 Inv. bijdr. wegen134 078– 1 549– 25 000174 239– 40 150– 25 000
04.01.02 Fietsvoorzieningen41 602– 41 602 36 300– 36 300  
04.01.03 Verk. veiligh. voorz.14 457– 14 457 14 250– 14 250 
04.01.04 Dem. proj. duurzaam veilig11 00083 0005 00011 000 5 000
Totaal201 13725 392– 20 000235 789– 90 700– 20 000

Artikel 04.03 Onderhoudsbijdragen ten behoeve van vaarwegen

In het kader van Brokx-nat zullen de volgende overdrachten worden gerealiseerd: waterkering Velsen, Kustduin Breskens, waterkering Serooskerke, afwateringskanaal Den Bosch-Drongelen, Haven Peereboom, rivier de Donge en de noordelijke rivierdijk Bergsche Maas alsmede de grotere objecten Vecht, Apeldoorns kanaal en Goeree.

Het indexeren van de op dit artikel te betalen vaste jaarlijkse bijdragen aan de provincies Friesland en Groningen ten behoeve van het onderhoud van de primaire vaarwegen in deze provincies en aan de provincie Drenthe voor het Noord-Willemskanaal en de Stroobosche trekvaart, leidt tot een opwaartse aanpassing van de verplichtingen- en uitgavenraming met achtereenvolgens f 47,3 en 0,1 mln.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 19969 50064 170
1e suppletoire begroting 19964 6505 552
Indexering47 33160
Overdrachten60 27760 277
Stand 2e suppletoire begroting 1996121 758130 059

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en uitgaven (x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
 Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996
04.03.01 Bijdr. tbv hoofdvaarwegen niet in beheer Rijk 35 74227 343 – 242
04.03.02 Bijdr. tbv overige vaarwegen9 5004 65071 86636 8275 55260 579
Totaal9 5004 650107 60864 1705 55260 337

Artikel 04.04 Investeringbijdragen ten behoeve van stads- en streekvervoer

De verplichtingenbijstelling op de investeringsbijdragen ten behoeve van het stads- en streekvervoer heeft betrekking op de volgende projecten (bedragen x f 1 mln.):

– Ringlijn Amsterdam 14

– Gebiedsgewijze aanpak Schiphol 40

– Gebiedsgewijze aanpak Zuid-Oost 23

– Zuid-Tangent 5

– IJ-rail PH-Tunnel/Oostertoegang 61

– Kop van Zuid Tram 6

– Beneluxmetro 423

– Tramlijn 1 Delft-Zuid 8

– Trambaan HS-Rijswijkseplein 30

– Koningstunnel 28

– Twente Enschede 40

– Eindhoven 31

– Diverse bijstellingen 101

Totaal 810

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 19961 503 210451 871
Amendement nr. 8– 50 000– 50 000
1e suppletoire begroting 1996– 18 341– 93 000
Verplichtingenverschuiving810 439 
Stand 2e suppletoire begroting 19962 245 308308 871

Artikel 04.05 Onderhoudsbijdragen en kapitaallasten ten behoeve van stads- en streekvervoer

De verplichtingenbijstelling is gelegen in het feit dat met de gemeenten Amsterdam en Rotterdam in 1995 overeenstemming is bereikt over de hoogte van de afkoop van de oude kapitaallasten inzake de metro en sneltram in de vorm van een 13-jarige annuïteit.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 1996380 244378 888
Loonbijstelling3 7163 716
Prijsbijstelling1 8571 857
Verplichtingenbijstelling– 150 505 
Stand 2e suppletoire begroting 1996235 312384 461

Artikel 04.07 Investeringsbijdragen aan erkende vervoerregio's

Als gevolg van de lange vorstperiode begin van het jaar, zijn diverse GDU-projecten in Utrecht en Zuid-Holland (< f 25 mln.) vertraagd. Budgettair vertaalt dit zich voor 1996 in een kasoverschot van f 13 mln.

De verplichtingenverhoging betreft het meerjarig vastleggen van toezeggingen aan erkende vervoerregio's cq. gemeenten en provincies.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 199629 30029 300
1e suppletoire begroting 199675 949183 700
GDU – 13 000
Verplichtingenverschuiving131 881 
Stand 2e suppletoire begroting 1996237 130200 000

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en uitgaven (x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
 Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996
04.07.01 Grote projecten    
04.07.02 Gebundelde doeluitkering29 30075 949131 88129 300183 700– 13 000
Totaal29 30075 949131 88129 300183 700– 13 000

05 Algemene uitgaven

Artikel 05.05 Bodemsanering

De voorgestelde verlaging is met name een gevolg van vertraging in de uitvoering van saneringsactiviteiten voor de investeringsimpulsprojecten.

Het gaat hier om Fes-gelden die niet zondermeer elders voor kunnen worden ingezet.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Verplichtingen 1996Uitgaven 1996
Stand ontwerp-begroting 199625 00061 000
Overschot– 19 600– 27 000
Stand 2e suppletoire begroting 19965 40034 000

Wetsartikel 2 (Ontvangsten)

01 Rijkswegen

Artikel 01.01 Ontvangsten ten behoeve van investeringen Rijkswegen

De hogere ontvangsten van f 8,4 mln. hebben betrekking op een actualisatie van het project Wijkertunnel. Dit conform de 30-ste voortgangsrapportage.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten 1996
Stand ontwerp-begroting 1996171 593
1e suppletoire begroting 199619 000
Wijkertunnel8 470
Stand 2e suppletoire begroting 1996199 063

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de ontvangsten (x f 1 000)

   Ontvangsten
 Begroting 19961e suppl. begr. 19962e suppl. begr. 1996
01.01.01 Ontvangsten investeringen Rijkswegen81 00019 000 
01.01.03 Ontvangsten Wijkertunnel90 593 8 470
Totaal171 59319 0008 470

03 Nationale Railwegen

Artikel 03.01 Ontvangsten ten behoeve van investeringsbijdragen spoorwegen

De raming van de op dit artikel verwachte bijdragen van derden in het kader van infrastructuurprojecten openbaar vervoer wordt met ca. f 14 mln. bijgesteld.

Dit is mogelijk door niet in de begroting geraamde bijdragen van de EG in de voorbereidingskosten van de Betuweroute en de aanleg van de Hogesnelheidslijn.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten 1996
Stand ontwerp-begroting 19964 200
EU-bijdragen13 455
Stand 2e suppletoire begroting 199617 655

Artikel 03.07 Verrekening voorschotten openbaar vervoer en goederenvervoer per spoor

Indien in voorgaande jaren een te hoge bijdrage is verstrekt in het kader van de financiering van de infrastructuur openbaar vervoer alsmede van het goederenvervoer per spoor, worden de terugbetalingen (verrekeningen) van de te hoge voorschotten ten gunste van dit artikel verantwoord.

De nu opgenomen inkomsten komen voort uit afrekeningen van in het vierde kwartaal 1995 aan de NS verstrekte voorschotten voor de aanleg van railinfrastructuur ten behoeve van personen- en goederenvervoer.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten 1996
Stand ontwerp-begroting 1996memorie
Afrekeningen54 075
Stand 2e suppletoire begroting 199654 075

05 Algemene ontvangsten

Artikel 05.04 Voordelig saldo van de afgesloten rekeningen

Het definitief vastgestelde voordelig saldo over het jaar 1995 bedraagt ca. f 784 mln.

In de eerste suppletoire begroting over dit jaar is op basis van de voorlopige cijfers ruim f 783,2 mln. opgenomen. Voorgesteld wordt de raming met ca. f 0,8 mln. te verhogen en te brengen op het niveau van het definitief vastgestelde voordelig saldo.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten 1996
Stand ontwerp-begroting 1996memorie
1e suppletoire begroting 1996783 217
Correctie voordelig saldo845
Stand 2e suppletoire begroting 1996784 062

07 Bijdragen ten laste van andere begrotingen van het Rijk

Artikel 07.01 Bijdrage ten laste van de begroting van V&W

Op dit bijdrage-artikel worden de mutaties verantwoord voor infrastructuur op het gebied van verkeer en vervoer, die om begrotingstechnische redenen via hoofdstuk XII moeten lopen.

Op deze plaats wordt volstaan met een verwijzing naar de toelichting bij de betreffende artikelen, waar de mutaties afzonderlijk zichtbaar zijn.

Nr.OmschrijvingBedragArtikel
1.Vervoersmanagement–  7 200U01.01/U03.01
2.AOP–  9 343U01.01/U01.02/U01.03/U02.01/U02.02/U02.03
3.Schikking Combinatie Westerschelde– 20 000Diversen
4.Overdrachten   1 000Diversen
5.Projectuitgaven Westerschelde– 24 000Diversen
6.Overboekingen naar RGD–  4 348U01.01/U01.02/U02.01/U02.02
7.Loonbijstelling 1996   9 270U03.02/U04.05
8.Prijsbijstelling   4 003U03.02/U04.05
Totaal– 50 618 

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten 1996
Stand ontwerp-begroting 19961 951 756
Amendement nr. 8– 50 000
1e suppletoire begroting 19963 000 011
Saldomutatie– 50 618
Stand 2e suppletoire begroting 19964 851 149

Artikel 07.04 Bijdragen ten laste van het Fonds economische structuurversterking

Per saldo wordt de raming door middel van dit wetsvoorstel met f 86 mln. naar beneden bijgesteld.

Aan de ene kant bestaat dit saldo uit een verhoging van f 181 mln. voor het Fes-aandeel in de bijdrage aan België met betrekking tot de aanleg van de HSL-Zuid.

Anderzijds leiden verschillende vertragingen tot een neerwaartse aanpassing van de Fes-bijdrage met f 198 mln. Met name de vertraging bij de Betuweroute (f 193 mln.) is hier debet aan. Daarnaast zijn minder Fes-gelden benodigd bij de aanleg van wegen (f 4 mln.), de uitvoering van het vaarwegprogramma (f 10 mln.), NS-investeringsprojecten (f 19 mln.), de investeringsbijdragen ten behoeve van wegen, fiets- en verkeersveiligheidsvoorzieningen (f 14 mln.) en voor bodemsanering (f 27 mln.).

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten 1996
Stand ontwerp-begroting 19961 412 000
1e suppletoire begroting 1996– 150 000
Betuweroute– 193 000
Diversen– 74 000
HSL181 000
Stand 2e suppletoire begroting 19961 176 000

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

Naar boven