25 124
Nieuwe infrastructuur mobiele communicatie (C2000)

nr. 60
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 september 2009

Op 7 september 2009 (kamerstuk 25 124, nr. 59) informeerde ik de Kamer over mijn voornemen een expertgroep C2000 in te stellen. Deze expertgroep zal mij adviseren over de te nemen maatregelen gericht op het beter doen functioneren van C2000. Ik kan u in dit voortgangsbericht melden dat deze expertgroep inmiddels is ingesteld. Voor de samenstelling en de opdracht van de expertgroep verwijs ik naar bijlage 1.1

Ik heb de expertgroep gevraagd een advies uit te brengen over de huidige capaciteitsverdeling over de opstelpunten van het C2000-netwerk. Tevens heb ik gevraagd te adviseren over de uitwerking en volledigheid van de procedures bij het gebruik van C2000 bij grootschalige incidenten. Dit zowel ten behoeve van de hulpverleners ter plaatse als ten behoeve van de medewerkers van de meldkamer. Ook de opleiding en oefening van deze procedures acht ik daarbij van belang. Daarnaast heb ik gevraagd mij te adviseren over de uitkomsten van het onderzoek dat ik samen met de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding en de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers laat uitvoeren naar het functioneren van de digitale portofoons bij binnenhuisoptreden.

De expertgroep beraadt zich thans over de afbakening en prioritering van de diverse onderwerpen. Zodra deze is vastgesteld zal ik u hierover in een volgend voortgangsbericht nader informeren.

De expertgroep zal bij de advisering ondermeer gebruik maken van de rapportages over de Poldercrash, de Koninginnedagviering te Apeldoorn en het strandfeest bij Hoek van Holland. Daarnaast heb ik de expertgroep verzocht hierbij ook de bevindingen naar aanleiding van het Multidisciplinair Slotscenario C2000 (operatie Veilige Haven) te betrekken. Het toenmalig Operationeel Bestuurlijk Overleg (OBO) had afgesproken dat naast de eindevaluatie C2000, de regio’s samen dit slotscenario zouden houden. Deze had als doel het C2000 netwerk zwaar te beproeven. De belangrijkste conclusie van de oefening was dat het netwerk in de lucht is gebleven, ook onder de zwaarste piekbelasting. Naar aanleiding van de verdere bevindingen heb ik reeds een aantal maatregelen genomen waarop ik in het onderstaande op hoofdlijnen in ga. Ik heb de expertgroep gevraagd om in het licht van de recente gebeurtenissen deze maatregelen te toetsen en mij te adviseren of aanvullende maatregelen van de zijde van het ministerie van BZK of de regio’s noodzakelijk zijn.

Reeds in gang gezette maatregelen mede naar aanleiding van het Multidisciplinair Slotscenario C2000 (operatie Veilige Haven):

Dekking

In 2008 bedroeg de landelijke buitenhuisdekking van het C2000-netwerk 97.4% naar tijd en plaats gemeten. Dat ligt boven de met de vtsPN overeengekomen norm van 95%. Dit laat onverlet dat in de afgelopen jaren, na het in gebruik nemen van C2000, op een aantal plaatsen in Nederland nog locale dekkingsproblemen zijn geconstateerd. Dit kan worden verklaard uit de wijzigingen in het stedelijke landschap maar ook uit het verschil tussen berekeningen op grond van theoretische modellen bij de start van C2000 en de feitelijke werking van C2000 in de praktijk. Voor het oplossen van deze dekkingsproblemen is dan ook een optimalisatieslag voorzien.

Vanaf 2006, het jaar van operatie Veilige Haven, zijn 37 dekkingsproblemen verholpen door het bijplaatsen van opstelpunten. 35 Dekkingsproblemen zijn bij de vtsPN in behandeling. De regio’s hebben daarnaast nog 60 dekkingsproblemen aangemeld. Deze dekkingsproblemen zullen eveneens worden opgelost. Hiervoor is een structureel budget van € 3,5 mln per jaar beschikbaar. Daarbij merk ik op dat niet alle 60 dekkingsproblemen direct kunnen worden verholpen. Op mijn verzoek hebben de gebruikers dan ook criteria ontwikkeld op grond waarvan de dekkingsproblemen op een zo objectief mogelijke wijze kunnen worden geprioriteerd. Daarbij is het de bedoeling dat de meest urgente en risicovolle dekkingsproblemen als eerste worden aangepakt. De daarbij gebruikte criteria hebben betrekking op aantallen inwoners in de omgeving van de locatie, het aantal geregistreerde incidenten en de aanwezigheid van risico-objecten. De volgorde waarin de dekkingsproblemen zullen worden afgehandeld is inmiddels in overleg met het veld vastgesteld en vastgelegd in de zogenaamde «DIPP-lijst». Deze Dekkings Issue Prioritering Procedure (DIPP) zal jaarlijks worden geactualiseerd.

Ik heb mede naar aanleiding van de operatie Veilige Haven in overleg met de regio Rotterdam-Rijnmond een vijftal dekkingsproblemen in deze regio door het bijplaatsen van opstelpunten opgelost. Als onderdeel van de genoemde optimalisatieslag wordt voorts aan de dekkingsproblemen in Capelle aan de IJssel (sinds 2007) en de woonkern van Hoek van Holland (sinds 2006) op dit moment nog gewerkt. Dit betreft verwerving van de grond tot het operationeel in gebruik nemen van de mast.

Naar verwachting zal het extra opstelpunt in Hoek van Holland – waarvan de verwerving van de grond in 2006 is gestart – binnen drie maanden in gebruik worden genomen. Volledigheidshalve merk ik op dat de recente problemen met C2000 bij het strandfeest in Hoek van Holland geen betrekking hadden op de dekking. Uit de in het netwerk gelogde gegevens blijkt dat de dekking op de betreffende locatie op het strand voldeed en dat C2000 in technische zin volledig operationeel was.

Netwerkcapaciteit

De verdeling van de capaciteit van het netwerk over de opstelpunten is door de vtsPN geanalyseerd en herijkt. Daarbij heeft de vtsPN gebruik gemaakt van de verkeersgegevens over de afgelopen jaren en een inventarisatie van de belangrijkste risico-objecten. Dit heeft geleid tot een voorstel de capaciteit van het netwerk anders te verdelen over de opstelpunten. Dit voorstel is recentelijk geactualiseerd en ter advisering aan de expertgroep aangeboden.

Het herverdelen van capaciteit van het netwerk is een complexe operatie. Het bijplaatsen van een opstelpunt of het anders verdelen van de beschikbare capaciteit over de opstelpunten – door het verhogen of verlagen van het aantal base-radio’s per opstelpunt – vraagt om het aanpassen van de frequenties van een groot aantal omliggende opstelpunten. Deze aanpassingen gebeuren tot nu toe incidenteel, handmatig en op locatie waarbij het opstelpunt circa een uur buiten gebruik is.

Alle C2000-masten worden voorzien van extra apparatuur. Deze apparatuur (de Auto Tune Combiner) maakt het mogelijk om vanuit het netwerkcentrum te Driebergen frequentieaanpassingen binnen enkele minuten aan meerdere opstelpunten tegelijkertijd uit te voeren. De invoering van ATC is dan ook een randvoorwaarde om een eventuele herverdeling van capaciteit over de opstelpunten te kunnen doorvoeren. De aanbesteding is in 2008 gestart. Eind 2010 zijn alle masten technisch aangepast, zodat in het eerste kwartaal 2011 dit operationeel zal zijn.

Project Renatus

C2000 is inmiddels een aantal jaren in gebruik. Grote technische systemen behoeven bij regelmaat forse technische upgrades. Dit geldt ook voor C2000. Zo is in 2008 gestart met een eerste grote upgrade. Deze upgrade van C2000 wordt door de vtsPN in samenwerking met de regio’s uitgevoerd en staat bekend onder de naam project Renatus en zal eind 2010 zijn afgerond. Hiermee is een bedrag van ca. € 20 mln gemoeid. Om gebruikers zo min mogelijk te belasten zal de upgrade clustergewijs worden uitgevoerd in overleg met de regio’s. Na afronding van het project Renatus zal de flexibiliteit, robuustheid en beveiliging van het C2000-netwerk zijn geoptimaliseerd en in overeenstemming zijn met het releasebeleid van de leverancier (Motorola). Ook wordt het mogelijk nieuwe functionaliteiten aan te bieden.

Project location information controlling system (LICS)

Daarnaast loopt sinds 2008 LICS, dat systeem zal in het tweede kwartaal 2010 operationeel zijn. Dit maakt het mogelijk alle gebruikers middels Gps te volgen. C2000 hiervoor dan informatie beschikbaar aan de meldkamers. Dit project is op basis van verzoek van gebruikers in gang gezet.

Vervolg

Ik zal de Kamer door middel van voortgangsberichten informeren over de werkzaamheden en bevindingen van de expertgroep. Maar ook over de daaruit voortvloeiende maatregelen gericht op het verbeteren van de techniek, de organisatie en het gebruik van C2000. Daarbij heb ik de expertgroep gevraagd haar bevindingen december 2009 aan mij te melden.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven