25 124
Nieuwe infrastructuur mobiele communicatie (C2000)

nr. 50
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 september 2006

Inleiding

In de brief aan de Tweede Kamer van 12 december 2005, kamerstuk 25 124, nr. 47, schetste ik de ontwikkelingen rond de herstructurering van het Geïntegreerd Meldkamersysteem (GMS). Ik meldde de Kamer de wens van de Begeleidingscommissie GMS en het Operationeel Bestuurlijk Overleg (OBO) om het nieuwe meldkamersysteem – de opvolger van het Geïntegreerd Meldkamer Systeem – te baseren op het visiedocument voor de meldkamer. Dit document is in 2005 onder verantwoordelijkheid van de Begeleidingscommissie GMS opgesteld. Het visiedocument is goedgekeurd door het Algemeen Bestuur van Ambulancezorg Nederland, het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Brandweerzorg en Rampenbestrijding, de Board Intake & Noodhulp van de Raad van Hoofdcommissarissen en de Koninklijke Marechaussee. Het visiedocument is als bijlage gevoegd bij mijn brief van 12 december en bevat een groot aantal nieuwe inzichten met betrekking tot de organisatie en werkwijze in de gemeenschappelijke meldkamer. Ik noem in dit verband het standaardiseren van de werkprocessen, de introductie van een gemeenschappelijk frontoffice in de meldkamer, het combineren van de aanname van spoeden niet spoedeisende meldingen in de frontoffice en het rechtstreeks laten binnenkomen bij de meldkamer van mobiele 112 oproepen.

De realisatie van een nieuw meldkamersysteem (NMS) waarvan de functionaliteit gedeeltelijk wordt afgeleid van bovengenoemd visiedocument wijkt af van mijn oorspronkelijke voornemen om het huidige GMS uitsluitend «onder de motorkap» te herstructureren. Met name het voornemen van de koepels om in het kader van NMS de werkprocessen in de meldkamer te standaardiseren en een gemeenschappelijke frontoffice te introduceren geven de realisatie van NMS een geheel eigen dimensie. In mijn brief van 12 december gaf ik aan bereid te zijn de realisatie van NMS te ondersteunen indien wordt voldaan aan een aantal randvoorwaarden. In deze brief informeer ik u over de uitkomsten van het overleg met het veld over deze randvoorwaarden en schets ik u de laatste stand van zaken.

Raad voor de Multidisciplinaire Informatievoorziening Veiligheid

Randvoorwaarde van het ministerie van BZK is dat het veld primair de verantwoordelijkheid neemt voor de coördinatie, de aansturing en de uitvoering van het project NMS. Het gaat hier immers om de organisatie van een effectieve en efficiënte informatievoorziening in de multidisciplinaire meldkamer. Dat is een beleidsterrein waar de regionale besturen gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn. Met het stellen van deze randvoorwaarde sluit ik aan bij de in de afgelopen tien jaar sterk toegenomen operationele en bestuurlijke samenwerking in het meldkamerdomein. Ik acht deze multidisciplinaire samenwerking op zowel operationeel als op bestuurlijk terrein een positieve ontwikkeling. Het geeft mij het vertrouwen dat het veld in staat is dit belangrijke vernieuwende project grotendeels zelf aan te sturen.

Het is onder andere tegen deze achtergrond dat de veiligheidspartners en ik, mede namens de ministers van Defensie en VWS, op 3 april 2006 de intentie hebben vastgelegd om te komen tot een Raad voor de Multidisciplinaire Informatievoorziening Veiligheid (Raad MIV). De Raad MIV is de opvolger van het Operationeel Bestuurlijk Overleg C2000 en zal zich toeleggen op «het realiseren van een effectieve en efficiënte informatievoorziening ten behoeve van het presterend vermogen van de hulpverleners bij gezamenlijk optreden». De Raad zal al werkende weg haar definitieve taakstelling en samenstelling vaststellen. Zij start in ieder geval met de volgende taken:

• de afronding van de begeleiding van het project C2000,

• de advisering aan de strategisch beheerder over de functionele ontwikkeling en exploitatie van C2000,

• behartiging van de collectieve belangen van de contracteigenaren van de mantelovereenkomsten randapparatuur en diensten C2000,

• het beheer van GMS en de ontwikkeling van NMS,

• de begeleiding van verdere ontwikkelingen in het meldkamerdomein en

• de invulling en uitvoering van het Actieprogramma Coördinatie Informatievoorziening Rampenbestrijding (ACIR).

Zowel de Raad MIV als het ministerie van BZK maken daarbij het voorbehoud dat de Raad deze taken alleen kan uitvoeren indien zij hiertoe formeel wordt gemandateerd door de regionale besturen. Alleen dan kunnen de leden van de Raad MIV met gezag namens hun achterban spreken.

In de concept wet veiligheidsregio’s wordt in een gemeenschappelijke regeling voorzien waaraan de veiligheidsregio’s de behartiging van taken overdragen op het terrein van de inrichting van een uniforme informatie- en communicatievoorziening. Het is mijn voornemen om de Raad MIV te verankeren in deze gemeenschappelijke regeling. Hierdoor wordt in de toekomst zowel de positie van de Raad alsook de uniformiteit van de informatievoorziening bestuurlijk en juridisch geborgd.

De Raad MIV zal zich laten bijstaan door een secretariaat en door multidisciplinair samengestelde stuurgroepen waarin gezaghebbende vertegenwoordigers van de hulpverleningsdiensten, gemeenten en rijk deelnemen. Zo zullen de taken van de begeleidingscommissie GMS, met betrekking tot het toezicht op het beheer van het huidige GMS en de ontwikkeling van NMS, worden ondergebracht in de Stuurgroep Meldkamerdomein.

Het projectbureau GMS van het ministerie van BZK dat in het verleden verantwoordelijk was voor de realisatie, invoering en beheer van GMS is per 1 april 2006 opgeheven. De resterende taken van het departement met betrekking tot het beheer van GMS zijn in de lijnorganisatie ondergebracht. Het projectbureau GMS heeft in het afgelopen jaar op verzoek van de begeleidingscommissie GMS een aantal producten ten behoeve van NMS voorbereid. Deze producten, waaronder een concept projectplan zijn aan de Raad MIV beschikbaar gesteld.

Rol ministerie van BZK

Het opheffen van het projectbureau GMS laat onverlet dat het ministerie van BZK actief betrokken blijft bij de ontwikkeling van NMS. Het ministerie participeert in bovengenoemde organen, levert een financiële bijdrage en zal waar nodig eisen stellen aan NMS. Zo heeft het ministerie reeds aangegeven in haar reactie op het visiedocument1, de standaardisatie van de werkprocessen in de meldkamer te beschouwen als een belangrijke randvoorwaarde voor het NMS. Alleen hierdoor kan de functionaliteit van het nieuwe systeem eenduidig worden ingericht en onnodige complexiteit in de functionaliteit worden voorkomen. Ook hecht het ministerie aan een zodanige opzet van NMS, dat zowel wordt voorzien in berichtuitwisseling tussen de regionale meldkamers als in een goede mogelijkheid tot uitwijk in geval van een calamiteit in de meldkamer. Daarnaast heb ik in mijn reactie op de visie op het meldkamerdomein een aantal aandachtspunten en voorbehouden geformuleerd. Deze hebben zowel betrekking op de consistentie van de visie als op de mogelijke organisatorische, financiële en technische consequenties van de voorgestelde wijzigingen. De visie kan naar mijn oordeel richtinggevend zijn voor de toekomstige inrichting van het meldkamerdomein maar zal steeds per onderwerp kritisch moeten worden beoordeeld. Niet alles zal op de korte termijn haalbaar of wenselijk zijn.

De verantwoordelijksverdeling die ik voorsta bij NMS sluit aan bij de rol die ik in de toekomst wil vervullen op het terrein van de informatievoorziening voor het veiligheidsdomein. Uitgangspunt is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij de veiligheidspartners zo veel als mogelijk de eigen informatievoorziening op orde brengen en houden. Afhankelijk van de activiteit vervul ik een meer regisserende dan wel ondersteunende rol. De uitvoerende rol wil ik zoveel mogelijk overlaten aan de veiligheidspartners. Zij worden daarom gestimuleerd om de (individuele en gezamenlijke) informatievoorziening zelf vorm te geven. Als minister van BZK blijf ik verantwoordelijk voor de ontwikkeling van wet- en regelgeving.

Het is mijn streven om mijn regisserende rol in te vullen door waar nodig doelen en kaders te stellen en veranderingen te initiëren die niet worden opgepakt door de partners. Ik zal de initiatieven van de partners stimuleren, de voortgang monitoren en waar nodig interveniëren.

Mijn ondersteunende rol omvat het laten uitvoeren van onderzoeken en het verspreiden van kennis van huidige en toekomstige technische ontwikkelingen. Ook wil ik de kennis van initiatieven van de veiligheidspartners delen en partners met elkaar in contact te brengen met het oog op samenwerking.

Opstartfase

De Raad MIV is van oordeel dat een veelomvattend project als NMS een gedegen voorbereiding vereist. De Raad heeft daarom haar secretariaat de opdracht gegeven eerst een aantal onderwerpen uit te werken. Ik licht deze onderwerpen in het onderstaande toe. Op grond van deze uitwerkingen wil de Raad het commitment verwerven van de regionale besturen voor het uitvoeren van het project NMS. In een bijeenkomst in het najaar van 2006, gedacht wordt aan oktober, zal aan de besturen op grond van deze nadere uitwerking gevraagd worden een go/no-go besluit te nemen. Tevens dient op dat moment de formele mandatering van de Raad door de regionale besturen te zijn geregeld.

De Raad MIV zal ten behoeve van go/no-go besluit voor NMS de volgende onderwerpen in de komende maanden door het secretariaat en werkgroepen vanuit het veld (verder) laten uitwerken:

De businesscase

In de businesscase zal de Raad aangeven waarom het NMS noodzakelijk is, welke voordelen het heeft en op welke wijze het een bijdrage levert aan het realiseren van de visie. De businesscase biedt tevens inzicht in de verwachte kosten en opbrengsten.

Het projectplan NMS

Het projectplan NMS dat in 2005 door BZK is geschreven zal worden bijgesteld en geactualiseerd.

De borging van het project

De Raad zal naar verwachting het project NMS delegeren naar de stuurgroep Meldkamerdomein. De taken en verantwoordelijkheden van de Raad en van de stuurgroep ten aanzien van het project NMS zullen worden beschreven in het projectplan.

Financieringsmodel

Op 5 juli 2006 sprak ik met de voorzitters van de Raad MIV en de stuurgroep Meldkamerdomein. Op hoofdlijnen bereikten wij overeenstemming over het financieringsmodel voor NMS. Het Rijk is in principe bereid om 55% van de kosten voor de realisatie van de applicatie NMS en de landelijke invoering van NMS te financieren. De gebruikers dragen dan de overige 45% van deze kosten bij. De exploitatielasten van NMS en de regionale invoeringskosten komen voor rekening van de gebruikers.

Uitwerking van het visiedocument voor de meldkamer

In het visiedocument schetste de Begeleidingscommissie GMS in 2005 een perspectief voor de taken en doelstellingen van de meldkamer in de komende jaren. Het is geschreven vanuit een bredere context dan NMS alleen. Het visiedocument zal onder verantwoordelijkheid van de Raad MIV worden uitgewerkt en geconcretiseerd om de basis te kunnen vormen voor een programma van eisen voor NMS. Het betreft hier onder andere de uitwerking van de organisatorische inrichting in front-office en back-office, de doorwerking daarvan naar de functionaliteit van een meldkamersysteem, de afhandeling van niet-spoedeisende meldingen en de integratie van 112. Om de visie te realiseren zullen veranderingen doorgevoerd moeten worden die alle aspecten van de meldkamerorganisatie raken: van personeelsbeleid tot ICT systemen. Het is dus zaak om zorgvuldig vast te stellen welke elementen uit de visie de grondslag vormen voor het programma van eisen voor NMS en wat daarvan de consequenties zijn. Daarbij ga ik er van uit dat de Raad rekening houdt met de in mijn reactie op het visiedocument verwoorde aandachtspunten.

Standaardisatie van werkprocessen

Het project standaardisatie van werkprocessen is reeds onder verantwoordelijkheid van de Raad gestart met het beschrijven van de monodisciplinaire processen in de meldkamer. Deze zullen worden aangevuld met een beschrijving van de multidisciplinaire processen in de frontoffice en de processen rampenbestrijding, grootschalig optreden, ondersteuning en managementinformatie. In een aantal slagen worden deze werkprocessen vertaald naar een functioneel programma van eisen voor NMS. De wijze waarop de standaardisatie van de werkprocessen in de regionale meldkamer vervolgens daadwerkelijk wordt doorgevoerd zal worden beschreven in het programmaplan.

Conclusie

Ik constateer met genoegen dat het veld de bereidheid heeft haar verantwoordelijkheid voor de multidisciplinaire samenwerking in de meldkamer meer inhoud te geven. Voor de uitwerking van het programma NMS en de mandatering van de Raad MIV is een voorbereidingsfase tot in het najaar van 2006 noodzakelijk. In het najaar van 2006 wordt het go/no-go besluit voor NMS verwacht.

Ik acht de door de Raad MIV ingelaste fase een verantwoorde tijdsinvestering gezien het belang dat ik hecht aan een goede voorbereiding en een heldere afbakening van het project NMS. Minstens zo belangrijk vind ik het dat de Raad voor haar werkzaamheden volledig wordt gemandateerd door de regionale besturen.

Het huidige GMS is in alle 25 regio’s en bij de KMAR en de KLPD in gebruik1 en is voldoende stabiel. Dit onder de conditie dat in de huidige software geen ingrijpende functionele wijzigingen of uitbreidingen meer worden aangebracht. Dat vereist voor de komende jaren een grote terughoudendheid van de gebruikers maar is tevens voor alle partijen een stimulans om het project NMS voortvarend op te pakken.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes


XNoot
1

De reactie van het ministerie van BZK op het visiedocument voor de meldkamer is gevoegd als bijlage 2 bij de brief aan de Tweede Kamer van 12 december 2005.

XNoot
1

Uitgezonderd de CPA Amsterdam en de politieregio Brabant Zuidoost.

Naar boven