25 124
Nieuwe infrastructuur mobiele communicatie (C2000)

nr. 38
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 29 juli 2004

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1 heeft op 23 juni 2004 overleg gevoerd met minister Remkes van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de Vierde voortgangsrapportage C2000 (25 124, nr. 36).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Algra (CDA) wil meer recente informatie over de reorganisatie van de C2000-infrastructuur, mede vanwege de peildatum van 1 juli 2004. Op basis van de laatste voortgangsrapportages lijkt het aantal locaties met mogelijke verbindingsproblemen te groeien: op hoeveel plaatsen is van problemen sprake en wat zijn de financiële gevolgen? Door nieuwe knelpunten kon het pagingnetwerk P2000 niet eind april beschikbaar zijn. Wat is de huidige stand van zaken rond P2000? Een van de problemen die C2000 kwellen is het wantrouwen in het nieuwe systeem bij de eindgebruikers. Welke maatregelen overweegt de minister om het draagvlak onder hen te vergroten? De problematische binnenhuisdekking, die slechter is dan bij de huidige analoge systemen, is een van de vele oorzaken van dat gebrekkige wantrouwen. Wat wordt hieraan gedaan, ook in het licht van het feit dat binnenhuisdekking geen onderdeel maakte van de oorspronkelijke afspraken?

Verder vraagt de heer Algra naar wat in april is besloten over de updates van het geïntegreerde meldkamersysteem (GMS). In het algemeen is het de grote vraag wie alle nadelige financiële gevolgen van het haperende systeem voor zijn rekening gaat nemen: alle extra kosten voor de GMS-updates en de herstructurering van GMS, voor de special coverage locations (SCL's), voor de extra locaties met dekkingsproblemen, voor de problemen rond de binnenhuisdekking, voor de vertraagde implementatie. Daarbij speelt dat verschillende hulpverleningsdiensten verschillende financieringsconstructies kennen. Organisaties die fungeren in het kielzog van de reguliere hulpverleningsdiensten zullen bij de overgang naar C2000 bovendien worden geconfronteerd met kosten. Het is niet alleen zaak om duidelijkheid te krijgen over de omvang daarvan, maar ook over de verdeling: welke afspraken bestaan hierover?

De heer Eerdmans (LPF) vraagt zich ernstig af of C2000 in de toekomst daadwerkelijk levens zal redden, en niet levens zal gaan kosten. In de praktijk van de proefregio's blijken door communicatieproblemen soms hachelijke situaties te ontstaan. Tevens blijkt het systeem kwetsbaar voor buitengewone weersomstandigheden als onweer en bliksem. Wat denkt de minister hieraan te doen?

De heer Eerdmans heeft de indruk dat bij elke voortgangsrapportage over C2000 de problemen erger lijken te worden; ook wordt het totale proces steeds ondoorzichtiger. De minister is duidelijk eindverantwoordelijk, maar wie is binnen het systeem werkelijk afrekenbaar? In hoeverre kunnen gebrekkige toeleveranciers aansprakelijk worden gesteld? Grote onduidelijkheid bestaat tevens over alle deadlines, evenals over de handhaving daarvan.

In Amsterdam heeft ambulancepersoneel van het VZA grote bezwaren geuit tegen C2000, met recentelijk een werkweigering als gevolg. Wat denkt de minister hieraan te doen? Waarom is er überhaupt geen landelijk fallbacksysteem, zoals bij de KLPD?

De heer Slob (ChristenUnie) wil weten hoever de koppeling van de centrales is gevorderd in het licht van de deadline van 1 juli. Gelden de in deze voortgangsrapportage genoemde data überhaupt nog wel?

De gebreken bij de meldkamers wil men gaandeweg oplossen. Is dit wel verantwoord? En worden de gestelde eisen omtrent binnen- en buitenhuisdekking daadwerkelijk gehaald? Omdat de problemen rond de binnenhuisdekking de gemoederen in het land zeer bezighouden, vindt de heer Slob dat met alle betrokkenen in het veld naar een werkelijk houdbare oplossing zal moeten worden gezocht. Hij voorziet bij de SCL's zeer grote problemen rond dekking en kosten. Het is mooi dat hiervoor een taskforce is ingesteld, maar wanneer worden daadwerkelijk spijkers met koppen geslagen? Bij het alarmeringssysteem P2000 zijn er problemen met het netwerk, maar vooral bij het verkrijgen van een geschikte alarmontvangst voor de brandweer. Het zou een goede zaak zijn als er meer rekening werd gehouden met de speciale eisen die het werk van de brandweer stelt.

De software voor GMS blijft zorgen baren. Is de indruk van de heer Slob juist dat hiermee toch een nieuwe start wordt gemaakt? Zulks zou in tegenspraak zijn met de antwoorden van de minister op Kamervragen dienaangaande, waarin hij stelde dat er slechts aanpassingen zouden plaatsvinden. De extra kosten bedragen meer dan 12 mln. Is de reeds in dit systeem geïnvesteerde 30 mln nu als weggegooid geld te beschouwen?

Tot slot wil de heer Slob weten in hoeverre de voorwaarde van opslag van randapparatuur in beveiligde ruimtes problemen zal opleveren voor organisaties anders dan politie en marechaussee. En klopt het dat Duitsland in de drielandenproef van deelnemer waarnemer is geworden?

Mevrouw Van Heteren (PvdA) wijst op grote onduidelijkheden in de verantwoordelijkheidsverdeling bij de voortgang van het proces: wie is uiteindelijk aansprakelijk en bij wie ligt nu daadwerkelijk de macht om zaken door te zetten en te forceren? En hoe zal het zeer gebrekkige vertrouwen bij de eindgebruikers worden hersteld, zoals in Amsterdam waar ambulancepersoneel is teruggegaan naar het oude systeem? En wat wordt er gedaan aan de onlangs gebleken kwetsbaarheid van het systeem voor blikseminslag?

Bij de problematiek van de binnenhuisdekking wil mevrouw Van Heteren zeker ook de nodige aandacht voor de moeizame tunneldekking. Vooral bij tunnels speelt de vraag wie de uiteindelijke financiële verantwoordelijkheid draagt voor uitbreiding van de dekking. Een verder probleem is dat ervaringen in de proefregio's, zoals Limburg, niet rechtstreeks vertaalbaar blijken naar andere regio's. Volgens betrokkenen in het veld is de algehele tijdsplanning verre van reëel, zeker als men waarde hecht aan zorgvuldigheid. Mevrouw Van Heteren vindt het tempo sowieso al veel te laag. Wie gaat de extra kosten van een vertraagde implementatie op zich nemen? Tot slot vraagt mevrouw Van Heteren naar de extra kosten voor de overgang naar nieuwe systeemsoftware, zoals voor GMS.

De heer Cornielje (VVD) krijgt uit deze voortgangsrapportage de indruk dat het proces beter wordt beheerst dan voorheen. De implementatie verloopt redelijk volgens plan, maar soms blijken nieuwe stappen weer nieuwe knelpunten op te leveren. Vaak zijn deze knelpunten te beschouwen als kinderziektes. Centraal staat voor de heer Cornielje de veiligheid van het personeel; als de waarborging daarvan enige vertraging in dit langdurige project noodzakelijk maakt, dan zij dat zo.

De heer Cornielje vindt het onduidelijk hoe de problematiek rond de binnenhuisdekking wordt aangepakt. Hij vindt technische mankementen bij een dergelijk omvangrijk project vrij normaal, maar het draagvlak bij de eindgebruikers louter kwalificeren als een «onvoldoende beheerst risico» vindt hij volstrekt onvoldoende; met een intensieve communicatie, inclusief aandacht voor good practices, een adequate opleiding van de nieuwe gebruikers en vooral openheid over structurele problemen in het systeem valt er volgens hem veel te winnen. Is al meer bekend over de acceptatie in het veld van de reorganisatie van het GMS?

Het antwoord van de minister

De minister is blij met het genuanceerde oordeel van een groot deel van de Kamer: er leven weliswaar enkele zorgen, maar er heerst ook het algemene besef dat er, nu het overgangstraject naar C2000 eenmaal is ingezet, eigenlijk geen weg terug is en dat vooruit moet worden gekeken. Deze houding overheerst ook op de werkvloer. Het is een misverstand dat er bij eindgebruikers alleen maar ontevredenheid zou zijn; dit is met name ingegeven door tendentieuze berichtgeving in de media. Alle verandering is nu eenmaal moeilijk. Er is de laatste maanden bijzonder veel geïnvesteerd in goede communicatie met het veld. De minister wijst erop dat niet mag worden vergeten dat op dit moment slechts een minderheid van de eindgebruikers de noodzakelijke opleiding heeft voltooid. Hij wijst er verder op dat een onderscheid dient te worden gemaakt tussen de voltooiing van het landelijke net en het daadwerkelijk operationeel zijn van de regio's. Al met al heeft de minister de indruk dat de grootste moeilijkheden inmiddels achter de rug zijn. Alles wijst erop dat de laatste fase van het project is ingegaan. Hij vertrouwt erop dat het gros van de regio's nog dit jaar het netwerk in gebruik zal nemen.

Uiteraard is niet aan te geven hoeveel slachtoffers het nieuwe systeem scheelt, zeker niet in dit stadium. De minister vertrouwt erop dat de voordelen van het nieuwe systeem voor iedereen evident zullen zijn als het systeem eenmaal volledig operationeel is. Binnenkort wordt, zoals overeengekomen met de leverancier, het netwerk opgeleverd. Hoewel dan met recht kan worden gesproken van een mijlpaal, is daarmee de aan hulpverleningsdiensten toegezegde buitenhuisdekking van 95% nog niet gerealiseerd: op diverse locaties moeten nog extra masten komen en moet het netwerk worden bijgesteld. Het Nederlandse landschap kenmerkt zich door een grote dynamiek: onderhoud aan het C2000-netwerk zal daarom structureel moeten plaatsvinden, onder andere in de vorm van lokale technische aanpassingen. Daarin is dit systeem dus niet uniek. Of het P2000-netwerk op tijd zal worden opgeleverd is nog onzeker vanwege problemen met de software, maar ook de tekenen hiervoor zijn gunstig. De opleidingen voor kerninstructeurs, centralisten en eindgebruikers zijn volop aan de gang. De regio's voeren tevens verscheidene tests uit met het oog op de spoedige ingebruikname van het C2000-netwerk.

Ook voor de minister is de planning niet heilig; zorgvuldigheid, veiligheid en betrouwbaarheid staan ook voor hem voorop. Omdat het netwerk nu zo goed als volledig is uitgerold, verwacht de minister veel minder tegenslagen en vertragingen dan in het verleden. Hij ziet geen problemen of onduidelijkheden in de verantwoordelijkheidsverdeling. Vanaf het begin was duidelijk dat de regio's op basis van lokale omstandigheden en inzichten beslissen over de regionale uitrol; de centrale overheid voelt zich hier zeer bij betrokken, maar dicht zich in dezen slechts een faciliterende en stimulerende rol toe – zeker geen dwingende. Door regionale bestuurders wordt dit ook zo ervaren. Bij het Rijk ligt alleen de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de uitrol van het landelijke netwerk; in dit bijzonder complexe project is dat dan ook het enige element dat centraal wordt aangestuurd. De datum hiervoor is reeds lang geleden vastgesteld: 1 juli 2004.

Ervaringen in het Verenigd Koninkrijk met de invoering van Airwave, in grote mate vergelijkbaar met de overschakeling naar C2000 in ons land, zetten de Nederlandse problematiek in perspectief en wekken vertrouwen. Hetzelfde geldt voor het besluit van Zweden om de TETRA-standaard te gaan gebruiken voor het nationale netwerk van hulpverleningsdiensten. Duitsland is waarnemer in proefregio Limburg, maar verkeert nog in het keuzestadium. Bemoedigend is verder dat succesvol met C2000 is gewerkt bij grootschalige operaties als het treinongeval onlangs in Amsterdam en de operatie rondom Vinkenslag in Maastricht.

Onderzoek heeft uitgewezen dat de gebruikte techniek van het GMS-systeem niet meer toereikend is. Dit komt doordat de laatste jaren veel aan dit systeem is gesleuteld, mede als gevolg van allerlei wensen van de regio's om extra functionaliteit. De storingsgevoeligheid is daardoor vergroot. Om het risico op storingen te verkleinen, is in nauw overleg met de decentrale overheden besloten tot bevriezing van GMS op versie 4.8 en een hernieuwde creatie en implementatie van de basissoftware. Hiermee is in totaal twee jaar gemoeid, maar met het nieuwe systeem zal men waarschijnlijk jaren vooruit kunnen. De minister verwacht in de tussentijd geen grote operationele problemen met het gebruik van het GMS. De Kamer zal bij de eerstvolgende voortgangsrapportage over alle kosten worden geïnformeerd. Overigens wijst de minister erop dat ook hierbij de kost voor de baat uit gaat.

De oplevering zal kort na 1 juli 2004 kunnen plaatsvinden; de laatste vijf masten moeten nu worden gebouwd. Twee masten zullen zeker na die datum worden opgeleverd, maar dat levert geen operationele problemen op. Voor de geconstateerde dekkingsproblemen zullen enkele nieuwe masten worden gebouwd; de realisatie daarvan valt buiten het contract met Tetranet. Met de succesvolle koppeling van de kringen is het landelijk dekkend C2000-systeem een feit. De opwaardering naar netwerkversie 5.1 is voor alle regio's uitgevoerd, met uitzondering van Limburg-Zuid. Voor de migratie in die regio is een aparte planning opgesteld. Alle meldkamers zijn door Tetranet opgeleverd. De geconstateerde restpunten zullen de overdracht van het gehele netwerk van Tetranet aan BZK niet belemmeren. De koppeling wordt nu getest, evenals het pagingnetwerk. De resultaten daarvan worden volgende week verwacht. Aan reeds geconstateerde softwareproblemen wordt gewerkt. De aanschaf van pagers valt onder de verantwoordelijkheid van de regio's. Naar verwachting is dat proces binnen afzienbare tijd naar behoren afgerond.

De natuurlijke binnenhuisdekking van C2000 varieert afhankelijk van de omstandigheden. Op dat punt zijn nooit garanties gegeven. Met het beleid voor de speciale dekkingslocaties is de verantwoordelijkheidsverdeling hieromtrent duidelijk gemaakt, evenals de financiering. De projectdirectie biedt technische ondersteuning en adviseert in concrete situaties. Uit de inventarisatie blijkt dat regio's in het algemeen zeer terughoudend zijn met het aanwijzen van locaties. Voor de verdere opwaardering van de dekking van het netwerk is een speciaal project gestart; de verwachting is dat de binnenhuisdekking hierdoor zal verbeteren. Over de meest actuele stand van zaken zal de voortgangsrapportage van oktober berichten.

Met de Kamer is afgesproken dat alle wijzigingen die de algehele planning ernstig bedreigen, worden gemeld. Tot nu toe is hiervan echter geen sprake geweest. Regio's zijn verantwoordelijk voor het draagvlak onder eindgebruikers. De minister vindt dat de centrale overheid haar faciliterende rol in dezen met verve vervult. Bij recente tests in Zuid-Holland-Zuid werd zowel de dekking als geluidskwaliteit door gebruikers als goed beoordeeld; zelfs communicatie over de Belgische grens bleek mogelijk.

Alle systemen kennen uitvalrisico's. Organisatorische oplossingen hiervoor moeten regionaal worden gevonden. Aan technische oplossingen wordt gewerkt. Voor een gezamenlijke oplossing wordt op korte termijn een werkgroep ingesteld die zal zoeken naar de mogelijkheden van landelijke uniformering. In het najaar valt de definitieve beslissing hierover te verwachten.

Uit onderzoek is gebleken dat structurele installatiefouten bij de opstelpunten verantwoordelijk zijn voor de soms gebrekkige bliksemafleiding. De leverancier zal alle masten van het netwerk controleren en de installatiefouten zonodig herstellen. Aanbevelingen van KEMA hieromtrent worden nader uitgewerkt. De projectdirectie is momenteel met drie bedrijven in gesprek over preventief en correctief onderhoud aan opstelpunten en antennes; doel hiervan is voorkoming, beperking of snel herstel van bliksemschade in de toekomst. Doordat dekkingsgebieden van opstelpunten elkaar gedeeltelijk overlappen, blijft veilige en betrouwbare communicatie bij uitval van een enkele mast mogelijk. De minister gaat ervan uit dat de leverancier de kosten hiervoor draagt. De Kamer wordt hierover nader geïnformeerd.

Zoals afgesproken met de Kamer maakt een update van het tijdspad onderdeel uit van elke voortgangsrapportage. Alles wordt in het werk gesteld om de verschillen van inzicht met de VZA in Amsterdam op te lossen. Naar verwachting is het systeem daar weer operationeel in deze zomer.

De minister werpt elke suggestie verre van zich dat hij de problematiek rond de invoering van C2000 zou bagatelliseren. Dit was niet alleen de algemene teneur in de omvangrijke mediaberichtgeving; ook sommige onderdelen van de Kamer hebben zich hierin niet onbetuigd gelaten. De minister betreurt dit ten zeerste en wijst erop dat zulke insinuaties onterecht afbreuk doen aan het maatschappelijke draagvlak voor C2000.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Noorman-den Uyl

De adjunct-griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Franke


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Kalsbeek (PvdA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), voorzitter, Vos (GroenLinks), Cornielje (VVD), Adelmund (PvdA), De Wit (SP), Van Beek (VVD), ondervoorzitter, Van der Staaij (SGP), Luchtenveld (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Lazrak (Groep Lazrak), Dubbelboer (PvdA), Duyvendak (GroenLinks), Spies (CDA), Eerdmans (LPF), Sterk (CDA), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), Van Fessem (CDA), Smilde (CDA), Straub (PvdA), Nawijn (LPF), Boelhouwer (PvdA), Hirsi Ali (VVD), Szabó (VVD) en Van Hijum (CDA).

Plv. leden: Klaas de Vries (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Fierens (PvdA), Halsema (GroenLinks), Schippers (VVD), Wolfsen (PvdA), Kant (SP), Rijpstra (VVD), Slob (ChristenUnie), Wilders (VVD), Rambocus (CDA), Vergeer (SP), Van Nieuwenhoven (PvdA), Van Gent (GroenLinks), Çörüz (CDA), Hermans (LPF), Van Haersma Buma (CDA), Giskes (D66), Bruls (CDA), Van Bochove (CDA), Algra (CDA), Hamer (PvdA), Varela (LPF), Leerdam (PvdA), Griffith (VVD), Balemans (VVD) en Eski (CDA).

Naar boven