nr. 2
VOORSTEL
Het Reglement van Orde wordt als volgt gewijzigd.
A
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, eerste volzin, wordt «Zolang geen Voorzitter
is benoemd» vervangen door: Zolang in de eerste vergadering van een
nieuwe zitting geen Voorzitter is benoemd.
2. Toegevoegd wordt een nieuw derde lid, luidende:
3. Zolang bij het tussentijds openvallen van het voorzitterschap geen
Voorzitter is benoemd, treedt een ondervoorzitter als tijdelijk Voorzitter
op, waarbij de rangorde in het Presidium in acht wordt genomen. Bij ontstentenis
van een ondervoorzitter treedt als tijdelijk Voorzitter op de laatst afgetreden
oud-Voorzitter waarbij de laatstafgetredene voorrang heeft. Bij ontstentenis
van een oud-Voorzitter treedt als tijdelijk Voorzitter op de laatst afgetreden
oud-ondervoorzitter; bij aanwezigheid van twee of meer gelijktijdig afgetreden
oud-ondervoorzitters wordt hun rangorde in het Presidium, waarin zij gelijktijdig
zitting hadden, in acht genomen. Bij ontstentenis van een oud-ondervoorzitter
treedt het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft als tijdelijk Voorzitter
op; bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
B
Aan artikel 17 wordt een nieuw derde lid toegevoegd, luidende:
3. De Kamer kan ook andere commissies belasten met de behandeling van
dergelijke onderwerpen.
C
Na artikel 44 wordt een nieuw artikel 44a ingevoegd, luidende:
Artikel 44a. Plenaire behandeling na nota-overleg waarvan
een beknopt verslag is gemaakt en na algemeen overleg (tweeminutendebat)
1. De beraadslaging over een verslag van een nota-overleg waarvan een
beknopt verslag is gemaakt of over een verslag van een algemeen overleg wordt
alleen geopend indien een lid naar aanleiding van dat overleg een motie wenst
in te dienen.
2. In afwijking van artikel 63, eerste lid, voert elk lid slechts eenmaal
het woord.
3. In afwijking van artikel 64, tweede lid, stelt de Kamer een gelijke
maximumspreektijd per fractie vast.
D
Na hoofdstuk XI wordt een nieuw hoofdstuk XIa ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK XIA. VRAGEN VAN INLICHTINGEN AAN KABINETS(IN)FORMATEUR(S)
Artikel 139a. Vragen van inlichtingen aan kabinets(in)formateur(s)
De Kamer kan besluiten een formateur of informateur dan wel formateurs
of informateurs uit te nodigen om over het verloop van de kabinetsformatie
of -informatie inlichtingen te verschaffen. Zij kan een formateur of informateur
dan wel formateurs of informateurs 30 dagen na het ontvangen van een formatie-
of informatieopdracht en na afloop van een formatie- of informatieopdracht
uitnodigen te dien einde in de vergadering tegenwoordig te zijn.
Toelichting
A
Recent is gebleken dat het Reglement niet op een sluitende wijze voorziet
in het tijdelijk voorzitterschap als tijdens een zittingsperiode een voorzittersvacature
ontstaat. De voorgestelde wijziging bepaalt dat in zo'n geval een ondervoorzitter
eerstaangewezene is het tijdelijk voorzitterschap te bekleden totdat in de
vacature is voorzien.
B
Sinds de laatste herziening van het Reglement van Orde heeft de Kamer,
ten vervolge op het rapport «Over decentralisatie is nog nooit een vers
geschreven» (stuk 21 427, nrs. 42 en 43) van de commissie-Franssen,
de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken belast met het begeleiden van de
decentralisatieprocessen die zich op diverse beleidsterreinen afspelen en
met enkele andere «horizontale» onderwerpen zoals het minderhedenbeleid
en het beleid rond verzelfstandigingen. Dit is een voorbeeld van het verschijnsel
dat vaste commissies naast hun eerste taak, ook taken kunnen krijgen als waren
zij een algemene (= «horizontale») commissie, die immers volgens
artikel 17, eerste lid, kan worden ingesteld «voor onderwerpen die vrijwel
alle ministeries aangaan». De Commissie voor de Werkwijze stelt voor
deze mogelijkheid in het Reglement te noemen.
De voorgestelde bepaling brengt overigens op zichzelf nog geen oplossing
voor het probleem dat de informatievoorziening van een coördinerende
commissie, als het gaat om haar horizontale taken, niet gewaarborgd
is. Bewindslieden plegen alleen hun «eigen» vaste commissies te
informeren, ook als het gaat om kwesties als verzelfstandigingen of decentralisatie.
Een commissie die horizontale taken krijgt toegewezen, zal zelf haar informatievoorziening
moeten regelen zoals de bestaande horizontale commissies (EU-Zaken, Rijksuitgaven)
dat hebben gedaan en doen. Hier ligt naar de mening van de Commissie voor
de Werkwijze een taak voor de commissievoorzitters en voor het overleg tussen
de griffiers.
De Commissie voor de Werkwijze adviseert de commissies op wie dit nieuwe
artikellid zal worden toegepast om aparte convocaties uit te zenden voor de
vergaderingen waarin ze «horizontale» kwesties behandelen. Overigens
is het verstandig als commissies, ook als dit nieuwe artikellid niet wordt
toegepast, bij het behandelen van onderwerpen die andere commissies mede regarderen
daarvoor aparte convocaties maken, ter kennisneming gezonden aan die andere
commissies.
C
De Commissie voor de Werkwijze acht het gewenst het in de parlementaire
praktijk regelmatig toegepaste instrument «tweeminutendebat» een
reglementaire status te geven.
Een tweeminutendebat vindt slechts plaats over een verslag van overleg
waarin het de leden niet was toegestaan een motie in te dienen (verslag van
een – beknopt verslagen – nota-overleg en verslag van een algemeen
overleg). Er wordt gedebatteerd in één termijn. De spreektijden
zijn kort (in de regel twee minuten) en voor elke fractie gelijk. Dit ligt
in de rede: het debat is immers niet bedoeld om het overleg in commissie-verband
plenair te herhalen, maar om dat overleg plenair af te ronden door het indienen
van een motie en, desgewenst, een zeer korte toelichting te geven.
De wijze van plenaire behandeling van stenografisch verslagen nota-overleg,
een type overleg waarin wél moties kunnen worden ingediend, is in artikel
44 van het Reglement van Orde geregeld.
D
Met de voorgestelde bepaling wordt de motie-Jurgens-Mateman (stuk 21 427,
nr. 98), ingediend bij het debat over de vraagpunten staatsrechtelijke, bestuurlijke
en staatkundige vernieuwing (op 8 december 1993), in het Reglement opgenomen.
Aan deze motie is toepassing gegeven op 29 juni 1994 (Handelingen 83–5645
en volgende).
De Voorzitter,
Deetman
De Griffier,
De Beaufort