nr. 41
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 augustus 2006
In het Algemeen Overleg van 27 juni jl. (Kamerstuk 29 521, nr. 32)
dat de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Defensie en ik hadden
met Uw Kamer over de situatie in de Democratische Republiek Congo, deed ik
uw Kamer de toezegging om schriftelijk een toelichting te geven over de door
Nederland reeds verleende en nog te verlenen schuldverlichting voor dit land
in het kader van het Heavily Indebted Poor Countries (HIPC) initiatief. Graag
bied ik u hierbij, mede namens de minister van Financiën, de genoemde
toelichting aan.
Toelichting
Nadat de Democratische Republiek Congo (hierna DRC) in juni 2002 een economisch
hervormingsprogramma met het IMF overeenkwam (een Poverty Reduction and Growth
Facility), kwalificeerde het land voor het zogenaamde Heavily Indebted Poor
Countries-initiatief (kortweg HIPC). Deze kwalificatie voor HIPC gaf het land
toegang tot schuldverlichting zoals die internationaal is overeengekomen voor
zwaarverschuldigde landen.
De schuldverlichting zoals die in HIPC kader tot nu toe aan DRC werd verleend
ziet er als volgt uit:
Voorafgaand aan het bereiken door DRC van het zogenaamde «HIPC-beslispunt»
(een eerste schuldverlichtingsronde die geëffectueerd wordt zodra een
land een begin van een «track record» heeft opgebouwd onder het
kwalificerende IMF programma) kwam DRC in aanmerking voor een eerste schuldenbehandeling
in de Club van Parijs. Dit betrof een zogenaamde «Napels-behandeling»
in september 2002, die standaard door de Club van Parijs wordt verleend aan
landen die zich voor het HIPC-initiatief hebben weten te kwalificeren. Met
deze «Napels-behandeling» schold de Club van Parijs 67%
van de achterstallige schulden en de schuldendienst over het toen lopende
jaar kwijt. Dit betekende dat van de circa 8,9 miljard USD schuld
die DRC destijds bij de Club van Parijs had, er circa 4,6 miljard USD werd
kwijtgescholden en circa 4,3 miljard USD werd geherstructureerd. Het Nederlandse
aandeel in de kwijtschelding betrof circa 304 miljoen euro van de in totaal
circa 510 miljoen euro aan exportkredietschulden (er stonden geen OS-leningen
uit) die DRC op dat moment bij Nederland had.
Hierbij zij opgemerkt dat normaal gesproken binnen de systematiek van
het HIPC-initiatief een land pas aan het eind van het proces, als het de doelstellingen
in het kwalificerende IMF-programma heeft behaald, het leeuwendeel van de
kwijtschelding krijgt. HIPC-landen met grote achterstanden ontvangen echter,
vanwege de door de Club van Parijs toegepaste Napels-behandeling, ook reeds
een grote kwijtschelding vóór het HIPC-beginpunt, in de vorm
van 2/3 kwijtschelding van de achterstanden. Nederland heeft destijds in de
Club van Parijs krachtig bezwaar gemaakt tegen deze gang van zaken omdat Nederland
vond dat kwijtschelding van zo’n groot deel van de schulden pas zou
moeten plaatsvinden aan het eind, als een land aan alle voorwaarden heeft
voldaan die het HIPC-proces aan een land stelt. Nederland heeft er daarom
voor gepleit dat bij dergelijke landen de kwijtschelding van de achterstanden
wordt gefaseerd. Nederland stond echter met dit standpunt geïsoleerd.
In juli 2003 bereikte DRC het HIPC-beginpunt. Hiermee verkreeg het land
recht op zogenaamde «HIPC interim relief», hetgeen betekende dat
het land gedurende het verloop van het kwalificerende IMF-programma (circa
3 jaar) gedeeltelijke kwijtschelding kreeg van de in die periode te betalen
schuldendienst aan het IMF, de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank.
Daarnaast werd door de Club van Parijs een zogenaamde «Keulen behandeling»
aan DRC gegeven, die door dit crediteurenforum standaard wordt verleend aan
landen die het HIPC-beginpunt bereiken. Deze behandeling zorgde ervoor dat
de schuldendienst die DRC tussen 1 juli 2003 en 1 maart 2006 aan
de Club van Parijs had moeten betalen voor 90% in 3 fasen werd kwijtgescholden.
Het Nederlandse aandeel in deze «interim relief» betrof circa
44 miljoen euro.
De stand van zaken op dit moment is dat DRC het zogenaamde «HIPC-eindpunt»
(de finale schuldverlichtingsronde nadat een land aan alle voorwaarden van
het HIPC-proces heeft voldaan) nog niet heeft bereikt, omdat het kwalificerende
IMF programma dit voorjaar «off track» geraakte. Het IMF heeft
hierbij te kennen gegeven dat er sinds 2002 in DRC weliswaar economisch veel
vooruitgang was geboekt (het BNP groeide met circa 6% per jaar), maar
dat de uitvoering van het kwalificerende IMF programma sinds 2004 een moeizaam
verloop kende. Dit hing samen met de depreciatie van de Congolese franc (veroorzaakt
door politieke problemen), begrotingsoverschrijdingen, hervormingen die vertraging
opliepen, afnemende reserves en toenemende inflatie. Hierdoor kon in 2006
in onvoldoende mate aan de vereisten en doelstellingen van het IMF-programma
worden voldaan en liep het programma «off track».
Voor het behalen van het HIPC-eindpunt door DRC zal er daarom een nieuw
kwalificerend IMF-programma moeten worden overeengekomen. Het IMF heeft aangegeven
dat dit pas kan zodra er een nieuwe regering is geïnstalleerd (zoals
uw Kamer bekend vonden op 30 juli jl. verkiezingen plaats en is de tweede
ronde van de presidentsverkiezing voorzien op 29 oktober a.s.). De verwachting
is dan ook dat een nieuwe regering pas op zijn vroegst eind 2006 zal kunnen
aantreden. Volgens het IMF zal DRC dientengevolge op zijn vroegst pas midden
2007 het HIPC-eindpunt kunnen bereiken. Bij het bereiken van dit eindpunt
zal conform de HIPC-procedures 90–100% van de resterende hoofdsom
worden kwijtgescholden door de Club van Parijs (circa 4 miljard USD). Het
Nederlandse aandeel hierin zal circa 230 miljoen euro bedragen.
Daarnaast zal DRC in het kader van het Multilateral Debt Relief Initiative
(MDRI) kwijtschelding krijgen van vrijwel alle schulden bij het IMF, de Wereldbank
en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Hiermee is nog eens een bedrag gemoeid
van circa 3,5 tot 4 miljard USD.
Tot slot merk ik graag op dat Nederland het HIPC-initiatief altijd van
harte ondersteund heeft. In mijn optiek moeten daarom landen die kwalificeren
voor het initiatief en die gedurende het verloop van de deelname alle doelstellingen
behalen en aan alle voorwaarden voldoen die HIPC aan hen stelt, voor schuldverlichting
in aanmerking komen. Dit geldt ook voor DRC. Daarbij zij nadrukkelijk aangetekend
dat zowel het IMF en de Wereldbank, als de Club van Parijs er vertrouwen in
hebben dat DRC na de voltooiing van het verkiezingsproces in staat zal zijn
om een nieuw IMF-programma af te sluiten, aan de laatste voorwaarden voor
het behalen van het HIPC-eindpunt te voldoen, en in 2007/2008 het HIPC-eindpunt
te bereiken.
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
A. M. A. van Ardenne-van der Hoeven