Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 25094 nr. 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 25094 nr. 2 |
Vastgesteld 13 december 1996
De vaste commissie voor Economische Zaken1, heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Economische Zaken over haar brief d.d. 5 november jongstleden inzake de Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij N.V. (OOM). (25 094 nr. 1).
De staatssecretaris heeft de vragen beantwoord bij brief van 13 december 1996.
De vragen en antwoorden zijn hieronder afgedrukt.
De provincie wenst de apparaatskosten van de Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij (OOM) niet langer te subsidiëren.
Hoe beoordeelt de regering deze houding van de provincie tegen de achtergrond van de wens die op provinciaal niveau leeft en onlangs is verwoord door het IPO, dat provincies meer grip krijgen op het regionaal technologiebeleid?
Hoe beoordeelt de regering de houding van de provincie Overijssel tegen de achtergrond van het EZ-beleid om het zwaartepunt van de financiering van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) te verleggen van Economische Zaken naar de regio? (p. 2)
De apparaatskosten van de OOM, welke de provincie Overijssel niet langer wenst(e) te subsidiëren, betreffen alleen de apparaatskosten die betrekking hebben op het participatiebedrijf van de OOM. Vanuit de gedachte dat het participatiebedrijf in de nieuwe financieringsstructuur, die begin jaren negentig bij de ROM's is ingevoerd, een revolving fund moet zijn, is deze keuze van de provincie niet onbegrijpelijk. De provincie Overijssel subsidieert derhalve nog steeds een belangrijk deel van de apparaatskosten die betrekking hebben op de acquistie- en ontwikkelingsactiviteiten van de OOM.
Ziet de regering de voorgestelde herstructurering van de OOM als een noodzakelijk lapmiddel om de continuïteit te kunnen waarborgen of juicht de regering de herstructurering juist toe, ook voor andere regionale ontwikkelingsmaatschappijen? (p. 2)
Voor een revolving fund is een zekere kritische massa nodig. De OOM kwam tot het oordeel dat het bestaande fonds te klein is om haar functie in Overijssel goed te kunnen vervullen en onvoldoende zekerheid biedt om de continuïteit van het participatiebedrijf te waarborgen en de hiermee samenhangende apparaatskosten op te brengen. Zij heeft daarom initiatieven ontwikkeld om de fondsomvang te vergroten. Ik vind dat een goede zet. Verder waardeer ik het positief dat daarbij gebruik gemaakt wordt van reeds in de regio bestaande participatie-faciliteiten en netwerken. De andere ROM's – met elk hun eigen specifieke situatie – dienen hun eigen keuzes te maken, waarbij zij uiteraard gebruik kunnen maken van de in Overijssel uitgezette lijn en opgedane ervaringen.
In het verleden hebben de Staat en de Provincie zich garant gesteld voor de aangegane participatieverplichtingen en namen voorts het exploitatietekort voor hun rekening. Wat heeft dit de Staat tot dusverre gekost, en kan de garantstelling ook in de toekomst nog tot een beroep op de Staat leiden? (blz. 2).
De Staat en de Provincie hebben zich gedurende de periode 1981–1988 garant gesteld voor de aangegane participatieverplichtingen van de OOM. In die periode heeft de Staat een bedrag van f 1,9 mln. uit hoofde van exploitatietekorten in verband met aangegane participatieverplichtingen betaald.
Bij de herfinanciering van de OOM in 1991 heeft de Staat voorts de nog uitstaande verplichtingen aan aflossingen en kosten van de gegarandeerde leningen uit de periode 1981–1988 voor zijn rekening genomen. Hiermee was een bedrag van f 9,3 mln gemoeid.
De garantstelling uit het verleden kan nog tot een beroep op het Rijk leiden ten bedrage van maximaal f 0,6 mln. in verband met een door de OOM terzake van een in 1988 verkochte participatie afgegeven garantie (looptijd 10 jaar) ter vrijwaring van de koper voor eventuele nadelige gevolgen.
Om welke vennootschapsrechtelijke redenen is het voor de OOM niet mogelijk zonder tijdsvertraging Univé rechtstreeks uit te kopen? (blz. 2).
Rechtstreekse uitkoop van Univé door de OOM stuit op de volgende belemmeringen. Een naamloze vennootschap mag niet meer dan 10% van de eigen aandelen inkopen. Het aandelenpakket van Univé is groter dan 10%, zodat reeds om die reden inkoop van het gehele aandelenpakket van Univé niet mogelijk was. Hierbij komt dat inkoop van aandelen door een naamloze vennootschap slechts mogelijk is indien deze beschikt over reserves ten minste gelijk aan het bedrag waarop de inkoop betrekking heeft. De OOM beschikt hierover echter niet. Om die reden is gekozen voor kapitaalvermindering.
De OOM ziet zich geconfronteerd met een terugtrekkende overheid, zowel op rijks- als op provinciaal niveau. Nu is een nieuwe constructie ontwikkeld om het revolving fund aan te vullen; splitsing, commerciëler en met meer mogelijkheden voor nieuwe aandeelhouders. De omvang van de OOM is vergeleken met andere ontwikkelingsmaatschappijen altijd beperkt geweest en dus is de OOM kwetsbaar.
Hoe solide acht de regering de nieuwe constructie? Welke garanties heeft EZ gegeven om de noodzakelijke, politieke gedragen functies van de OOM uit te kunnen blijven oefenen wanneer de beoogde resultaten van de herstructurering niet kunnen worden waargemaakt? (p. 3)
Vergeleken met de andere ROM's is de huidige omvang van het participatiebedrijf van de OOM beperkt. Het nieuwe participatiebedrijf zal in de praktijk moeten bewijzen nieuwe aandeelhouders te kunnen aantrekken en tot een revolving fund te kunnen komen. De deelname van Univé Verzekeringen in de OPM is in dat opzicht een positief teken. De ontwikkelings- en acquisitietaak blijft achter in de OOM N.V. Met betrekking tot de vraag of het ministerie van Economische Zaken garanties heeft gegeven terzake van de continuering van de zo genoemde politiek gedragen functies van de OOM, wijs ik erop dat de bestaande afspraken over de subsidiëring door het ministerie van de apparaatskosten niet zijn gewijzigd.
Is de indruk juist dat de Overijsselse Participatie Maatschappij (OPM) als normale commerciële participatiemaatschappij moet gaan functioneren? Zo ja, waarom is niet gekozen voor een deelname van de OOM in een reeds bestaande commerciële participatiemaatschappij? Kan een nadere indicatie worden gegeven waarop de verwachting is gebaseerd dat de OOM voldoende risicodragend vermogen in de OPM aan kan trekken? (Blz. 3)
De OPM moet inderdaad als een normale commerciële participatiemaatschappij gaan fungeren. Het gaat hierbij om een verbreding van de basis van de OOM en de vergroting van de voor participatie beschikbare middelen met behoud van de OOM-doelstellingen. Ondermeer door de geografische begrenzing van het werkgebied tot Overijssel, is het moeilijk zich aan te sluiten bij een reeds bestaande commerciële participatiemaatschappij. Het is de bedoeling dat voor wat betreft de doelgroep van het bestaande MKB samenwerking met bestaande commerciële participatiemaatschappijen wordt nagestreefd door deze maatschappijen te interesseren in het nemen van een aandelenbelang in de OPM. Eerste contacten met participatiemaatschappijen hierover duiden op belangstelling. Vooral het uitgebreide relatie-netwerk van de OOM in Overijssel is in dit verband een belangrijk aspect. Overigens kan voor de doelgroep van de kleinere starters wel worden aangesloten bij de activiteiten van een bestaande partij door deelname van de OOM in PPM-OT.
Het management van de OPM zal door de OOM op basis van een marktconform contract worden geleverd. Wat wordt verstaan onder een «marktconform contract»? Betekent «marktconform» in dit geval een duur contract met weinig risico voor de gecontracteerden? (blz. 3)
De tarieven die de OOM aan de OPM in rekening zal brengen voor het management van het participatiefonds van de OPM zullen in lijn moeten liggen met wat in de markt gebruikelijk is. Er zal een contract tussen de OOM en de OPM wordt gesloten met marktconforme risico's voor de gecontracteerden. In het kader van de subsidiëring van de OOM zal periodiek worden nagegaan of de afspraak over de tarieven wordt nageleefd.
Hoe reëel schat de regering de kans in, dat er in de komende jaren daadwerkelijk nieuwe aandeelhouders aangetrokken zullen worden in verband met de OOM? (Blz. 4)
De eerste contacten van de OOM met commerciële participatiemaatschappijen duiden op interesse in het nemen van een participatie in de OPM. Ik acht de kans reëel, dat er in de komende jaren daadwerkelijk voor de OPM nieuwe aandeelhouders zullen worden gevonden.
Kunnen er voorbeelden worden gegeven van projecten met voorwaardescheppend karakter, waarop geen marktconform rendement behaald kan worden en die desondanks doorgang zullen vinden? (Blz. 5)
Bij projecten met voorwaardenscheppend karakter, waarop geen marktconform rendement behaald kan worden, kan gedacht worden aan een bedrijfsverzamelgebouw voor innovatieve bedrijven of aan opslagfaciliteiten. Door de OOM wordt thans het nemen van een participatie in een exploitatiemaatschappij voor een regionaal overslagcentrum onderzocht.
Kan een nadere uitleg worden gegeven over de manier waarop de negatieve algemene reserves worden weggewerkt zodat «de holding met een schone lei kan beginnen» (Blz. 5)?
De negatieve reserves van de OOM worden weggewerkt doordat de aandeelhouders van de OOM, Staat (ministerie van Economische Zaken) en provincie Overijssel, ten bedrage van respectievelijk f 2,525 mln. en f 0,925 mln. gewone aandelen om-niet verkopen aan de OOM. De OOM realiseert hieruit een winst van f 3,45 mln., waardoor de negatieve reserves worden weggewerkt. De intrinsieke waarde van de OOM verandert hierdoor niet.
Op welke wijze zal statutair en contractueel een waarborg ontstaan voor «ieders belangen» (Blz. 5)?
Langs statutaire en contractuele weg zal de OOM als aandeelhouder van de OPM terzake van een aantal belangrijke beslissingen van de OPM een goedkeuringsrecht verkrijgen. De OOM zal op haar beurt terzake van die besluiten goedkeuring aan haar aandeelhouders, de Staat en de Provincie, vragen. De reeds bestaande afspraak wordt gehandhaafd dat, in het geval de Staat en de Provincie in de aandeelhoudersvergadering van de OOM verschillend zouden willen stemmen, de onderhavige zaak ter arbitrage moet worden voorgelegd. Vooral voor de Provincie als minderheidsaandeelhouder is dit belangrijk vanwege de politieke dimensie die aan het aandeelhoudersschap van de OOM verbonden is.
De regering kondigt aan de herstructurering nauwlettend te volgen en in de gaten te houden of de beoogde resultaten ook inderdaad worden behaald. Hoe zal deze controle in de praktijk vormgegeven worden? Welke criteria worden erbij gehanteerd?
Op welke termijn zullen de beoogde resultaten moeten zijn bereikt? (Blz. 6)
Voor het slagen van de OPM is het belangrijk dat er naast Univé Verzekeringen nieuwe aandeelhouders worden aangetrokken, zodat de omvang van dit participatiefonds op de beoogde f 50 mln. wordt gebracht. Binnen een termijn van één à twee jaar na de start van de OPM zal toetreding van één of meer nieuwe aandeelhouders en daarmee een betekenende vergroting van het fonds moeten zijn gerealiseerd. Overigens duiden de eerste contacten met commerciële participatiemaatschappijen op interesse in het nemen van een participatie in de OPM. Het ministerie van Economische Zaken, dat over de reguliere gang van zaken al contacten onderhoudt, zal zich frequent zowel als subsidiegever als aandeelhouder over de voortgang door de OOM laten informeren.
Kan een nadere uiteenzetting worden gegeven van de opvattingen van de regering over het dividendbeleid van de ontwikkelingsmaatschappijen waar EZ als aandeelhouder in deelneemt? (Blz. 6)
Vanuit de gedachte dat het participatiebedrijf in de nieuwe financieringsstructuur, die begin jaren negentig bij de ROM's is ingevoerd, een revolving fund moet zijn, en dat de exploitatie voor de overige activiteiten in beginsel sluitend is, lag het in de rede bij de ROM's een dividendbeleid te voeren zoals dat ook bij andere staatsdeelnemingen bij EZ het geval is. Vanwege de aard van een revolving fund participatiebedrijf, getypeerd door fluctuerende resultaten die in belangrijke mate afhangen van winst op vervreemding van deelnemingen, is het niet passend om een geheel mechanistisch dividendbeleid (een vast percentage van de winst) bij de ROM's te voeren. Er is daarom gekozen voor een formule die in lijn ligt met wat bij «venture capital» maatschappijen gebruikelijk is, evenwel met enige mitigering vanwege de specifieke doelstelling van de ROM's – wat een minder hoog winstoogmerk impliceert – en vanwege de mindere toegankelijkheid tot nieuwe fundingbronnen.
Ik acht het dividendbeleid bij de ROM's qua maatvoering passend. Bij vier ROM's, waaronder de OOM, is dit dividendbeleid, met ingang in 1995, door de aandeelhouders geaccordeerd. Bij de laatste ROM bestaat er op dit punt inmiddels consensus tussen de betreffende provincie en EZ.
Is in de nieuwe constructie voorzien in de benoeming van leden van de Raad van Commissarissen door één of meerdere ministeries? Zo ja, wat zijn de voornemens dienaangaande? (Blz. 6)
In de nieuwe opzet van het participatiebedrijf zal de Minister van Economische Zaken het recht verkrijgen een bindende voordracht te doen voor één commissaris bij de OPM. In financiëel opzicht vormen de aandelen OPM voor de OOM de belangrijkste vermogenswaarde.
Met het rendement dat op termijn uit de OPM wordt verwacht en het daaruit door de OOM te ontvangen dividend, wil de OOM bijvoorbeeld de activiteiten van de startersfondsen kunnen verstevigen. Gelet hierop vind ik het wenselijk dat de Minister van Economische Zaken genoemd recht voor een bindende voordracht voor één van de commissarissen verkrijgt. Ik heb het voornemen de heer drs. J. T. de Vreeze, die beschikt over ruime financieringsexpertise, hiervoor te benoemen. De heer De Vreeze is plv. directeur van de directie Financiering en Deelnemingen bij het ministerie. Het aantal commissarissen bij de OPM is in aanvang 3 en zal worden opgetrokken tot maximaal 5 na het toetreden van nieuwe aandeelhouders bij de OPM.
Daarnaast blijft de heer drs. J. H. de Groene, plv. directeur van de directie Regio's, Bedrijfsomgeving en Milieu van het ministerie, commissaris bij de OOM N.V.
Welke onderliggende economische factoren verklaren de daling van de nominale waarde van de aandelen van f 17,414 mln naar f 14,605 mln (afgezien van de betaling van f 350 000,- aan winstrechten aan Univé)? Is de daling van de intrinsieke waarde onder de nominale waarde niet een indicatie dat de OOM slecht heeft gepresteerd? (blz. 6)
15. De daling van de nominale waarde van de aandelen van de Staat wordt niet verklaard door economische factoren. Deze daling hangt direkt samen met de financieel/juridische stappen die in het kader van de herstructurering van het participatiebedrijf moeten worden gezet. Door de verkoop van nominaal f 2,525 mln. gewone aandelen OOM aan de OOM om-niet en voorts door verlaging van de nominale waarde van de aandelen OOM met f 0,283 mln. – uit deze opbrengst betaalt de Staat zijn aandeel in de vergoeding welke Univé ontvangt voor haar opgebouwde winstrechten – vermindert de nominale waarde van de aandelen OOM N.V. van de Staat van f 17,414 mln. tot f 14,605 mln. Uiteraard vormt het bedrag van de negatieve reserves van de OOM per ultimo 1995 wel een indicatie dat er in financiële zin matig gepresteerd is.
Provinciale Staten van Overijssel, Univé en de Raad van Commissarissen van de OOM hebben ingestemd met de voorgestelde herstructurering. Wie hebben er eigenlijk zitting in de Raad van Commissarissen van de OOM? (blz. 6)
16. De raad van commissarissen van de OOM is thans als volgt samengesteld:
H. J. Hazewinkel RA (voorzitter)
D. Boer (FNV/CNV)
drs. J.H. de Groene (Min. EZ)
drs. R. van Klinkenberg (Univé Verzekeringen)
drs. J. H. H. Mans
mr. ing. J. Oosterhof (Provincie Overijssel)
J. Waterlander (VNO/NCW)
Samenstelling: Leden: Van Erp (VVD), ondervoorzitter, Mateman (CDA), Blaauw (VVD), Van der Vlies (SGP), H. Vos (PvdA), voorzitter, Van Gelder (PvdA), Smits (CDA), Ter Veer (D66), De Jong (CDA), Leers (CDA), Van der Hoeven (CDA), Remkes (VVD), Van Wingerden (AOV), Nijpels, Rabbae (GroenLinks), Jorritsma-van Oosten (D66), De Koning (D66), Voûte-Droste (VVD), Hessing (VVD), Vreeman (PvdA), Zonneveld (CD), Van Dijke (RPF), Van der Ploeg (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Van Walsem (D66) en Houda (PvdA).
Plv. leden: Passtoors (VVD), Ten Hoopen (CDA), Van Rey (VVD), Van Middelkoop (GPV), Woltjer (PvdA), Sterk (PvdA), Van Rooy (CDA), Ybema (D66), Wolters (CDA), Lansink (CDA), Terpstra (CDA), Weisglas (VVD), R. A. Meijer (Groep Nijpels), M. B. Vos (GroenLinks), Bakker (D66), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Verbugt (VVD), Klein Molekamp (VVD), Witteveen-Hevinga (PvdA), Poppe (SP), Leerkes (Unie 55+), Verspaget (PvdA), Adelmund (PvdA), Jeekel (D66) en Crone (PvdA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25094-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.