Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201925087 nr. 237

25 087 Internationaal fiscaal (verdrags)beleid

Nr. 237 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 april 2019

In mijn brief van 22 november 2018 heb ik een aantal maatregelen aangekondigd voor de herziening van rulings met een internationaal karakter.1 Deze maatregelen zien op de inhoud, het proces en de transparantie. Op 24 april aanstaande staat een debat met uw Kamer gepland over de vernieuwde rulingpraktijk. In de hiervoor aangehaalde brief gaf ik aan dat de maatregelen zullen worden uitgewerkt in beleidsregels. In deze brief deel ik in aanloop op het debat het voorgenomen beleidsbesluit (het besluit) voor rulings met een internationaal karakter met uw Kamer en geef ik op onderdelen nadere toelichting.

De afgelopen maanden zijn de door mij aangekondigde maatregelen uitgewerkt in dit besluit voor rulings met een internationaal karakter. Het besluit is opgenomen in bijlage 12 en zal de huidige APA- en ATR-besluiten vervangen. Bekeken wordt nog of ook andere besluiten moeten worden aangepast om deze volledig in lijn te brengen met dit besluit.3 Het besluit zal gepubliceerd worden in de Staatscourant vóór 1 juli zodat het beleid op 1 juli 2019 zal ingaan. Hieronder zal ik het besluit op onderdelen nader toelichten.

Proces van afgifte

In onderdeel 2 van het besluit wordt het proces van afgifte van rulings met een internationaal karakter (hierna: rulings) beschreven. Hieruit blijkt dat een nieuw te installeren College binnen de Belastingdienst verantwoordelijk wordt voor de afgifte en coördinatie van alle rulings. Hierdoor wordt de afgifte van rulings centraal gecoördineerd en wordt tevens voldaan aan de Europese richtsnoeren op dit gebied.4 Daarnaast gaat het besluit in op de rol van de inspecteur, het Behandelteam Internationale Fiscale Zekerheid en het Aanspreekpunt Potentiele Buitenlandse Investeerders.

Inhoud

Het besluit beschrijft in onderdeel 3 in welke gevallen door de Belastingdienst geen vooroverleg zal worden gevoerd en derhalve geen ruling tot stand zal komen.5 Kort samengevat is dit het geval indien geen sprake is van economische nexus, het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting de enige of doorslaggevende reden is voor de rechtshandeling, of een transactie plaatsvindt met een land dat is opgenomen in de Nederlandse lijst voor laagbelastende landen.6 Deze begrippen worden beschreven in het besluit en zullen vervolgens na 1 juli nader concreet afgebakend worden door middel van situaties die zich in de praktijk voordoen. Deze situaties zullen vervolgens worden gepubliceerd. Met als doel zo veel mogelijk inzicht te geven in de situaties die ik voor ogen heb is conform mijn eerdere toezegging een aantal illustratieve voorbeelden opgenomen als bijlage bij deze brief7.

Verder zijn de nieuwe kaders voor de looptijd van een ruling opgenomen in onderdeel 5 en de eisen waaraan een verzoek om een ruling moet voldoen in onderdeel 6. Onderdeel 7 bevat de kaders waaraan de vaststellingsovereenkomst moet voldoen en in onderdeel 8 wordt een aantal overige onderwerpen behandeld.

Transparantie

In onderdeel 4 van het besluit is opgenomen dat van elke ruling met een internationaal karakter een geanonimiseerde samenvatting zal worden gepubliceerd. In aanvulling daarop en in aanvulling op mijn eerdere voornemens heb ik besloten dat ook een samenvatting zal worden gepubliceerd van situaties waarin het vooroverleg niet heeft geleid tot de afgifte van een ruling. In de samenvatting zal dan uiteen worden gezet waarom de ruling niet tot stand is gekomen. Conform mijn eerdere toezegging aan uw Kamer heb ik een aantal voorbeelden van samenvattingen als bijlage 2 opgenomen bij deze brief8. De proefsamenvattingen zijn gebaseerd op fictieve casus uit de huidige praktijk die de realiteit weerspiegelen.

Iedere te publiceren samenvatting zal zijn gebaseerd op unieke feiten en omstandigheden waardoor precedentwerking geen vanzelfsprekendheid is en per casus de fiscale gevolgen moeten worden beoordeeld.

Met de maatregelen zoals deze zijn opgenomen in het beleidsbesluit ontstaat een meer transparante rulingpraktijk en wordt de kwaliteit van de rulingpraktijk voor bedrijven met reële activiteiten verder geborgd en de robuustheid vergroot.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel


X Noot
1

Kamerstuk 25 087, nr. 223.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Hierbij kan worden gedacht aan het organisatie- en competentiebesluit APA-/ATR-praktijk, Besluit DGB2014/296M.

X Noot
4

Deze richtsnoeren zijn als bijlage 1 bij het verslag van de EU-Gedragscodegroep aan de Ecofinraad gevoegd, Raadsdocument 14750/16, te raadplegen op: http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-14750–2016-INIT/en/pdf

X Noot
5

Naast deze eisen gelden natuurlijk ook de reeds bestaande kaders van wet, beleid en regelgeving.

X Noot
6

Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden, https://wetten.overheid.nl/BWBR0041785/2019-01-01

X Noot
7

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
8

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl