25 074
Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)

nr. 164
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 februari 2009

Uw Vaste Commissie voor Economische Zaken vroeg op 4 februari jl. om een brief over de besluitvormings- en voorbereidingsmomenten, op ambtelijk en kabinetsniveau, ten aanzien van de WTO-onderhandelingen voor de komende maanden. Ik voldoe hiermee aan dit verzoek.

Verwachtingen voor de komende maanden ten aanzien van de WTO onderhandelingen

Tot mijn spijt moet ik u meedelen dat er de komende maanden (nog) geen besluitvormingsmomenten, en ook geen voorbereidingsmomenten, zijn voorzien ten aanzien van de WTO-onderhandelingen in het kader van de Doha Development Agenda (DDA).

De komende maanden zal er op technisch niveau in Genève worden doorgewerkt aan de verschillende onderhandelingsonderwerpen. Nadruk daarbij ligt op de niet-modaliteiten dossiers zoals WTO-regels en handelsfacilitatie en, bij landbouw en NAMA (non agricultural market access), op die zaken die niet tot de grote geschilpunten behoren.

Ondertussen wordt naar verwachting de komende maanden op politiek niveau op verschillende momenten het belang van vrijhandel en een DDA akkoord onderstreept. De verklaring van de handelsministers tijdens het World Economic Forum (28 januari–1 februari jl.) in Davos onderstreepte, net als de G20 verklaring van november jl., het belang van afronding van de DDA. Daarnaast werd opnieuw gewaarschuwd tegen het creëren van nieuwe handelsbarrières voor goederen en investeringen, het instellen van exportrestricties of instellen van niet-WTO conforme maatregelen om export te stimuleren.

Handelspolitiek en de onderhandelingen over de DDA zullen tijdens de komende G20-bijeenkomst op 2 april in London ook op de agenda staan. Deze bijeenkomst wordt voorbereid op 22 februari in een bijeenkomst van de Europese deelnemers aan de G20 onder uitnodiging van bondskanselier Merkel. Nederland zal zich er voor inzetten dat de G20 op dit vlak wederom een stevig signaal uitzendt.

Het belang van afronding van de DDA wordt op politiek niveau dus breed gedragen. Een politieke verklaring moet worden opgevat als een intentieverklaring, het daadwerkelijke besluit om de huidige ronde af te sluiten kan alleen genomen worden tijdens een WTO ministeriële bijeenkomst.

De verwachting is dat de politieke verklaringen pas tot een daadwerkelijke impuls voor de onderhandelingen zullen leiden in het tweede kwartaal van 2009, als de nieuwe VS administratie zijn positie heeft (her-)bepaald en als er ook in India een nieuwe regering is.

Nederland zal in de verschillende gremia en op de daarvoor geëigende momenten blijven pleiten voor afronding van de Doha-ronde en tegen handelsbelemmerende maatregelen. De Nederlandse inzet met betrekking tot de DDA is ongewijzigd en blijft gericht op het bereiken van een ambitieus en gebalanceerd akkoord dat bovendien serieus werk maakt van de ontwikkelingsdimensie van de ronde. Uiteraard zullen wij u over de voortgang in de onderhandelingen blijven informeren en de inhoudelijke voorbereiding van besluiten hierover met u bespreken.

De staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk

Naar boven