25 066
Wijziging van enkele bepalingen van de Wet op de rechtsbijstand

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging van enkele bepalingen van de Wet op de rechtsbijstand.

De memorie van toelichting, die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

22 oktober 1996

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de bepalingen omtrent de indexering van de in de Wet op de rechtsbijstand neergelegde inkomensgrenzen te wijzigen en verder enige andere wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

A

In artikel 1, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt door een puntkomma na onderdeel j. een nieuw onderdeel k. ingevoegd dat luidt als volgt:

k. bijstandsnorm: de bijstandsnorm voor gehuwden, genoemd in artikel 30, onder c, van de Algemene bijstandswet, verminderd met het overeenkomstig artikel 26, derde lid, van die wet vastgestelde bedrag van de vakantietoeslag.

B

In artikel 24, tweede lid, vervalt de zinsnede «mede door de verzoeker ondertekend».

C

In artikel 28 vervalt het derde lid.

D

Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid, onder a, wordt de zinsnede «voor hen wier inkomen per maand f 1860 of minder bedraagt» vervangen door: voor hen wier inkomen per maand niet hoger is dan de bijstandsnorm.

2. In het derde lid, onder b, wordt de zinsnede «voor hen wier inkomen per maand meer dan f 1860 en ten hoogste f 2050 bedraagt» vervangen door: voor hen wier inkomen per maand hoger is dan de bijstandsnorm en ten hoogste f 2050 bedraagt.

3. Het vijfde lid, komt als volgt te luiden:

5. De in artikel 34 en de in het derde lid van dit artikel genoemde inkomensgrenzen, met uitzondering van de bijstandsnorm, genoemd onder a en b, alsmede de in het derde lid van dit artikel genoemde eigen bijdragen worden als volgt aangepast:

a. de inkomensgrenzen worden jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van f 5;

b. de in het derde lid van dit artikel onder a genoemde eigen bijdrage wordt jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee de bijstandsnorm per 31 oktober daaraan voorafgaand afwijkt van de bijstandsnorm per 31 oktober van het voorgaande jaar, met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van f 5;

c. de overige in het derde lid van dit artikel genoemde eigen bijdragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van f 5.

4. Onder vernummering van het zesde lid tot achtste lid worden een nieuw zesde lid en een nieuw zevende lid ingevoegd die luiden als volgt:

6. De in het eerste en derde lid genoemde eigen bijdragen kunnen voorts bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.

7. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder het indexcijfer van de lonen als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Justitie,

Naar boven