nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende
verlenging van de werkingsduur van enkele onderdelen van de wet van 28 september
1988, Stb. 440 (verlenging van het experiment budgetfinanciering, decentralisatie
en deregulering van de Wet Sociale Werkvoorziening).
De memorie van toelichting, die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden
waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.
's-Gravenhage
8 oktober 1996
Beatrix
nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de periode
van het experiment budgetfinanciering, decentralisatie en deregulering van
de Wet Sociale Werkvoorziening verder te verlengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
Artikel 1
De onderdelen F, G en V van artikel I van de wet van 28 september 1988,
Stb. 440, gelden ook voor het jaar 1997, met dien verstande dat voor de bepaling
van het bedrag van de vergoeding, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de
Wet Sociale Werkvoorziening, over dat jaar, artikel 41, tweede lid, van die
wet toepassing vindt en dat voor de toepassing van artikel 41, derde lid,
van die wet, een percentage van 95 van de vergoeding over het jaar 1996 geldt.
Artikel 2
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997. Indien het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1996, treedt
zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 1997.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,