25 039
Overerfbaarheid van adellijke titels

nr. 2
MOTIE VAN HET LID SCHELTEMA-DE NIE C.S.

Voorgesteld 18 december 1996

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat de bestaande regelingen met betrekking tot de vererving van adeldom zodanig worden geïnterpreteerd dat de overgang van adeldom via vrouwen niet mogelijk wordt geacht;

van mening, dat een dergelijk systeem op gespannen voet staat met het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen als neergelegd in de Grondwet en in verschillende internationale verdragen;

overwegende, dat recent bij de herziening van het naamrecht ook aan de adellijke families de mogelijkheid is gegeven om de geslachtsnaam via de vrouwelijke lijn over te dragen;

overwegende, dat er in de wet op de adeldom reeds een principiële modernisering van de historische verervingsregels heeft plaatsgevonden door de introductie van adelsvererving op natuurlijke en adoptief kinderen;

verzoekt de regering vóór 1 juli 1997 een voorstel tot wijziging van de wet op de adeldom voor te bereiden opdat adeldom op gelijke wijze overgaat via de mannelijke en de vrouwelijke lijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Scheltema-de Nie

M. M. van der Burg

Van der Stoel

Bremmer

Meijer

Dittrich

Soutendijk-van Appeldoorn

Naar boven