25 004
Jaaroverzicht Zorg 1997

nr. 35
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rijswijk, 10 april 1997

Tijdens het algemeen overleg op woensdag 26 februari jl. over het persoonsgebonden budget (pgb) (25 004, nr. 33) heb ik de Tweede Kamer toegezegd op een aantal onderwerpen schriftelijk in te gaan.

In mijn brief van 26 maart jl. (25 004, nr. 34) heb ik u geïnformeerd over de conclusies van de nota van Per Saldo, de toekomstige positie van de budgethoudersverenigingen, het gebruik van een persoonsgebonden budget door bewoners van instellingen en de wijze waarop wordt omgegaan met persoonsgebonden budgetten die de gemiddelde prijs van zorg in natura aanmerkelijk overschrijden. Op een aantal zaken zal ik pas kunnen terugkomen nadat de tweede (april ) en derde (juni) voortgangsrapportage van het ITS gereed is. De voortgangsrapportage in april zal met name ingaan op de omvang en het gebruik van de subsidieregelingen en de ervaringen met de aanmeldings- en uitvoeringsprocedure. De derde voortgangsrapportage is met name gericht op een analyse van de bestedingen en betalingen, de kwaliteit van de zorg, de marktpositie van instellingen/hulpverleners en de vormgeving en uitvoering. Het eindrapport van het ITS wordt voorzien in februari/maart 1998. In bijgaand overzicht heb ik schematisch alle onderwerpen waar ik schriftelijk op zou terugkomen sinds 26 februari aangegeven en wanneer u mijn antwoord – indien ik dat nog niet gegeven heb – kunt verwachten.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. G. Terpstra

BIJLAGE BEHORENDE BIJ BRO-97888

OnderwerpStand van zaken
Nadere uiteenzetting dat aanwending van het persoonsgebonden budget altijd tot het individu herleidbaar moet zijn en dat een collectieve aanpak van cliënten met een pgb die gezamenlijk in hun behoefte aan zorg willen voorzien daarmee strijdig is.Uiteenzetting is gegeven in de brief van 26 maart jl.
  
Schriftelijke uiteenzetting over de wijze waarop een aantal bewoners wel gezamenlijk in een huis zouden kunnen wonen en elke afzonderlijk een pgb aanvragen (oplossing voor de zaak Walcheren e.a.)Uiteenzetting is gegeven in de brief van 26 maart jl.
  
Schriftelijke uiteenzetting in volgende evaluatie van het persoonsgebonden budget over de rol van urgentie bij de toekenning van een persoonsgebonden budget.Dit punt zal worden meegenomen in de reactie op de derde voortgangsrapportage van het ITS dat verwacht wordt in juni 1997.
  
In de evaluatie van het persoonsgebonden budget dient te worden meegenomen: – positionering privé-bejaardenoorden en privé-verzorgingshuizen; – gebruik van persoonsgebonden budget als ongewenst vorm van indirecte financiering door bewoners van bovengenoemde instellingen; – Duitse «pflegeversicherung en de Belgische integratietegemoetkoming»Deze punten zullen worden meegenomen in de reactie op de tweede voortgangsrapportage van het ITS die verwacht wordt in april 1997.
  
Schriftelijke uiteenzetting van het verschil tussen de regeling persoonsgebonden budget voor verstandelijk gehandicapten en de regeling persoonsgebonden budget voor verpleging en verzorging met betrekking tot het verblijf in een instelling.Uiteenzetting is gegeven in de brief van 26 maart jl.
  
Schriftelijke reactie op de derde voortgangsrapportage van het ITS-rapport (juni) waarin aandacht zal moeten worden besteed aan: – de urgentie van een persoonsgebonden budget in relatie tot de onderuitputting; – de wijze waarop de regiegroep van de Ziekenfondsraad omgaat met budgetten die de gemiddelde zorgprijs overschrijdenDe derde voortgangsrapportage wordt verwacht in juni/juli. Vlak daarna zal de reactie hierop naar de Tweede Kamer kunnen worden gestuurd.
  
Schriftelijke reactie op het rapport «Tussenevaluatie en toekomstvisie» van Per Saldo.Is uiteengezet in de brief van 26 maart jl.
  
Nader standpunt inzake extreme zorgaanvragen na ontvangst van een extra evaluatie van de persoonsgebonden budgetregelingen, inzicht wordt verstrekt in de groepen die van het persoonsgebonden budget gebruik maken en voor welke doelen.De derde voortgangsrapportage wordt verwacht in juni/juli. Vlak daarna zal de reactie hierop naar de Tweede Kamer kunnen worden gestuurd
  
Finale evaluatie van de persoonsgebonden budget-regelingen in de sectoren verpleging en verzorging en de verstandelijk gehandicapten zorg.De eindrapportage wordt voorzien in februari/maart 1998. Vlak daarna zal de reactie hierop naar de Tweede Kamer kunnen worden gestuurd.
Naar boven