nr. 47
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 24 juni 1997
Overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 2, zesde lid, van de Kaderwet
verstrekking financiële middelen EZ informeer ik u hierbij, mede namens
mijn ambtgenoot van Verkeer en Waterstaat, over mijn voornemen een voordracht
te doen voor een algemene maatregel van bestuur, waarbij de Subsidieregeling
maritiem onderzoek wordt vervangen door het Besluit subsidies maritiem
onderzoek.
De reden hiervoor is het feit dat op grond van de Subsidieregeling maritiem
onderzoek het met verstrekking van subsidies gemoeide bedrag de grens heeft
bereikt van f 20 mln, waarboven op grond van de Kaderwet verstrekking
financiële middelen EZ een algemene maatregel van bestuur noodzakelijk
is.
Bij het opstellen van deze AMvB is van de gelegenheid gebruik gemaakt
het instrument op enkele onderdelen aan te passen.
Zowel het informeren van de Europese Commissie als de adviesaanvrage aan
de Raad van State zijn in de procedure opgenomen.
Achtergrondinformatie
De Nederlandse maritieme bedrijvigheid heeft helaas nog altijd te kampen
met een internationale concurrentie die in aanzienlijke mate overheidssteun
geniet. Om die concurrentie toch het hoofd te kunnen bieden heeft de sector
zich toegelegd op hoog-technologische niches in de markt. Dit is echter niet
eenvoudig aangezien innovatie in de maritieme sector is gebaseerd op combinaties
van kennis uit zeer uiteenlopende disciplines. Succes in die hoog-technologische
marktsegmenten staat of valt dan ook met de mate waarin de bedrijven hun kennisvraag
helder formuleren, en de mate waarin die bedrijven samen met elkaar en met
aanbieders van kennis in die vraag kunnen voorzien, door know-how uit verschillende
bronnen bijeen te brengen, uit te breiden en uit te wisselen.
Het hier bedoelde Besluit heeft als doelstelling kennisopbouw en -uitwisseling
tot stand te brengen, teneinde de maritieme sector in staat te stellen zich
te weren op de internationale markt. Het richt zich hiertoe vooral
op projecten waarin verschillende partijen samenwerken, ofwel op gelijke voet
in een samenwerkingsverband, ofwel in een constructie waarin een aanvrager
een belangrijk deel van het project uitbesteedt aan een publiek-gefinancierde
kennisinstelling.
Het Besluit kent twee soorten projecten: haalbaarheids- en onderzoeksprojecten.
Aan haalbaarheidsprojecten wordt 50% subsidie toegekend, aan onderzoeksprojecten
50%; 37,5% of 25%, al naar gelang het karakter van het onderzoek.
Een belangrijk specifiek punt van het Besluit subsidies maritiem onderzoek
vormt de inbreng van het Nederlands Instituut voor Maritiem Onderzoek (NIM),
over de instelling waarvan ik u heb geïnformeerd in mijn brief van 23
februari 1995. Het NIM coördineert en stimuleert de vraag naar het maritiem
onderzoek in de sector en heeft een belangrijke adviserende rol gespeeld bij
de totstandkoming van dit besluit. Waar in de toekomst verdere advisering
nodig is, zoals bij het formuleren van de uitvoeringsregeling, zal ik het
NIM opnieuw betrekken.
In 1999 zal het maritiem onderzoeksbeleid worden geëvalueerd. Bij
die gelegenheid zal ook het bestaansrecht van dit instrument ten opzichte
van andere technologie-instrumenten, zoals het Besluit subsidies bedrijfsgerichte
technologische samenwerkingsprojecten onder de loep worden genomen.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Economische Zaken,
G. J. Wijers