nr. 43
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 26 mei 1997
In mijn brief van 1 oktober 1996 heb ik de voorzitter van de vaste commissie
voor Economische Zaken van de Tweede Kamer op de hoogte gesteld van de wijze
waarop inhoud zal worden gegeven aan de aanbevelingen van de Task Force exportinstrumentarium.
Met deze brief stel ik u op de hoogte van mijn voornemen om in dit kader
een viertal wijzigingen van het Besluit subsidies exportfinanciering door
te voeren. Drie van deze voorstellen komen direct voort uit de eerdergenoemde
brief aan de Kamer. Het vierde voorstel, ophoging van de maximumsubsidie uit
hoofde van automatische renteoverbrugging, volgt niet direct uit de aanbevelingen
van de Task Force exportinstrumentarium maar is bedoeld om het evenwicht tussen
de verschillende instrumenten te waarborgen. Immers, door een verhoging van
het maximum voor lichte matching zou de kloof met het maximum voor automatische
rente-overbrugging te groot worden.
Ik ben voornemens om een voordracht te doen voor een algemene maatregel
van bestuur, houdende de volgende wijzigingen van het BSE:
1. het mogelijk maken van rente-overbrugging over de opnameperiode in
geval van matching onder het lichte regime van de exportfinancieringsfaciliteit;
2. verhoging van het subsidiemaximum van f 7,5 miljoen naar f 10
miljoen per transactie onder het lichte regime van de exportfinancieringsfaciliteit;
3. uitbreiding van de automatische rente-overbruggingsfaciliteit (ROF)
t.b.v. exportorders op India (was uitsluitend van toepassing op Indonesië
en China) en
4. de hiervoor toegelichte verhoging van het subsidiemaximum van het ROF
van f 1,5 miljoen naar f 5 miljoen.
De aanbeveling om de bruto-commiteringsruimte van het BSE met f 190
miljoen te vergroten is reeds voor 1997 in HGIS-verband gerealiseerd. De onderhavige
voorstellen kunnen binnen het BSE-budget worden opgevangen.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
A. van Dok-Van Weele