25 000 XIII
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 1997

nr. 32
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 2 december 1996

In antwoord op de brief van de vaste commissie voor Economische Zaken van 6 november 1996, waarin de commissie verzocht om toezending van de inhoud van de AMvB EET bericht ik u, mede namens mijn ambtgenoot van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, het volgende. De reactie van de commissie vloeit voort uit mijn brief van 14 augustus 1996 (24 400 XIII, nr. 55), waarin ik u het voornemen kenbaar maakte een voordracht te zullen doen voor het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie en waarin ik u op hoofdlijnen informeerde over de zakelijke inhoud van deze regeling. Met laatstgenoemde brief heb ik jegens u voldaan aan het bepaalde in artikel 2, zesde lid, van de Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ (Kaderwet EZ). De inhoud van de ontwerp AMvB wijkt qua modaliteiten niet af van de huidige Subsidieregeling economie, ecologie en technologie zoals gepubliceerd in Staatscourant 91 van 13 mei 1996 (bijlage 1 bij deze brief)1 zodat het de betrokken aanvragers wellicht niet eens zal opvallen dat de betrokken bepalingen voortaan zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur.

De hoofdlijnen van de huidige regeling zijn ook verwoord in een daaraan gewijde brochure waarvan ik een exemplaar heb bijgevoegd (bijlage 2 bij deze brief).1

Artikel 2, tweede lid, van de Kaderwet EZ staat toe dat, met betrekking tot de verstrekking van financiële middelen aan ondernemers, bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld, indien het voor de verstrekking van financiële middelen krachtens die regeling ter beschikking te stellen bedrag een totaal van f 20 mln niet te boven gaat.

Nu ik voornemens ben een hoger bedrag ter beschikking te stellen, ben ik gehouden de betrokken bepalingen op te nemen in een algemene maatregel van bestuur, waarvoor de grond, namelijk overweldigende belangstelling van aanvragers, eveneens is opgenomen in mijn brief van 14 augustus jl.

Ik hoop u, mede namens mijn ambgenoot van OC en W, hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Economische Zaken,

G. J. Wijers


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven