nr. 5
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 14 oktober 1996
In december 1995 zijn door de kamerleden Blaauw en Verbugt schriftelijke
vragen gesteld over de consequenties van het gebruik van breedbanden
voor het Nederlandse wegennet. Op 21 december 1995 heb ik de Kamer hierover
schriftelijk geantwoord (Aanhangsel Handelingen nr. 398, vergaderjaar 1995–1996).
Op dat moment beschikte ik echter over onvoldoende informatie over de macro-economische
effecten van het gebruik van dit type band. Derhalve heb ik u toegezegd een
aanvullende studie te laten verrichten. Deze is inmiddels afgerond en geeft
nader inzicht in de volgende aspecten:
1. Het gebruik van breedbanden op aanhanger- en opleggerassen (getrokken
assen)
2. Het gebruik van breedbanden op aangedreven assen
3. Wijziging van het maximaal toelaatbaar voertuiggewicht
Hieronder geef ik puntsgewijs de belangrijkste conclusies weer.
1 Conclusies gebruik breedbanden op getrokken assen
In het onderzoeksrapport is uitvoerig aandacht besteed aan de effecten
van het gebruik van breedbanden op getrokken assen, aangezien de vraag van
de kamerleden Verbugt en Blaauw hierop was gericht. Op grond van het onderzoek
kunnen de volgende conclusies worden getrokken.
a. Het Nederlandse hoofdwegennet is berekend op de huidige wegbelasting
en op de verwachte groei van de belasting. Bij het verhardingsontwerp is rekening
gehouden met het gebruik van breedbanden op getrokken assen.
b. Bij gebruik van breedbanden op alle getrokken assen nemen, ten opzicht
van de nulsituatie (geen breedbanden), de jaarlijkse onderhoudslasten voor
het Nederlandse hoofdwegennet en het provinciale wegennet toe
met circa 50 miljoen gulden. De baten voor de bedrijfstak bedragen circa 110
miljoen gulden.
c. De besparing op het aantal ritten, door het iets hogere netto laadvermogen,
heeft nauwelijks invloed op het terugdringen van de congestievorming.
d. De toepassing van breedbanden op getrokken assen levert enkele positieve
milieu-effecten op, waaronder een reductie van het energieverbruik en van
de emissie van uitlaatgassen, beide met circa 1,2 procent. Daarnaast nemen
ook de rubberbehoefte van de bandenindustrie en de afvalstroom van oude rubberbanden
enigszins af.
Ten slotte merk ik op dat medio 1993 reeds 75 procent van de getrokken
assen was voorzien van breedbanden. De genoemde voordelen zijn dus al grotendeels
geïncasseerd.
2 Conclusies gebruik breedbanden op aangedreven assen
Bij montage van breedbanden op aangedreven assen is de contactdruk tussen
band en wegdek, die wordt bepaald door de combinatie van aslasten en bandenspanning,
bepalend voor de schade die ontstaat aan de wegverharding. De montage van
breedbanden op aangedreven assen zal de bedrijfstak een voordeel opleveren
van circa 81 miljoen gulden. De kosten voor de wegbeheerder worden bepaald
door de combinatie van bandenspanning en aslasten. De volgende conclusies
kunnen worden getrokken uit het onderzoek:
a. Een indicatieve kosten/baten-analyse laat zien dat bij montage van
breedbanden op aangedreven assen bij een maximale bandenspanning van 8,5 atmosfeer
de kosten voor de wegbeheerder circa 58 miljoen gulden bedragen.
b. Wanneer de bandenspanning wordt verhoogd van 8,5 naar 10 atmosfeer,
lopen de onderhoudskosten op tot circa 102 miljoen gulden. De baten voor de
bedrijfstak zullen iets lager zijn dan de bovengenoemde 81 miljoen gulden,
omdat overschrijding van de door de fabrikant voorgeschreven maximale bandenspanning
tot extra kosten voor de transporteur zal leiden.
c. De aangedreven as is doorgaans ook de zwaarst belaste as. Overbelading
van de vrachtwagencombinatie heeft tot gevolg dat de wettelijk toelaatbare
belasting op de aangedreven as veelal wordt overschreden. Dit wordt zichtbaar
door vervorming van de band. Voor de Politie is dit een duidelijke indicatie
voor overbelading. Deze vervorming van de band kan echter worden tegengegaan
door de bandenspanning te verhogen, zodat de overbelading niet direct met
het oog waarneembaar is. De bandenspanning is niet aan een wettelijk maximum
gebonden. Juist de combinatie van een te hoge aslast (hoger dan 11,5 ton)
en een te hoge bandenspanning heeft echter desastreuze gevolgen voor de levensduur
van de verharding. In het ongunstigste geval kan de levensduur met dertig
tot maximaal veertig procent worden verkort. De kosten voor de wegbeheerder
zullen hierdoor veel hoger oplopen dan de bovengenoemde bedragen.
De EU vervoersrichtlijn (85/3/EEG), evenals de Nederlandse wetgeving ter
zake, maken het gebruik van breedbanden op aangedreven assen niet aantrekkelijk:
voor aangedreven assen met breedbanden geldt een lagere maximale aslast (10
ton) dan voor assen met normale banden (11,5 ton). Hoewel er momenteel geen
verbod bestaat op het monteren van breedbanden op aangedreven
assen, worden ze slechts sporadisch toegepast. De verwachting is echter dat
binnen afzienbare termijn speciale breedbanden voor aangedreven assen op de
markt zullen verschijnen. Wanneer deze ontwikkeling doorzet overweeg ik de
volgende maatregelen:
* Aanscherping van de controle op overbelading.
* Onderzoek naar de vraag in hoeverre een wettelijk maximum kan en moet
worden gesteld aan de bandenspanning in relatie tot het draagvermogen (contactdruk
tussen band en wegdek) van de breedband.
3 Conclusies wijziging van het maximaal toelaatbaar voertuiggewicht
a. In het verleden is in de EU voorgesteld het maximaal toelaatbare voertuiggewicht
voor zowel het nationale als het internationale vervoer te harmoniseren. In
Nederland zou het maximaal toelaatbare voertuiggewicht voor het binnenlandse
vervoer daardoor dalen van 50 naar 40 ton. Dit zou de nodige nadelige consequenties
hebben voor de economie, het milieu en de verkeersveiligheid. De lidstaten
konden het echter niet eens worden over aanpassing van de richtlijnen. De
onlangs aangenomen EU richtlijn «afmetingen en gewichten in nationaal
en internationaal vervoer (96/53/EG)» hanteert dan ook de maximaal toelaatbare
gewichten uit de oorspronkelijke richtlijn uit 1985.
b. Verhoging van het maximaal toelaatbaar voertuiggewicht naar bijvoorbeeld
60 ton heeft naar verwachting slechts een marginaal effect op het beperken
van de congestie op het Nederlandse hoofdwegennet. In de bijgevoegde notitie1 wordt op pagina 51 aangegeven welke overige consequenties
zijn verbonden aan het verhogen, c.q. verlagen van het wettelijk toegestane
maximale voertuiggewicht met 10 ton.
Ten slotte vermeld ik graag dat de bijgevoegde notitie «Breedbanden
en zwaar verkeer» in goed overleg met het bedrijfsleven tot stand is
gekomen.
Vertrouwend u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, teken ik,
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink