nr. 25
MOTIE VAN HET LID M. B. VOS C.S.
Voorgesteld 5 november 1996
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat hout verduurzaamd met arseenhoudende wolmanzouten gevaarlijk
afval is aangezien het hoeveelheden arseen en chroom bevat die meer dan een
factor 100 boven de drempelwaarden liggen;
overwegende, dat de Kamer zich reeds in 1991 heeft uitgesproken voor een
beëindiging van de toepassing van arseenhoudende wolmanzouten;
overwegende, dat het beleid dat de regering in antwoord op deze uitspraak
heeft ingezet niet of nauwelijks heeft geleid tot een vermindering van de
hoeveelheden arseen en chroom die via verduurzaamd hout in het milieu terecht
komen;
voorts overwegende, dat het voornemen om het weglekken van deze stoffen
in de afvalfase te voorkomen door het realiseren van een gescheiden inzameling
nog tot geen enkel concreet resultaat heeft geleid en er ook geen uitzicht
bestaat op het binnen afzienbare termijn tot stand komen hiervan;
van oordeel, dat voor hout verduurzaamd met arseenhoudende wolmanzouten
voldoende andere, minder milieubelastende alternatieven voorhanden zijn;
spreekt als haar mening uit dat voortzetting van de toepassing van arseenhoudende
wolmanzouten niet langer acceptabel is;
en verzoekt de regering die maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn
om op zo kort mogelijke termijn aan de toepassing van arseenhoudende wolmanzouten een einde te maken en een gescheiden inzamel- en verwerkingssysteem
voor met arseen, chroom en koperzouten geïmpregneerd hout te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
M. B. Vos
Poppe
Augusteijn-Esser
Crone
Stellingwerf
Van Middelkoop