25 000 X
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 1996

nr. 7
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 2 oktober 1996

De vaste commissie voor Defensie1 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Defensie over het project vervanging van twee standaardfregatten door fregatten voor luchtverdediging (24 400 X, nr. 116).

De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 2 oktober 1996.

Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Korthals

De griffier van de commissie,

Teunissen

1

In de brief dd. 20 juni wordt de behoeftestelling onderbouwd met de zinsnede dat «de dreiging van anti-schip geleide wapens in de afgelopen jaren is toegenomen». Kan deze stelling kwantitatief en kwalitatief onderbouwd worden? Is de veiligheidsanalyse op dit punt veranderd sinds de vaststelling van de Prioriteitennota? Zo ja, door welke ontwikkelingen?

Na het einde van de Koude Oorlog is de verspreiding van anti-schip geleide wapens toegenomen, ook naar instabiele regio's. De wat oudere, Chinese «Zijderupsraket» en de Russische «Styx» met daarvan afgeleide varianten zijn op veel plaatsen in de wereld verkocht. Inmiddels is de verspreiding van technologisch sterk verbeterde anti-schip geleide wapens gaande. Zo zijn de twee best verkochte Westerse anti-schip geleide wapens, de Harpoon en de Exocet, beide aan zo'n 40 landen geleverd. De Zweedse RBS-15 is geëxporteerd naar het voormalige Joegoslavië en vervolgens in het bezit gekomen van Kroatië. Nieuwe Chinese geleide wapens, de C-801 («Sarbine») en de C-802 («Saccade»), zijn in 1994 en 1995 verkocht aan Iran. Deze typen kunnen worden ingezet vanaf schepen, en in de toekomst ook met vliegtuigen en bij de kustverdediging. Er is grote belangstelling voor de moderne SS-N-22 («Sunburn»), de SS-NX-25 («Switchblade») en de AS-17 («Crypton») anti-schip geleide wapens van Russische makelij. Ook minder bekende wapenexporterende landen, zoals Zuid-Afrika en Brazilië, bieden kwalitatief goede wapensystemen aan en hebben een programma voor de ontwikkeling van anti-schip geleide wapens.

Nieuwere wapens zijn ontworpen om de reactietijd van doelen zoveel mogelijk te bekorten. Ten opzichte van de vorige generatie kenmerken zij zich dan ook door een verdubbeling of een verdrievoudiging van de vliegsnelheid, een zeer lage vlieghoogte, een kleinere kans op detectie (stealth) en betere geleidingssystemen. Door meer wapens in te zetten dan het doel tegelijkertijd kan bestrijden, wordt de kans van slagen van een aanval verder vergroot. Deze ontwikkeling, een toename van de dreiging van anti-schip geleide wapens, die zowel in de Defensienota als in de Prioriteitennota was voorzien, gaat ook thans voort. Op dit punt is de veiligheidsanalyse dus nog steeds actueel.

2 en 9

Waarom is pas onlangs duidelijk geworden dat het plaatsen van het volledige luchtverdedigingssysteem aan boord van de fregatten van de Jacob van Heemskerck-klasse grote technische problemen met zich mee brengt?

Kan nader aangegeven worden wat de verschillen zijn tussen een ge-update versie van de Jacob van Heemskerck-fregatten, zoals oorspronkelijk was gepland en een nieuw Luchtverdedigingsfregat?

In de Defensienota van 1991 was voorzien dat de fregatten van de Jacob van Heemskerck-klasse omstreeks de eeuwwisseling een technisch verbeteringsprogramma zouden ondergaan. Het tijdstip van het programma hield verband met de invoering van het «Local Area Missile System» (LAMS) en de verbetering van het «Standard missile system». Voor de overige onderdelen van het luchtverdedigingssysteem, zoals de SMART-L radar, zou worden aangesloten bij de vervanging van de geleide-wapenfregatten van de Tromp-klasse. Beide scheepstypen zouden dan met vrijwel identieke luchtverdedigingssystemen zijn uitgerust.

Parallel aan de voorstudies van het luchtverdedigingssysteem voor het luchtverdedigings- en commandofregat is in 1993 een haalbaarheidsstudie begonnen naar de uitvoering van het technische verbeteringsprogramma voor de Jacob van Heemskerck-klasse. Deze studie toonde aan dat het plaatsen van het volledige luchtverdedigingssysteem van het luchtverdedigings- en commandofregat aan boord van de fregatten van de Jacob van Heemskerck-klasse tot grote technische problemen zou leiden, en dat plaatsing van onderdelen van het systeem niet tot de beoogde verbetering zou leiden. Daarop is het alternatief uitgewerkt om begin volgende eeuw twee Standaardfregatten te vervangen door twee schepen voor de luchtverdediging.

Met de update van de Jacob van Heemskerck fregatten zou de luchtverdedigingscomponent van deze fregatten identiek worden aan die van de luchtverdedigings- en commandofregatten. Gebleken is echter dat geen sprake kan zijn van een dergelijke aanpassing aan boord van de Jacob van Heemskerck-klasse fregatten.

3 en 6

Besloten is af te zien van het technische verbeteringsprogramma van de Jacob van Heemskerck-fregatten. «Voorzien is echter dat de fregatten van de Jacob van Heemskerck-klasse op termijn in een gezamenlijk programma met de twee overblijvende Standaardfregatten worden vervangen» (citaat brief). Door welk soort fregatten zullen de Jacob van Heemskerck fregatten worden vervangen? Wederom luchtverdedigingsfregatten? Wanneer vindt deze vervanging plaats?

De twee nieuwe Luchtverdedigingsfregatten komen niet in de plaats van de twee Jacob van Heemskerck-fregatten maar in plaats van de S-fregatten die worden afgestoten. Betekent dit dat er op een gegeven moment vier Luchtverdedigingsfregatten en twee Jacob van Heemskerck-fregatten in dienst zullen zijn, dus zes fregatten die op luchtverdediging gericht zijn? Zo ja, gedurende welke periode? Worden de twee verouderde LF-fregatten van de Jacob van Heemskerck-klasse uit de vaart genomen op het moment dat de twee voorziene, nieuw te bouwen LF-en gereed zijn? Zo nee, waarom niet?

De vervanging van de twee overblijvende Standaardfregatten en die van de Jacob van Heemskerck-klasse is voorzien vanaf 2009. Omstreeks de eeuwwisseling zal worden begonnen met voorstudies en een analyse voor dit vervangingsproject. Naar de huidige inzichten zal luchtverdediging ook dan nog een belangrijk aspect zijn.

Vanaf 2005 zullen de twee luchtverdedigings- en commando-fregatten, de twee nieuwe luchtverdedigingsfregatten en de twee luchtverdedigingsfregatten van de Jacob van Heemskerck-klasse gelijktijdig in dienst zijn.

Bij het gereedkomen van de nieuw te bouwen luchtverdedigingsfregatten worden twee Standaardfregatten van de Kortenaer-klasse uit de vaart genomen. Het totaal aantal fregatten wordt zo gehandhaafd op zestien. Er is gekozen voor de vervanging van twee Standaardfregatten omdat zij ouder zijn dan de fregatten van de Jacob van Heemskerck-klasse. Bovendien kunnen de fregatten van de Jacob van Heemskerck-klasse, ook in hun huidige configuratie, een betere bijdrage aan de luchtverdediging leveren dan Standaardfregatten.

4a en 4b

Wat zijn de besparingen voor de lopende begroting en die voor de volgende jaren in verband met het niet doorgaan van het technisch verbeteringsprogramma van de luchtverdedigingsfregatten van de Jacob van Heemskerck-klasse?

Wat zijn de extra lasten voor de begroting voor dit jaar en volgende jaren van het vervroegd in aanbouw nemen van de twee Luchtverdedigingsfregatten?

De aanschaf van de twee fregatten wordt gefinancierd uit fondsen die waren bestemd voor het technische verbeteringsprogramma voor de fregatten van de Jacob van Heemskerck-klasse en voor de vervanging van de twee Standaardfregatten. De beschikbare fondsen zijn geherfaseerd; besparingen of extra uitgaven zijn in de begrotingen voor 1997 en volgende jaren niet aan de orde. De herfasering na 2001 bleek mogelijk doordat het NH90-programma vertraging heeft opgelopen.

In de Artikelsgewijze Toelichting bij de begroting voor 1997 zijn in de verplichtingenopbouw in 1999 en 2000 mutaties opgenomen van respectievelijk fl. 10 miljoen en fl. 97 miljoen. In de uitgavenopbouw is voor 2000 een mutatie van fl. 1 miljoen opgenomen.

4c, 14, 15 en 16

Welke besparingen vloeien voort uit het in serie bouwen van de Geleidewapen-fregatten en de Luchtverdedigingsfregatten?

Hoeveel geld is gemoeid met de standaardiseringsvoordelen waarover wordt gesproken?

Hoeveel geld is gemoeid met de aansluitingsvoordelen waarover wordt gesproken? Waaruit bestaan deze aansluitingsvoordelen?

Hoe groot is de korting als gevolg van de extra aanschaf van twee LCF-en?

Het budget voor de twee luchtverdedigingsfregatten bedraagt f 1 270 miljoen (prijspeil 1996), het budget voor de twee luchtverdedigings- en commandofregatten f 1 719 miljoen (prijspeil 1996). Het voordelige verschil ontstaat omdat eenmalige kosten, zoals die van het ontwerp en de ontwikkeling, niet nogmaals betaald hoeven te worden en de inkoop van grotere aantallen produkten voordeliger is.

De precieze omvang van de besparing zal blijken na het voeren van de contractonderhandelingen waarover u in de brief over de voorbereiding van de verwerving zult worden gerapporteerd.

5

Kan een exact tijdschema worden gegeven van de instroom van de nieuwe Luchtverdedigings-commando fregatten, en de uitstroom van de andere fregatten, zoals op pagina 100 van de Defensie-nota?

Fregatten1 september 1996Plannen1 januari 2006
Tromp-klasse2Afstoten in 2001 en 2003
LCF/LFVervangen 2 Tromp-klasse fregatten in 2001 en 2003. Vervangen 2 Kortenaer-klasse fregatten in 2004 en 2005 (proeftocht 2003 en 2004)4
Jacob van Heemskerck-klasse2Vervangen vanaf 20092
Kortenaer-klasse42 afstoten in 2004 en 20052
  2 vervangen vanaf 2009 
Karel Doorman-klasse8CUP rond 20088

7 en 7a

Waarom wordt apparatuur voor commandovoering over een taakgroep niet aangebracht?

Hoe hoog bedragen de kosten van de apparatuur voor commandovoering?

Vanaf de twee luchtverdedigings-en commandofregatten wordt het bevel gevoerd over de beide taakgroepen van de Koninklijke marine. Vanuit dat gezichtspunt is het niet noodzakelijk de twee nieuwe luchtverdedigingsfregatten van apparatuur voor commandovoering over een taakgroep te voorzien. De apparatuur voor commandovoering kost ongeveer f 10 miljoen per schip.

8a, 8b en 8c

Welke ratio hanteren andere landen voor de getalsmatige verhouding tussen luchtverdedigings-fregatten en standaard-fregatten?

Heeft Duitsland, dan wel Spanje, belangstelling voor een luchtverdedigingsfregat? Zo nee, waarom niet? Hoe ziet de Spaanse en Duitse vloot-luchtverdedigingscapaciteit eruit? Hoeveel oppervlakte schepen (fregatten) heeft Duitsland en hoeveel LCF, respectievelijk LF zijn daarbij ingedeeld?

Waarom geniet luchtverdediging slechts in de VS en Nederland prioriteit?

Luchtverdedigingseenheden zijn vliegkampschepen, fregatten en jagers (voor de Verenigde Staten ook kruisers) met «area defence»-systemen. In de Navo was in 1995 42% van de schepen van vergelijkbare grootte ingericht voor de luchtverdediging. In de Verenigde Staten is dat 72%. De Verenigde Staten hebben overigens besloten alle grotere eenheden te voorzien van een «area defence»- capaciteit. Het Verenigd Koninkrijk bezit drie vliegkampschepen met een luchtverdedigingscapaciteit en twaalf luchtverdedigingseenheden op een totaal van 35 fregatten en jagers. Voor de vervanging van deze twaalf eenheden werkt het Verenigd Koninkrijk met Frankrijk en Italië aan het «Horizon» luchtverdedigingsfregattenprogramma.

Nederland werkt met Spanje en Duitsland samen bij de bouw van de luchtverdedigings- en commandofregatten. Spanje heeft op het ogenblik zeventien fregatten, waarvan elf met een luchtverdedigingscapaciteit, en een vliegkampschip met luchtverdedigingsvliegtuigen. In de Spaanse plannen is de aanschaf van vier nieuwe luchtverdedigings- en commandofregatten voorzien.

Duitsland streeft naar een bestand van zestien fregatten, waarvan vier voor de luchtverdediging. Het Duitse parlement heeft onlangs, ter vervanging van oudere schepen, ingestemd met de aanbesteding van drie luchtverdedigings- en commando-fregatten en een optie op een vierde.

10 en 12

De minister van Defensie heeft toegezegd dat er een actualisering van de Prioriteitennota zal komen. Waarom wordt deze nieuwe, extra behoeftestelling niet meegenomen bij de actualisering, zodat de verschillende prioriteiten van Landmacht, Marine en Luchtmacht tegen elkaar afgewogen kunnen worden?

Kan nader worden toegelicht op welke wijze de voorgenomen actualisering van de Prioriteitennota, waarbij het beleid wordt voortgezet met enige aanpassingen naar aanleiding van ervaringen die onder meer bij vredesoperaties zijn opgedaan, en waarbij het beleidsuitgangspunt is het doortrekken van de hoofdlijnen van de Prioriteitennota in combinatie met het oplossen van gebleken tekortkomingen, voor de Koninklijke Marine leidt tot de conclusie dat de omvang van het bestand fregatten niet ter discussie staat en dat onverminderd prioriteit wordt gegeven aan luchtverdediging?

In de Defensienota is voor het eerst het aantal van zestien operationele fregatten als einddoel aangemerkt. Ook is vastgesteld dat de aanhoudende verspreiding en de voortschrijdende ontwikkeling van anti-schip geleide wapens nopen tot de opbouw van een geavanceerde luchtverdedigingscapaciteit om schepen en verbanden van schepen veilig te kunnen inzetten. In de Prioriteitennota, en vervolgens in de Novemberbrief (Kamerstuk 23 900 X nr. 8), zijn deze beleidsdoelen bevestigd. Het voornemen twee Standaardfregatten te vervangen door fregatten voor de luchtverdediging is met het uitgestippelde beleid in overeenstemming. Er is dus geen sprake van een extra behoeftestelling. Bij de actualisering van de Prioriteitennota wordt noch de vervanging van de Standaardfregatten, noch de totale omvang van het bestand aan fregatten opnieuw aan de orde gesteld aangezien recente ervaringen bij inzet in internationaal verband niet aangeven dat vermindering van het aantal van zestien fregatten mogelijk is.

11

Mag worden verondersteld, dat met de aanschaffing van deze twee Luchtverdedigingsfregatten het totale aantal voor de Koninklijke marine ter beschikking zijnde schepen een tweetal hoger ligt, dan waarvan in de Defensienota 1991 wordt uitgegaan? Zo ja, welke financiële consequenties heeft deze aanschaffing dan voor andere investeringsprojecten bij de Koninklijke marine?

Neen. In de Defensienota 1991 werd uitgegaan van twintig fregatten, waarvan er vier in 1995 of 1996 mobilisabel zouden worden gesteld om vervolgens omstreeks 2006 te worden afgestoten. In de Prioriteitennota is de afstoting vervroegd tot 1996, zodat de Koninklijke marine nu beschikt over in totaal zestien fregatten. De beide Standaardfregatten die door de luchtverdedigingsfregatten worden vervangen, worden afgestoten zodra de nieuwe schepen in de vaart komen. Zo wordt het aantal van zestien fregatten gehandhaafd.

13

Wat voor concept hanteert de Koninklijke Marine als het gaat om het op voldoende afstand houden van potentiële anti-schip-raket-lanceer-eenheden?

De bestrijding van lanceereenheden van anti-schipraketten berust op het concept van de verdediging in diepte. Uitgaande van vroegtijdige detectie op grote afstand, wordt getracht de lanceerinrichting uit te schakelen voordat zij actief kan worden tegen de te beschermen eenheden. Tegen vliegtuigen met anti-schip geleide wapens berust het concept op een verdeling in vijf, elkaar overlappende, verdedigingsschillen. Dit concept is beschreven in de Defensienota 1991. Tegen oppervlakteschepen of onderzeeboten met anti-schipwapens wordt de verdediging op een vergelijkbare manier opgezet.

Bij crisisbeheersingsoperaties is dit concept slechts ten dele uit te voeren. Vroegtijdige detectie en identificatie van een dreiging zijn moeilijk tijdens een operatie in wateren dichtbij het grondgebied van een potentiële tegenstander. Het is lang niet altijd mogelijk een lanceereenheid op te sporen voordat raketten metterdaad worden ingezet. Bovendien is het doorgaans niet toegestaan een lanceereenheid na ontdekking uit te schakelen zolang er niets mee wordt afgevuurd. Hierdoor nemen de toepassingsmogelijkheden van de verdediging in diepte af. Het belang van een luchtverdedigingssysteem tegen geleide wapens, zoals voorzien op de luchtverdedigingsfregatten, neemt daarentegen toe.

17

Hoe hoog waren de ontwerp- en ontwikkelingskosten van eerste twee LCF-fregatten?

De ontwerp- en ontwikkelingskosten van het project luchtverdedigings- en commandofregatten worden geraamd op ongeveer f 250 miljoen.

18

Hoe luiden de contractuele bepalingen wat betreft de ontwikkelings- en ontwerpkosten? In hoeverre beschikt de KM over het ontwerp van de LCF? Is het niet zo dat de standaardiseringsvoordelen en de besparing op de ontwikkelings- en ontwerpkosten een, min of meer, tijdloos karakter hebben? Of worden deze kosten beïnvloed door de snelheid waarmee besloten wordt om over te gaan op de aanbouw van twee nieuwe LCF-en? Zo ja, op welke wijze? In de brief wordt gesproken over het opnieuw betalen van ontwerp- en ontwikkelingskosten, welk bedrag is hiermee gemoeid?

Ingevolge het bouwcontract verkrijgt de Koninklijke marine de intellectuele eigendomsrechten van het ontwerp van de luchtverdedigings- en commandofregatten.

Elk scheepsontwerp (bestek) weerspiegelt de stand van de techniek op het tijdstip dat het bouwcontract wordt gesloten. Na verloop van tijd, als verschillende componenten niet langer leverbaar zijn en produktiemethoden veranderen, wordt het steeds moeilijker opnieuw precies dezelfde schepen te bouwen op basis van het oorspronkelijke bestek. Naarmate er meer tijd verstrijkt tussen de vaststelling van het ontwerp en de aanvang van de produktie, moeten meer onderdelen van de constructie opnieuw worden bezien. Kosten die eenmalig leken, keren dan terug, de kortingen in verband met seriegrootte slinken en standaardisatie wordt steeds moeilijker te verwezenlijken. Bij gescheiden aankoop zou ook de onderhandelingspositie van Defensie zwakker zijn.

19

Wat is de achterliggende reden voor de noodzaak om nog dit jaar aan te sluiten bij de bouw van de twee andere LCF-en?

Als het contract nog dit jaar wordt gesloten, kunnen beide schepen worden gebouwd in aansluiting op de luchtverdedigings- en commandofregatten. De onderhandelingen over de deelcontracten zijn thans gaande. De te behalen voordelen berusten op (een combinatie van) drie factoren:

a. Seriebouw. Door de bouw direct te laten aansluiten op de bouw van de luchtverdedigings- en commandofregatten ontstaat een reductie in de productie-uren van de bouwwerf, als gevolg van de zogenaamde «learning curve» die de werf tijdens de bouw van de eerste twee schepen al heeft doorgemaakt.

b. Eenmalige kosten. Sommige kosten hoeven niet opnieuw te worden gemaakt als voor de vervolgserie gebruik kan worden gemaakt van het bestaande ontwerp. Zie tevens het antwoord op vraag 18.

c. Inkoopeffecten. Kortingen zijn mogelijk als goederen worden ingekocht zonder dat daarvoor nieuwe productielijnen nodig zijn. Omgekeerd geldt, dat het streven naar standaardisatie nadelige financiële gevolgen kan hebben als contracten pas later worden gesloten en de mogelijkheden voor concurrentiestelling ontbreken.

20

Zijn de LCF en LF primair bedoeld om de schepen van de taakgroep te beschermen en niet als zelfstandig platform in het kader van algemene verdediging tegen ballistische raketten?

Ja, de luchtverdedigings- en commandofregatten en de luchtverdedigingsfregatten zijn primair bedoeld om de taakgroepen te beschermen. Daarnaast verschaft de configuratie van het luchtverdedigingssysteem de schepen het vermogen bij te dragen aan de verdediging tegen tactische ballistische raketten, zoals gemeld in mijn brief van 6 juni 1995 over de verwervingsvoorbereiding van de luchtverdedigings- en commandofregatten (Kamerstuk 23 900 X, nr. 81).

21

Bestaat inmiddels meer duidelijkheid over de problemen bij de voortstuwing van de fregatten alsmede de financiële afwikkeling daarvan, zulks in verband met het voorstel om twee schepen met dezelfde voortstuwing en energievoorziening uit te rusten als de eerste twee LCF?

In het overleg met de vaste commissie voor Defensie op 12 juni 1996 heb ik aangegeven dat een drie-traps technische oplossing voor de problemen met de voortstuwing van de M-fregatten werd onderzocht. Het ging om aanpassing van de voortstuwings-regelautomatiek, montage van elektronische regulateurs en vervanging van de drukvulgroepen. De initiële kosten werden, uitgaande van een «worst case scenario», geraamd op f 9,4 miljoen.

Inmiddels is gebleken is dat aanpassing van de regelautomatiek volstaat. Dit heeft er dan ook toe geleid dat de kosten thans geraamd worden op f 2 miljoen. Door deze oplossing kan het M-fregat weer onbelemmerd worden ingezet, zonder dat de operationele capaciteiten van het schip zijn aangetast.

Alle M-fregatten worden nog dit jaar gemodificeerd.

Overigens zullen de luchtverdedigings- en commandofregatten worden uitgerust met andere diesels voor de voortstuwing en energievoorziening dan de M-fregatten. Ik heb u dit aangekondigd in mijn brief van 29 maart 1996 (Kamerstuk 24 400 X nr. 86).


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Mateman (CDA), Wolters (CDA), Korthals (VVD), voorzitter, Weisglas (VVD), H. Vos (PvdA), Van den Berg (SGP), Van Traa (PvdA), Van Gelder (PvdA), Zijlstra (PvdA), Hillen (CDA), Valk (PvdA), Sipkes (GroenLinks), Van Hoof (VVD), Bukman (CDA), Hoekema (D66), ondervoorzitter, Leerkes (Unie 55+), De Koning (D66), Hessing VVD), Van den Bos (D66), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Verkerk (AOV), Van Waning (D66), Sterk (PvdA), Van den Doel (VVD), vacature (CD).

Plv. leden: Terpstra (CDA), Beinema (CDA), Van Rey (VVD), Van Heemskerck Pillis-Duvekot (VVD), Dijksman (PvdA), Van Middelkoop (GPV), Houda (PvdA), Middel (PvdA), Van Gijzel (PvdA), Verhagen (CDA), Woltjer (PvdA), Rosenmöller (GroenLinks), Hoogervorst (VVD), Mulder-van Dam (CDA), Ter Veer (D66), Stellingwerf (RPF), De Hoop Scheffer (CDA), Blauw (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Wingerden (AOV), Roethof (D66), Rehwinkel (PvdA), Keur (VVD), Marijnissen (SP).

Naar boven