nr. 141
AMENDEMENT VAN DE LEDEN M. M. VAN DER BURG EN DITTRICH
Ontvangen 21 november 1996
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat, onderdeel uitgaven en verplichtingen, wordt als volgt
gewijzigd:
I
In artikel 01.01 Personeel en materieel ministerie worden het
verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met f 325 000.
II
In artikel 02.08 Personeel en materieel Rijksrecherche en Gerechtelijk
Laboratorium worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met f 60 000.
III
In artikel 03.04 Bijdrage Immigratie- en Naturalisatiedienst
worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd
met f 384 000.
IV
In artikel 04.01 Personeel en materieel Raden voor de kinderbescherming worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met f 329 000.
V
In artikel 04.03 Subsidies Jeugdbescherming en Reclassering
worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd
met f 1 800 000.
VI
In artikel 05.04 Bijdrage Dienst Justitiële Inrichtingen
worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd
met f 4 020 000.
VII
In artikel 06.01 Personeel en materieel rechtspraak worden
het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met f 1 932 000.
VIII
In artikel 06.03 Gefinancierde rechtsbijstand worden het verplichtingenbedrag
en het uitgavenbedrag verhoogd met f 5 250 000.
Toelichting
De verhoging van artikel 04.03 (onderdeel V van het amendement) komt voor
f 300 000 ten goede aan de Landelijke Projectgroep Dading (LPD)
en voor f 1,5 mln aan slachtofferhulp.
Van de verhoging van artikel 06.03 (onderdeel VIII van het amendement)
komt f 5 mln ten goede aan de gefinancierde rechtsbijstand en f 250 000
aan de Geschillencommissies voor Consumentenzaken.
De dekking van het amendement wordt gevonden in de bij de begrotingssterkte
achterblijvende personele bezetting (zie stuk nr 3, bijlage 1 op blz. 2).
De onderdelen I t/m IV, VI en VII van het amendement verminderen de onderscheiden
personeelsartikelen. Aan de verhoging van f 7,05 mln dragen de personeelsartikelen
bij met een percentage dat verkregen wordt door de personeelssterkte van de
betrokken sector uit te drukken in een percentage van de totale begrotingssterkte
voor 1997 (25 989 fte's). Het betreft achtereenvolgens het personeel
van het ministerie algemeen, de gerechtelijke laboratoria, de Raad voor de
Kinderbescherming, de gerechtelijke ondersteuning, het Agentschap Immigratie-
en Naturalisatiedienst en het Agentschap Dienst Justitiële Inrichtingen.
Buiten beschouwing zijn gelaten het Agentschap Centraal Justitieel Incasso
Bureau en ZBO Bureau Inning Onderhoudsbijdragen in verband met hun geringe
personele sterkte.
M. M. van der Burg
Dittrich