nr. 90
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 25 augustus 1997
Mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken bericht ik U als
volgt.
Het jaarverslag over de voortgang in 1996 van de programma's voor Ontwikkelingsrelevante
Exporttransacties (ORET) en Milieu en Economische Verzelfstandiging (MILIEV),
dat ik u in juni toezond, liet zien dat de verwachte uitgaven, vanwege het
succes van de programma's, ver dreigden uit te gaan boven de beschikbare bedragen.
De belangstelling van het bedrijfsleven voor de programma's is in de afgelopen
jaren aanzienlijk toegenomen. In overleg met de Ministers van Economische
Zaken en Financiën besloot ik daarom het in behandeling nemen van nieuwe
aanvragen met onmiddellijke ingang op te schorten en reeds ingediende aanvragen
af te handelen voorzover dat binnen redelijke grenzen mogelijk was. Daartoe
werden alle aangemelde aanvragen gerubriceerd in (1) toegelaten voor behandeling
zonder voorbehoud (12 ORET en 6 MILIEV) – deze aanvragen worden gewoon
afgehandeld, (2) toegelaten voor behandeling onder voorbehoud van voldoende
budget (10 ORET) – deze aanvragen worden vooralsnog niet behandeld,
en (3) voorstellen die zijn aangehouden omdat onvoldoende informatie werd
verstrekt ter onderbouwing (18 ORET en 5 MILIEV) – de indieners van
deze aanvragen werd de gelegenheid geboden uiterlijk 1 oktober de gewenste
informatie aan te leveren.
In de afgelopen maanden heb ik met mijn meest betrokken collega's overleg
gepleegd over de mogelijkheden om de programma's te heropenen. Dit heeft tot
het volgende geleid.
a. Het is ons voornemen het daarheen te leiden dat ORET en MILIEV op 1
januari 1998 worden heropend. Van beide programma's, inclusief voor activiteiten
in India en China wordt een bedrag op de begroting 1998 uitgetrokken. Dit
bedrag wordt bij de aanbieding van de begroting aan de Staten Generaal bekend
gemaakt.
b. Voor zowel ORET als MILIEV zullen maximum transactiebedragen worden
gehanteerd. De schenkingspercentages voor beide programma's worden in overeenstemming
gebracht met het door de OESO vastgestelde minimum. Bovendien zal per land
een verplichtingenplafond worden gehanteerd, tenzij met een land andere afspraken
zijn gemaakt, in het kader van de zogenaamde landenpakketten. Halfjaarlijks
zal bekend worden gemaakt hoe groot de beschikbare ruimte voor ORET en MILIEV
is, ten behoeve van potentiële aanvragers. Deze maxima zullen binnen
afzienbare tijd bekend worden gesteld.
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
J. P. Pronk