nr. 68
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 11 februari 1997
Hierbij informeren wij U over onze bereidheid opnieuw deel te nemen aan
de «Multinational Interception Force» (MIF) in de Arabische Golf
om toe te zien op de naleving van de VN-sancties tegen Irak op grond van VN-veiligheidsraadresolutie
665. De MIF draagt belangrijk bij aan de effectiviteit van de VN-sanctiemaatregelen.
De Koninklijke marine zal van 22 maart 1997 tot en met 20 april 1997 met
het fregat «Hr.Ms. van Galen» en het bevoorradingsschip «Hr.Ms.
Amsterdam» aan de operatie deelnemen. Daarnaast zal van 22 maart 1997
tot en met 11 april 1997 een maritiem patrouillevliegtuig (P3C) aan de MIF
ter beschikking worden gesteld. Genoemde eenheden zijn in dit voorjaar al
in de buurt van het operatiegebied, in verband met een vlootbezoek aan India
en internationale tentoonstellingen in Abu Dhabi en Singapore. In 1996 heeft
Nederland van half maart tot en met half mei met het fregat «Hr.Ms.
Tjerk Hiddes» aan de MIF deelgenomen.
De betrokken P3C Orion is nu ten behoeve van eventuele inzet voor Sfor
gestationeerd te Sigonella in Italië. Dit toestel zal in bovengenoemde
periode naar de Arabische Golf worden overgevlogen. Ter compensatie zal in
Nederland een P3C op afroep voor Sfor beschikbaar zijn. Deze regeling heeft
de instemming van de bevelhebber van de geallieerde zeestrijdkrachten in Zuid-Europa
(Comnavsouth) die is belast met de maritieme operaties van Sfor.
De MIF-operatie wordt uitgevoerd onder leiding van het Amerikaanse marinecommando
voor Zuidwest-Azië («US Naval Central Command»). De Verenigde
Staten en het Verenigd Koninkrijk leveren permanent een bijdrage aan het vlootverband.
Ook Canada zal begin dit jaar deelnemen aan de MIF. Andere landen die tot
nu toe hebben bijgedragen aan de MIF zijn onder meer Australië, België,
Italië en Nieuw-Zeeland.
De additionele uitgaven voor de genoemde inzet bedragen ongeveer f 1,3
miljoen, die ten laste worden gebracht van het budget voor vredesoperaties.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
H. A. F. M. O. van Mierlo
De Minister van Defensie,
J. J. C. Voorhoeve