Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 25000-V nr. 61 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 25000-V nr. 61 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 17 december 1996
Op 2 en 3 december jl. vond in Lissabon de OVSE-topconferentie plaats. De conferentie eindigde met de aanvaarding van een tweetal documenten: de «Lisbon Summit Declaration» en de «Lisbon Declaration on a Common and Comprehensive Security Model for Europe for the twenty-first century». Beide documenten en de bijbehorende annexen gaan als bijlagen hierbij.1
De Topverklaring stelt dat de OVSE een sleutelrol speelt in het bewaken van veiligheid en stabiliteit in Europa. Op het gebied van conflictpreventie, conflictoplossing en ondersteuning van mensenrechten en democratie dient daartoe de rol van de OVSE verder te worden uitgebouwd. De Topverklaring bevat ook passages over de diverse regionale conflicten binnen het OVSE-gebied. Daarnaast verwijst de Topverklaring naar een tweetal besluiten van het Veiligheidsforum, in de vorm van «A Framework for Arms Control» en «An Agenda of the Forum for Security Cooperation» (annex 1 en 2 van het «Lisbon Document»).
De verklaring over een gemeenschappelijk en alomvattend veiligheidsmodel voor Europa in de 21e eeuw gaat in op de uitgangspunten en taakstellingen voor het werken aan een «gemeenschappelijke veiligheidsruimte».
De EU speelde, zoals gewoonlijk, een belangrijke rol, zij het dat haar voorstellen voor versterking van de coördinatie tussen internationale organisaties die waren neergelegd in een «Platform for Co-operative Security» niet werden overgenomen. Besloten werd om volgend jaar een dergelijk Platform verder uit te werken.
Het resultaat van de Top is een gewichtige steun in de rug voor de bestaande activiteiten van de OVSE in Bosnië en andere (potentiële) conflictregio's. Daarnaast is van groot belang dat en marge van de Top overeenstemming is bereikt over een mandaat voor onderhandelingen over modernisering van het CSE-verdrag.
In de verklaring over het Veiligheidsmodel is uitdrukkelijk vastgelegd dat staten het recht hebben hun eigen veiligheidsarrangementen te kiezen, inclusief het lidmaatschap van bondgenootschappen, en dat versterking van eigen veiligheid niet ten koste mag gaan van de veiligheid van andere staten.
In deze verklaring wordt, evenals in de Topverklaring, gewezen op het belang van versterking van de OVSE. Nadere concrete uitwerking van voorstellen ter versterking van de OVSE zal de komende tijd worden voortgezet. De verklaring over het Veiligheidsmodel bevat ook een passage over een mogelijke ontwikkeling van een Europees veiligheidshandvest. De gekozen formulering (... recalling the Charter of Paris, we will consider developing a Character on European Security ...) sluit de mogelijkheid van een juridisch bindend handvest (zoals dat van de VN) niet uitdrukkelijk uit, maar vooralsnog gaan de gedachten meer uit naar een politiek bindend handvest (zoals het Handvest van Parijs).
De totstandkoming van de Topverklaring en de verklaring over het Veiligheidsmodel werd in belangrijke mate bemoeilijkt door de aandacht die Azerbajdzjan, Moldavië en, in mindere mate, Georgië vroegen voor het feit dat grote delen van hun grondgebied zijn bezet. Azerbajdzjan dreigde zijn goedkeuring aan het slotdocument te onthouden zoals Armenië weigerde in te stemmen met een paragraaf waarin de territoriale integriteit van Azerbajdzjan werd gesteund.
Uiteindelijk werd de paragraaf over de kwestie Nagorno-Karabach uit de Topverklaring gelicht en als afzonderlijke verklaring van de voorzitter van de OVSE in een annex aan de Topverklaring gehecht. In deze verklaring stelt de voorzitter van de OVSE het te betreuren dat Armenië niet de uitgangspunten voor een oplossing van het conflict kan aanvaarden, terwijl zij door alle overige OVSE-staten wel worden onderschreven.
De OVSE blijft een belangrijke functie vervullen in het bevorderen en consolideren van de vrede in Bosnië-Herzegowina. Het mandaat van de OVSE-missie is in eerste instantie verlengd tot eind 1997 en kan eventueel met nog een jaar worden verlengd. De voorbereiding en de uitvoering van de in 1997 te houden lokale verkiezingen zullen door de OVSE worden begeleid.
Van de Nederlandse voorstellen heeft het menu van regionale vertrouwenwekkende maatregelen zijn weg gevonden naar de Verklaring van het Veiligheidsmodel. Een door Nederland aanbevolen versterking van de rol van de Parlementaire Assemblee van de OVSE verkreeg evenwel onvoldoende steun.
Het voorstel om gebruik te maken van NASR/PvV voor OVSE-vredes- operaties is vooralsnog primair aan de orde in NAVO-kader.
Zowel de Topverklaring als de verklaring over het Veiligheidsmodel bevatten een passage over het belang van samenwerking op het gebied van milieu als een veiligheidsbevorderende maatregel. Het Nederlands-Noorse initiatief tot het organiseren van een seminar over nucleaire vervuiling in het Arctisch gebied zal verder worden uitgewerkt, zodra de Russische Federatie daarmee zal hebben ingestemd.
Een Nederlands voorstel tot het verlenen van rechtspersoonlijkheid aan de OVSE heeft nog geen consensus weten te verwerven.
Toespraak Minister-President Kok
Minister-President Kok heeft in zijn toespraak bepleit dat de OVSE meer aandacht zal besteden aan de praktische consequenties van haar eigen beslissingen, in het bijzonder van beslissingen om de OVSE de verantwoordelijkheid te geven voor omvangrijke en gecompliceerde taken, zoals die in Bosnië. Hij heeft daarom onder meer voorgesteld het uitvoerende vermogen van de OVSE te versterken, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te bezien een «rapid deployment civil headquarters» voor OVSE-missies op te zetten.
De betrokken toespraak treft u als bijlage aan1.
Ten behoeve van het werk in het OVSE-Veiligheidsforum nam de Top het «Framework for Arms Control» aan, een kaderscheppend document dat de basis zal gaan vormen voor de uitwerking en ontwikkeling van afspraken in OVSE-verband op het gebied van wapenbeheersing, ontwapening en vertrouwenwekkende maatregelen. Op basis hiervan werd ook een nieuw werkprogramma voor het OVSE-Veiligheidsforum aanvaard, dat de nadruk legt op de implementatie van bestaande wapenbeheersingsafspraken, het ontwikkelen van maatregelen ten behoeve van spanningsregio's en op de verdere ontwikkeling van wapenbeheersingovereenkomsten. Deze «Agenda of the Forum for Security Co-operation» vervangt het «Programme for Immedate Action» dat in 1992 in Helsinki was vastgesteld.
De dertig bij het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa (CSE) aangesloten landen zijn aan de vooravond van de Top een mandaat overeengekomen op basis waarvan onderhandelingen kunnen beginnen over modernisering van het Verdrag. (de tekst van dit mandaat is bijgevoegd)1. De bedoeling is het verdrag aan te passen aan de zich wijzigende politiek-militaire verhoudingen in Europa, zoals reeds was voorgenomen door de dertig verdragspartijen bij de toetsingsconferentie in mei 1996. De onderhandelingen zullen waarschijnlijk medio januari 1997 in Wenen beginnen.
Tijdens de OVSE-ministeriële bijeenkomst in Kopenhagen in december 1997 is een voortgangsrapportage voorzien.
Daarnaast zijn twee andere besluiten genomen in het kader van het CSE-verdrag. Het eerste betreft een aanzet tot een regeling voor verdragsgelimiteerd materieel in die gebieden waar het verdrag niet kan worden toegepast, omdat deze zich aan effectief staatsgezag onttrekken (zoals Abchazië en Zuid-Ossetië in Georgië, of Nagorno-Karabach in Azer- bajdzjan). Het tweede besluit voorziet in het verlengen van de voorlopige toepassing van het zogenaamde «flankarrangement» (Annex A van het Slotdocument van de Toetsingsconferentie van het CSE-Verdrag) tot 31 mei 1997. Deze verlenging bleek noodzakelijk omdat een aantal landen, waaronder de Verenigde Staten vanwege het reces van het Congres, niet in staat was dit arrangement goed te keuren binnen de daarvoor gestelde termijn.
In december 1997 zal, onder Deens Voorzitterschap, een Ministeriële Bijeenkomst in Kopenhagen plaatsvinden. De Top heeft de OVSE-voorzitter gevraagd bij die gelegenheid onder meer verslag te doen van de voortgang die is geboekt bij:
– de verdere ontwikkeling van de capaciteiten op het gebied van conflictpreventie en -oplossing;
– het oplossen van de crisis in Moldavië;
– de verdere uitwerking van het Veiligheidsmodel voor de 21ste eeuw.
Daarnaast heeft de Permanente Raad opdracht gekregen om voordien mandaten uit te werken voor een mediavertegenwoordiger en voor een coördinator van OVSE-activiteiten op het gebied van economie en milieu.
Voorts zal het Veiligheidsforum verslag moeten doen van de voortgang bij de implementatie van de «Agenda of the Forum for Security Co-operation».
De eerste helft van 1997 zal Nederland, als Voorzitter van de GBVB-werkgroep inzake de OVSE, nauw met het Deense OVSE-Voorzitterschap samenwerken bij het uitvoeren van deze opdrachten. Een doeltreffende uitvoering van de taken van de OVSE-missies, met name die in Bosnië, zal daarbij hoge prioriteit genieten. Daarnaast zal worden gepoogd de capaciteit van de OVSE om de bestaande taken effectief uit te voeren structureel te verbeteren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25000-V-61.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.