25 000 IV
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken (IV) voor het jaar 1997

nr. 28
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR NEDERLANDS-ANTILLIAANSE EN ARUBAANSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 29 augustus 1997

Hierbij bied ik u de vijfde, tevens één na laatste, rapportage aan van de Commissie-Aarts inzake de voortgang van het Protocol Aruba-Nederland uit 1993.1 Conform mijn toezegging doe ik u hierbij eveneens het standpunt van de regering van het Koninkrijk ten aanzien van de rapportage toekomen.

Een afschrift van deze brief wordt gezonden aan de Eerste Kamer, de Gevolmachtigde Minister van Aruba en de Gevolmachtigde Minister van de Nederlandse Antillen.

De Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken,

J. J. C. Voorhoeve

Standpunt van de regering van het Koninkrijk op de vijfde rapportage van de Commissie Aarts, d.d. 19 juni 1997 over de voortgang van het Protocol Aruba-Nederland 1993

Inleiding

De vierde rapportage over de voortgang van het Protocol van Samenwerking tussen Nederland en Aruba werd uitgebracht op 29 oktober 1996. Voor het eerst is toen dit halfjaarlijkse verslag met het commentaar van de Koninkrijksregering aan de Tweede Kamer aangeboden. Tijdens het overleg over deze rapportage met de Vaste Commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken op 5 februari 1997 is gemeld dat in 1997 nog twee rapportages zullen verschijnen; daarna zal de balans worden opgemaakt ten aanzien van de onderwerpen die in het Protocol van Samenwerking zijn opgenomen.

De Koninkrijksregering brengt de heer Aarts gaarne dank voor de nauwgezetheid waarmee hij opnieuw te werk is gegaan. Het vertrouwen dat de regeringen van Aruba en Nederland in zijn eenmanscommissie stellen, is andermaal bevestigd.

De Koninkrijksregering is in twee opzichten terughoudend in haar commentaar op het rapport. In de eerste plaats omdat het, zoals al aangegeven, een tussenstand betreft en pas eind dit jaar, wanneer de laatste rapportage is uitgebracht, meer definitieve conclusies kunnen worden getrokken. In de tweede plaats geldt dat veel zaken die in de rapportage aan de orde komen in eerste instantie tot de verantwoordelijkheid van Aruba behoren.

In algemene zin onderschrijft de Koninkrijksregering de feitelijke inhoud van de rapportage. Zij is verheugd over de voortgang die op het brede terrein van de samenwerking tussen Nederland en Aruba is vastgesteld. Aan enige belangrijke zaken heeft de commissie-Aarts kritische beschouwingen gewijd, waarop in een enkel geval de Arubaanse regering al heeft gereageerd. Die reactie is in de rapportage integraal opgenomen.

Ten aanzien van enkele specifieke onderwerpen heeft de Koninkrijksregering behoefte aan nader commentaar. Hierbij is zoveel mogelijk de indeling van de rapportage gevolgd.

Voortgang wetgeving

De Koninkrijksregering constateert dat de wetgeving die de commissie-Aarts in de vijfde rapportage noemt, in het algemeen goed vordert. Zo zal het wetboek van strafvordering op 1 september 1997 in werking treden en is de inwerkingtreding van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak te verwachten. Wel is er twijfel of de in het kader van het rapport-De Ruiter in de Rijksministerraad afgesproken termijnen alle worden gehaald. De Koninkrijksregering dringt erop aan dat alles in het werk wordt gesteld, zo nodig met extra inspanningen van alle bij het wetgevingsproces betrokken partijen, de afspraken alsnog na te komen. In dit verband plaatst de commissie kritische kanttekeningen bij de aangenomen landsverordeningen Bezoldigingsregeling, alsmede overige geldelijke voorzieningen van de leden van de Staten, en de ontwerp-landsverordening waarbij nieuwe rechtspositionele bepalingen worden vastgelegd voor ministers en gewezen ministers. De Koninkrijksregering vestigt de aandacht op de adviezen van de Raad van Advies terzake wegens de structurele doorwerking en mogelijke strijdigheid met de comptabiliteitswet. De Koninkrijksregering vertrouwt erop dat, welk onderwerp het ook moge betreffen, de regering van Aruba serieus omgaat met commentaar van de Raad van Advies en de Algemene Rekenkamer van Aruba.

De commissie Aarts vestigt de aandacht op het aantal arbeidscontractanten (blz. 11) van de overheid in hoge rangen die werkzaam zijn voor de periode van het huidige kabinet. Vanuit een regulier overheidspersoneelsbeleid bezien, is dit geen wenselijke ontwikkeling.

Ten gevolge van het rapport van de Commissie van onderzoek in het kader van de samenwerking tussen Aruba en Nederland is de Algemene Rekenkamer van Aruba van start gegaan met een onderzoek naar vier overheidsprojecten. De Algemene Rekenkamer van Nederland zal medewerking verlenen aan het onderzoek. De Koninkrijksregering is positief gestemd over deze samenwerking en spreekt de verwachting uit dat hiermee ook een basis voor de verdere samenwerking in de toekomst is gelegd.

De economische ontwikkeling

Zeer verheugend is de voortgaande economische ontwikkeling van Aruba in het afgelopen jaar. Wederom kan worden geconcludeerd dat een substantiële economische groei is gerealiseerd, zij het dat de Arubaanse economie na de hoge groeicijfers in de voorafgaande jaren in een wat rustiger vaarwater terecht is gekomen. Als belangrijkste pijler van de Arubaanse economie is ook in 1996 het toerisme de motor geweest van deze economische ontwikkeling. Dit is gerealiseerd bij een alleszins acceptabel inflatiepercentage (gemiddeld 3,2%). Aan dit gunstige beeld dragen de recente, overwegend positieve conclusies van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) verder bij. Het IMF geeft aan dat de belangrijke uitdaging waarvoor Aruba zich de komende tijd gesteld ziet, het bestendigen is van de economische groei met de gelijktijdige handhaving van een aanvaardbare inflatieontwikkeling en een aanvaardbare belasting van de natuurlijke leefomgeving. Thans signaleert de commissie-Aarts inflatoire tendenzen ten gevolge van de druk op de begroting in verband met onder meer de verhogingen van de salarissen, pensioenen en vergoedingen van politieke functionarissen, de zwakke positie van Air Aruba en andere van overheidsfinanciering afhankelijke diensten en de eventuele financiële gevolgen van de Algemene Ziektekostenverzekering. Wat de belasting van het milieu betreft kan worden herinnerd aan de aanbeveling in de vorige rapportage van de commissie-Aarts dat het economische beleid zich meer zou moeten richten op kwaliteitsverbetering dan op het realiseren van louter kwantitatieve doelstellingen. Met belangstelling neemt de Koninkrijksregering kennis van het project Arikok Nationaal Park dat door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wordt ondersteund. In de thans voorliggende rapportage wordt onder meer gewezen op de uit de Touristic Surveys naar voren komende klachten onder veel toeristen over de kwaliteit van dienstverlening. De Arubaanse regering merkt hierover op dat naast het lage aantal toeristen dat niet tevreden is, ruim de helft van de toeristen de dienstverlening boven verwachting vond. De Koninkrijksregering neemt in dit verband overigens met instemming kennis van de m.n. op de schooljeugd gerichte campagne om het bewustzijn voor een in alle opzichten goed leefmilieu in Aruba te vergroten.

Statistieken

Een ander thema waarop door het IMF en de commissie-Aarts de aandacht wordt gevestigd is de kwaliteit van de statistieken. In de beleidscyclus op economisch gebied vervullen nauwgezet bijgehouden en actuele statistieken een belangrijke informatieve rol. De Koninkrijksregering onderschrijft de grote betekenis hiervan. Op dit terrein zijn reeds goede resultaten bereikt. De Koninkrijksregering rekent erop dat in de samenwerkingsrelatie op economisch terrein een goede statistische informatievoorziening van de Arubaanse autoriteiten blijvend de aandacht zal hebben.

De hotelsituatie

De Koninkrijksregering constateert tot haar tevredenheid dat er verdere vooruitgang valt te constateren in de verkoop van de onafgebouwde hotels en de daarmee samenhangende afhandeling van de garantieproblematiek. Zo is het voormalige Ramada Renaissancehotel overgedragen aan de Divi-hotelketen, wordt het timesharing-complex Divi Phoenix binnenkort in gebruik genomen en is het Beta-hotel verkocht aan de Marriott-hotelketen.

Inmiddels is op 14 augustus jl. ook het Radisson Aruba Caribbean Resort and Casino verkocht.

De begroting

De Arubaanse regering streeft naar een begrotingsevenwicht in 1998. De Koninkrijksregering neemt met instemming kennis van dit oogmerk. Om dit te bereiken, zal de Arubaanse regering nadere stappen willen ondernemen om de door de commissie-Aarts gesignaleerde druk op de begroting in de hand te houden. De Koninkrijksregering onderschrijft de aanbevelingen van het IMF over de verdere verbetering van de budgettaire en economische situatie. Over de resterende geschilpunten wordt in het financieel-economisch overleg van september aanstaande overleg gevoerd om deze tot een oplossing te brengen. De Koninkrijksregering adviseert de Nederlandse regering rekening te houden met de aanbevelingen van het IMF betreffende omvang en spreiding van grootschalige Arubaanse (publieke) investeringsprogramma's voorzover Nederland via de reguliere samenwerkingsrelatie hierbij is betrokken.

Fiscale aangelegenheden

De Koninkrijksregering constateert met voldoening dat de belastingontvangsten zijn toegenomen en acht het van groot belang dat de kwaliteit van de belastingdienst dankzij het daarop gerichte beleid thans sterk verbetert.

De Algemene Rekenkamer van Aruba

De kennis over overheidsfinanciën bij Statenleden en ambtenaren en het toezicht op die financiën worden blijkens de rapportage met een breed scala van maatregelen vergroot. De Koninkrijksregering is in het bijzonder verheugd over de aangekondigde algemene en projectmatige samenwerking van de Algemene Rekenkamers van Aruba en Nederland en over de forse personele versterking van eerstgenoemd instituut. Dankzij deze samenwerking en versterking kunnen met name onderzoeken betreffende de jaarrekeningen worden verricht. De Koninkrijksregering hoopt dat de financiële verantwoording via jaarrekeningen, die aan alle daaraan te stellen eisen voldoen, spoedig zal zijn gerealiseerd.

De Overheidsorganisatie

De afronding van het FINAR-project betekent de start van een nieuwe administratieve organisatie en nieuwe werkwijzen bij de directie Financiën. Er is terecht vertrouwen in het slagen van deze nieuwe organisatie. Wel zal, zoals in de rapportage wordt opgemerkt, regelmatig moeten worden bezien of de beoogde werkwijze stand houdt of dat bijsturing nodig is. Ook het advies over de tijdige opvolging van het hoofd Financiën wordt onderschreven.

Het Projectbureau Reorganisatie (PBR)

Het PBR heeft een groot aantal belangrijke reorganisatieprojecten opgestart. Wanneer de afronding van deze projecten slaagt, kunnen significante resultaten worden behaald. In de rapportage worden hiervan reeds voorbeelden gegeven.

De Koninkrijksregering onderschrijft het advies het PBR in stand te houden nadat het reorganisatieproces is afgerond. In februari 1997 heeft de Nederlandse regering besloten de financiering van het PBR per 1 augustus 1997 te beëindigen. Daarbij is overwogen dat de geïnvesteerde miljoenen samenwerkingsgeld hun rendement thans gaan bewijzen en dat de resterende activiteiten van het PBR uit de te verwachten besparingen kunnen worden gefinancierd. De Nederlandse regering verwijst naar de afspraken die zij over de opvolging van de projectleider PBR met de Arubaanse regering heeft gemaakt.

Slotbeschouwing

De Koninkrijksregering constateert op vele belangrijke terreinen vooruitgang. Zo is de voortgang van de wetgeving alleszins bevredigend. Verheugend is voorts dat de economie van Aruba zich vooralsnog gunstig en conform de doelstelling van de regering van Aruba blijft ontwikkelen. De hotelsituatie is inmiddels redelijk onder controle. Belangrijk is ook dat de belastingontvangsten zijn toegenomen en de kwaliteit van de belastingdienst dankzij daarop gericht beleid sterk verbetert. Ook de gerichte versterking van de Algemene Rekenkamer van Aruba dankzij samenwerking met haar Nederlandse collega-instelling en de forse uitbreiding van haar personeelsbestand is een positieve ontwikkeling. De afronding van het FINAR-project en van vele andere reorganisatieprojecten stemmen eveneens tot voldoening.

Dit neemt niet weg dat de commissie-Aarts zich op verschillende plaatsen in haar rapportage bezorgd betoont. Het zal een moeilijke opgave zijn de komende jaren de inflatie in de hand te houden. Uit het rapport-Aarts spreekt bezorgdheid over het tekort op de overheidsbegroting. De Arubaanse regering heeft laten weten dat het in haar voornemen ligt structureel begrotingsevenwicht voor het dienstjaar 1998 te realiseren. De Koninkrijksregering vertrouwt erop dat de regering van Aruba de door de commissie-Aarts afgegeven waarschuwingen serieus neemt en met voortvarendheid de gesignaleerde problemen zal proberen te beteugelen.

Eind dit jaar brengt de commissie-Aarts het zesde en laatste rapport uit. Dat is een goed moment om in Koninkrijksverband zowel evaluatief als prospectief wat uitvoeriger stil te staan bij de sinds 1993 op basis van het samenwerkingsprotocol tot stand gebrachte wetgeving, de economische ontwikkeling, de inkomsten en uitgaven van de Arubaanse overheid en het toezicht daarop, alsmede van de organisatie van die overheid.


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven