Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 25000-IV nr. 24 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 25000-IV nr. 24 |
Vastgesteld 25 maart 1997
De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken1 heeft op 5 februari 1997 overleg gevoerd met minister Voorhoeve voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken (NAAZ) over de regeringsstandpunten inzake het rapport-Van Lennep (25 000-IV, nr. 15) en het rapport-Aarts.
Van het gevoerde overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Smits (CDA) vond het in de brief van 3 februari jl. gegeven verslag van de eerste financieel-economische beleidsdialoog weinig concreet en pleitte voor aanscherping op onderdelen. Welke status had dit overleg? Vloeide het voort uit het rapport-Van Lennep? Hoe is de leidende rol die het IMF speelt in het structureel aanpassingsprogramma te rijmen met de laatste zin van de verklaring in bijlage 1 bij de brief, die slechts een ondersteunde rol van het IMF suggereert. Wanneer komt het overeengekomen stand-byarrangement er? Waaruit zal de Nederlandse bijdrage aan het sociaal noodfonds bestaan? Gebeurt dit in samenwerking met het IMF? Aan welke andere dan de in het rapport-Van Lennep gegeven suggesties denkt de regering bij de uitwerking van het eerste van de in de verklaring omschreven twaalf aandachtspunten? Wat is de stand van zaken bij de wijziging van de belastingstructuur op de Nederlandse Antillen? Wat wordt in de derde aanbeveling bedoeld met te onderzoeken «fiscale stimulansen»? In verband met het gestelde in aanbeveling 5 bepleitte hij om ook aandacht te schenken aan de rol die Nederlandse werkgeversorganisaties kunnen spelen. Daarbij vroeg hij vooral ook aandacht voor de Stichting PUM. Wordt bij de uitwerking van aandachtspunt 9 ook gedacht aan het IMF?
Verwijzend naar de recente begrotingsbehandeling vroeg de heer Smits speciale aandacht voor de door de heer Van Lennep bepleitte stationering van een speciale vertegenwoordiger van Nederland op de Antillen en op Aruba, belast met de verzorging van een betere en frequentere economische rapportage. Hoe staat het daarmee? Heeft de regering van de Nederlandse Antillen zich strikt gebonden aan het in de laatste alinea van blz. 1 van de brief van 15 november (25 000-IV, nr. 15) bedoelde Letter of Intent en Memorandum of Economic Policies? Is de concessionele herfinanciering al gerealiseerd? Op 18 april jl. liet de minister van NAAZ namelijk nog weten dat concessionele herfinanciering pas ter beschikking wordt gesteld als de regering van de Nederlandse Antillen de maatregelen heeft geaccepteerd die zijn verbonden aan het IMF-aanpassingspro- gramma. Wat is sinds de brief van 18 april jl. gedaan om te komen tot betere beheersing van de begroting op de Nederlandse Antillen? Aandacht vroeg hij daarbij met name voor verbetering van de gebrekkige begrotingsadministratie, van de controles door de rekenkamers en de bestaande belastingstructuur en inningspraktijk.
De heer Smits onderschreef de analyse in het rapport-Van Lennep dat de problematiek ernstiger is dan werd verondersteld. Juli 1995 was de bruto overheidsschuld van de Antillen, uitgedrukt in een percentage van het BBP, 79% en ook de structuur van de schuld was verontrustend. De binnenlandse schuld van de Antillen is voor 55% kort gefinancierd en is voor 72% niet verhandelbaar. Verder zijn de pensioen- en sociale verzekeringsinstellingen van de Antillen verplichtingen aangegaan waar tegenover onvoldoende financiële reserves staan. Daarbij komt dat land en de eilandgebieden zeer aanzienlijke achterstallige verplichtingen aan het Algemeen pensioenfonds Nederlandse Antillen hebben. Het meest onrustbarend in dezen is dat Curaçao in 1993 haar achterstallige betalingsverplichtingen omzette in een zero coupon obligatielening, die in 1998 vrijkomt. Voor de 436 mln. Nederlands-Antilliaanse guldens die Curaçao dan moet betalen is echter nog geen voorziening getroffen. Hoe denkt men dit probleem effectief aan te pakken? Hoe denkt men geconstateerde problemen rond de overheidsuitgaven, -inkomsten en het begrotingsbeheer aan de pakken? Gedacht kan worden aan verhoging van de belastinginkomsten en herziening van de belastingstructuur van de Nederlandse Antillen, maar dit blijkt aldaar zeer gevoelig te liggen. Neemt de regering de aanbeveling over om in een op korte termijn te houden intereilandoverleg te komen tot een nieuw verdelingsmodel? Hoe staat het met de uitvoering van de in het rapport-Van Lennep gedane aanbevelingen voor sociale versterking van de Nederlandse Antillen? Uitvoering ervan dient eenzelfde prioriteit te krijgen als die welke wordt gegeven aan uitvoering van de aanbevelingen op financieel-economisch gebied.
Mevrouw Mulder-van Ast (CDA) vroeg wat er precies gebeurt met de aanbevelingen van de commissie-Aarts. Geconstateerd wordt dat de wetgeving zich in positieve zin ontwikkelt, maar dat de uitvoering ervan op zich laat wachten. Wat de economische ontwikkeling betreft, gaat het op Aruba nu de goede kant op met het toerisme. Schaduwkant daarvan is dat er grote problemen zijn met de sociale woningbouw. Verbetering is opgetreden bij het opstellen van de begroting, maar er is nog weinig gedaan aan de problemen rondom de jaarrekeningen. Die zijn vanaf 1987 nog niet goedgekeurd. Deelt de regering de aanbeveling uit het rapport-Aarts om dit door een aparte commissie te laten bezien en zo ja, wil zij stimuleren dat de regering van Aruba in die richting gaat werken? Aandacht moet er ook zijn voor problemen met de overheidsadministratie en het functioneren van de Arubaanse rekenkamer. Daarbij wordt uitgegaan van uitvoering van desbetreffende aanbevelingen uit de rapportage-Van Lennep, maar Aruba heeft inmiddels te kennen gegeven het daar op een aantal punten niet mee eens te zijn. Welke aanbevelingen zullen in ieder geval wel worden uitgevoerd?
De heer Apostolou (PvdA) oordeelde in grote lijnen niet positief over de voortgang van de besprekingen over de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport-Van Lennep en over de aangedragen oplossingen. Mag uit de schaarse informatie die de Kamer hierover bereikt, worden afgeleid dat ook de minister eigenlijk niet tevreden is over het tot nu toe bereikte resultaat?
Hetgeen is neergelegd in de verslaglegging van de eerste financieel-economische beleidsdialoog tussen de Nederlandse Antillen en Nederland oogt op het eerste gezicht goed, zo constateerde de heer Apostolou, maar benieuwd was hij vooral naar de uitvoering ervan. Nederland heeft al in een vroeg stadium voorwaardelijke toezeggingen gedaan inzake herfinanciering van schulden en een bijdrage aan het structureel aanpassingsprogramma. Hoe staat het met de invulling van dit programma en wanneer wordt ermee gestart? Is het IMF intussen gestart met monitoring en zo ja, wat zijn de bevindingen ervan? Hoe staat het met het sociaal noodprogramma en de harde koppeling ervan aan uitvoering van het structureel aanpassingsprogramma? In dit verband benadrukte hij dat toezeggingen van Nederlandse zijde niet mogen worden ingelost alvorens daadwerkelijk is gestart met de uitvoering van het structureel aanpassingsprogramma en een harde koppeling is gelegd met het sociaal noodprogramma. Waar blijft de toegezegde kapitaalrapportage over voortgang van het IMF-herstructurering en de toetsing aan de vier voorwaarden die Nederland aan het leveren van een bijdrage heeft gesteld? Het standpunt van de Koninkrijksregering inzake het rapport-Van Lennep is mager. Betreurenswaardig is het, dat overeengekomen tijdslimieten niet worden gehaald. Worden er wel echt vorderingen gemaakt? Is de uitzonderingspositie die St. Maarten inzake BTW-heffing heeft gekregen wel haalbaar gezien de huidige maatschappelijke onrust?
Met interesse nam de heer Apostolou kennis van het standpunt van de Koninkrijksregering inzake het rapport-Aarts. Uit het rapport valt moeilijk op te maken welke vordering is gemaakt met de uitvoering van het protocol. Het rapport bevat wel veel feitelijke waarnemingen, maar inhoudelijke conclusies worden er niet uit getrokken. De reacties van de Arubaanse regering op enkele onderdelen ervan worden expliciet gemeld, maar een standpunt van de Nederlandse minister van NAAZ ontbreekt. Is dit het gevolg van een beleidswijziging? Wil de minister bij de volgende rapportage zijn politieke oordeel geven over nakoming van de afspraken. Ook een visie van de heer Aarts hierop stelde hij op prijs. Wanneer mag inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering worden verwacht? Stemt de Arubaanse regering in met het advies van de Koninkrijksregering om het tot nu toe gevoerde beleid in de kwestie van de hotelgaranties te continueren? Desgevraagd gaf hij aan met dit beleid in te kunnen stemmen, al erkende hij niet te kunnen beoordelen of de jaarlijkse reservering voldoende zal zijn. De autonome beleidsvrijheid van Aruba respecterend, nam hij met verontrusting kennis van berichten over besluitvorming over de salarissen van ministers, gewezen ministers, leden van de staten en gewezen leden van de eilandsraad. De beslissing hierover schijnt genomen te zijn voordat de raad van advies zich erover kon uitspreken. Deze raad adviseert nu vernietigend en vindt een en ander niet in overeenstemming met het protocol. De heer Aarts signaleert dat doorgaan op deze weg grote repercussies zal hebben voor de begroting. Welke invloed heeft dit op de gezamenlijke inspanningen van Nederland en Aruba bij de sanering van de financiële toestand van het eiland? Wat vindt de minister hiervan? Wat wordt er gedaan met de melding van de rapporteur dat de Arubaanse begroting niet altijd op betrouwbare gegevens is gebaseerd?
De heer Te Veldhuis (VVD) maakte zich grote zorgen over de voortgang in de ontwikkelingen op de Nederlandse Antillen. In dit verband herinnerde hij aan een krantenartikel van 7 februari 1996, waarin zijn fractievoorzitter en hijzelf constateerden dat in de relatie met de Nederlandse Antillen niet langer kan worden volstaan met pappen en nathouden. De Antillen kampen met een enorme staatsschuld en begrotingstekorten, met eenzijdige besteding van overheidsgelden (65% in de ambtelijke sfeer), veel te kleine deviezenreserves, een enorme bureaucratie en het niet werken van het belastingapparaat. Dit noopt tot privatisering, het vragen van eigen bijdragen in de gezondheidszorg, het invoeren van een BTW-stelsel en het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd. Pas als de Antillen zelf structurele maatregelen nemen als verlaging van overheidsuitgaven, verhoging van inkomsten, verkleining van het overheidsapparaat en invoering van een omzetbelasting, kan er sprake zijn van deviezensteun, concessionele herfinanciering van schulden en een bijdrage aan het sociaal noodprogramma. Voordien mogen financiële problemen niet opnieuw op Nederland worden afgewenteld, dat toch al veel meer doet dan enig ander moederland ter wereld.
Tegen deze achtergrond vond de heer Te Veldhuis het verontrustend in de derde alinea van de brief van 15 november jl. (25 000-IV, nr. 15) te lezen dat de raad van ministers van het Koninkrijk concludeert dat het proces van gezondmaking en beheersing van de overheidsfinanciën op de Nederlandse Antillen nog geenszins is voltooid en dat in de komende periode nog een aanzienlijke inspanning nodig is. Nogal wat geschilpunten en ook een aantal voorbehouden moeten voor 1 januari 1998 worden opgelost. Waar gaat het om en hoe staat het met de oplossing ervan? Sceptisch was hij over de uitvoering van de op zich goede voornemens die zijn neergelegd in de verslaglegging over de financieel-economische beleidsdialoog tussen Nederland en de Nederlandse Antillen. In dat verband is van Nederlandse zijde de bereidheid geuit te zorgen voor een stand-byarrangement, voor concessionele herfinanciering van de aflossing van MJP-schulden en dat een bijdrage zal worden geleverd aan het sociaal noodfonds. Op zich is daar geen bezwaar tegen, maar een en ander mag pas worden uitgevoerd als de Nederlandse Antillen voldoen aan de voorwaarden van het structureel aanpassingsprogramma van het IMF. Wat is er waar van berichtgeving als zouden het IMF en de regering van de Nederlandse Antillen inmiddels een inhoudelijk akkoord hebben gesloten? Aandacht vroeg hij voor de wijze waarop democratische controle van het sociaal noodfonds wordt gegarandeerd. Hoe krijgt dat vorm?
De heer Te Veldhuis betreurde het zeer dat Aruba nog steeds geen Arubaanse afgevaardigde voor de commissie-Aarts heeft aangewezen. Verheugd was hij wel over de vorderingen die worden gemaakt op het gebied van de wetgeving. In dat verband benadrukte hij echter dat vooral ook zorg moet worden gedragen voor een goede uitvoering ervan. Het is mooi dat er nu een meldpunt ongebruikelijke transacties is, maar wat wordt daar in de praktijk mee gedaan? Hoeveel mensen werken er en hoeveel meldingen worden ontvangen? Desbetreffende passages in het rapport-Aarts zijn niet geruststellend. Refererend aan een van 16 januari jl. daterend interview met de heer Zwinkels, vroeg hij naar de gevolgen van het vertrek van diverse functionarissen in de top van het Openbaar Ministerie en het ontslag van vrijwel de gehele politietop op Aruba voor de rechtshandhaving. Is er bij OM en politie thans sprake van een vacuüm in de leiding? Wat is er waar van berichten als zou de politie op Aruba zich vooral bezighouden met kleinschalige criminaliteit, terwijl de georganiseerde criminaliteit vrij spel heeft? Wordt nog serieus overwogen om bepaalde taken, waaronder vooral de aanpak van de georganiseerde (drugs)criminaliteit, te behartigen op het koninkrijksniveau?
Zorgen maakte de heer Te Veldhuis zich over het beleid inzake de hotelgaranties. Uit het rapport-Aarts maakte hij op dat exclusief de garantie aan het hotel Beta, zo'n 311 mln. aan garanties uitstaat. Daar staat een kasreserve van slechts 66 mln. tegenover. Dit betekent dat de kans nog steeds aanwezig is dat een van de betrokken overheden wordt aangesproken voor financiering van het resterende bedrag. Is een reservering van 10 mln. dollar per jaar dan wel voldoende?
Gezien de zorgwekkende signalen in het rapport-Aarts over de oncontroleerbaarheid van jaarrekeningen, het niet goed in elkaar zitten van begrotingen, de grote achterstand bij het opleggen van aanslagen inkomstenbelasting en het geven van vrijstellingen voor deze belastingen, maakte de heer Te Veldhuis zich ondanks de relatieve welvaart van Aruba grote zorgen over de deugdelijkheid van de overheidsfinanciën van het eiland. Deze zorg werd nog versterkt door het vrijwel ontbreken van parlementaire controle. Hoe oordeelt de minister hierover?
De heer Van Middelkoop (GPV) onderkende dat er op Aruba nog veel te verbeteren valt, maar sprak ook zijn waardering uit voor de vorderingen die blijkens het rapport-Aarts sinds het ondertekenen van het protocol zijn gemaakt. Hij betreurde het dat van Arubaanse zijde geen vervanger is benoemd voor de heer Muyale. In die situatie is het goed dat in het rapport-Aarts op diverse punten het standpunt van Arubaanse zijde is verwoord. Waarom is Nederland zo terughoudend met het formuleren van haar eigen standpunt? Elkaars autonomie respecterend mogen partijen binnen het protocol toch gewoon kenbaar maken wat zij vinden van de uitvoering van gemaakte afspraken? Zo had in het regeringsstandpunt meer gezegd moeten worden over de uitvoerige passages die in het rapport-Aarts worden gewijd aan de positie van de Arubaanse rekenkamer. Het is verontrustend dat de Arubaanse rekenkamer (die een sleutelrol vervult bij de verbetering van de parlementaire democratie, bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën en de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport-Van Lennep) zelf erkent, zijn taken niet aan te kunnen. Hoe helpt Nederland de Arubaanse rekenkamer een volwassen, onafhankelijke positie te verwerven? Hoe wordt aan Arubaanse zijde de onafhankelijke positie van dit instituut definitief verzekerd? Interessant vond hij de suggestie in het rapport-Aarts om bij het Arubaanse parlement een commissie voor de rijksuitgaven te benoemen. In Nederland vervult een dergelijke commissie een belangrijke rol. Het is goed dat het toezicht op het casinowezen is verscherpt en dat er nu een Meldpunt ongebruikelijke transacties is. Wat is er waar van berichten dat er tot op heden niets wordt gedaan met ontvangen meldingen?
Met waardering nam de heer Van Middelkoop ook kennis van het rapport-Van Lennep. Het is begrijpelijk dat er kritiek is op het tempo waarin aanbevelingen worden uitgevoerd, maar daarbij mag niet worden vergeten dat dit van de Antillen en Aruba een inspanning vergt die vele malen groter is dan die welke Nederland in de afgelopen jaren heeft moeten doen om aan de EMU-criteria te kunnen voldoen. Hoe staat het met de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport-Van Lennep? Enigszins teleurgesteld was hij over het resultaat van de eerste financieel-economische beleidsdialoog. Hoe wordt daarmee verder gegaan? Wat is de relatie tussen het rapport-Van Lennep en de betrokkenheid van het IMF bij de oplossing van de schuldenproblematiek van de Antillen? Is er spanning tussen de vooral op korte termijn gerichte eisen van het IMF en de vooral op langere termijn gerichte aanbevelingen uit het rapport-Van Lennep? Hij sloot zich aan bij vragen over de voorwaarden waaronder Nederland bereid is tot concessionele herfinanciering van de aflossing van MJP-schulden. Wat kost de hieraan verbonden rentesubsidie? Kan dit ten koste gaan van ontwikkelingsprojecten? Het is goed dat een stand-byarrangement voorhanden is. Mocht hier onverhoopt gebruik van moeten worden gemaakt, dan leidt het tot verplichte opschorting van KABNA-uitgaven. In het uiterste geval zal een beroep moeten worden gedaan op de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking. Waarom is voor deze constructie gekozen en is het juist dat het hoe dan ook voor de Antillen en Aruba een sigaar uit eigen doos is? Welke bijdrage zal KABNA leveren aan het sociaal noodprogramma en hoe ziet dat eruit? Hoewel hij op zich geen bezwaar had tegen hulp van Nederlandse zijde, wenste hij hiervoor toch een politieke rechtvaardiging te vernemen. Niet ontkend kan toch worden dat het grootste deel van de problemen op de Antillen is ontstaan door het nemen van verkeerde beleidsbeslissingen door een autonoom bestuur. Hoe staat het met de uitvoering van aanbevelingen uit het rapport-Van Lennep aangaande de introductie van omzetbelasting? Is het juist dat uitvoering van de aanbevelingen van het rapport-Van Lennep kan leiden tot opheffing van het solidariteitsfonds? Is het mogelijk om aanbevelingen uit het rapport-Van Lennep (zoals het uitgaan van handhaving van het evenwicht in de begroting en een verbod voor de eilanden om uitgaven te financieren met leningen op de kapitaalmarkt) statutair vast te leggen? Op zich steunde hij uitvoering van het privatiseringsprogramma, al waarschuwde hij daarbij wel voor monopolisering. Enige selectiviteit bij de uitvoering van het programma is in dat verband aan te bevelen. Wat vindt de minister van NAAZ van het Arubaanse voorstel om de Arubaanse schuld te vereffenen met te ontvangen ontwikkelingshulp?
Mevrouw Scheltema-De Nie (D66) vond dat met de thans gehanteerde procedure een aanvaardbare oplossing is gevonden voor het wegvallen van de heer Muyale uit de commissie-Aarts/Muyale. Wordt voor het verschijnen van de laatste rapportage van de commissie-Aarts nog een vervanger benoemd voor de heer Muyale? Tevreden was zij over de voortgang die blijkens de rapportage Aarts is geboekt op het terrein van de wetgeving. Dit mag de aandacht voor uitvoering en controle niet doen verslappen. Welke gevolgen hebben de omzettingen in de top van het Openbaar Ministerie en de politie voor de rechtshandhaving op Aruba? Hoe staat het met de uitvoering van aanbevelingen van de commissie-De Ruiter inzake verbeteringen in het bestuursrecht? Met name gaat het dan om toetsing aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur en openbaarheid. Zeker gezien de situatie waarin Aruba verkeert, verbaasde zij zich over wat in het rapport-Aarts wordt gemeld over de besluitvorming inzake de regeling van de rechtspositie van bestuurders op diverse niveaus. Ook de raad van advies was hier zeer kritisch over en signaleert zelfs strijdigheid met het protocol. Wat is het standpunt van de Koninkrijksregering? Het is goed dat het beleid in Aruba, dat een overspannen woning- en arbeidsmarkt kent, wordt gericht op kwaliteitsverbetering. Waaraan wordt daarbij gedacht? Wat houdt de verkenning van andere sectoren in? Het ziet ernaar uit dat de kwestie rond de hotelgaranties onder controle komt. Hoever is de afwikkeling van de Radissonclaim? Wat gebeurt er met het betrokken fonds?
Positief oordeelde mevrouw Scheltema over de reorganisatie van de directie financiën op Aruba. Is er nu voldoende capaciteit voorhanden om volledig op eigen kracht verder te gaan? De vele opmerkingen over de begrotingsdiscipline doen vermoeden dat er nog het een en ander aan schort. Stelt de Koninkrijksregering zich op dit punt niet te terughoudend op? Hierover zijn toch afspraken gemaakt in het protocol? Zorgwekkend is de blijvende achterstand in de goedkeuring der rekeningen, alsmede de constatering dat slechts een globaal onderzoek mogelijk is omdat stukken niet volledig zijn. Zorgwekkend is ook de enorme achterstand bij het opleggen van belastingaanslagen. Geconstateerd wordt dat aanslagen over 1988 niet meer worden verstuurd, maar worden ze ook kwijtgescholden? Wordt dan prioriteit gegeven aan de afhandeling van grote aanslagen? Gezien de enorme achterstand verbaasde zij zich over de grote personeelsreductie bij de betrokken dienst. De Arubaanse regering kan zich niet geheel verenigen met wijze waarop in het rapport-Aarts deze problematiek is beschreven, maar hoe ziet zij het dan wel?
De activiteiten ter bestrijding van de financiële criminaliteit juichte mevrouw Scheltema toe. In rapportages over het casinowezen en over de vrije zones worden forse eisen gesteld ten aanzien van nieuwe regelgeving op het gebied van vestiging en controle. Op 1 januari 1997 zouden nieuwe regels worden geïmplementeerd. Hoe staat het daarmee? Betreffen deze regels ook het casinowezen? Naar de Arubaanse vrijgestelde vennootschappen (AVV's) wordt een onderzoek ingesteld door een Arubaans/Nederlandse commissie. Wordt daarbij ook ingegaan op de uiterst kritische vragen die op dit punt werden gesteld naar aanleiding van de derde rapportage-Aarts? Op zich zijn de activiteiten van commissies als deze te waarderen, maar ze moeten wel ergens toe leiden. Ze moeten niet uitmonden in regelgeving waaraan nauwelijks uitvoering wordt gegeven als gevolg van een tekort aan menskracht. Dit lijkt het geval te zijn bij het meldpunt ongebruikelijke transacties. Spoort het optimisme van de Koninkrijksregering ten aanzien van de Arubaanse rekenkamer wel met de zorgelijke signaleringen op dit punt in het rapport-Aarts? Het is goed dat in contact met de Nederlandse rekenkamer wordt gezocht naar mogelijkheden tot verbetering, maar van wezenlijk belang is vooral ook de politieke follow-up die wordt gegeven aan rapportages van de rekenkamer. Tot nu toe is die ontoereikend. Hoe wordt hier verbetering in gebracht?
Mevrouw Scheltema waardeerde het dat de Kamer via jaarlijkse verslaglegging over de financieel-economische beleidsdialoog op de hoogte wordt gehouden van de uitvoering van de IMF-aanbevelingen. Met waardering nam zij kennis van de goede voornemens die zijn neergelegd in de eerste verslaglegging over deze dialoog. Wel waarschuwde zij dat uitvoering ervan enorme inspanningen zal vergen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het onderzoek naar de mogelijkheden ter versterking van de offshoresector binnen aanvaardbare internationale kaders. Welke reële perspectieven zijn er op dit punt? Ook de wijziging van de belastingstructuur zal een grote inspanning vergen. Welke termijnen staan partijen voor ogen? Wordt de uitvoering van de voornemens aan een zeker tijdschema gebonden? Is er inmiddels overeenstemming over het IMF-programma?
De minister waarschuwde om bij de bespreking van de problematiek op de Nederlandse Antillen en Aruba al te eenzijdig de schuld bij deze koninkrijkspartners te leggen. Het is ook zeer de vraag of Nederland haar koninkrijkspartners wel altijd even alert heeft gewezen op verkeerde ontwikkelingen. In de gegeven situatie was hij bijzonder verheugd over het verschijnen van het rapport-Van Lennep. Dit voortreffelijke rapport kan de drie partners jaren leiden bij het wegwerken van de bestaande problemen. Zeker op de Antillen zal dit vele jaren vergen. Het deed hem daarom genoegen te kunnen meedelen dat de Nederlandse Antillen thans heeft voldaan aan de door het IMF gestelde «prior conditions» bij het structureel aanpassingsprogramma. Het wachten is nu op een positieve beslissing van de leiding van het IMF. Naar verwachting zal die zeer binnenkort worden genomen. Hij complimenteerde alle betrokken partijen met het bereikte resultaat. Het nemen van de nodige beslissingen vergde zeker moed, omdat alle betrokkenen heel goed wisten dat uitvoering van het Aanpassingsprogramma niet gemakkelijk zal zijn. Daar staat tegenover dat het niet uitvoeren ervan op langere termijn desastreuze gevolgen zou hebben voor de Nederlandse Antillen. De huidige onrust op St. Maarten zal voor de regering van de Nederlandse Antillen geen aanleiding zijn om terug te komen op genomen beslissingen. Hoe moeilijk het ook op de verschillende eilanden ligt; in het kader van het nu opgestelde, evenwichtige pakket maatregelen dragen ze alle bij aan de oplossing van de problemen.
Nederland levert een viertal bijdragen aan uitvoering van het structureel aanpassingsprogramma. De eerste is het stand-byarrangement. Dit is vooral een vertrouwenwekkende maatregel ter versterking van de kwetsbare deviezenpositie van de Antillen. In dat kader wordt door de Nederlandsche Bank een krediet geoormerkt, waarop zo nodig getrokken kan worden. De tweede is de concessionele herfinanciering van aflossingsverplichtingen van de Nederlandse Antillen aan Nederland. Dit betreft niet de rente op de betrokken schulden. Herfinanciering daarvan zou namelijk leiden tot een verdere stijging van de schuldenlast van de Antillen. Omdat de Nederlandse Antillen hadden verwacht dat het IMF-akkoord al in december zou zijn getekend, ontstond er in die maand een financieringsprobleem terzake van de aflossingsverplichtingen over 1996. In de stellige verwachting dat op korte termijn het IMF-akkoord wel zou worden getekend, is toen voldaan aan het verzoek om een voorschot op de concessionele herfinanciering. In de Nederlandse begroting wordt dit verwerkt in de jaren 1997 en 1998. Over 1996 wordt ongeveer 32 mln. geherfinancierd. In de totale periode betreft het ruim 90 mln. De jaarlijkse rentekosten ad 1,2 mln. komen ten laste van de KabNA-begroting. De derde bijdrage is het sociaal noodprogramma. Bij de voorbereiding daarvan in de commissie sociaal noodprogramma was ook de Task Force Antilliaanse Jongeren betrokken. Het programma is bedoeld als sociaal tegenwicht en perspectief tegenover het structureel aanpassingsprogramma dat vooral gericht is op bezuinigen en neerwaarts aanpassen. Dit is hard nodig gezien de tweedeling die de Antilliaanse maatschappij kenmerkt. Het programma is gericht op het aanpakken van problemen in achterstandswijken, in het onderwijs enz. Het is niet de bedoeling om lopende projecten van de Task Force erin onder te brengen. Ter uitvoering van sociaal noodprogramma is een fonds sociaal vangnet gevormd. Democratische controle krijgt vorm via rechtstreekse rapportage over het sociaal noodprogramma aan de minister-president van de Nederlandse Antillen en het onderhouden van contacten met de Antilliaanse minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de eilandsbesturen. De betrokken bewindslieden uit het Antilliaanse kabinet zijn voor hun bijdrage aan het fonds verantwoordelijk tegenover de Staten. De Nederlandse minister voor NAAZ is dat tegenover het Nederlandse parlement voor de bijdrage aan het fonds uit de KabNA-begroting. Over een periode van drie à vijf jaar zal die zo'n 75 mln. belopen. Blijkt het programma goed en effectief te werken, dan kan over een langere periode een hoger bedrag beschikbaar komen. Voor 1997 is in dit fonds voor 20 mln. à 30 mln. aan snel uitvoerbare projecten geïdentificeerd en voorbereid. Mede om de uitvoering van het sociaal noodprogramma te helpen aanjagen is (wederom in de zekerheid dat het IMF-akkoord zou worden getekend) ten laste van de begroting voor 1996 een bijdrage van 5 mln. geleverd. Dit betrof projecten die sowieso zouden moeten worden gefinancierd. De vierde Nederlandse bijdrage aan uitvoering van het structureel aanpassingsprogramma is de bereidheid om te helpen bij het creëren van werkgelegenheid en groei. De Antillen beschikken niet over een lange termijn strategische visie op de ontwikkeling van de economie, bezien in het licht van de plaats die de Antillen in het Caraïbisch gebied innemen als schakel tussen de economieën van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika en de EU. De Interamerikaanse Ontwikkelingsbank of eventueel de Wereldbank wordt gevraagd om (uitgaande van hun visie op de ontwikkeling van de economieën in het Caraïbisch gebied) op korte termijn een sterkte/zwakteanalyse te geven van de Antilliaanse economie. Hopelijk kan een dergelijke analyse worden besproken tijdens de volgende financieel-economische beleidsdialoog, waarin nader zal worden ingegaan op de maatregelen die in koninkrijksverband kunnen worden genomen ter stimulering van groei en werkgelegenheid. De aandacht daarbij zal specifiek op de onderkant van de arbeidsmarkt moeten worden gericht, want nieuwe arbeidsplaatsen worden tot nu toe vooral door buitenlanders vervuld.
Naast deze vier specifieke bijdragen bevordert Nederland ook op andere wijze de uitvoering van het structureel aanpassingsprogramma. Zo is er een omvangrijk programma voor technische en personele hulp, gericht op versterking van de Antilliaanse overheid. Te denken valt aan versterking van delen van het ministerie van Financiën, de belastingdienst en het ambtelijk apparaat dat zich bezighoudt met de begrotingscyclus. Over uitvoering van het IMF-programma wordt periodiek gerapporteerd. In Willemstad wordt een IMF-vertegenwoordiger gevestigd die de uitvoering van het programma volgt en daarover aan het IMF en de Nederlands-Antilliaanse regering rapporteert. Deze rapportage is ook beschikbaar voor Nederland. Deze constante monitoring moet verzekeren dat in koninkrijksverband tijdig en adequaat op eventuele problemen wordt ingespeeld.
Als uitvloeisel van het rapport-Van Lennep is gestart met de financieel-economische beleidsdialoog, waaraan zowel van Nederlandse als Antilliaanse en Arubaanse zijde alle betrokken instanties op financieel-economisch gebied deelnemen. Omdat de Antillen kampen met totaal andere financieel-economische problemen dan Aruba, is besloten tot een aparte dialoog tussen beide partners en Nederland. In de eerste beleidsdialoog hebben partijen zich vooral gericht op het formuleren van goede voornemens, maar in volgende dialogen zullen zij zich moeten richten op de uitvoering daarvan. Naar verwachting wordt de volgende dialoog begin september gehouden.
Uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport-Van Lennep bestrijkt een langere termijn dan die van het IMF-programma. Hoewel de Koninkrijksregering er na langdurig overleg in is geslaagd een gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van deze rapportage in te nemen, resteren nog enkele geschilpunten tussen de partners. Desgevraagd zegde de minister toe, de Kamer hierover nader schriftelijk te informeren. Vooruitlopend daarop gaf hij aan dat Aruba niet bereid is omzetbelasting in te voeren alvorens bekend is wat de aanbevelingen zullen zijn van een in te stellen commissie tot herziening en vereenvoudiging van het belastingsysteem. Verder wenst de Arubaanse regering de relatie met Nederland nader te evalueren. In dat verband gaf hij aan, er niet voor te voelen de aflossing van Arubaanse schulden te salderen met Nederlandse hulpverleningsbijdragen. Beide financieringsstromen zijn niet vergelijkbaar en bovendien zou daarmee geen recht worden gedaan aan de KabNA-begroting. Die is niet bestemd voor het stoppen van financiële gaten of het afbetalen van schulden, maar om bestuurlijke en maatschappelijke knelpunten van koninkrijkspartners te helpen oplossen. Op voorstel van premier Eman is wel overeengekomen een commissie bestaande uit twee Arubaanse en twee Nederlandse vertegenwoordigers onder voorzitterschap van oud-premier Biesheuvel de totale financiële relatie tussen Nederland en Aruba te laten bezien. Naar verwachting zal deze commissie rond juni/juli a.s. rapporteren over de verdere vormgeving van de financiële relatie tussen beide partners. Daarnaast zal een andere commissie de financiële verhoudingen tussen Nederland en de Nederlandse Antillen nader bestuderen. Zodra deze commissie is samengesteld en er overeenstemming is over de taakopdracht, wordt de Kamer hierover nader geïnformeerd. Hopelijk kan deze commissie medio 1997 rapporteren. De Nederlandse Antillen hebben een voorbehoud gemaakt terzake van de aanbeveling van de commissie-Van Lennep om het eilandgebied Curaçao de bevoegdheid te ontnemen zelfstandig op de kapitaalmarkt middelen aan te trekken. Hoewel de regering van de Nederlandse Antillen deze bevoegdheid formeel niet wenst in te trekken, gebeurt dit de facto wel omdat Curaçao voor het uitgeven van obligatieleningen toestemming nodig heeft van de centrale bank van de Nederlandse Antillen. Verder heeft de regering van de Nederlandse Antillen aangetekend dat besluitvorming over herziening van de financiële verhoudingen tussen de landsregering en de eilandsregeringen en herziening van de ERNA niet vooraf kan gaan aan besluitvorming over de staatkundige structuur van de Nederlandse Antillen. De discussie over laatstgenoemd onderwerp hoopt de regering van de Nederlandse Antillen in maart a.s. af te kunnen ronden, waarna aan de Koninkrijksregering nadere voorstellen kunnen worden voorgelegd voor staatkundige hervorming. Een geschilpunt is er ten slotte over het solidariteitsfonds. Omdat het bereiken van overeenstemming over deze geschilpunten mede afhankelijk is van het verloop van interne processen bij de koninkrijkspartners durfde de minister niet te garanderen dat over een en ander uiterlijk per 1 januari 1998 overeenstemming zal zijn bereikt. Wel is het streven hierop nadrukkelijk gericht. Op de vraag wat er moet gebeuren als onverhoopt mocht blijken dat over de geschilpunten geen overeenstemming kan worden bereikt, wenste hij thans niet in te gaan. Mocht het zover komen, dan zal de Koninkrijksregering zich moeten buigen over de dan ontstane situatie.
Nadat het de Arubaanse regering om praktische redenen niet mogelijk bleek op korte termijn een vervanger te vinden voor de heer Muyale, is de heer Aarts bereid gevonden zijn werkzaamheden mede voor de Arubaanse regering voort te zetten. In dat kader is in de rapportage thans ook het commentaar van die regering op het concept-rapport geëxpliciteerd. Tegen deze achtergrond zag de minister geen enkele aanleiding om alsnog aan te dringen op een Arubaans lid van deze commissie. De thans voorliggende rapportage-Aarts en het commentaar van de Koninkrijksregering heeft een interimkarakter. Er volgen nu nog twee rapportages, die zullen worden voorzien van een meer gedetailleerde beleidsmatige beoordeling van het gerapporteerde. Daarna zal de uitvoering van het protocol kunnen worden gevolgd via de financieel-economische beleidsdialoog. Naar aanleiding van de thans voorliggende rapportage constateert de Koninkrijksregering dat er ondanks de vele problemen wilsovereenstemming is om zaken concreet aan te pakken. Er wordt ook veel vooruitgang geboekt. Naar aanleiding van aanbevelingen uit de rapportage-De Ruiter komt samenwerking tussen de Nederlandse en de Arubaanse rekenkamer op gang. Voorzover gewenst kan de Arubaanse rekenkamer bij het uitvoeren van haar omvangrijke taak gebruik maken van kennis bij de Nederlandse rekenkamer of het bedrijfsleven. Op het punt van de rechtshandhaving is op Aruba inmiddels zeer intensief driehoeksoverleg gestart tussen Justitie, Openbaar Ministerie en politie. Vacatures bij de landsrecherche worden vervuld en veranderingen zijn aangebracht in de ambtelijke bezetting van het ministerie van Justitie. Voor de aanstelling van een vervanger voor de vertrekkende procureur-generaal is ruimte gecreëerd door deze functie gedurende maximaal één jaar te laten waarnemen door de procureur-generaal te Willemstad.
Individuele garanties op de hotels Hyatt en Radisson zijn teruggegeven aan het land Aruba. Hierop kan niet meer worden geclaimd. Thans resten nog de claims van banken die worden gedekt door de Italiaanse herverzekeraar SACE. Het betreft de oorspronkelijke contracten voor de hotels Eagle Beach, Beta en Plantation Bay. In totaal beloopt een ander een bedrag van 250 mln. Aruba en Nederland zijn het erover eens om claims op juridische gronden te bestrijden. Juridische adviezen geven aan dat claimende partijen niet sterk staan. Voor het geval onverhoopt toch claims zouden worden toegekend, wordt intussen 10 mln. dollar per jaar gereserveerd. In de huidige situatie vond de minister dit reserveringstempo verantwoord.
Per 1 januari 1997 is de recente wijziging van de belastingregeling voor het Koninkrijk in werking getreden. Over een recent gevoerd fiscaal overleg tussen de staatssecretaris van Financiën en zijn Arubaanse en Antilliaanse collega's wordt binnenkort aan de Kamer gerapporteerd.
De minister complimenteerde de regeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba met de voltooiing van een gemeenschappelijk Wetboek van Strafvordering. Inwerkingtreding ervan is uitgesteld tot medio april a.s., omdat uitvoeringsregelgeving nog niet geheel gereed is en ook het bijscholingsproces van de betrokken uitvoeringsfunctionarissen nog niet is afgerond.
De plaatsvervangend gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen deelde nog mede dat op St. Maarten inmiddels vorderingen zijn gemaakt bij het oplossen van de busstaking.
De gevolmachtigde minister van Aruba vulde aan dat de rechter in één van de zaken omtrent de hotelclaims inmiddels heeft geconstateerd dat er sprake was van oplichting. Naar verwachting kan een dergelijke conclusie ook in de andere gevallen worden getrokken. Over vorderingen op het gebied van rechtshandhaving wordt niet alleen gerapporteerd door de commissie-Aarts. Ook wordt hieraan aandacht besteed in de rapportage-De Ruiter en in de halfjaarlijkse rapportage over het tripartiet overleg tussen bewindslieden van Justitie. Al deze rapportages tonen aan dat goede voortgang wordt geboekt en dat uitvoering wordt gegeven aan gemaakte afspraken. Het aantal functionarissen bij het meldpunt ongebruikelijke transacties is inmiddels uitgebreid. Dat geen gevolg zou worden gegeven aan gedane meldingen bestreed hij. Onderzoek van de gemengde commissies vrije zone en casinowezen geeft aan dat er op dit punt geen sprake is van georganiseerde criminaliteit. Aanbevelingen voor verbetering van regelgeving worden thans geïmplementeerd. Voor de vrije zone is hiervoor een gezamenlijke commissie in het leven geroepen. Daarnaast zal binnenkort een gemeenschappelijke commissie zich zetten aan regelgeving voor AVV's. Er is geen indicatie dat op grote schaal misbruik zou worden gemaakt van AVV's, die in vergelijking met andere eilanden in het gebied relatief gering in aantal zijn. Voor vrees voor een vacuüm op het gebied van rechtshandhaving zag hij geen aanleiding. De politietop is inmiddels vervangen, een nieuwe procureur-generaal is aangesteld en de procedure rond de aantrekking van een nieuwe officier van justitie is bijna rond. Ook is een voorziening getroffen voor de functie van parketsecretaris. Nog wel moet een vervanger worden aangetrokken voor de medio 1997 vertrekkende hoofdofficier van justitie. Mede op basis van de rapportage-De Ruiter wordt gewerkt aan de vergroting van de deugdelijkheid van bestuur. Een door de gezamenlijke ministerraad van Aruba en de Nederlandse Antillen ingestelde commissie heeft tot taak het desbetreffende beleid concreet in te vullen.
Aruba verleent geen belastingvrijdom meer. Integendeel, in het verleden verleende vrijdommen worden ingetrokken. Dat veel aanslagen niet worden geïnd, wordt voor een deel veroorzaakt door de mobiliteit van betrokkenen. Een commissie werkt thans aan vereenvoudiging van het belastingstelsel. De Arubaanse rekenkamer kampt ondanks een recente uitbreiding nog met een personeelstekort, vooral omdat de salarissen in de particuliere sector veel hoger liggen dan bij de overheid. Men staat thans voor de keuze om ofwel de salarissen op te trekken, ofwel meer te gaan werken met technische bijstanders. De minister onderkende dat het moeilijk zal zijn naar jaarrekeningen uit een verder verleden een diepgaand onderzoek te doen. De rekeningen zijn thans bijgewerkt tot en met 1995 en de begroting voor 1997 is gebaseerd op daaruit voortkomende, reële cijfers. Als gevolg van een initiatiefwetsontwerp van de Staten van Aruba zijn aanpassingen doorgevoerd in de rechtspositionele regelingen van leden van de Staten. Voor leden van de regering is dat nog niet het geval. De minister relativeerde berichtgeving in de Nederlandse pers over de hoogte van de hiermee gemoeide bedragen en deelde niet de vrees dat deze aanpassing een groot gat zou slaan in de Arubaanse begroting. Ten slotte stipuleerde hij dat Aruba jaarlijks meer aan Nederland terugbetaald dan het aan hulp van Nederland ontvangt.
Een inventarisatie duidt erop dat op Aruba een schaarste van ongeveer 5 000 woningen bestaat. Inmiddels is een programma gestart om dit gat binnen ongeveer twee jaar te dichten.
Samenstelling: Leden: Mateman (CDA), Korthals (VVD), Te Veldhuis (VVD), Van der Heijden (CDA), Van Rey (VVD), Lilipaly (PvdA), Mulder-van Dam (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), ondervoorzitter, Scheltema-de Nie (D66), Ybema (D66), Apostolou (PvdA), Van Middelkoop (GPV), Bijleveld-Schouten (CDA), Middel (PvdA), Van Rooy (CDA), voorzitter, Remkes (VVD), Schuurman (CD), Noorman-den Uyl (PvdA), Fermina (D66), Van Oven (PvdA), Van der Stoel (VVD), Oudkerk (PvdA), Van Dijke (RPF), De Graaf (D66), R.A. Meijer (groep-Nijpels).
Plv. leden: V. A. M. van der Burg (CDA), Voûte-Droste (VVD), Rijpstra (VVD), Reitsma (CDA), Verbugt (VVD), Valk (PvdA), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Hoekema (D66), Van Vliet (D66), Van der Ploeg (PvdA), Van den Berg (SGP), Smits (CDA), Van Traa (PvdA), De Hoop Scheffer (CDA), Weisglas (VVD), Poppe (SP), Van Gijzel (PvdA), De Koning (D66), De Cloe (PvdA), Van den Doel (VVD), Woltjer (PvdA), Leerkes (Unie 55+), Wolters (CDA), Aiking-Van Wageningen (groep-Nijpels).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25000-IV-24.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.