nr. 1
BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL
Den Haag, 6 september 1996
Aan alle leden
Hierbij zend ik u een brief, gedateerd 2 augustus jl., van de Minister
voor Ontwikkelingssamenwerking mede namens de Minister-President en de Minister
van Buitenlandse Zaken betreffende een geschenk dat vandaag, vrijdag 6 september,
aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus is aangeboden ter gelegenheid van
zijn zeventigste verjaardag. Het geschenk bestaat uit de instelling van een
Prins Claus Fonds dat de vorm krijgt van een stichting. Volgens artikel 29
tweede lid van de Comptabiliteitswet kan door of namens één
van beide Kamers de wens te kennen worden gegeven nadere inlichtingen te ontvangen
of als haar oordeel worden uitgesproken dat een dergelijke rechtshandeling
een voorafgaande machtiging bij de wet behoeft, in welk geval de regering
een wetsvoorstel moet indienen.
Teneinde het voornemen inzake het geschenk geheim te kunnen houden tot
op het moment van aanbieding, heb ik bij brief van 22 augustus aan de Minister
voor Ontwikkelingssamenwerking medegedeeld:
«dat ik met inachtneming – voor zover dat in mijn vermogen
ligt – van alle discretie enige sondering in de Kamer heb verricht.
Op grond hiervan meen ik te mogen concluderen, dat de Kamer zeer breed, zo
niet unaniem, instemt met de gedachte van het Kabinet om Prins Claus ter gelegenheid
van zijn zeventigste verjaardag een geschenk aan te bieden in de vorm van
een Fonds dat zijn naam zal dragen.
Derhalve bericht ik u dat de Kamer geen gebruik zal maken van de bevoegdheden,
zoals neergelegd in art. 29, lid 2 van de Comptabiliteitswet. Op 6 september –
nadat de officiële plechtigheden hebben plaatsgevonden – zal ik
de Kamer inlichten over de door u en mij gevolgde procedures.»
Ik meen mij met deze brief van deze laatste verplichting te hebben gekweten.
Mijn Collega van de Eerste Kamer heeft eenzelfde procedure gevolgd.
W. J. Deetman
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 2 augustus 1996
In overeenstemming met de Minister-President en met mijn collega van Buitenlandse
Zaken deel ik u het volgende mede.
Naar aanleiding van de zeventigste verjaardag van Prins Claus wil de regering
haar waardering tot uitdrukking brengen voor de werkkracht en integriteit
van de Prins. De regering denkt daarbij in het bijzonder aan de geëngageerde
wijze waarop de Prins sinds 1978 zijn werk als Bijzonder Adviseur voor Ontwikkelingssamenwerking
en Inspecteur-Generaal voor Ontwikkelingssamenwerking heeft verricht.
De regering wil haar erkentelijkheid concretiseren door het aanbieden
van een geschenk dat de Prins waardeert en aansluit bij een onderwerp dat
hem sinds jaar en dag na aan het hart ligt. Besloten is het verjaarscadeau
de vorm te geven van een fonds voor «Cultuur en Ontwikkeling»
dat de naam zal dragen van de Prins die aan de werkzaamheden van het fonds
actief zal deelnemen.
De doelstelling van het fonds is het vergroten van het inzicht in culturen
en het bevorderen van de wisselwerking tussen cultuur en ontwikkeling. Ter
verwezenlijking van deze doelstelling kunnen onder meer de volgende activiteiten
worden ontplooid: de organisatie van ontmoetingen tussen cultuurdragers; de
jaarlijkse uitreiking van een prijs aan een persoon wiens gedachtengoed bij
uitstek bijdraagt aan het doel van de stichting; de organisatie van een jaarlijkse
lezing te houden door een persoon wiens gedachtengoed het doel van de stichting
ondersteunt; de ondersteuning van activiteiten van personen die hierdoor een
bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van het doel van de stichting.
Het Prins Claus Fonds zal de rechtsvorm hebben van een stichting. Het
zal worden bestuurd door een bestuur, waarvan de leden voor het eerst in de
oprichtingsakte zullen worden benoemd. Het bestuur zal worden bijgestaan door
een internationale adviesraad. Prins Claus wordt erevoorzitter van de stichting.
Hij woont, indien hij dat wenst, de bestuursvergaderingen bij en heeft daarin
stemrecht.
Het Fonds krijgt een uitvoerend bureau dat onder leiding staat van een
directeur.
Het Fonds wordt gedoteerd met een jaarlijkse bijdrage ten laste van de
begroting voor Ontwikkelingssamenwerking. De aanbieding zal geschieden in
de vorm van een meerjaren-pakket voor vijf jaar (vijf maal vijf miljoen gulden,
inclusief apparaatskosten).
Tenzij de oprichting van bovengenoemde stichting, naar het oordeel van
de Kamer voorafgaande machtiging bij wet zou behoeven, overeenkomstig art.
29, lid 2, van de Comptabiliteitswet, zal de oprichting plaats vinden op 6
september, de verjaardag van de Prins.
Aangezien het hier een cadeau betreft, stel ik het op prijs dat tot 6
september vertrouwelijkheid in acht genomen wordt. In verband met de voorschriften
van de Comptabiliteitswet geef ik U evenwel de in deze brief vervatte informatie,
U daarbij in overweging gevend deze in het huidige stadium niet breder te
verspreiden dan in de kring der fractievoorzitters met verzoek om discrete
behandeling.
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
J. P. Pronk