24 844
Financiële verantwoordingen over het jaar 1995

nr. 8
FINANCIËLE VERANTWOORDING VAN HET MINISTERIE VAN JUSTITIE (VI)

Deze financiële verantwoording bestaat uit:

– de rekening van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten, zoals blijkt uit bijgevoegde staten, voorzien van een toelichting;

– de op deze rekening aansluitende saldibalans per 31 december 1995, voorzien van een toelichting.

De financiële verantwoording van de agentschappen Immigratie- en Naturalisatiedienst en Dienst Justitiële Inrichtingen bestaat uit de rekening van de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten, zoals blijkt uit de bijgevoegde staten, voorzien van een toelichting en de saldibalans per 31 december 1995, voorzien van een toelichting.

Den Haag, 30 augustus 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Rekening behorende bij de Wet van .... 19.., Stb. .. en bij de financiële verantwoording over het jaar 1995 Rekening 1995 (inclusief Slotwetmutaties) Ministerie van Justitie (VI) Onderdeel uitgaven en verplichtingen (bedragen x f 1 000)

   (1) (2) (3)  (4) = (1) + (2) + (3) (5) (6) = (5) – (4)
Art.Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) op grond van eerste suppletore begroting Mutaties (+ of –) op grond van tweede suppletore begroting  Totaal beschikbaar Realisatie1Slotwetmutaties (+ of –)(+ = tekortschietend beschikbaar bedrag)
   verplichtingenuitgaven verplichtingen uitgaven verplichtingen uitgaven verplichtingen uitgaven verplichtingen uitgavenverplichtingen uitgaven
  TOTAAL 5 071 177 845 757 – 58 197  5 858 737 5 755 628 – 103 109
                
01 Algemeen 367 199      337 743 316 636 –21 107
 01Personeel en materieel ministerie176 801176 80112 04012 0407 1997 199 196 040196 040186 399194 558– 9 641– 1 482
 03Bijdragen en contributies6 6526 652200200 6 8526 8526 1675 901– 685– 951
 04Post-actieven46 28646 2865 0625 062– 2 448– 2 448 48 90048 90056 93356 9338 0338 033
 05Geheime uitgaven1 5001 500500500 2 0002 0002 0002 00000
 06Onvoorzien500500– 75– 75 42542500– 425– 425
 07Loonbijstelling1 1411 14125 26225 262– 10 333– 10 333 16 07016 07000– 16 070– 16 070
 08Prijsbijstelling34 35834 358– 27 700– 27 700– 3 500– 3 500 3 1583 15800– 3 158– 3 158
 09Diversen99 44099 961– 35 197– 33 697– 1 966– 1 966 62 27764 29855 58357 244– 6 694– 7 054
                
02 Politie en criminaliteitsbestrijding 610 997      674 535 664 980 –9 555
 07Criminaliteitspreventie25 33526 650– 5 500– 5 500874874 20 70922 02432 39119 08711 682– 2 937
 08Personeel en materieel Rijksrecherche en Gerechtelijke Laboratoria32 59732 5971 4711 4713 7453 745 37 81337 81336 64036 640– 1 173– 1 173
 09Personeel en materieel Korps Landelijke Politiediensten416 399416 39911 49411 49450 60950 609 478 502478 502476 968472 708– 1 534– 5 794
 10Bijzondere uitgaven politie79 76079 760604604– 11 624– 11 624 68 74068 74060 56963 294– 8 171– 5 446
 11Personeel en materieel overige diensten55 59155 5911 3911 39110 47410 474 67 45667 45672 90473 2515 4485 795
                
03 Vreemdelingenzaken 1 010 515      1 560 169 1 493 665 –66 504
 04Bijdrage Immigratie- en Naturalisatiedienst176 219176 21984 67484 674– 729– 729 260 164260 164274 600274 60014 43614 436
 05Opvang asielzoekers834 296834 296602 000602 000– 136 291– 136 291 1 300 0051 300 0052 131 4851 219 065831 480– 80 940
                
04 Jeugdbescherming en Reclassering 508 417      597 493 585 703 –11 790
 01Personeel en materieel Raden voor de kinderbescherming99 77699 7767 3917 3912 0302 030 109 197109 197109 892109 874695677
 03Subsidies Jeugdbescherming en Reclassering408 641408 64190 85943 35936 29636 296 535 796488 296677 055475 829141 259– 12 467
                
05 Dienst Justitiële Inrichtingen 1 263 865      1 254 830 1 260 919 6 089
 04Bijdrage Dienst Justitiële Inrichtingen1 263 8651 263 86520 06120 061– 47 125– 29 096 1 236 8011 254 8301 260 9191 260 91924 1186 089
                
06 Rechtspleging 1 310 184      1 433 967 1 433 725 –242
 01Personeel en materieel rechtspraak883 712883 71255 28555 2852 6552 655 941 652941 652937 483939 848– 4 169– 1 804
 03Gefinancierde rechtsbijstand373 687373 68730 96030 9603 0083 008 407 655407 655407 027407 167– 628– 488
 04Gerechtskosten52 68552 68510 90010 90020 90020 900 84 48584 48586 35186 3991 8661 914
 05Garantie voor procesrisico's van faillissementscuratoren1001007575 175175311311136136

Mij bekend,

De Minister van Justitie,

Rekening behorende bij de Wet van .... 19.., Stb. .. en bij de financiële verantwoordingover het jaar 1995 Rekening 1995 (inclusief Slotwetmutaties) Ministerie van Justitie (VI) Onderdeel ontvangsten (bedragen x f 1 000)

   (1) (2) (3)  (4) = (1) + (2) + (3) (5) (6) = (5) – (4)
Art.Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) op grond van eerste suppletore wet Mutaties (+ of –) op grond van tweede suppletore wet  Totaal geraamd RealisatieSlotwetmutaties (+ of –) (+ = meer ontvangen)
   ontvangstenontvangsten ontvangsten  ontvangsten ontvangstenontvangsten
  TOTAAL1 234 5246 275– 38 059 1 202 7401 220 65217 912
          
01 Algemeen95 344   24 34423 900– 444
 01Diverse ontvangsten ministerie95 344– 71 0000 24 34423 900– 444
          
02 Politie en criminaliteitsbestrijding109 920   147 636147 971335
 02Diverse ontvangsten politie109 920– 3 22540 941 147 636147 971335
          
03 Vreemdelingenzaken320 200   391 200405 28414 084
 02Bijdrage hoofdstuk V inzake asielzoekers318 90071 0000 389 900389 9000
 03Overige ontvangsten1 30000 1 30015 38414 084
          
04 Jeugdbescherming en Reclassering16 835   10 4359 963–472
 01Diverse ontvangsten Jeugdbescherming en Reclassering16 8350– 6 400 10 4359 963– 472
          
06 Rechtspleging692 225   629 125633 5344 409
 01Boeten en transacties501 6000– 60 000 441 600444 9073 307
 02Griffierechten153 5257 00010 900 171 425164 607– 6 818
 03Diverse ontvangsten rechtspraak en rechtshulp37 1002 500– 23 500 16 10024 0207 920

Mij bekend,

De Minister van Justitie,

Rekening behorende bij de Wet van .... 19.., Stb. .. en bij de financiële verantwoordingover het jaar 1995 Rekening 1995 (inclusief Slotwetmutaties) Ministerie van Justitie (VI) Onderdeel agentschappen (bedragen x f 1 000)

   (1) (2) (3)  (4) = (1) + (2) + (3) (5) (6) = (5) – (4)
Art.Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) op grond van eerste suppletore begroting Mutaties (+ of –) op grond van tweede suppletore begroting  Totaal beschikbaar Realisatie1Slotwetmutaties (+ of –)(+ = tekortschietend beschikbaar bedrag
   verplichtingenuitgaven verplichtingen uitgaven verplichtingen uitgaven verplichtingen uitgaven verplichtingen uitgavenverplichtingen uitgaven
  TOTAAL 1 591 259    1 591 259 1 683 196 91 937
01 Immigratie- en Naturalisatiedienst198 679198 679 198 679198 679300 636296 056101 95797 377
02 Dienst Justitiële Inrichtingen1 392 5801 392 580 1 392 5801 392 5801 606 3981 387 140213 818– 5 440
   (1) (2) (3)  (4) = (1) + (2) + (3) (5) (6) = (5) – (4)
Art.Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) op grond van eerste suppletore wet Mutaties (+ of –) op grond van tweede suppletore wet  Totaal beschikbaar RealisatieSlotwetmutaties (+ of –)(+ = meer ontvangen)
   ontvangstenontvangsten ontvangsten  ontvangsten ontvangstenontvangsten
  TOTAAL1 591 259 1 591 2591 730 054138 795
01 Immigratie- en Naturalisatiedienst198 679 198 679296 95298 273
02 Dienst Justitiële Inrichtingen1 392 580 1 392 5801 433 10240 522

Mij bekend,

De Minister van Justitie,

TOELICHTING

ALGEMEEN

1. Begrotingsmutaties in hoofdlijnen

In de oorspronkelijke ontwerp-begroting over 1995 waren voor het totaal van uitgaven en ontvangsten bedragen opgenomen van resp. f 4 236,9 mln. en f 914,3 mln. De financiële consequenties van het Koninklijk Besluit van 5 september 1994 (Stb. 682) waarbij de verantwoordelijkheid voor de opvang van asielzoekers werd overgedragen aan het Ministerie van Justitie (voorheen het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) zijn wettelijk vastgelegd door een Nota van Wijziging op de ontwerp-begroting. Deze overheveling betrof f 836,8 mln. aan de uitgavenzijde en f 320,2 mln. aan de ontvangstenzijde van de begroting.

De verdere mutaties op de ontwerp-begroting die zijn vastgelegd in de eerste en tweede suppletore begroting, samenhangend met de Voorjaarsnota en Najaarsnota, hebben geleid tot een begrotingskader van f 5 858,7 mln. bij de uitgaven en f 1 202,7 mln. bij de ontvangsten.

De werkelijke uitgaven over 1995 bedragen f 5 755,6 mln. en betekenen een onderschrijding van het kader in de tweede suppletore begroting van f 103,1 mln. Deze onderuitputting is hoofdzakelijk het gevolg van een lagere instroom van asielzoekers die leidde tot minder uitgaven bij de opvang.

De werkelijke ontvangsten over 1995 bedragen f 1 220,7 mln. en zijn aldus f 18,0 mln. hoger dan de ramingen bij tweede suppletore begroting.

De verschillen tussen de ramingen in de tweede suppletore begroting en de uiteindelijke realisatie op artikelniveau worden toegelicht in de Slotwet over 1995. Conform de Geïntegreerde Rijksbegrotingsvoorschriften en – aanschrijving 1997 zijn deze Slotwet-mutaties gevolg van:

– loonbijstelling;

– desalderingen;

– verschuivingen tussen artikelen vanwege gewijzigde verantwoording;

– aanpassing van het begrotingsbedrag aan de realisatie.

De artikelsgewijze toelichting in de Financiële Verantwoording over 1995 bevat een uiteenzetting over het gerealiseerde beleid, met name met betrekking tot de verschillen tussen de ontwerp-begroting en de realisatie voor wat betreft begrotingsbedragen en kengetallen. Hier worden de mutaties ten opzichte van de tweede suppletore begroting dus niet opnieuw van een toelichting voorzien.

2. Loon- en prijsbijstelling

De begrotingswijzigingen uit hoofde van loon- en prijsbijstelling worden niet rechtstreeks toebedeeld aan de begrotingsartikelen met loon- of prijsgevoelige posten. De uitdeling door Financiën uit de aanvullende posten loonbijstelling en prijsbijstelling wordt in eerste instantie toegevoegd aan de centrale artikelen 01.07 Loonbijstelling en 01.08 Prijsbijstelling.

Vervolgens wordt het uitgedeelde bedrag in een volgende suppletore begroting toegedeeld aan de begrotingsartikelen naar rato van de loon- en prijsgevoelige delen.

De navolgende tabel geeft per begrotingsartikel aan welke bedragen in de loop van 1995 zijn toegevoegd uit hoofde van loonbijstelling:

Verdeling loonbijstelling over 1995 (x f 1000)

  1e suppl.2e suppl.Slotwettotaal
01.01Personeel en materieel ministerie1 5731 2166423 431
01.04Postactieven6624522611 375
01.09Diversen 1 311 1 311
02.07Criminaliteitspreventie 74 74
02.08Personeel en materieel Rijksrecherche en Gerechtelijke Laboratoria33324292667
02.09Personeel en materieel Korps Landelijke Politiediensten2 1291 1531 1874 469
02.10Bijzondere uitgaven politie 162 162
02.11Personeel en materieel overige diensten9116 107
03.04Bijdrage Immigratie- en Naturalisatiedienst1 1078564372 400
03.05Opvang asielzoekers 2 251 2 251
04.01Personeel en materieel Raden voor de Kinderbescherming1 3289174682 713
04.03Subsidies Jeugdbescherming en Reclassering1 9963 516 5 512
05.04Dienst Justitiële Inrichtingen13 01311 1585 13929 310
06.01Personeel en materieel rechtspraak18 6178 1042 31729 038
06.03Gefinancierde rechtsbijstand 3 308 3 308
totaal40 84934 73610 54386 128

Deze mutaties uit hoofde van loonbijstelling hangen achtereenvolgens samen met:

– de aanvullende loonbijstelling 1994 inzake het ABP-complex en het aanvullende ruimtebesluit voor de gepremieerde en gesubsidieerde instellingen (eerste suppletore begroting);

– de algemene salarismaatregelen 1995 en de aanvullende loonbijstelling 1995 betreffende de zogenaamde pseudo-premies (tweede suppletore begroting);

– de tweede aanvullende loonbijstelling 1995 met de verwerking van de financiële gevolgen van het CAO-akkoord sector Rijk (Slotwet).

De prijsbijstellingstranche 1995 was reeds toegekend bij Miljoenennota 1995 en ondergebracht bij artikel 01.08 Prijsbijstelling. Deze tranche is vervolgens in de eerste suppletore begroting toegedeeld aan de begrotingsartikelen. Deze toedeling leidde tot de volgende mutaties op artikelniveau:

Verdeling prijsbijstelling over 1995 (f 1 000)

01.01Personeel en materieel ministerie1 600
01.03Bijdragen en contributies200
01.09Diversen1 300
02.07Criminaliteitspreventie500
02.08Personeel en materieel Rijksrecherche en Gerechtelijke Laboratoria100
02.09Personeel en materieel Korps Landelijke Politiediensten4 500
02.10Bijzondere uitgaven politie1 200
02.11Personeel en materieel overige diensten1 300
03.04Bijdrage Immigratie- en Naturalisatiedienst2 400
04.01Personeel en materieel Raden voor de Kinderbescherming400
04.03Subsidies Jeugdbescherming en Reclassering2 000
05.04Dienst Justitiële Inrichtingen5 800
06.01Personeel en materieel rechtspraak3 840
06.03Gefinancierde rechtsbijstand760
06.04Gerechtskosten1 300
Totaal27 200

3. Toedeling automatiseringsgelden

Als centraal gereserveerde gelden voor automatiseringsprojecten is in de ontwerp-begroting 1995 een bedrag van f 55,6 mln. opgenomen onder artikel 01.09 Diversen (zie TK 23 900 VI, nr.2, p.76).

Uitgaand van de automatiseringsuitgaven en het aandeel van personele en materiële uitgaven in het totale budget is een verdeling gemaakt over de sectoren, terwijl een bedrag van f 6,3 mln. achterblijft op artikel 01.09 Diversen ten behoeve van Justitiebrede automatiseringsprojecten.

Bij eerste suppletore begroting 1995 (TK 24 183) zijn de betreffende bedragen als volgt toegedeeld over de diverse begrotingsartikelen:

Verdeling autmatiseringsgelden (x f 1000)

01.01Personeel en materieel ministerie7 628
02.09Personeel en materieel Korps Landelijke Politiediensten5 600
03.04Bijdrage Immigratie- en Naturalisatiedienst4 000
04.01Personeel en materieel Raden voor de Kinderbescherming1 600
04.03Subsidies Jeugdbescherming en Reclassering1 500
05.04Dienst Justitiële Inrichtingen11 000
06.01Personeel en materieel rechtspraak18 000
totaal49 328

4. Verschuiving van sociale lasten naar salarissen

In de tabellen met de specificatie van de uitgaven per artikelonderdeel, die in de artikelsgewijze toelichting hierna zijn opgenomen, is een verschuiving zichtbaar van sociale lasten naar salarissen. Het betreft hier de overhevelingstoeslag die in de begroting 1995 ondergebracht was bij de post sociale lasten. In de realisatiecijfers is de overhevelings-toeslag verantwoord onder de post salarissen.

5. Administratieve Organisatie

a. AO beschrijving bestuursdepartement

De reorganisatie van het bestuursdepartement heeft mede tot gevolg dat de administratieve organisatie (AO) dient te worden aangepast aan de veranderde taken en verantwoordelijkheden. De werkprocessen worden herzien aan de hand van het huidige sturingsconcept. Ook de relaties tussen bestuursdepartement en uitvoeringsorganisaties zijn aangepast.

Op basis van een plan van aanpak is door het audit committee besloten om de processen die voor de accountantsverklaring 1995 het meest risicovol zijn het eerst te beschrijven. In november 1995 is daarmee een aanvang gemaakt. Inmiddels zijn deze AO-processen, conform de planning beschreven en worden zo spoedig mogelijk geïmplementeerd. Vervolgens zullen de overige aan te passen AO-processen worden geïnventariseerd en voor medio 1996 worden beschreven. De realisatie van het beschrijven en implementeren van de AO-processen binnen het bestuursdepartement dient te worden bezien in relatie tot de fasering van het project herinrichting topstructuur Justitie.

b. Administratieve Organisatie (AO) arrondissementen

Door de Algemene Rekenkamer (AR) is in het rechtmatigheidsonderzoek 1994 en het bezwaaronderzoek 1995 geconstateerd dat de werking van de AO met betrekking tot de boeten en transacties, griffierechten en de Plukze-gelden nog niet op orde is en dat de AO-beschrijvingen bij geen van de 8 onderzochte arrondissementen actueel zijn. Daarbij is er – op een enkele uitzondering na – geen sprake van een schriftelijk vastgelegde onderhoudsorganisatie.

Dit leidt ertoe dat – ondanks het feit dat er al veel is gedaan door de arrondissementen – de Departementale Accountantsdienst (DAD) en de arrondissementen zelf nog te veel aanvullende controles moeten uitvoeren om tot een positief oordeel van de DAD te komen over het gevoerde beheer bij de arrondissementen.

Tot slot heeft de AR opgemerkt dat er telkens gedurende het jaar de aandacht voor de procedures verslapt, hetgeen ook door de DAD in de vorm van een managementletter onder de aandacht van de betrokken arrondissementen is gebracht.

Om tot een gedegen plan te komen om genoemde leemten in de AO weg te nemen, is door de Dienst Rechtspleging een externe accountant in de arm genomen. Deze accountant zal, vanuit een relatief onafhankelijke positie, het gehele verbeteringstraject begeleiden en vooral de voortgang controleren.

Vóór 3 mei 1996 zal in samenwerking met deze accountant een uitgewerkt plan van aanpak zijn opgesteld waarin zijn opgenomen:

– een inventarisatie van alle knelpunten per arrondissement;

– een actieplan per arrondissement met voor elke actie een einddatum op een zo kort mogelijke termijn;

– de eventueel benodigde extra ondersteuning per arrondissement;

– een controleprogramma per arrondissement, waarin door de externe accountant(s) de voortgang c.q. de afronding van de geplande acties zal worden gecontroleerd en gerapporteerd.

Omdat ook de reorganisatie van het OM (zie hoofdstuk 11) extra risico's met zich mee kan brengen op het vlak van de AO zullen in het project «centrale beheersovergang» in 1996 kaders worden vastgesteld waaraan de bedrijfsvoering, waaronder de AO, zal worden getoetst (in 1997) voordat de beheersverantwoordelijkheden en het budget aan het OM worden overgedragen. Tevens worden in 1996 de financiële verantwoordingssystemen en de administraties aangepast en zal een budgetsplitsing worden uitgevoerd via de Planning & Control cyclus 1997.

Begin 1997 ontstaat dan een structuur, die het afleggen van financiële verantwoording voor de arrondissementsparketten mogelijk maakt.

c. Implementatie nieuwe versie SDW-AO

Eind 1995 is overheidsbreed een nieuwe versie van SDW-AO (versie 3.13) uitgebracht.

In het voorjaar van 1996 zullen de SDW-AO gebruikers binnen het Ministerie van Justitie de daarvoor noodzakelijke update cursussen volgen.

Op basis van een invoeringsplan zal de nieuwe versie uiterlijk medio 1996 bij alle betrokken organisaties zijn ingevoerd.

6. Geautomatiseerde (financiële) informatievoorziening

Het agentschap Dienst Justitiële Inrichtingen is in 1995 begonnen met het implementeren van het SAP-pakket (standaard software pakket). Verwacht wordt dat deze implementatie in 1996 wordt afgerond waardoor alle inrichtingen zijn voorzien van een adequaat financieel systeem.

Ook binnen het Korps Landelijk Politiediensten en de Raad voor de Kinderbescherming is eind 1995 het SAP-pakket geïmplementeerd. Met ingang van 1 januari 1996 is het systeem in beide organisaties operationeel en functioneert het naar behoren.

7. Personele informatiesystemen

De veranderingen in de sturing en in de organisatie stellen hoge eisen aan de personele informatiesystemen.

In 1995 is een systeemarchitectuur voor het informatiegebied Personeel & Organisatie gereed gekomen die als fundament dient voor verdere verbeteringen. Belangrijk is in dit opzicht de start van het project JURISOP (JUstitie Registratie en InfraStructuur voor Organisatie en Personeel) dat onder meer tot doel heeft het personeelsinformatiesysteem INTERPERS te vervangen.

In 1995 is het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst (VIR) van kracht geworden. Ter uitvoering van dit voorschrift is in lijn met de Justitie-ontwikkeling voor de salarisadministratie een afhankelijkheidsanalyse uitgevoerd en het beveiligingsbeleid vastgesteld. Op grond van de afhankelijkheidsanalyse worden met andere organisaties afspraken gemaakt die formeel worden vastgelegd in een Service Level Agreement. Vanuit het vastgestelde beveiligingsbeleid wordt gewerkt aan de borging van de continuïteit van de salarisverwerking. Daartoe wordt ITIL (Information Technology Information Library) methodiek ingevoerd. Daarbinnen worden maatregelen getroffen en procedures opgesteld hoe te handelen bij een storing. Binnen deze maatregelen wordt een uitwijkmogelijkheid gerealiseerd en vastgelegd hoe de organisatie dient te reageren op invloeden van buiten.

Het systeem JISPO (Justitie InformatieSysteem Personeel Organisatie) is gereed gekomen hetgeen een verbetering van de informatievoorziening inzake formatie, bezetting en in het bijzonder ook ziekteverzuim betekent. Voorts is het systeem PLAC ( PLaatsingsAdviescommissie) ingevoerd waardoor het mogelijk wordt de plaatsing van personeel bij reorganisaties beter te kunnen laten plaatsvinden.

8. Misbruik en oneigenlijk gebruik Overheidsgelden (ISMO)

a. Algemeen

Ook in 1995 zijn de nodige vorderingen gemaakt op het terrein van bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. In deze toelichting is een uiteenzetting gegeven voor welke subsidieregelingen in 1995 nog onvoldoende zekerheid met betrekking tot de rechtmatigheid is blijven bestaan als gevolg van M en O problematiek. Daar waar mogelijk is deze onzekerheid gekwantificeerd.

b. Gefinancierde rechtsbijstand

De totale uitgaven op artikel 06.03 bedroegen in 1995 f 407,2 mln. Circa 75% van deze uitgaven is in meer of mindere mate gevoelig voor misbruik en oneigenlijk gebruik, namelijk de uitgaven voor rechtsbijstand krachtens door de raden voor rechtsbijstand afgegeven toevoegingen.

De grootste risico's doen zich voor bij de toegang tot het stelsel, omdat de draagkracht (inkomen en vermogen) en de samenstelling van het huishouden (alleenstaande of samenwonend) bepalend zijn voor het al dan niet in aanmerking komen voor de door de overheid gesubsidieerde rechtsbijstand en omdat met deze gegevens vervolgens – bij toelating tot het stelsel – de hoogte van de eigen bijdrage wordt vastgesteld. Bij het bepalen van de draagkracht van de rechtzoekenden spelen de gemeenten een belangrijke rol. Zij dienen het door de belanghebbende ingevulde formulier te verifiëren en te controleren aan de hand van de overgelegde bescheiden en de gemeentelijke administratie (GBA). Op basis daarvan verstrekken zij vervolgens de zogeheten "Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen" (VIV).

Na de toelating tot het stelsel doet zich ook M en O-gevoeligheid voor bij de door de rechtsbijstandverleners ingediende toevoegingsdeclaraties. Deze problematiek geldt met name voor vergoedingen die gerelateerd zijn aan de – volgens opgave van de rechtsbijstandverlener – bestede tijd, namelijk de advieszaken en de uiterst bewerkelijke zaken. De vergoeding voor de zaken die bij een rechterlijk college hebben gediend is forfaitair van karakter, met dien verstande dat de hoogte van de vergoeding afhankelijk is van de soort zaak en de processuele omstandigheden van die zaak. Voor de vaststelling van dit type vergoedingen wordt door de raden voor rechtsbijstand gebruik gemaakt van de administratie bij de griffies van de gerechten.

– maatregelen ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik

Sedert het uitbrengen van het rapport van de Algemene Rekenkamer (Kamerstuk II, 1988–1989, 21 125) zijn de nodige vorderingen gemaakt op het terrein van bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de voorziening. Tot het jaar 1994 was vanwege de verouderde regelgeving uit 1957 geen adequaat instrumentarium voor het onderhavige terrein beschikbaar. De nieuwe Wet op de rechtsbijstand (WRB) die op 1 januari 1994 in werking trad, biedt dat instrumentarium wel.

In deze wet liggen de uitgangspunten voor het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik van de voorziening verankerd, zoals: functiescheiding tussen toevoegen en de uitbetaling van vergoedingen, rechtsbijstands- en vergoedingscriteria in algemene maatregelen van bestuur en standaardformulieren voor toevoegingen en declaraties.

De effecten van dit beleid zijn zichtbaar in de afgiftecijfers van toevoegingen. In het rapport "Met recht bijstand" is berekend dat circa de helft van de vraagreductie (in 1994 circa 32%) toegeschreven kan worden aan de verscherping van de controle. Ook de wijziging van de verhouding advies- en proceduretoevoegingen geeft een indicatie van de reeds bereikte resultaten. In 1992 bedroeg het aandeel van de adviestoevoegingen, die naar hun aard moeilijker toetsbaar zijn op de noodzaak van afgifte, 51% van het totaal. In 1995 is dit aandeel gedaald tot 36%.

Deze indicaties betekenen echter niet dat de onzekerheden over de rechtmatigheid van de verplichtingen en uitgaven zijn weggenomen. Een inkomensafhankelijke regeling met de daaraan verbonden uitgaven zal nooit vrij van M en O kunnen zijn. Het ter zake gevoerde beleid zal dan ook doorlopend – te zien als een continu proces – beoordeeld moeten worden op zijn actualiteit. Die beoordeling zal aanleiding kunnen vormen voor het treffen van nieuwe maatregelen, waarbij telkens het juiste evenwicht moet worden gezocht tussen hetgeen uit een oogpunt van doelmatigheid nog verantwoord is en de rechtmatigheid van de uitgaven. Maatregelen die de uitvoeringsorganisatie sterk belasten zonder dat daar substantiële opbrengsten tegenover staan, werken contra-produktief.

In de navolgende paragraaf zal ingegaan worden op de knelpunten die momenteel bestaan en de maatregelen die zijn ondernomen c.q. worden voorbereid om die knelpunten weg te nemen.

De M en O-gevoeligheid binnen artikel 06.03 kan als volgt worden gekwantificeerd:

Artikel 06.03

M en O-ongevoelig (exploitatiesubsidies en -bijdragen)103,1 mln.25%
M en O-gevoelig (toevoegingsuitgaven)304,1 mln.75%
 407,2 mln. 

De als M en O-gevoelig aangemerkte uitgaven kunnen vervolgens als volgt worden onderverdeeld:

Toegang tot het stelsel

M en O-ongevoelig (inkomensonafhankelijk) 43%
M en O-gevoelig (inkomensafhankelijk) 57%
  100%

Declaraties rechtsbijstandverleners

M en O-gevoelig (tijdgebonden vergoedingen)  28%
Beperkt M en O-gevoelig (vergoeding o.b.v. processuele omstandigheden) 72%
  100%

– knelpunten

♦ controle en verificatie door de gemeenten

In de slotwet 1994 is melding gemaakt van het feit dat in de praktijk is gebleken dat niet alle gemeenten de controle- en verificatietaak naar behoren uitvoeren. In 1995 is hierover overleg gevoerd met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Dit overleg heeft evenwel nog niet geleid tot een bevredigend resultaat. Belangrijkste knelpunt vormt het standpunt van de VNG dat de gemeenten door middel van een legesheffing gecompenseerd moeten worden voor de werkzaamheden die gemoeid zijn met de – thans kosteloze – verstrekking van de VIV. Daarnaast vraagt de VNG zich af of bij de gemeenten wel voldoende deskundigheid aanwezig is om de opgedragen taken adequaat uit te voeren.

De ontstane impasse is voor Justitie aanleiding geweest om in samenspraak met de raden en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (de FIOD) een onderzoek te starten naar de mogelijkheden om bij de draagkrachtvaststelling gebruik te maken van de gegevens bij de Belastingdienst. De werkwijze bij de individuele huursubsidie en de studiefinanciering zijn hierbij onderwerp van studie. Eventuele verandering van de huidige systematiek zal echter met zich kunnen brengen dat bij de draagkrachtvaststelling het netto maandinkomen vervangen zal moeten worden door het belastbaar jaarinkomen. Dit impliceert dat een oplossing moet worden gevonden voor het tijdstip van draagkrachtvaststelling: thans is de draagkracht op het moment van rechtsbijstandaanvraag, die veelal direct of indirect betrekking heeft op het inkomen van de rechtzoekende, bepalend. De gegevens bij de fiscus lopen daarop één à twee jaren achter.

Naar verwachting zullen de resultaten van het onderzoek dit voorjaar beschikbaar komen. In het geval dat het onderzoek uitwijst dat de thans onderzochte wijziging kan worden doorgevoerd zonder dat daarmee overigens de toegang tot de rechter te zeer wordt belemmerd, zal echter geruime tijd nodig zijn om een dergelijke systeemwijziging voor te bereiden.

In de tussenliggende tijd wordt een tweesporenbeleid gevoerd. Waar duidelijk is, dat gebrek aan medewerking bestaat, intensiveren de raden hun voorlichting aan de betrokken gemeenten. Met vertegenwoordigers van de VNG en de raden wordt voorts bezien hoe de werklast kan worden verminderd zonder de doelstelling van de regelgeving op het terrein van M en O aan te tasten. Het gaat daarbij niet alleen om vereenvoudiging of clustering van vragen op de VIV. Ook wordt bezien of het mogelijk is thans in te vullen gegevens die de controle en verificatie bemoeilijken zonder dat daar voldoende rendement tegenover staat, te schrappen.

♦ controle declaraties rechtsbijstandverleners

Evaluatie van de uitvoering van de verificatietaak door de griffies in het kader van de door de raden vast te stellen vergoedingen heeft plaatsgevonden en uitgewezen, dat deze overal naar wederzijdse tevredenheid plaatsvindt. De omslachtigheid van de gescheiden verificatie- en betaalprocedure vergt echter het nodige tijdbeslag, waardoor de tijdige vaststelling van declaraties onder druk komt te staan. Bovendien kent de verificatie enige subjectieve beoordelingsmomenten die samenhangen met het begrippenkader uit het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994.

In 1995 is de Commissie herijking vergoedingen rechtsbijstand ingesteld, die tot taak heeft voorstellen te doen voor een evenwichtiger vergoedingenstelsel. Hierbij zullen aspecten als eenvoud, transparantie en controleerbaarheid van dat stelsel mede aan de orde komen. Nadat besluitvorming over een nieuw of gewijzigd Vergoedingenbesluit heeft plaatsgevonden – de commissie brengt naar verwachting in de tweede helft van 1996 haar eindrapport uit – zal geïnventariseerd worden of, en zo ja in hoeverre, de raden nog zijn aangewezen op de administratie van de griffies. Indien de noodzaak tot verificatie blijft bestaan, zal onderzocht worden of verbeteringen zijn aan te brengen door gebruik te maken van elektronische gegevensuitwisseling.

♦ uitvoering raden voor rechtsbijstand

In de loop van 1994 hebben de raden het initiatief genomen om de kwaliteit van het interne beslissingsproces te bewaken door middel van een intercollegiale toets. Hierbij wordt periodiek, in de regel eens per kwartaal, door middel van dossieronderzoek het primaire proces van de beslissingen van een raad door een andere raad beoordeeld. Uit de eerste toetsen kwam naar voren dat de interne kwaliteit voor verbetering vatbaar is, waardoor de rechtmatige uitvoering van de primaire processen wordt bevorderd. Dit gegeven is voor de raden aanleiding geweest om een extern accountantskantoor opdracht te geven voor de raden een controleplan te ontwikkelen en daarbij tevens aandacht te besteden aan de doelmatigheidsaspecten en de controleerbaarheid van de regelgeving. Indien in de regelgeving verhelderd en vereenvoudigd kan worden zonder dat daarbij tekort wordt gedaan aan de (hoofd-)doelstellingen van de wetgever, zal dat leiden tot verbetering van de uitvoering waarmee op haar beurt de controleerbaarheid van het stelsel gebaat is.

In het kader van de ontwikkeling van deze controleplannen is inmiddels bij elke raad een toezichtfunctionaris aangewezen die belast is met verbijzonderde interne controlemaatregelen. Op basis van het door het accountantskantoor bij het ontwikkelde controleplan uitgebrachte advies (maart 1996) zullen de raden zo spoedig mogelijk een plan van aanpak opstellen, gericht op de (verdere) versterking van de interne controle. De implementatie van dit plan zal in zekere mate gefaseerd moeten worden uitgevoerd. Een te abrupte wijziging, zo heeft de praktijk geleerd, zal het aantal onvolledige aanvragen, die aan rechtsbijstandverleners moeten worden geretourneerd, te zeer doen toenemen. Naast het risico van nieuwe achterstanden bij de verwerking van toevoegingsaanvragen zou hierdoor de verhouding tussen de raden en de rechtsbijstandverleners onevenredig onder druk komen te staan.

– toezicht op de raden

De jaarlijkse verantwoording van de raden vindt plaats door middel van een jaarverslag en een (financiële) jaarrekening. De jaarrekening is voorzien van een door een accountant verstrekte verklaring omtrent de getrouwheid. Voorts doet de accountant mededeling over de naleving van de relevante wet- en regelgeving en de tekortkomingen die daarbij zijn geconstateerd. In een controleprotocol daartoe zijn aanwijzingen gegeven. Uit hoofde van de controle op de budgetverstrekking aan de raden beoordeelt de Departementale Accountantsdienst door middel van een dossierreview de werkzaamheden van hun accountant.

Begin 1996 zijn de verantwoordingen over het jaar 1994 ontvangen.

De door de accountant geconstateerde onvolkomenheden in 1994 hadden met name betrekking op de in wet- en regelgeving opgenomen voorschriften met betrekking tot de toevoegingsaanvragen. De accountant constateerde bij zijn controle dat zich problemen voordeden met betrekking tot de VIV (het ontbreken van voorgeschreven bescheiden). Ten aanzien van de rechtmatigheid van de vastgestelde toevoegingsdeclaraties doen zich geen wezenlijke problemen voor.

De oorzaken van de geconstateerde onvolkomenheden kunnen niet los worden gezien van de overgangsproblemen waarmee de raden in 1994 zijn geconfronteerd, zoals de ontstane achterstanden bij de verwerking van toevoegingsaanvragen, mede door automatiserings-perikelen, die de raden het hoofd moesten bieden.

Zoals de accountant meldt in zijn mededelingen zijn al in 1994 door de raden maatregelen getroffen teneinde de onvolkomenheden met betrekking tot de VIV's te voorkomen.

Daarnaast zijn, in overleg met het departement, meer structurele maatregelen genomen dan wel in voorbereiding teneinde de kwaliteit van de, veelal complexe, uitvoering structureel te verbeteren. In dit verband wordt verwezen naar het hiervoor onder 3c vermelde controleplan.

Hierbij wordt tevens aandacht gegeven aan eventuele aanpassing van wet- en regelgeving.

De resultaten van deze maatregelen zullen overigens geleidelijk, voor het eerst bij de controle over 1995, zichtbaar worden.

Bij de beoordeling van de jaarrekeningen 1994 is voorts gebleken dat de mededeling van de accountant onvoldoende inzicht biedt in de mate waarin er bedenkingen tegen c.q. onzekerheden bestaan over de rechtmatigheid van de posten in de jaarrekening. In het controleprotocol 1996 zullen hiervoor nadere richtlijnen worden gegeven.

c. Griffierechten

Bij het vaststellen of de rechtsbijstandzoekende recht heeft op een korting op het te betalen griffierecht, wordt gebruik gemaakt van gegevens over inkomen en vermogen die door de belanghebbende zelf worden verstrekt.

Het vaststellen of de rechtsbijstandzoekende recht heeft op een korting op het te betalen griffierecht is gekoppeld aan de toegang tot het systeem van gefinancierde rechtsbijstand. Daarbij wordt gebruik gemaakt van gegevens over inkomen en vermogen die door belanghebbende zelf worden verstrekt. De regeling is op die voet gevoelig voor misbruik en oneigenlijk gebruik. In zijn algemeenheid wordt verwezen naar hetgeen hierover in het voorgaande is vermeld inzake de gefinancierde rechtsbijstand.

Een mede voor deze problematiek ingestelde werkgroep heeft hierover inmiddels een eindrapport uitgebracht.

De werkgroep ziet mogelijkheden om de M en O problematiek bij de griffierechten te verminderen. Alvorens een beslissing over de aanbevelingen van de werkgroep kan worden genomen, zullen de juridische en uitvoeringstechnische consequenties in overleg met betrokkenen (advocatuur en raden voor rechtsbijstand) onderzocht moeten worden. Naar verwachting zal dit overleg in de tweede helft van 1996 kunnen worden afgerond.

d. Landelijk Organisatie voor Slachtofferhulp (LOS)

In 1995 is nadere regelgeving tot stand gekomen inzake het aanvragen en verantwoorden van subsidie. De regeling 'Nadere regels bij de subsidievoorwaarden Justitie voor de Vereniging LOS' is van kracht geworden per 1 januari 1996.

Voorts zijn maatregelen getroffen waardoor de aansturing, planvorming en verantwoording van de vereniging LOS kan plaatsvinden binnen de bij de Dienst Preventie, Jeugdbescherming en Reclassering gehanteerde Planning & Control cyclus.

Een project gericht op het met ingang van 01-01-98 realiseren van financiering op basis van prestaties is gestart.

e. Reclassering

De Reclasseringsregeling die met ingang van 1 januari 1995 van kracht is geworden, bepaalt dat de accountantsverklaring zich mede dient uit te strekken over de gerealiseerde produktie. In 1995 is veel energie gestoken in de beschrijving van de Administratieve Organisatie van zowel de ondersteunende (personele en materiële) processen als in de primaire werkprocessen. De afronding en implementatie van de AO-beschrijving heeft pas relatief laat in 1995 plaatsgevonden hetgeen de oordeelsvorming van de externe accountant over de produktiecijfers negatief heeft beïnvloed.

Voor de Stichting Reclassering Nederland is dit aanleiding geweest om een aantal maatregelen te nemen die er toe moeten leiden dat de produktiecijfers in 1996 wel betrouwbaar zullen zijn:

1. De units moeten nagaan in hoeverre de gesignaleerde problematiek op hen van toepassing is en vervolgens een plan van aanpak opstellen om de knelpunten op te lossen.

2. Minimaal twee keer per jaar worden de units bezocht door de (externe) accountant waardoor beter actie kan worden genomen op geconstateerde onjuistheden.

3. Op het Landelijk Bureau van de Stichting Reclassering Nederland is een helpdesk opgezet waar units terecht kunnen met vragen over de Administratieve Organisatie en de verwerking van produktiegegevens in het geautomatiseerde systeem RIS.

Medio 1996 zal worden bezien of deze maatregelen voldoende effect sorteren. Bij een negatieve uitkomst zal dit mogelijk sancties tot gevolg kunnen hebben.

Het geheel zal worden betrokken bij de definitieve subsidietoezegging over 1996.

f. Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijksambtenaren

In 1994 is de Interimregeling ziektekosten rijksambtenaren vervangen door een nieuwe regeling, het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijksambtenaren. In dit besluit zijn expliciet de controlebevoegdheden van de werkgever geregeld. Tevens zijn sancties opgenomen op het niet of onjuist verschaffen van relevante informatie door de aanvrager.

g. Uitkerings- en wachtgeldregelingen Ministerie van Binnenlandse Zaken

De Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van de uitkeringsen wachtgeldregelingen voor het rijkspersoneel. De feitelijke uitvoering vindt plaats door de Dienst Uitvoering Ontslaguitkeringsregelingen (DUO). Een aantal regelingen is M en O-gevoelig met name ten aanzien van de aspecten arbeidsverleden en neveninkomsten. Op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens over deze aspecten kunnen aanvragers onrechtmatig uitkeringen of wachtgelden ontvangen.

De personeelsfunctie binnen het Ministerie van Justitie stelt conform de geldende wet- en regelgeving en voor zover dat door dit ministerie mogelijk is, de voor de toekenning bepalende gegevens op en geeft deze door aan DUO. Als extra toets beoordeelt de personeelsfunctie van het Ministerie van Justitie aan de hand van de oorspronkelijke gegevens, de van DUO ontvangen gegevens omtrent de beslissing tot toekenning. DUO draagt zorg voor de toekenning namens de Minister van Binnenlandse Zaken. Tevens draagt DUO zorg voor de uitbetaling, de administratie, de uitvoering van het M en O-beleid en de doorbelasting naar de departementen.

Door gebreken in de opzet en de werking van de Administratieve Organisatie kon de Minister van Binnenlandse Zaken tot op heden geen goedkeurende accountantsverklaring bij deze uitgaven overleggen. Eén van de neveneffecten is dat Justitie de informatie mist om deze kosten intern toe te delen aan de verantwoordelijke uitvoerende diensten. Verwacht wordt dat dit in de loop van 1996 mogelijk wordt, waarna vervolgens verdere maatregelen kunnen worden getroffen ter beheersing van deze kosten.

9. Boeten en Transacties

De ontvangen gelden uit hoofde van boeten en transacties zijn als volgt verantwoord:

(x f 1000)

 19941995
Transactiegelden niet-Justitiediensten   
– Regionale Politiekorpsen1 4081 099
– Rijksdienst voor het wegverkeer3 4611 299
– Koninklijke Marechaussee186162
– overige 28 26
totaal5 0832 586
   
Boeten en transactiegelden Justitiediensten   
– KLPD2 1053 892
– Centraal Justitieel Incasso Bureau213 541277 833
– Openbaar Ministerie94 638101 827
– Gerechtelijke boeten81 38058 770
totaal391 664442 322
   
afronding – 1
totaal verantwoorde boeten en transactiegelden396 747444 907

Zowel de regiopolitie als het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) hebben in totaliteit hun volume-doelstelling uit het zogeheten VCOM-plan gehaald. Over 1995 is een aantal van 1.891.117 processen-verbaal ter zake van snelheidsovertredingen en rijden door rood licht gerealiseerd tegen een taakstelling (inclusief het VCOM-plan) van 1.651.266. Ook in 1995 bestaan nog grote verschillen tussen de verschillende politieregios. Dertien van de negentien arrondissementen halen hun doelstelling uit het VCOM-plan. Het schikkingsbedrag van Mulder-beschikkingen, dat wil zeggen de beschikkingen op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV), schommelt rond de f 90,-. Mede als gevolg hiervan zijn de totaalontvangsten uit hoofde van het VCOM-plan f 13 mln. lager dan verwacht aangezien bij de oorspronkelijke ramingen (ad f 71 mln.) van een hoger gemiddeld bedrag is uitgegaan. De doorloopsnelheid van Mulder-zaken is redelijk stabiel. Van de afgedane zaken wordt ongeveer 93% afgedaan binnen 6 maanden. Na 12 maanden loopt het percentage op tot ongeveer 96.

Met ingang van 1 januari 1996 wordt de uitvoering van het VCOM-plan geleidelijk vervangen door in alle politieregio's en door het KLPD uit te voeren projecten verkeershandhaving op respectievelijk de 50 en 80 km wegen en op autosnelwegen. Hierbij is uitdrukkelijk afgesproken dat deze projecten verkeershandhaving tot hetzelfde aantal zaken moeten leiden als het VCOM-plan.

Door de introductie van Mulder-beschikkingen die administratiefrechtelijk in plaats van strafrechtelijk worden afgedaan, treedt een derving van de opbrengsten op van naar schatting f 10 mln. Dit is een gevolg van het feit dat de inkomsten in het strafrechtcircuit gemiddeld genomen over het algemeen hoger zijn.

10. PlukZe

Het aantal ingestelde ontnemingsvorderingen is toegenomen van 174 in 1994 tot 969 in 1995. Daarmee is het voorgenomen niveau van het aanbrengen van gemiddeld 10 ontnemingsvorderingen per zaaksofficier (dat wil zeggen 3400 zaken in totaal) evenwel niet gehaald.

Het aantal ontnemingszaken dat door de rechter is afgedaan, is toegenomen van 225 in 1994 tot 629 in 1995. Het totaal aantal ontnemingszaken dat per 31 december 1995 in behandeling was, bedraagt 1246.

Naast de complexiteit van de wetgeving ligt de hoofdoorzaak van het niet voldoen aan de verwachtingen waarschijnlijk in de lange doorlooptijd van de diverse zaken. Sprekend kengetal in deze vormt de toename van het aantal ontnemingsmaatregelen waartegen hoger beroep/cassatie is ingesteld van 106 in 1994 tot 250 in 1995.

Naar de stand van 31 december 1995 is voor een bedrag van f 120 mln. conservatoir beslag gelegd. In 1994 was dat f 54 mln.

In 1995 is in totaal voor f 3,2 mln. door de parketten en het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) aan PlukZe-ontvangsten geïnd tegen f 6,9 mln in 1994. Van deze f 6,9 mln. is overigens f 6,7 mln. op het ontvangstenartikel 06.01 Boeten en Transacties geboekt. Naast de f 3,2 mln. is f 2,9 mln. bij wijze van schikking of transactie geïncasseerd omdat in bepaalde schikkings-/transactiebedragen een zeker bedrag is opgenomen uit hoofde van ontnemingsvorderingen. Dit laatste bedrag is niet op het Plukze ontvangstenartikel 06.03 geboekt, maar dient wel als zodanig als Plukze-ontvangst te worden geoormerkt. Daarmee komt de totale PlukZe-ontvangst in 1995 uit op f 6,1 mln. (ten opzichte van de oorspronkelijke raming van f 28,3 mln).

11. Reorganisatie Openbaar Ministerie (OM)

Op 23 mei 1995 is het plan van aanpak reorganisatie OM aan de Kamer aangeboden. Dit plan van aanpak bouwt voort op de aanbevelingen van de commissie OM onder voorzitterschap van mr. J.P.H. Donner. Voor de uitwerking van het reorganisatieplan zijn veertien projecten gestart. Deze projecten zijn ook in het plan van aanpak vermeld. Voor elk van deze projecten is in 1995 een afzonderlijke projectgroep gevormd, onder leiding van een leidinggevend lid van het openbaar ministerie (hoofdofficier van Justitie of procureur-generaal), en verder bestaande uit de leden van het openbaar ministerie, directeuren gerechtelijke ondersteuning, medewerkers van het departement, wetenschappers en externe relaties van het openbaar ministerie. Alle veertien projecten zijn vanaf september 1995 ter hand genomen. De voortgang van de projecten wordt met de (plv.) procureurs-generaal en de (plv.) hoofdofficieren van Justitie besproken tijdens conferenties van de top van het OM. Vanuit enkele projecten zijn de eerste voorstellen aan de orde gesteld. Deze hadden onder andere betrekking op de opbouw van het Parket-Generaal, het takenpakket van het ressortsparket en op het zogenaamde ideaal-typische parket. Enkele voorstellen zijn inmiddels afgedaan.

12. Invoering baten/lasten stelsel bij de agentschappen

Als gevolg van de aanvaarding van het amendement De Jong ca. op de zesde wijziging van de Comptabiliteitswet (Kamerstuk 23 769, nr. 12) dienen alle agentschappen de begroting en de financiële verantwoording te baseren op het baten/lastenstelsel. Bij de agentschappen van Justitie zal het baten/lastenstelsel als volgt worden ingevoerd:

– het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) met ingang van 01-01-96 (bij het instellen van het agentschap);

– het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) met ingang van 01-01-97 (bij het instellen van het agentschap);

– de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) met ingang van 01-01-97;

– de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) met ingang van 01-01-97.

De financiële administratie is door het CJIB tot en met 31 december 1995 uitbesteed aan het arrondissementsparket te Leeuwarden. Vanaf de instellingsdatum voert dit agentschap nu zelf de administratie op basis het baten/lastenstelsel. Het KLPD en de agentschappen DJI en IND werken momenteel nog met het verplichtingen/kasstelsel. Dit betekent dat deze diensten conform de vigerende regelgeving vanaf januari 1997 hun administratie moeten voeren op basis van het baten/lastenstelsel.

De invoering van het baten/lastenstelsel brengt grote inspanningen en kosten met zich mee. De gehele (recent) ingevoerde Planning & Control cyclus die in de oude situatie gericht is op uitgaven, verplichtingen en ontvangsten zal gericht moeten worden op kosten en opbrengsten. Voorts moet een openingsbalans worden opgesteld waaraan inventarisatie- en waarderingsproblematiek is verbonden. Tevens zullen de financiële systemen en de Administratieve Organisatie moeten worden aangepast. Ook zullen medewerkers moeten worden opgeleid om met de nieuwe systemen en de veranderde Administratieve Organisatie om te kunnen gaan. Met name de bedrijfseconomische kennis moet worden vergroot.

Teneinde een zorgvuldige invoering te bewerkstelligen is de 'Taskforce invoering baten/lasten stelsel bij agentschappen van het Ministerie van Justitie' ingesteld onder wiens verantwoordelijkheid een plan van aanpak is opgesteld. De algehele coördinatie berust bij de Directie Financieel Economische Zaken. De uitvoering van dit plan verloopt conform de planning.

Een van de eerste eindprodukten van de projectorganisatie is geweest het opstellen van een 'Besluit Regelgeving Agentschappen' waarin kaders zijn opgenomen met betrekking tot het financiële beheer bij de agentschappen binnen Justitie. Op basis van de huidige inzichten wordt ervan uitgegaan dat alle te treffen maatregelen om het baten/lastenstelsel in te voeren, tijdig worden getroffen.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Uitgaven en verplichtingen

01 ALGEMEEN

01.01 Personeel en materieel ministerie

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
Actief-regulier personeel     
– salarissen83 62383 62389 74089 740
– sociale lasten16 74016 74014 81814 818
– gediff.belonen/gratificaties5455451 0391 039
– servicekrachtenpmpm1 2291 229
reiskosten500500570570
Subtotaal actief-regulier personeel101 408101 408107 396107 396
     
niet-actief regulier personeel1 5591 5591 9491 949
niet-regulier personeel3 5553 5552 5382 538
opleiding en vorming1 3001 3001 8571 857
arbeidsmarktknelpunten2 1752 175482482
Subtotaal personele uitgaven109 997109 971114 222114 222
     
exploitatie uitgaven56 21956 21958 13056 910
aanschaffingen10 58510 58514 04723 426
Subtotaal materiële uitgaven66 80466 80472 17780 336
totaal176 801176 801186 399194 558

De hogere uitgaven op het onderdeel salarissen (f 6,0 mln.) zijn een gevolg van de stijging van de gemiddelde loonkosten per formatieplaats en de toerekening van de kosten voor kinderopvang.

In verband met de diverse reorganisaties zijn tevens meer kosten gemaakt op het gebied van opleiding en vorming (f 0,6 mln.).

Tenslotte heeft de overschrijding op het onderdeel aanschaffingen ad f 13,0 mln. de volgende oorzaken:

– de afkoop van de leasecontracten van het rekencentrum (f 5,0 mln.);

– herhuisvesting hoofdkantoor en de inrichting van twee externe lokaties (f 4,4 mln.);

– niet-geraamde aanschaffingen in verband met de reorganisatie (f 0,5 mln.);

– aanschaffingen voor het project Planning & Control Informatiesystemen (f 1,1 mln.);

– versnelde vervanging van PC's in verband met de eisen van de moderne software (f 0,6 mln.);

– overboeking naar Rijksgebouwendienst (f 1,4 mln.).

De volume- en prestatiegegevens

Personeel

 begrotingrealisatie
 gemiddeldegemiddeldegemiddeldegemiddelde
 bezettinguitgavenbezettinguitgaven
 (fte's)(x f 1,–)(fte's)(x f 1,–)
actief-regulier personeel1 18885 3501 18488 914
niet-actief regulier personeel     
– langdurig zieken9 5 
– ouderschapsverlof10 8 

Exploitatie

 begrotingrealisatie
Exploitatie totaal15 45016 316
– personeelsgebonden materiële uitgaven (reiskosten e.d.)3 3503 699
– niet-personeelsgebonden materiële uitgaven   
– vaste uitgaven (huisvesting e.d.)*5 5503 722
– variabele uitgaven (materieel e.d.)6 5508 895

* dit is inclusief de hoofdkantoren van DJI en IND, voor dat deel dat gehuisvest is in panden, die door het kerndepartement worden beheerd (zie ontwerp-begroting 1996, TK 24 400 VI, nr. 2, p. 50)

01.03 Bijdragen en subsidies

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
bijdragen nationaal5 0225 0223 9273 661
bijdrage kantine-activiteiten1 3001 3001 9001 900
bijdragen internationaal330330340340
totaal6 6526 6526 1675 901

De volume- en prestatiegegevens

Overzicht bijdrage verdeeld naar categorie (x f 1000)

 begrotingrealisatie
bijdragen nationaal   
– Terugkeerregeling3 5002 500
– Ver. Bureau voor Muziek-auteursrecht (BUMA)535548
– Stichting Reprorecht240240
– Centrum voor internationale juridische samenwerking15060
– anti-discriminatiebeleid1002
– hulpprogramma Oost-Europa100114
– Internationale Commissie van Juristen400
– Nederlandse Juristen Comité van de Mensenrechten4064
– Ver. Vergelijk. Studie van het Recht België en Nederland150
– overige bijdragen/contributies302133
bijdrage kantine-activiteiten1 3001 900
bijdragen internationaal  
– World Intellectual Property Organization300300
– Commission Internationale de l'Etat Civil3040
totaal6 6525 901

Met betrekking tot de lagere uitgaven op het onderdeel Terugkeerregeling kan het volgende worden opgemerkt. Doordat enerzijds het batig saldo per 31 december 1994 ad f 0,7 mln. als voorschotbetaling voor 1995 is aangemerkt en anderzijds het aantal vertrekken in 1995 achterbleef bij de eerdere verwachtingen, is de voorschotbetaling beperkt tot f 2,5 mln. in 1995.

De belangrijkste oorzaak van de stijging van de bijdrage aan de kantine-activiteiten betreft het inhalen van de achterstand in de facturering van de Stichting Bedrijfsrestaurant.

01.04 Post-actieven

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
wachtgelden22 34022 34032 34132 341
uitkeringen functioneel leeftijdsontslag23 94623 94624 59224 592
totaal46 28646 28656 93356 933

De volume- en prestatiegegevens

Specificatie post-actieven

 begrotingrealisatie
 gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde bezetting (fte's)
wachtgelden481930
functioneel leeftijdsontslag412431

Voor de stijging van de wachtgelden kunnen de volgende verklaringen worden gegeven:

– verlenging van de uitkeringsduur i.v.m. de inbouw van de WW-bodemvoorziening;

– de reorganisatie-ontslagen bij de Raad voor de Kinderbescherming;

– de ontslagen voortvloeiend uit de reorganisatie van de politie.

01.05 Geheime uitgaven

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
totaal1 5001 5002 0002 000

Op basis van het verloop van de uitgaven is de stand van dit artikel structureel verhoogd met f 0,5 mln.

01.06 Onvoorzien

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
totaal50050000

01.07 Loonbijstelling

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingen uitgaven
totaal1 1411 14100

Voor de toelichting met betrekking tot de toedeling van de loonbijstelling wordt verwezen naar het algemeen deel (§ 2).

01.08 Prijsbijstelling

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
totaal34 35834 35800

Voor de toelichting met betrekking tot de toedeling van de prijsbijstelling wordt verwezen naar het algemeen deel (§ 2).

01.09 Diversen

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
schadeloosstellingen aan derden15 00015 00023 33123 331
wijziging betalingsverkeer2 1852 1851 7611 761
bedrijfsgezondheidszorg6 2566 2566 4626 462
Schengen secretariaat700700877877
intern wetenschappelijk onderzoek1 0001 000627627
(extern) wetenschappelijk onderzoek9 0799 6006 8588 454
voorlichtingsactiviteit6 2686 2686 3966 396
overige9 7749 7749 2719 336
nader te verdelen49 17849 178
totaal99 44099 96155 58357 244

Onder dit artikel zijn uiteenlopende uitgaven geraamd, waarvan de uitgaven vanwege schadeloosstellingen aan derden de grootste post uitmaken. De uiteindelijk uitgekeerde bedragen (f 23,3 mln.) zijn aanzienlijk hoger dan de oorspronkelijke raming die in de ontwerp-begroting is vastgelegd (f 15 mln.).

De stijging van de uitgaven hangt voor een aanzienlijk deel samen met een inhaalslag bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Deze heeft geleid tot een incidentele toename van de uitgekeerde bedragen met f 4 mln. Naast deze inhaalslag is sprake van een groei van het aantal uitkeringen en van het bedrag per uitkering.

De volume- en prestatiegegevens

Kwantitatieve gegevens wetenschappelijk onderzoek

 begrotingrealisatie
 aantaluitgaven(x f 1,0 mln.)aantaluitgaven(x f 1,0 mln.)
intern wetenschappelijke projecten200,8220,5
extern wetenschappelijke projecten439,3418,2
documentaire informatievoorziening7501 251
statistische informatievoorziening4000,14730,1
wetenschappelijke periodieken200,4210,3

Overzicht voorlichtingsuitgaven

 begrotingrealisatie
personeelsvolume28 fte30 fte
personele uitgavenf 2,4 mln.f 2,5 mln.
materiële uitgaven0,4 mln.0,3 mln.
programma uitgaven6,3 mln.6,4 mln.

02 POLITIE EN CRIMINALITEITSBESTRIJDING

Algemeen

De uitgaven voor de sector Politie zijn voor het jaar 1995 ruim binnen de gestelde kaders (stand 2e suppletore wet) gebleven. Dit wordt enerzijds veroorzaakt doordat een aantal voorgenomen activiteiten niet tijdig kon worden geëffectueerd, hierop wordt bij de toelichting op de afzonderlijke artikelen nader ingegaan. Anderzijds is voor de sector politie een terughoudend financieel beleid gevoerd teneinde een aantal financiële tegenvallers te kunnen opvangen. Het gaat hier met name om het tekort op de personeelsuitgaven als gevolg van de doorwerking van het zg. ABP-complex en het tekort op de bewakingskosten luchthavens.

02.07 Criminaliteitspreventie

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
slachtofferbeleid9 40012 20013 57912 481
projectuitgaven15 93514 45018 8126 606
totaal25 33526 65032 39119 087

De volume- en prestatiegegevens

Projectuitgaven (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
dadergerichte preventie4 0004 400
situationele preventie5 5851 403
Stafbureau Informatievoorziening (SIV)1 600686
rechtspersonen1 90047
algemeen1 36570
 14 4506 606

Projectuitgaven

Vanaf 1995 is als uitvloeisel van het Regeerakkoord de situationele preventie en het daarbij behorende budget overgegaan naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Voorts worden de projecten die betrekking hebben op rechtspersonen uitgevoerd door de dienst Bestuurszaken van het kerndepartement en worden derhalve op beleidsterrein 01 Algemeen verantwoord.

De uitgaven die op deze projecten zijn verantwoord hebben betrekking op de periode voor de overdracht.

02.08 Personeel en materieel Rijksrecherche en Gerechtelijke Laboratoria

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
Actief-regulier personeel     
– salarissen21 42421 42420 13920 139
– salarissen3 8303 8303 2153 215
– gediff. belonen/gratificaties100100138138
– servicekrachten001 4541 454
– reiskosten6565131131
Subtotaal actief-regulier personeel25 41925 41925 07725 077
     
niet-actief regulier personeel340340162162
niet-regulier personeel20205555
opleiding en vorming785785249249
Subtotaal personele uitgaven26 56426 56425 54325 543
     
exploitatie uitgaven4 5304 5306 8686 868
aanschaffingen1 5031 5034 2294 229
Subtotaal materiële uitgaven6 0336 03311 09711 097
totaal32 59732 59736 64036 640

De volume- en prestatiegegevens

Personeel

 begrotingrealisatie
 gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde uitgaven(x f 1,-)gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde uitgaven(x f 1,-)
actief-regulier personeel     
– Rijksrecherche84101 50081105 300
– Gerechtelijk Laboratorium18182 000204*75 500
– Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie14100 90013106 200
niet-actief regulier personeel     
– langdurig zieken1  
– ouderschapsverlof1 1 

* inclusief 20 servicekrachten

Overzicht van de Laboratoriumonderzoeken (aantallen)

 begrotingrealisatie
onderzoeken Gerechtelijk Laboratorium14 300ca 17 000
secties Laboratorium voor de Gerechtelijke Pathologie650549

Ten opzichte van de ontwerp-begroting is voor dit artikel f 4,0 mln. meer uitgegeven dan geraamd. Dat betekent een stijging van ruim 12%, die voornamelijk is besteed aan exploitatie-uitgaven en aanschaffingen voor een aantal projecten in het kader van de bestrijding van de georganiseerde zware criminaliteit. Financiering hiervan heeft plaatsgevonden door middel van overheveling uit het op artikel 02.10 Bijzondere uitgaven politie hiervoor opgenomen budget. Zoals in het algemene deel reeds gesteld kon een aantal geplande activiteiten niet tijdig worden gerealiseerd. Voor dit artikel betekende dit dat voor ca f 1,2 mln. aan investeringen in het kader van de bestrijding van de georganiseerde zware criminaliteit niet kon worden uitgevoerd en daarom eerst in 1996 zal worden geëffectueerd. De personeelsuitgaven zijn achtergebleven bij de raming voornamelijk als gevolg van lagere uitgaven voor de post opleiding en vorming.

02.09 Personeel en materieel Korps Landelijke Politiediensten

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 1000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
Actief-regulier personeel     
– salarissen182 680182 680202 405202 405
– sociale lasten35 02835 02831 00031 000
– gediff.belonen/gratificaties1 0351 035990990
– servicekrachten001 4141 414
– reiskosten1 9131 9133 6103 610
     
Subtotaal actief-regulier personeel220 656220 656239 419239 419
     
niet-actief regulier personeel3 5003 5002 6822 682
niet-regulier personeel1 7001 700250250
opleiding en vorming4 6804 6804 8104 810
Subtotaal personele uitgaven230 536230 536247 161247 161
     
exploitatie uitgaven147 863147 863155 881153 681
Interpol2 0002 0001 1211 121
aanschaffingen36 00036 00072 80570 745
Subtotaal materiële uitgaven185 863185 863229 807225 547
totaal416 399416 399476 968472 708

De volume- en prestatiegegevens

Personeel

 begrotingrealisatie
 gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde uitgaven(x f 1,-)gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde uitgaven(x f 1,-)
actief-regulier personeel2 85675 800* 2 99183 900
niet-actief regulier personeel     
– langdurig zieken35 24  
– ouderschapsverlof18 14 

* inclusief 20 servicekrachten

Exploitatie (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
huisvestingkosten10 50014 699
beheerskosten8 70012 868
personeelsgebonden kosten12 80012 783
I&A-kosten49 00053 629
verbindingskosten12 0006 452
voer-, vaar- en vliegtuigkosten18 25016 177
voorraad divisie Logistiek32 62530 679
overige kosten3 9886 394
totaal147 863153 681

Het Korps landelijke politiediensten (KLPD) heeft uiteindelijk in 1995 f 56,3 mln. meer uitgaven verantwoord dan in de ontwerp-begroting waren opgenomen. De begrote post salarissen wijkt af van de realisatie, omdat hierin de gevolgen van de gewijzigde salarisberekening en de gevolgen van het ABP-complex tot uitdrukking komen. Hierdoor is een deel van de uitgaven verschoven van sociale lasten naar salarissen. De raming voor 1997 en volgende jaren van de sociale lasten zal hierop worden aangepast.

De raming van de post reiskosten (woonplaats/standplaats) is nog niet aangepast aan de gevolgen van de reorganisatie van de Nederlandse politie. Ook dit zal worden verwerkt.

Het totaal van de exploitatie- en aanschaffingsuitgaven is sterk gestegen ten gevolge van een intensivering van de investeringen bij het KLPD. Tegenover deze toename van de uitgaven staan ontvangsten inzake inruil van roerende goederen, daarnaast zijn door de IT-organisatie (extra) activiteiten ontplooid, die aan afnemers (regio's) worden doorberekend. Tegenover deze extra uitgaven zijn in de suppletore wetten voor het begrotingsjaar 1995 ontvangsten (artikel 02.02 Diverse ontvangsten politie) tot een gelijk bedrag geraamd.

Ook bij het KLPD kon – zoals in de inleidende toelichting op dit beleidsterrein reeds vermeld – een betaalopdracht van ca f 2,0 mln. niet meer tijdig in 1995 worden verwerkt.

02.10 Bijzondere uitgaven politie

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
bestrijding georganiseerde misdaad17 80017 8002 0844 190
Schengen (GOO)5 6035 6035 4505 450
opleidingsscholen (incl. LSOP)36 08136 08134 62434 624
bijzondere opsporingskosten16 70016 70012 73712 737
algemeen beheer3 5763 5765 6746 293
totaal79 76079 76060 56963 294

Voor het artikel Bijzondere uitgaven politie is per saldo f 16,5 mln. minder uitgegeven dan oorspronkelijk was geraamd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de overheveling van op dit artikel gereserveerd budget voor de bestrijding van georganiseerde zware criminaliteit naar de artikelen 02.08 en 02.09. Daarnaast blijkt in 1995 minder beroep te zijn gedaan op het budget bijzondere opsporingskosten dan was voorzien (f 4,0 mln.).

02.11 Personeel en materieel overige diensten

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
Actief-regulier personeel     
– salarissen3 1023 1025 1825 182
– sociale lasten589589495495
– gediff.belonen/gratificaties004040
– reiskosten002626
Subtotaal actief-regulier personeel3 6913 6915 7435 743
     
niet-actief regulier personeel005656
niet-regulier personeel00191191
opleiding en vorming008080
Subtotaal personele uitgaven3 6913 6916 0706 070
     
exploitatie uitgaven1 9001 9003 2483 237
bewakingskosten luchthavens50 00050 00063 77863 778
aanschaffingen00– 192166
Subtotaal materiële uitgaven51 90051 90066 83467 181
     
totaal55 59155 59172 90473 251

De volume- en prestatiegegevens

Overzicht budgetten diensten/activiteiten (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
EDU1 4003 801
MOT2 0001 129
overige2 1914 543
bewakingskosten luchthavens50 00063 778
totaal55 59173 251

De uitgaven op dit artikel belopen f 17,7 mln. meer dan in de ontwerp-begroting was opgenomen, hetgeen een toename betekent van 30%.

Deze toename is voornamelijk het gevolg van de toegenomen uitgaven voor de bewakingskosten luchthavens, dit als gevolg van de sterk groeiende reizigersstroom. In totaal is hiervoor in 1995 f 63,8 mln. uitgegeven (= 1,3 miljoen bewakingsuren). Hiertegenover staan ontvangsten (beveiligingsheffing) van in totaal van f 49,7 mln. Voor het verschil is binnen de Justitiebegroting compensatie gevonden. Met ingang van 1 april 1996 wordt een tariefsverhoging van f 6,50 naar f 8,- per vertrekkende passagier doorgevoerd. Hiermee zal een vrijwel volledige dekking van de kosten worden gerealiseerd.

Ook de personeelsuitgaven op dit artikel zijn hoger uitgevallen dan geraamd. Dit is het gevolg van nog lopende verplichtingen ten aanzien van voormalig personeel van het Korps Rijkspolitie, die voortvloeien uit de reorganisatie van de Nederlandse politie.

03 VREEMDELINGENZAKEN

03.04 Bijdrage Immigratie- en Naturalisatiedienst

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
totaal176 219176 219274 600274 600

03.05 Opvang asiel

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

begroting (incl. Nota v. Wijziging)realisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
Centrale opvang asielzoekers771 296771 2961 613 189867 893
Decentrale opvang asielzoekers63 00063 000518 296351 172
totaal834 296834 2962 131 4851 219 065

De volume- en prestatiegegevens

begroting (incl. Nota v. Wijziging)realisatie
 aantalgemiddelde uitgavenaantalgemiddelde uitgaven
instroom35 000 26 300 
gemiddelde bezetting Centrale opvang *23 50032 80031 49028 080
gemiddelde bezetting Decentrale opvang3 40014 50023 10014 530

* In de begroting is rekening gehouden met een prijs van f 33 000,- per plaats per jaar. Na het afboeken van het beschikbare bedrag ten behoeve van Vereniging VluchtelingenWerk Nederland (f 4,7 mln.) resteert het bedrag van f 32 800,- per plaats per jaar.

Uitgaven

Algemeen

Bij Koninklijk Besluit van 5 september 1994 (stb. 682) is de Minister van Justitie belast met de behartiging van aangelegenheden op het terrein van de opvang van asielzoekers. Deze zorg was vóór 22 augustus 1994 opgedragen aan de voormalige Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. In verband hiermee zijn de uitgaven- en ontvangstenbudgetten voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers en een aantal kleinere subsidies op dit terrein overgeheveld naar het Ministerie van Justitie.

Centrale opvang

Uit de specificatie per artikelonderdeel die hierboven is opgenomen, blijkt dat voor de centrale opvang f 97 mln. meer is uitgegeven dan bij de begroting 1995 werd voorzien.

Hiervoor zijn de volgende oorzaken aan te wijzen.

Hoewel de gerealiseerde instroom lager was dan werd verwacht (zie ook de volume- en prestatiegegevens), was de bezetting van de Centrale Opvang hoger dan geraamd. Deze hogere bezetting was het gevolg van een lagere uitstroom uit de centrale opvang door ondermeer een lager aantal statussen en een daaruit voortvloeiend lager aantal gehuisveste statushouders. Hierdoor werd de geraamde, gemiddelde verblijfsduur van 8 maanden overschreden. Als gevolg hiervan is ca f 260,0 mln. meer uitgegeven.

Als gevolg van een lagere gerealiseerde prijs per plaats per jaar is ca f 140,0 mln. minder uitgegeven. Dit prijsverschil is ontstaan doordat investeringen zijn uitgesteld en verhoudingsgewijs meer is geleased of gehuurd dan gekocht. Koop veroorzaakt in het jaar van aanschaf een groter kasbeslag dan huur of lease.

In verband met de opvang van minderjarige asielzoekers is f 23,0 mln. bevoorschot en verantwoord ten laste van artikel 04.03 Subsidies Jeugdbescherming en Reclassering. Deze uitgaven zijn geraamd op artikel 04.03 en gerealiseerd op artikel 03.05.

Decentrale opvang

Evenals bij de centrale opvang is de uitstroom uit de decentrale opvang van asielzoekers en verblijfsgerechtigden als gevolg van een lager aantal statusverleningen en minder doorstroom naar reguliere huisvesting, lager dan verwacht. Dit heeft geleid tot een hogere bezetting. Als gevolg hiervan is ca f 290,0 mln. meer uitgegeven.

Verplichtingen

De raming van de verplichtingen is met f 1 297 mln. overschreden.

Ten behoeve van de vastlegging in 1995 van de verplichting aan het COA over 1996 is f 910,0 mln extra verplichtingenruimte benodigd. Hierin zijn ook begrepen de kosten verbonden aan de decentrale opvang (f 167,1 mln.). Tot het begrotingsjaar 1995 werd de verplichting vastgelegd op het moment dat de toekenningsbrief werd verzonden. Gewoonlijk was dit hetzelfde jaar als het jaar waarin betaling plaatsvond. Conform de regelgeving wordt de bijdrageverplichting vanaf 1995 in de administratie opgenomen in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Dit veroorzaakt eenmalig een extra beslag op de verplichtingenruimte.

04 JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING

04.01 Personeel en materieel Raden voor de kinderbescherming

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
Actief-regulier personeel     
– salarissen65 80065 80066 42066 420
– sociale lasten13 79913 79913 60013 600
– gediff.belonen/gratificaties400400340340
– servicekrachtenpmpm2 4802 480
– reiskosten475475550550
Subtotaal actief-regulier personeel80 47480 47483 39083 390
     
niet-actief regulier personeel2 1002 1001 3001 300
niet-regulier personeel300300270270
Subtotaal personele uitgaven82 87482 87484 96084 960
     
exploitatie uitgaven16 00216 00216 94816 950
aanschaffingen9009007 9847 964
Subtotaal materiële uitgaven16 90216 90224 93224 914
totaal99 77699 776109 892109 874

De toename van de verplichtingen en uitgaven van het aanschaffingenbudget vloeien voort uit de noodzakelijke vernieuwing, gecoördineerd door het landelijk bureau van de Raden voor de Kinderbescherming, van de automatiseringsmiddelen.

De volume- en prestatiegegevens

Personeel

 begrotingrealisatie
 gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde uitgaven(x f 1,-)gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde uitgaven(x f 1,-)
actief-regulier personeel1 11072 5001 02776 447
niet-actief regulier personeel     
– langdurig zieken18 10 
– ouderschapsverlof10 7 

Kerntaken Raden voor de Kinderbescherming (aantallen)

 begrotingrealisatie
beschermingszaken10 0608 277
echtscheidingszaken4 6153 731
overige civiele zaken2 2101 813
strafzaken9 0258 005
taakstraffen4 0004 408

Een aparte rapportage van afgedane zaken door de sociale afdelingen van de Raden is vervallen.

De rapportage en verantwoording beweegt zich met ingang van 1995, als gevolg van het concept 'sturen op afstand', op een hoger aggregatieniveau. Daarbij gaat het om de ken- en stuurgetallen die inzicht geven in de uitvoering van de kerntaken van de Raad voor de Kinderbescherming. De realisatie van het aantal zaken, afgedaan door de sociale afdelingen van de Raad maakt integraal onderdeel uit van het kerntakenoverzicht.

Overzicht van inning en doorbetaling van onderhoudsbijdragen dor het LBIO (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
doorbetaling aan particulieren (incl. GSD)pm24 577
doorbetaling aan Ministerie van VWSpm9 503
ten behoeve van Justitie12 0003 370
totaalpm37 450

De ramingen voor de doorbetaling aan particulieren en aan het Ministerie van VWS zijn in de begroting 1995 op pm gesteld. Dit vanwege het feit dat bij het opstellen van de begroting 1995 nog onvoldoende inzicht bestond in de ontwikkeling van deze doorbetalingen door het LBIO.

De inning van onderhoudsbijdragen ten behoeve van Justitie is sterk bij de raming achtergebleven. Dit is in hoofdzaak het gevolg van de vertraging in de inwerkingtreding van de Wijziging van de Wet op de Jeugdhulpverlening en de daarmee samenhangende AMvB ter regeling van de inkomensafhankelijke ouderbijdragen.

04.03 Subsidies Jeugdbescherming en Reclassering

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
instellingen voor (gezins)voogdij97 49797 497163 288118 849
bijkomende kosten/diversen31 57431 57431 12731 127
doeluitkering/TGV61 24561 24570 65170 651
alleenstaande minderjarige asielzoekers75 84075 84099 04084 440
overige inricht. gezinsverpleging e.d.2 6302 6302 1292 129
overige instellingen en projecten9 7189 7189 1578 640
overige uitgaven3003001 044726
reclasseringsinstellingen100 882100 882241 599100 247
bijzondere subsidies300300193193
bijdrage kosten van conslt. bur. A&D26 10526 10531 32731 327
bouwsubsidies reclassering2 5502 55027 50027 500
totaal408 641408 641677 055475 829

Het budget voor de instellingen voor (gezins)voogdij is gestegen onder invloed van de toename van het aantal OTS-pupillen en de kosten voor De Vernieuwing.

Het budget van de doeluitkering is gestegen door de verhoging van de pleegzorg-vergoeding.

Daarenboven is in 1995 de capaciteitsbehoefte voor de opvang van alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA's) gestegen.

Bovendien zijn de verplichtingenbudgetten voor de (G)VI's en de AMA's bijgesteld a.g.v. het feit dat de geraamde uitgaven 1996 verband houdend met de stijging van het aantal reeds in 1995 als verplichting moeten worden aangegaan.

In 1995 is door en bij de consultatiebureau's A&D (de CAD's) een forse inspanning gepleegd op het terrein van de drugsoverlast, wat de stijging van de uitgaven op deze post met f 5,2 mln. verklaart.

Als gevolg van de schaalvergroting en de nieuwe werkwijze van de SRN is in 1995 gestart met de herhuisvesting van de stichting. Voor deze herhuisvesting is een investering nodig van per saldo f 25,0 mln. Hiertoe is het budget bouwsubsidies verhoogd.

De volume- en prestatiegegevens

Alleenstaande minderjarige asielzoekers (aantallen)

 begroting*realisatie
alleenstaande minderjarige asielzoekers/vluchtelingen en ontheemden3 3203 385

* ultimo-stand

Aantallen pupillen

 begroting*realisatie
kinderrechterpupillen16 90016 720
voogdij-pupillen4 7005 004
jeugdreclassering1 6302 035

* ultimo-stand

Reclasseringsformatie

 begrotingrealisatie
 gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde uitgaven(x f 1,-)gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde uitgaven(x f 1,-)
penitentiair reclasseringswerk31588 25030791 200
extramurale reclassering63989 05062391 680
overhead (leiding, staf, administratie34989 11034092 600

Volumegegevens Reclassering

 begrotingrealisatie *
 aantalgemiddelde uitgaven(x f 1,-)aantalgemiddelde uitgaven(x f 1,-)
vroeghulp (cliënten)15 00023319 284240
rapporten (aantal)20 0001 18014 4751 504
begeleiding zittingen (cliënten)4 0253982 83398
individuele hulpverlening (aantal)51 20035971 138342
groepswerk (zittingen)2 625487695  
dienstenverlening (cliënten)12 0001 48313 3091 326
informatie en advies (aantal)12 45015323 393161

* de realisatiecijfers in deze tabel zijn voorlopig van aard

Volumegegevens Reclassering

Als gevolg van de reorganisatie van de reclassering per 1 januari 1995 wijkt een groot deel van de gerealiseerde volumegegevens aanzienlijk af van de begrote volumegegevens.

Per 1 januari 1995 is de reorganisatie van de Reclassering een feit geworden: 19 arrondissementale stichtingen en de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen zijn opgegaan in één landelijke Stichting Reclassering Nederland.

Als onderdeel van deze reorganisatie is een belangrijke wijziging in de werkwijze ingevoerd. Namelijk de overgang van min of meer losstaande activiteiten naar een integraal aanbod van programma's die in onderlinge samenhang een traject vormen.

Voorts vindt nu een centrale verantwoording van de produktiegegevens plaats. Gebleken is dat in de afzonderlijke administraties niet altijd volgens dezelfde uitgangspunten en definities is geregistreerd.

Daarnaast heeft in een latere fase besluitvorming plaatsgevonden over beleidsinten-siveringen waarvan de volume-effecten niet zijn verwerkt in de ontwerp-begroting.

Vroeghulp (cliënten)

De activiteit vroeghulp ligt aan het begin van de keten en is moeilijk beïnvloedbaar. De raming van deze activiteit wordt daardoor in belangrijke mate gebaseerd op historische ontwikkelingen. In 1995 is sprake van een stijging van 17% van het aantal cliënten.

Rapporten (aantal)

De gerealiseerde produktie van rapporten is achtergebleven bij de raming, omdat prioriteit is gegeven aan andere werkzaamheden, met name aan vroeghulp.

Begeleiding zittingen (cliënten)

De achterblijvende produktie is het gevolg van het beleid dat alleen naar zittingen wordt gegaan wanneer de aanwezigheid van een reclasseringswerker een extra toegevoegde waarde heeft.

Individuele hulpverlening (aantal)

Deze werkzaamheden zijn uiteenlopend van aard met een sterk variërend tijdsbeslag en zijn dientengevolge moeilijk te ramen.

De overproduktie is onder meer te wijten aan het registreren van deelname aan specifieke (al dan niet vrijwillige) reclasseringsprogramma's.

Dienstverlening (cliënten)

Hoewel er ten opzichte van 1994 nog wel een stijging is opgetreden van het aantal dienstverleningen (taakstraffen), is deze stijging lager dan verwacht. Als belangrijke oorzaak kan de afstemming van vraag en aanbod worden genoemd.

Ter verbetering van de afstemming is in het najaar 1995 een convenant gesloten met het Openbaar Ministerie om bij vrijheidsstraffen tot maximaal 6 maanden een taakstraf te eisen.

De verwachting is dat met deze maatregel ook de opgelopen achterstand wordt ingelopen.

Informatie en advies (aantal)

Optisch gezien is hier sprake van aanzienlijke overproduktie. Nader onderzoek heeft evenwel uitgewezen dat registratieproblemen hier in belangrijke mate aan ten grondslag liggen. De registratieprocedure is inmiddels beschreven waardoor voor 1996 een betere vergelijking tussen planning en realisatie mogelijk zal zijn.

Opgemerkt wordt dat de instroom, voorzover deze bestaat uit zogenaamde «binnenlopers», grillig verloopt en daardoor nauwelijks te beïnvloeden is.

05 DIENST JUSTITIËLE INRICHTINGEN

05.04 Bijdrage Dienst Justitiële Inrichtingen

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
totaal1 263 8651 263 8651 260 9191 260 919

06 RECHTSPLEGING

06.01 Personeel en materieel rechtspraak

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
Actief-regulier personeel     
– salarissen597 253597 253676 650676 650
– sociale lasten103 587103 58744 92244 922
– gediff.belonen/gratificaties2 3002 3003 1903 190
– servicekrachten4 0004 0005 7695 769
– reiskosten2 7002 7004 1014 101
Subtotaal actief-regulier personeel709 840709 840734 632734 632
     
niet-actief regulier personeel9 2009 20013 36913 369
niet-regulier personeel4 7004 7001 6511 651
opleiding en vorming2 1002 1004 7204 720
Subtotaal personele uitgaven725 840725 840754 372754 372
     
exploitatie uitgaven125 372125 372141 634141 608
studiecentrum rechspleging2 5002 5003 5753 575
aanschaffingen30 00030 00037 90240 293
Subtotaal materiële uitgaven157 872157 872183 111185 476
totaal883 712883 712937 483939 848

De mutaties opgenomen in de suppletore begrotingen voor dit begrotingsartikel bedragen per saldo f 57,9 mln. Enerzijds vinden verhogingen plaats tot een bedrag van f 75,6 mln. en anderzijds wordt het artikel verlaagd met in totaal f 17,7 mln.

Per artikelonderdeel worden hierna de verschillen tussen de begrotingsbedragen en de realisaties geanalyseerd en toegelicht. Voorshands kan worden gesteld dat de geconstateerde overschrijdingen op de artikelonderdelen zijn gedekt door extra middelen die via suppletore begrotingen zijn verwerkt. Ten opzichte van de stand bij de tweede suppletore begroting naar aanleiding van de Najaarsnota, doet zich thans bij Slotwet een onderuitputting van f 1,8 mln. voor. Deze meevaller wordt veroorzaakt door lagere materiële uitgaven.

Salarissen

De realisatie op dit artikelonderdeel is f 79,4 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. Deze verhoging vloeit voornamelijk voort uit (salaris-) maatregelen zoals het ABP-complex, eindejaarsuitkering, 0,5% loonsverhoging in het kader van de CAO's voor de sectoren rijk en rechterlijke macht en personele uitbreidingen. Voor een beperkt deel hadden deze maatregelen ook invloed op het artikelonderdeel sociale lasten.

Tweede oorzaak voor de hogere realisatie is gelegen in het feit dat de overhevelingstoeslag niet op dit artikelonderdeel geraamd is, maar op het artikelonderdeel sociale lasten. Als gevolg hiervan ontstaat een hogere realisatie van f 54 mln. op dit artikelonderdeel.

De laatste oorzaak van een hogere realisatie op dit artikelonderdeel is het feit dat hier tevens de realisatie van de zittings- en vacatiegelden (f 3,6 mln.) worden verantwoord. De zittings- en vacatiegelden zijn echter geraamd op het artikelonderdeel niet-regulier personeel (zie aldaar).

Sociale lasten

De realisatie op dit artikelonderdeel is f 58,7 mln. lager dan oorspronkelijk geraamd. Belangrijkste oorzaak hiervan is dat de overhevelingstoeslag op dit begrotingsartikel was begroot en dat de feitelijk realisatie op het artikelonderdeel salarissen heeft plaatsgevonden.

Gedifferentieerd belonen

De realisatie op dit artikelonderdeel is f 0,9 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. De belangrijkste oorzaak is de relatief hoge uitgaven voor ambtsjubilea bij de rechterlijke macht.

Servicekrachten

De realisatie op dit artikelonderdeel is f 1,8 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. Oorzaak hiervoor is het inzetten van met name uitzendkrachten als alternatief voor het structureel vervullen van vacatures.

Reiskosten

De realisatie op dit artikelonderdeel is f 1,4 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. De belangrijkste oorzaak hiervan is de stijging van de werkelijke bezetting t.o.v. voorgaande jaren, terwijl het budget ongewijzigd bleef.

Niet actief regulier personeel

De realisatie op dit artikelonderdeel is f 4,2 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. Oorzaak hiervoor is een lichte toename van het ziekteverzuim, een toename van het aantal mensen dat gebruik maakt van de ouderschapsverlofregeling en het toenemend gebruik van de PAS-regeling.

Niet-regulier personeel

De realisatie op dit artikelonderdeel is f 3,0 mln. lager dan oorspronkelijk geraamd. De zittings- en vacatiegelden zijn geraamd onder dit artikelonderdeel. De realisatie van deze gelden bedraagt f 3,6 mln. en is verantwoord op het artikelonderdeel salarissen.

Opleiding en vorming

Op dit artikelonderdeel is de realisatie f 2,6 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. Vanwege een grotere opleidingsbehoefte dan ten tijde van het opstellen van de raming werd voorzien, valt de realisatie hoger uit.

Exploitatie-uitgaven

De realisatie op dit artikelonderdeel is f 16,2 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. De belangrijkste reden voor deze hogere uitgaven vormt de groei van de automatiserings-uitgaven als gevolg van de toedeling van centrale automatiseringsgelden.

Studiecentrum rechtspleging

De realisatie op dit artikelonderdeel is f 1,1 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. De belangrijkste verklaring voor deze hogere uitgaven vormen de kosten die samenhangen met extra opleidingen in het kader van de Herziening van de Rechterlijke Organisatie.

Aanschaffingen

De realisatie op dit artikelonderdeel is f 10,3 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. De belangrijkste oorzaak voor deze overschrijding ten opzichte van de oorspronkelijke raming is de intensivering van aanschaffingen met betrekking tot automatisering mede als gevolg van de toedeling van de centrale automatiseringsgelden.

De volume- en prestatiegegevens

Personeel

 begrotingrealisatie
 gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde uitgaven(x f 1,-)gemiddelde bezetting (fte's)gemiddelde uitgaven(x f 1,-)
actief-regulier personeel     
– rechtsgeleerd2 204143 2002 022153 371
– ondersteunend6 48160 1306 39164 940
niet-actief regulier personeel     
– langdurig zieken54 69* 
– ouderschapsverlof62 64** 

* rechterlijke macht 15; ondersteunend personeel 54; ** rechterlijke macht 14; ondersteunend personeel 50;

Exploitatie (x f 1,-/fte)

 begrotingrealisatie
kosten per formatieplaats14 50016 545

Overzicht instroom zaken (aantallen)

 begrotingrealisatie
hoven43 50037 300
ressortsparketten12 80012 500
rechtbanken360 400294 200
arrondissementsparketten845 400716 700
kantongerechten600 900623 900
sectoren bestuursrecht78 70090 900
CJIB3 300 0003 483 000

Sinds de invoering van de Wet Mulder wordt een groot deel van de verkeersovertredingen (voorheen kantonstrafzaken) door CJIB afgedaan. Dit heeft geleid tot een sterke daling van de instroom kantonstrafzaken bij de arrondissementsparketten en de kantongerechten in de periode 1991–1994. Deze trend bleek zich ook in 1995 nog door te zetten.

De instroom aan beroepsprocedures Mulder in de vorm van bestuurszaken bij de arrondissementsparketten en de kantongerechten diende echter hoger ingeschat te worden. Hetzelfde gold voor de vreemdelingenprocedures bij de sectoren bestuursrecht van de rechtbanken.

Wat de civiele zaken betreft, was in de periode 1991–1994 sprake van een toenemende instroom. In de loop van 1994 is duidelijk geworden dat deze zich niet sterk meer zou doorzetten in 1995.

De voornoemde ontwikkelingen vormen – voor zover relevant en in verschillende mate per geval – de verkaring voor de volgende verschillen tussen realisatie en begroting:

– de lagere gerealiseerde instroom bij de rechtbanken;

– de lagere gerealiseerde instroom bij de arrondissementsparketten;

– de hogere gerealiseerde instroom bij de kantongerechten;

– de hogere gerealiseerde instroom bij de sectoren bestuursrecht.

Overigens waren deze effecten eind 1994 reeds voorzien en verwerkt in de managementafspraken met de rechterlijke organisatie.

De verlaagde instroom gaat niet gepaard met een lagere werklast. Dit heeft te maken met het feit dat de zaken die dienen te worden afgedaan gemiddeld zwaarder zijn geworden. De invoering van de Wet Mulder heeft geleid tot een andere samenstelling van het totale pakket van zaken, waarbij een groot aantal (qua werklast) lichte zaken vervangen is door een kleiner aantal (qua werklast) zwaardere zaken.

Onderstaand overzicht geeft de ontwikkeling van het gemiddeld zaaksgewicht vanaf 1991.

Ontwikkeling van het gemiddeld zaaksgewicht

 19911992199319941995
gerechtskosten2,361,971,951,982,07
Ressortsparketten1,842,092,142,262,40
Rechtbanken0,850,810,800,770,91
Arrondissementsparketten0,170,200,230,280,32
Kantongerechten0,170,160,220,250,25

06.03 Gefinancierde rechtsbijstand

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
Raden voor rechtsbijstand    
– apparaatsuitgaven18 10018 10019 80719 807
– programmauitgaven328 491328 491355 868355 868
Overige uitgaven     
– subsidies en bijdragen20 39620 39626 29426 434
– exploitatie uitgaven6 7006 7005 0585 058
totaal373 687373 687407 027407 167

De verschillen tussen ontwerp-begroting en realisatie kunnen als volgt verklaard worden.

De mutatie in de apparaatskosten van de raden voor rechtsbijstand (f 1,7 mln.) houdt vooral verband met het handhaven van de voor 1994 toegestane capaciteitsuitbreiding. Dit om te voorkomen dat opnieuw achterstanden zouden ontstaan bij de behandeling van toevoegingsaanvragen.

De hogere programma-uitgaven (f 27,4 mln.) kunnen in hoofdzaak worden toegeschreven aan de meerkosten verbonden aan de rechtsbijstand aan asielzoekers en de besparingsverliezen als gevolg van het aanhouden van het wetsvoorstel tot wijziging van het scheidingsprocesrecht.

De hogere uitgaven voor het onderdeel subsidies en bijdragen (f 5,9 mln.) vinden hun oorzaak in de verhoging van de subsidie aan VluchtelingenWerk Nederland en de hogere kosten voor tolken. De hoge instroom van asielzoekers in 1994 veroorzaakte behandelingsachterstanden bij de IND. Om het wegwerken van die werkvoorraad mede mogelijk te maken, is de verwerkingscapaciteit op het niveau van 1994 gehandhaafd.

Het verschil bij het onderdeel exploitatie-uitgaven (–f 1,6 mln.) is het gevolg van meevallende uitgaven voor deurwaarders in toegevoegde zaken.

Volume- en prestatiegegevens

Overzicht zaken gefinancierde rechtsbijstand

 begrotingrealisatie
 aantalgemiddelde uitgaven(x f 1,-)aantalgemiddelde uitgaven(x f 1,-)
afgegeven toevoegingen     
– strafzaken74 8001 09973 2561 144
– civiele en bestuursrechtelijke zaken218 400778196 258928
– inverzekeringstelling61 10027555 256269
zaken stichtingen rechtsbijstand225 000 265 866 

Ten tijde van het opstellen van de ontwerp-begroting 1995 moest bij de raming gebruik worden gemaakt van de realisatiecijfers 1993 en prognoses van de verwachte effecten van de per 1 januari 1994 in werking getreden Wet op de rechtsbijstand (WRB).

Naar achteraf is gebleken heeft de WRB een grotere reductie van het aantal afgegeven toevoegingen tot gevolg gehad. Voor de achtergronden van deze daling wordt verwezen naar het rapport «Met recht bijstand» (TK 1994–1995, 23 900 VI, nr. 27). Deze afname is deels teniet gedaan door een toename van het aantal toevoegingen in vreemdelingenzaken en door het niet realiseren van de geraamde vermindering van het aantal toevoegingen in echtscheidingszaken (aanhouden van het desbetreffende wetsvoorstel).

Tegenover deze per saldo meevallende volume-ontwikkeling staat echter een tegenvallende prijsontwikkeling. De gemiddelde uitgaven per toevoeging zijn ten opzichte van de raming toegenomen door een gemiddeld lagere eigen bijdrage en een gemiddeld hogere vergoeding aan de rechtsbijstandverlener. Laatstgenoemde factor valt bij civiele zaken met name te verklaren uit het feit dat de vraagreductie zich vooral heeft gemanifesteerd bij de goedkopere adviestoevoegingen.

De daling van de rechtsbijstand aan in verzekering gestelde verdachten kan in belangrijke mate toegeschreven worden aan het uitblijven van de verwachte groei als gevolg van de wijziging van de inverzekeringstellingsprocedure. Gebleken is dat de gerechtelijke autoriteiten in de praktijk reeds op deze wijziging hebben geanticipeerd.

De afwijking bij het aantal door de stichtingen rechtsbijstand behandelde zaken is naar verwachting deels het gevolg van een verschuiving van de rechtsbijstand op basis van een toevoeging naar de (goedkopere) spreekuurvoorziening van de stichtingen. Vervolgonderzoek op het rapport «Met recht bijstand» zal moeten uitwijzen of de hierbedoelde substitutie heeft plaatsgevonden. Voorts mag ook aangenomen worden dat de juridische bijstand in vreemdelingenzaken een grotere toeloop op de stichtingen heeft veroorzaakt.

06.04 Gerechtskosten

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
totaal52 68552 68586 35186 399

In het totaal zijn de uitgaven op dit artikel f 33,7 mln. hoger geweest dan in de begroting werd voorzien. Bij eerste suppletore begroting zijn verhogingen verwerkt als gevolg van de toedeling van prijsbijstelling 1995 (f 1,3 mln.), de groei van de gerechtskosten als gevolg van een toenemend zaaksaanbod (f 7 mln.) en meer specifiek de handhaving van de behandelcapaciteit van asielverzoeken op het niveau van 55 000 (f 2,6 mln.).

Vervolgens is bij tweede suppletore begroting de raming nog eens verhoogd (f 20,9 mln.). De werkelijke uitgaven op dit artikel zijn f 1,9 mln. hoger uitgevallen dan bij tweede suppletore begroting werd voorzien. De voortschrijdende stijging van de uitgaven (f 20,9 mln. en f 1,9 mln.) is veroorzaakt door de toename van het aantal complexe zaken en door een forse stijging van de aftap- en afluisterkosten.

06.05 Garantie voor procesrisico's van faillissementscuratoren

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
totaal100100311311

In de loop van 1995 bleek het beroep op de garantieregeling groter te zijn dan geraamd in de ontwerp-begroting. De regeling, die voortvloeit uit de Wet Bestuurdersaansprakelijkheid, beoogt faillissementscuratoren te stimuleren de failliete boedel te verhalen op de verantwoordelijke bestuurders van ondernemingen. Zonder de Garantieregeling zouden curatoren daarin terughoudend zijn, omdat bij de aanvang van de desbetreffende procedures geen zekerheid bestaat over de verhaalbaarheid van door hen gemaakte kosten op de betrokken bestuurders.

Ontvangsten

01 ALGEMEEN

01.01 Diverse ontvangsten ministerie

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingontvangstenrealisatie ontvangsten
asielzoekers tlv OS-plafond71 000
testamentenregister5 4005 125
verklaringen omtr. nwe stat. vennootsch.9 00010 568
terugontvangsten AAF6 0003 510
inh. op sal. voor woning, energie e.d.45021
retributie naamwijziging600534
diverse ontvangsten van alg. aard2 8944 142
totaal95 34423 900

Als gevolg van de invoering van de wet Terugdringing Arbeidsongeschiktheidsvolume (TAV) zijn de bijdragen uit het Algemene Arbeidsongeschiktheidsfonds lager geworden. De arbeidsongeschiktheidspercentages zijn lager evenals de daarmee samenhangende uitkeringen uit het genoemde fonds.

De ontvangsten op de post 'retributie naamwijziging' zijn het saldo van de feitelijke opbrengst en de proceskosten.

De volume- en prestatiegegevens

Tarieven

 begrotingrealisatie
 aantalgemiddelde tarief(x f 1,-)aantalgemiddelde tarief (x f 1,-)
verklaringen omtrent nieuwe statuten vennootschappen     
– ingediende aanvragen45 00020052 400200
– afgegeven verklaringen  49 300  
inschrijvingen in het Centraal Testamentenregister304 00018292 70018
verzoeken tot geslachtsnaamwijziging     
– ingediende verzoeken3 0002002 900500 *
– afgegeven verklaringen  1 800 

* per 1-11-'94 is het bedrag van f 500,- standaardtarief geworden. Afwijkingen hiervan zijn niet meer mogelijk.

02 POLITIE EN CRIMINALITEITSBESTRIJDING

02.02 Diverse ontvangsten politie

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 ontvangstenontvangsten
opbrengsten divisie logistiek32 62532 757
doorberek. bewakingsk. luchthavens50 00049 703
aandeel BiZa in gemeensch. pol.-proj.23 80018 872
overige ontvangsten3 49546 639
totaal109 920147 971

De volume- en prestatiegegevens

Tarieven

 begrotingrealisatie
 aantal reizigersbewegingengemiddelde heffing(x f 1,-)aantal reizigersbewegingengemiddelde heffing(x f 1,-)
     
beveiligingsheffing bewakingskosten luchthavens7 700 0006,57 646 5666,5

De hogere ontvangsten kunnen voornamelijk worden verklaard door de extra opbrengsten die de IT-organisatie heeft gegenereerd met betrekking tot de doorberekening aan afnemers (regio's) van geleverde goederen en diensten. Daarnaast zijn er extra ontvangsten verkregen door de inruil van roerende goederen door het KLPD.

De ontvangsten voor de gemeenschappelijke politieprojecten van BiZa zijn achtergebleven bij de raming. Hier tegenover staat dat ook de uitgaven op artikel 02.09 Personeel en materieel KLPD lager zijn geweest.

In 1995 is totaal voor f 49,7 mln. aan beveiligingsheffing ontvangen, hetgeen overeenkomt met een aantal van ruim 7,6 miljoen vertrekkende passagiers.

03 VREEMDELINGENZAKEN

03.02 Bijdrage hoofdstuk V inzake asielzoekers

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1000)

 begroting (incl. Nota v. Wijziging)realisatie
 ontvangstenontvangsten
totaal389 900389 900

03.03 Diverse ontvangsten

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1000)

 begroting (incl. Nota v. Wijziging)realisatie
 ontvangstenontvangsten
totaal1 30015 384

Als gevolg van het afwikkelen van oude voorschotten met betrekking tot oude jaren is f 6,1 mln. meer ontvangen dan geraamd.

Daarnaast is wegens een te ontvangen rentebate over de bevoorschotting aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) f 8,0 mln. ingehouden op de bijdrage aan het COA. Dit bedrag is als ontvangst op dit artikel verantwoord.

04 JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING

04.01 Diverse ontvangsten Jeugdbescherming en Reclassering

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 ontvangstenontvangsten
verr.subs.voorg.jaren en ontv.alg. beh.1 8353 735
landel. bur. inning onderhoudsbijdr.: opslag3 0002 858
eigen bijdrage12 0003 370
totaal16 8359 963

Het achterblijven van de ontvangsten ten opzichte van de raming is enerzijds een gevolg van de vertraging in de inwerkingtreding van de Wijziging van de Wet op de Jeugdhulpverlening en anderzijds een gevolg van de problemen die worden ondervonden bij de uitvoering van de harmonisatiewetgeving ouderbijdragen.

06 RECHTSPLEGING

06.01 Boeten en transacties

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 ontvangstenontvangsten
gerechtelijke boeten100 00058 796
transacties401 600386 111
totaal501 600444 907

Tussen de ontwerp-begroting en de tweede suppletore begroting is de raming voor dit begrotingsartikel verlaagd met f 60,0 mln. De stand bij tweede suppletore begroting kwam na genoemde bijstelling uit op f 441,6 mln. De realisatie over 1995 komt uit op f 444,9 mln. Voor het overige wordt verwezen naar de algemene toelichting over dit onderwerp.

06.02 Griffierechten

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 ontvangstenontvangsten
totaal153 525164 607

Tussen de ontwerp-begroting en de tweede suppletore begroting is de raming voor dit begrotingsartikel verhoogd met f 17,9 mln. Deze bijstelling van de raming wordt veroorzaakt door de autonome groei van het aantal zaken. Bij Slotwet is een negatieve bijstelling van f 6,8 mln. verwerkt. Deze houdt voornamelijk verband met de aanhouding van het wetsvoorstel tot wijziging van het echtscheidingsprocesrecht.

06.03 Diverse ontvangsten rechtspleging

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 ontvangstenontvangsten
verbeurd verklaarde goederen en gelden4 0405 159
opbrengsten PlukZe28 3003 183
diverse ontvangsten1 00013 827
Bureau van Bijstand Notarisambt1 1601 851
heffingen Registratiekamer2 600
totaal37 10024 020

Bij tweede suppletore begroting is de raming voor opbrengsten PlukZe met f 25 mln. verlaagd in verband met tegenvallende ontvangsten. Voor het overige wordt verwezen naar de algemene toelichting over dit onderwerp.

Agentschappen

01 IMMIGRATIE- EN NATURALISATIEDIENST

Uitgaven

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
Actief-regulier personeel     
– salarissen58 64658 64670 36670 366
– sociale lasten15 52515 52511 31411 314
– gediff.belonen/gratificaties250250239239
– servicekrachtenpmpm16 39716 397
– reiskosten500500977977
Subtotaal actief-regulier personeel74 92174 92199 29399 293
     
niet-actief regulier personeel600600898898
niet-regulier personeel6006001 2201 220
post-actieven3003001 4231 423
opleiding en vorming1 0001 000933933
Subtotaal personele uitgaven77 42177 421103 767103 767
     
exploitatie uitgaven113 498113 498157 724157 724
aanschaffingen7 7607 76039 14534 565
Subtotaal materiële uitgaven121 258121 258196 869192 289
totaal198 679198 679300 636296 056

Ten opzichte van de ontwerp-begroting is de stand van dit artikel verhoogd met een bedrag van f 83,9 mln. Hiervan hebben de voornaamste mutaties betrekking op het handhaven van de verwerkingscapaciteit voor asielverzoeken op het niveau van 1994 ad f 59,4 mln., de toedeling (vanuit artikel 01.09) van de centraal gereserveerde gelden voor automatiseringsprojecten (f 4,0 mln.) en een bedrag van f 12,8 mln. in het kader van de koppeling van de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) met het Vreemdelingen Administratie Systeem (VAS). De overige mutaties hebben per saldo de stand met f 7,7 mln. verhoogd (hiervan betreft f 4,9 mln. de toedeling van de loon- en prijsbijstelling).

De slotwetmutaties omvatten onder meer een bijstelling in verband met de hogere uitgaven (f 4,0 mln.) voor de Landsadvocaat en de verwijderingen (f 3,0 mln.) alsmede de dekking (f 5,0 mln.) als gevolg van het achterblijven van de ontvangsten uit naturalisatieverzoeken. Daarnaast is de bijdrage aan de IND verhoogd (totaal f 2,5 mln.) in verband met de kosten van het verwijderingscentrum Ter Apel en het Aanmeldcentrum Schiphol. Tenslotte heeft een bijstelling plaatsgevonden in het kader van het toedelen van de salarismaatregelen, de overboeking naar artikel 01.04 ter compensatie van de hogere uitgaven voor post-actieven alsmede een bedrag van f 1,2 mln. (desaldering met de ontvangsten) ter dekking van de uitgaven voor automatisering.

Hoewel de verplichtingen in beginsel in hetzelfde jaar tot betaling komen, resteert eind 1995 een bedrag van f 4,6 mln. aan aangegane verplichtingen. Levering en feitelijke (kas)betaling van de hierop betrekking hebbende bestellingen zal in 1996 plaatsvinden.

De volume- en prestatiegegevens

Volume- en prijsindicatoren per uitgavencategorie

 aantalbegroting gemiddelde prijs (x f 1,-)totaal(x f 1 000)aantalrealisatie gemiddelde prijs (x f 1,-)totaal (x f 1 000)
personeel       
– actief-regulier1 03472 45074 9211 20769 55582 895
– servicekrachten  pm  16 397
– overig  2 500  4 474
materieel       
– procesvertegenwoordiging10 0001 80018 0009 2001 95025 555
– verwijderingen8 4001 90015 96010 2951 81518 686
– tolken23 1604009 26434 30042514 590
automatisering       
– investeringen  3 560  29 742
– exploitatie  26 430  36 162
exploitatie  27 934  44 556
huisvesting  15 910  18 176
aanschaffingen  4 200  4 823
totaal  198 679  296 056

De stijging van de uitgaven wordt in hoofdzaak verklaard door het handhaven van de verwerkingscapaciteit voor asielverzoeken op het niveau van 1994 en de incidenteel verkregen middelen in het kader van de koppeling VAS/GBA. Een nabetaling over 1994 (ca f 7,5 mln.), alsmede meer uitzettingen per vliegtuig leidden in 1995 tot hogere uitgaven op het onderdeel «procesvertegenwoordiging» en «verwijderingen». De daling van de gemiddelde prijs voor actief-regulier personeel wordt in belangrijke mate verklaard door de instroom van relatief laag ingeschaald personeel.

Op grond van het feit, dat de – aan de IND – toegekende financiële middelen veelal incidenteel van aard zijn, is veel gebruik gemaakt van servicekrachten.

Het realisatiecijfer voor de verwijderingen bestaat voor het overgrote deel uit kosten van verwijderingen per vliegtuig (inclusief de kosten van escorteurs). Voor de raming wordt het kengetal gehanteerd dat circa een derde van de (totale) verwijderingen tot kosten leidt. De gemiddelde prijs hiervoor is f 1 900,-. In totaliteit betrof het aantal verwijderingen in 1995: 40 024. Hiervan hadden er 14 412 betrekking op rechtstreekse uitzetting, waarvan 7 703 verwijderingen via Schiphol. Op basis van genoemde uitgangspunten komt hiermee de gemiddelde prijs op f 1 815,-.

Volume- en prijsindicatoren per activiteit

  aantalbegroting gemiddelde prijs (x f 1,-) totaal(x f 1 000) aantalrealisatie gemiddelde prijs (x f 1,-) totaal (x f 1 000)
asiel35 0003 700129 50039 4864 352171 830
regulier16 8002 44541 07620 4592 56052 363
visa60 000301 80029 049641 859
naturalisatie30 0002156 45077 9321027 953
aanmeldcentra  38 600  33 651

Algemeen geldt dat de gemiddelde prijzen toenemen als gevolg van loon- en prijsbijstellingen. Daarnaast ontstaan schommelingen in de prijzen als gevolg van verschuivingen in de verschillende fasen van behandeling. Bij de berekening van de gemiddelde prijzen over 1995 is geen rekening gehouden met de eenmalig verkregen middelen in het kader van de koppeling VAS/GBA en de hogere uitgaven voor verwijdering en landsadvocaat (inclusief frictieproblematiek naturalisatie). In totaliteit is hiermee een bedrag gemoeid van ca f 28 mln. Als gevolg hiervan sluit de som van de uitgaven van de in de tabel opgenomen activiteiten niet aan bij de totale uitgaven over 1995. Op grond van afrondingsverschillen wijkt in een aantal gevallen het totaalbedrag af van de gemiddelde prijs x aantal.

De reeds in 1994 in gang gezette werkwijze om een deel van de administratieve behandeling van naturalisatieverzoeken in de gemeenten te laten plaatsvinden alsmede het wegwerken van achterstanden verklaren in belangrijke mate het grote aantal behandelde naturalisatieverzoeken en de daling van de gemiddelde prijs voor de IND. De daling op het onderdeel visa vloeit voort uit het feit, dat het huidige beleid er op is gericht om aanvragen zo veel mogelijk door de consulaire posten te laten afhandelen. Alleen in bijzondere situaties worden de aanvragen aan de IND voorgelegd. Dit beleid heeft alleen betrekking op nationaliteiten die niet vallen onder de Benelux-instructies op grond waarvan voorleggen verplicht is.

De lagere uitgaven voor de aanmeldcentra worden verklaard doordat het aantal asielzoekers achter bleef bij de raming.

Ontvangsten

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 ontvangstenontvangsten
onderuitputting 19943 644
leges aanvragen om toelating5 6005 597
naturalisatie15 0008 777
diversen1 8604 334
Bijdrage Ministerie van Justitie176 219274 600
totaal198 679296 952

Ten opzichte van de stand van de begroting (f 176,2 mln.) is de bijdrage van het kerndepartement aan de IND in de loop van 1995 met een bedrag van (per saldo) f 98,4 mln. verhoogd naar f 274,6 mln. De hierop betrekking hebbende mutaties worden zowel onder het onderdeel «uitgaven» (zie hierboven) als onder artikel 03.05 van een nadere toelichting voorzien. De overige mutaties hebben in hoofdzaak betrekking op het bedrag van de onderuitputting 1994 en de bijstelling van het onderdeel «diversen» met f 1,2 mln. in verband met ontvangen creditnota's (desaldering met de uitgaven).

De lagere ontvangst op het onderdeel naturalisatie wordt vooral veroorzaakt door de vertraging in de invoering van de beoogde tariefsverhoging naar f 500,- per verzoek. Als gevolg hiervan dreigde in 1995 een besparingsverlies van f 6,0 mln. Compensatie voor dit tekort is gevonden door verhoging van de bijdrage aan de IND (f 5,0 mln.) en de hogere ontvangst op het onderdeel «diversen».

De volume- en prestatiegegevens

Volume- en prijsindicatoren per activiteit

  aantalbegroting gemiddelde prijs (x f 1,-) totaal(x f 1 000) aantalrealisatie gemiddelde prijs (x f 1,-) totaal (x f 1 000)
leges aanvragen om toelating56 0001005 60050 8861105 597
naturalisatie30 00050015 000  8 777
diversen  1 860  4 334

Saldo uitgaven en ontvangsten

Saldo uitgaven en ontvangsten (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
uitgaven198 679296 056
ontvangsten198 679296 952
Saldo0896

02 DIENST JUSTITIËLE INRICHTINGEN

Algemeen

De begrotingsuitvoering 1995 laat zien dat DJI in totaal f 1 387 mln. aan uitgaven en f 1 433 mln. aan ontvangsten heeft gerealiseerd. In de ontwerp-begroting 1995 werden uitgaven en ontvangsten van f 1 393 mln. geraamd.

Saldo uitgaven en ontvangsten

Saldo uitgaven en ontvangsten (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
uitgaven1 392 5801 387 140
ontvangsten1 392 5801 433 102
Saldo045 962

Per saldo is er ca f 46 mln. meer ontvangen dan uitgegeven. Doordat een groot aantal projecten die waren geraamd in 1995 niet tot uitgaven hebben geleid, is met het kerndepartement afgesproken een bedrag van f 54,9 mln. over te hevelen naar 1996. Het betreft hier onder meer projecten die als gevolg van de bouwstaking vertraging hebben ondergaan. Terwijl er dus met een onderuitputting van f 54,9 mln. rekening gehouden werd, is uiteindelijk een onderuitputting van f 46 mln. gerealiseerd. Het verschil, zijnde f 8,9 mln., hetgeen neerkomt op ca 0,7% van het jaarbudget, is een overschrijding van het herziene beschikbare kader.

Deze overschrijding is voor een deel het gevolg van het niet realiseren van verwachte toevoegingen aan de begroting, terwijl DJI wel de desbetreffende uitgaven heeft verantwoord. Het betreft hier onder meer uitgaven voor het overnemen van defensiepersoneel, uitgaven voor arbeidsmarktknelpunten, een deel van de uitgaven ten behoeve van het Joegoslavië-tribunaal en uitgaven voor executieve ondersteuning door het Landelijk bijstandsteam ten behoeve van het Ministerie van Defensie.

Voor een ander deel (ca f 5,5 mln.) is de begrotingsoverschrijding het gevolg van hogere uitgaven, met name de personele uitgaven. Deze overschrijdingen zijn onder meer terug te voeren op hogere uitgaven voor opleiding en vorming, agressietrainingen en reiskosten woon-/standplaats. Verwacht wordt dat overschrijdingen bij de inrichtingen en diensten per saldo volledig in 1996 zullen worden gecompenseerd.

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 verplichtingenuitgavenverplichtingenuitgaven
Actief-regulier personeel     
– salarissen681 082681 082676 019676 019
– sociale lasten152 596152 596114 898114 898
– gediff. belonen/gratificaties4 7004 7005 5295 529
– servicekrachtenpmpm7 4487 448
– reiskosten12 00012 00012 84112 841
Subtotaal actief-regulier personeel850 378850 378816 735816 735
     
niet-actief regulier personeel15 00015 00011 30811 308
niet-regulier personeel6 6006 60010 94510 945
post-actieven     
– wachtgelden18 00018 00018 57918 579
– functioneel leeftijdsontslag13 55213 55213 86413 864
opleiding en vorming6 5006 5009 0919 091
Subtotaal personele uitgaven910 030910 030880 522880 522
     
exploitatie uitgaven220 143220 143268 120268 120
aanschaffingen112 632112 632126 44494 922
Subtotaal materiële uitgaven332 775332 775394 564363 042
     
toepassing maatregelen op het terrein van de kinderbescherming in residentiële jeugdvoorzieningen76 67876 678173 28469 928
sociaal culturele verzorging in penitentiaire inrichtingen6868
verpleging van TBS-gestelden in particuliere inrichtingen73 09773 097157 96073 580
Subtotaal subsidie uitgaven149 775149 775331 312143 576
totaal1 392 5801 392 5801 606 3981 387 140

De gerealiseerde personele uitgaven zijn ca f 30 mln. lager dan in de begroting is geraamd. Hiervan is het grootste deel te verklaren door de lagere gerealiseerde uitgaven voor actief-regulier personeel. Deze lagere realisatie wordt verklaard door met name de lagere gemiddelde bezetting zoals toegelicht in de tabel met betrekking tot de volume- en prestatiegegevens. De uitgaven voor niet-regulier personeel zijn hoger dan geraamd. Dit wordt verklaard doordat extra inzet van uitzendkrachten en externen nodig was ter vervanging van regulier personeel in het kader van het opleidingstraject, de agressietrainingen en het antigijzelingenbeleid.

De gerealiseerde materiële uitgaven zijn ca f 30 mln. hoger dan in de begroting is geraamd. Dit wordt veroorzaakt doordat er in het verslagjaar extra middelen zijn toegevoegd uit hoofde van de ontvlechting van DJI met het kerndepartement en andere departementale overboekingen (ca f 14 mln.) en herschikkingen tussen de personele en materiële uitgaven (f 51,7 mln.). Deze herschikkingen zijn onder meer het gevolg van het werken met integrale budgetten, waarbij verschuivingen tussen personele- en materiële budgetten zijn toegestaan. Voorts zijn extra middelen toegevoegd voor prijsaanpassingen (f 5,8 mln.), en is per saldo ca f 12,5 mln. overgeboekt naar andere departementen, waaronder met name de Rijksgebouwendienst van het Ministerie van VROM. Tenslotte is een bedrag van f 15,4 mln. aan desalderingen toegevoegd. In totaal is f 48 mln. aangewezen voor projecten die niet meer in 1995 tot betaling konden komen. Per saldo ontstaat er derhalve een tekort van f 3,7 mln. op de materiële uitgaven. Dit tekort wordt meer dan volledig gecompenseerd door hogere arbeidsinkomsten (f 9 mln.) die hiermee samenhangen.

De gerealiseerde subsidie uitgaven zijn ruim f 6 mln. lager dan begroot. Het betreft hier met name uitgaven die zijn aangewezen voor besteding in 1996.

Overloopverplichtingen

Van de in 1994 aangegane verplichtingen komt f 18,0 mln. in 1995 tot betaling. Voor de overloop van verplichtingen naar 1996 geldt een bedrag van f 219,3 mln. Deze overloopverplichtingen hebben voor f 31,5 mln. betrekking op uitgaven ten behoeve van de Rijksinrichtingen en zijn ondermeer een gevolg van verplichtingen die nog in 1995 dienden te worden aangegaan, teneinde een tijdige oplevering en ingebruikneming van nieuw-/verbouwprojecten in de eerste helft van 1996 veilig te stellen. Voorts is in de stand van de aangegane verplichtingen per ultimo 1995 rekening gehouden met in 1996 toe te kennen subsidies aan de particuliere inrichtingen (f 148,9 mln.) en de garantieverplichting (f 38,9 mln.). De meerjarige verplichtingenraming is op grond hiervan aangepast.

Voor de overloopverplichtingen geldt dat met de financiering ervan binnen de kasraming 1996 rekening is gehouden.

De volume- en prestatiegegevens

Gemiddelde personeelssterkte

Gebruikelijk is dat in de Slotwet de realisatie wordt geconfronteerd met de indertijd begrote aantallen volgens de stand van de ontwerp-begroting 1995. In deze tabel is gekozen voor het toelichten van de verschillen ten opzichte van de stand van de vermoedelijke uitkomsten 1995 uit de ontwerp-begroting 1996.

De wijzigingen tussen beide meetpunten zijn zoals blijkt uit de volgende tabel aanzienlijk. De stand van de ontwerp-begroting blijkt te zijn ingehaald door de volgende gewijzigde uitgangspunten:

– de capaciteitsuitbreidingen die volgens de stand van de ontwerp-begroting 1995 in de rijkssector zouden plaatsvinden, worden bij nadere invulling van de uitbreidingsplannen deels in de particuliere sector gerealiseerd. Deze wijziging hield een aanzienlijke neerwaartse bijstelling van de meerjarenraming van de aantallen actief regulier personeel in. In de vermoedelijke uitkomsten 1995 is met deze neerwaartse bijstelling rekening gehouden;

– in de ontwerp-begroting 1995 is geen rekening gehouden met de effecten (herschikkingen) van de reorganisatie per 1 maart 1995 op de personele meerjarenraming van de Dienst Justitiële Inrichtingen. De herschikkingen betreffen vooral de toenmalige Centrale Diensten (thans Landelijke diensten, waaronder begrepen de District psychiatrische diensten) en het Hoofdkantoor.

Personeel

 begrotingvermoedelijke uitkomstenrealisatie
 gemiddeldegemiddeldegemiddeldegemiddeldegemiddeldegemiddelde
 bezettinguitgavenbezettinguitgavenbezettinguitgaven
 (fte's)(x f 1,–)(fte's)(x f 1,–)(fte's)(x f 1,–)
actief personeel       
– Rijks jeugdinrichtingen97269 60093970 80190070 458
– penitentiaire inrichtingen10 23567 2009 38964 6879 44865 926
– TBS-inrichtingen89174 40087875 85185976 190
– districtspsychiatrische diensten66109 400pmpm
– DJI centraal19889 900134101 44612096 836
– landelijke diensten (incl. distr. psych. dnst.) 64284 58471389 313
totaal actief-regulier personeel12 362 11 982 12 040 
niet-actief regulier personeel       
– langdurig zieken96 85 76 
– ouderschapsverlof87 90 81 

De gerealiseerde, ten opzichte van de begroting lagere, gemiddelde bezetting bij Rijks Jeugdinrichtingen en de Rijks TBS-inrichtingen is mede veroorzaakt doordat de capaciteitsuitbreidingen die bij de ontwerp-begroting volledig in de rijkssector waren voorzien, voor een deel in de particuliere sector worden gerealiseerd. Bij de Penitentiare inrichtingen is de realisatie van de gemiddelde bezetting lager dan begroot, met name als gevolg van de vertraging in de capaciteitsuitbreidingen die zich als gevolg van de bouwstaking heeft voorgedaan. Voorts zijn als gevolg van een reorganisatie in 1995 de Landelijke diensten separaat verantwoord en hebben herschikkingen naar de Landelijke diensten plaatsgevonden. Zo zijn de Districts Psychiatrische Diensten (DPD's) als gevolg van de reorganisatie geheel onder de Landelijke Diensten opgenomen.

Bovenstaande omstandigheden en organisatorische wijzigingen hebben, met uitzondering van de Landelijke Diensten, geleid tot een neerwaartse bijstelling van de geraamde gemiddelde bezetting aan actief-regulier personeel. Ten opzichte van het bijgestelde personele kader (zie de vermoedelijke uitkomsten) heeft zich bij de Penitentiaire inrichtingen en de Landelijke diensten een overbezetting voorgedaan, die verband houdt met de inzet van uitzendkrachten en extern personeel in het kader van het voorwervings-/opleidingstraject, de agressietrainingen en het antigijzelingsbeleid. In de gerealiseerde bezetting bij de penitentiaire inrichtingen zijn 66 servicekrachten en 39 niet-reguliere krachten opgenomen.

De ten opzichte van de vermoedelijke uitkomsten, geconstateerde lagere realisatie van de gemiddelde uitgaven in Rijks jeugdinrichtingen wordt verklaard doordat er minder dan geraamd nieuw (lager ingeschaald) personeel is ingestroomd. Zoals eerder aangegeven wordt een deel van de capaciteitsuitbreiding in de particuliere sector gerealiseerd.

Ultimo-capaciteit

Ultimo-capaciteiten per beleidsterrein (aantallen)

 begrotingvermoed. uitkomstenrealisatie
Rijksinrichtingen    
– penitentiaire inrichtingen11 59010 45810 489
– TBS-inrichtingen (incl. PBC)304304307
– jeugdinrichtingen547537515
particuliere inrichtingen    
– TBS-inrichtingen267267267
– jeugdinrichtingen658538530
arrestanten op politiebureaus (gemiddeld verblijf)343 349

De voornaamste verschillen tussen begroting en vermoedelijke uitkomsten zijn het gevolg van de bouwstaking en op grond van de procedure ruimtelijke ordening.

De verschillen tussen vermoedelijke uitkomsten en realisatie geven de afwijkingen ten opzichte van de taakstellingen uit de begrotingen 1995 en 1996 weer. Over de uitvoering van de capaciteitsuitbreidingen wordt informatie verstrekt door middel van de periodieke voortgangsrapportages. Ter bekorting wordt voor een nadere toelichting op de uitvoeringsverschillen 1995 verwezen naar de laatste voortgangsrapportage (nr. 532 851/96, d.d. 2 februari 1996).

Gemiddelde dagprijzen

In de ontwerp-begroting 1995 werden de prijzen per plaats geraamd door de totale geraamde uitgaven per beleidsterrein te delen door de verwachte capaciteit aan het eind van het jaar. De hieruit resulterende prijzen per capaciteitsplaats geven een vertekend beeld. In de eerste plaats doordat de uitbreiding van de capaciteit gerealiseerd tijdens het verslagjaar, in de begroting volledig in de capaciteit aan het einde van het jaar is meegenomen. In de realisatiecijfers is waar nodig een correctie toegepast. In de tweede plaats worden uitbreidingsinvesteringen en de kosten van inrichting die a fonds perdu zijn betaald (infrastructuur en initiële kosten) volledig in het desbetreffende jaar als kosten meegerekend.

DJI is doende gedifferentieerde en geschoonde kostprijzen te ontwikkelen voor de verschillende produkten. Met behulp hiervan kan de bedrijfsvoering worden verbeterd.

Onderstaand is per beleidsterrein de begrote en gerealiseerde dagprijs gegeven. Een volledige analyse wordt bemoeilijkt doordat er in het verslagjaar budgetten van het kerndepartement zijn overgeheveld naar DJI. De hierop verantwoorde uitgaven zijn niet in de begroting maar wel in de realisatiecijfers meegenomen. De dagprijzen exclusief infrastructurele en initiële kosten zijn tussen haakjes vermeld.

Gemiddelde dagprijs (f 1,–)

 begrotingrealisatie(geschoonde dagprijs)
penitentiaire inrichtingen238270(254)
Rijks TBS-inrichtingen686785(759)
Rijks jeugdinrichtingen443546(470)
particuliere TBS-inrichtingen750769  
particuliere jeugdinrichtingen319368 

Een analyse van het verschil tussen de begroting en de realisatie is gelet op hetgeen hierboven is gemeld niet goed mogelijk.

Wel kan op grond van deelanalyses het volgende worden opgemerkt. Bij alle sectoren zijn de dagprijzen toegenomen op grond van de toegekende loon- en prijsbijstellingen en de nadere middelen die aan DJI zijn toegekend op grond van de decentralisatie van tot dusverre door het kerndepartement beheerde budgettende ontvlechting van het kerndepartement. Bij de penitentiaire inrichtingen zijn de personele uitgaven als gevolg van hogere uitgaven voor reiskosten woon-/standplaats toegenomen. De hogere reiskosten zijn vooral een gevolg van de vele detacheringen in het kader van de werving en opleiding van nieuw personeel ten behoeve van de capaciteitsuitbreidingen.

Bij de Rijks TBS- en Jeugdinrichtingen is het effect zichtbaar van de verschuiving van de capaciteitsuitbreiding van de rijkssector naar de particuliere sector. Het effect van de instroom van nieuw (lager ingeschaald) personeel is daardoor beperkt gebleven.

Uitgaven per beleidsterrein

Uitgaven per beleidsterrein (x f 1 000)

 begrotingrealisatietotaal
  directeindirecte  
  kostenkosten &  
   overhead 
Rijksinrichtingen    
– penitentiaire inrichtingen1 005 699874 490160 3871 034 877
– TBS-inrichtingen (incl. PBC)76 15178 4648 65887 122
– jeugdinrichtingen88 42587 4478 95296 399
– landelijke diensten 91 847– 91 847 
– hoofdkantoor 88 872– 88 872 
particuliere inrichtingen     
– TBS-inrichtingen73 09773 5801 39674 976
– jeugdinrichtingen76 67869 9281 32671 254
arrestanten op politiebureaus22 10022 512 22 512

De toelichting gegeven op de gepresenteerde dagprijzen, geldt ook voor de uitkomsten van bovenstaande tabel. Ter vermijding van doublures wordt ter bekorting naar bedoelde toelichting verwezen.

Ontvangsten

Specificatie per artikelonderdeel (x f 1 000)

 begrotingrealisatie
 ontvangstenontvangsten
opbrengsten arbeid21 45030 728
terugontvangsten AWBZ105 100118 072
diverse ontvangsten2 16523 383
Bijdrage Ministerie van Justitie1 263 8651 260 919
totaal1 392 5801 433 102

De ontvangsten bedroegen in totaal f 1 433 mln. Dit is ca f 40,5 mln. meer dan is geraamd in de ontwerp-begroting. In bovenstaande tabel is dit verschil nader uitgesplitst.

De hogere opbrengsten arbeid manifesteren zich bij de penitentiaire inrichtingen en houden verband met zowel de stijging van het aantal gedetineerden dat aan arbeid deelneemt als de positieve effecten die uitgaan van de deconcentratie van de arbeidsacquisitie naar de penitentiaire inrichtingen. Ten opzichte van de ontwerp-begroting 1995 stegen de opbrengsten met ruim f 9 mln. Aan de hogere arbeidsopbrengsten gaan hogere arbeidsuitgaven vooraf (grondstoffen, hulpmaterialen, arbeidsloon e.d.).

De hogere terugontvangsten AWBZ houden verband met loon- en prijsontwikkelingen, de uitbreiding van de TBS-capaciteit en hogere afrekeningen uit voorgaande jaren.

De hogere diverse ontvangsten betreffen voornamelijk mutaties, waar tegenover gelijke uitgavenmutaties staan. Het betreft hier met name verrekeningen met andere ministeries (f 13 mln., waaronder een verrekening met het ministerie van VROM van f 11 mln.) en het agentschap IND (f 3 mln.). Daarenboven zijn er ruim f 5 mln. hogere diverse ontvangsten, waaronder werkgelegenheidssubsidies, gerealiseerd dan begroot.

De Minister van Justitie,

1. Saldibalans per 31 december 1995 van het Ministerie van Justitie

Saldibalans per 31 december 1995 van het Ministerie van Justitie (in guldens)

Uitgaven ten laste van de begroting 19955 755 619 982,51Ontvangsten ten gunste van de begroting 19951 220 652 856,49
    
Uitgaven ten laste van de begroting 19944 299 518 771,22Ontvangsten ten gunste van de begroting 1994981 932 888,86
    
Liquide middelen1 123 826,07Rekening-courant RHB7 722 147 617,54
    
Uitgaven buiten begrotingsverband25 717 237,66Ontvangsten buiten begrotingsverband157 246 454,57
    
Extra-comptabele vorderingen356 341 816,10Tegenrekening extracomptabele vorderingen356 341 816,10
    
Voorschotten3 514 275 723,41Tegenrekening voorschotten3 514 275 723,41
    
Tegenrekening openstaande verplichtingen1 388 816 000,00Openstaande verplichtingen1 388 816 000,00
Totaal15 341 413 356,97Totaal15 341 413 356,97

De Minister van Justitie,

namens de Minister,

het hoofd van de Directie Financieel-Economische Zaken,

drs. J.W. Weehuizen

2. Toelichting op de saldibalans per 31 december 1995

A. Inleiding

Overeenkomstig het gestelde in artikel 65 lid 2 b van de Comptabiliteitswet, de geïntegreerde Rijksbegrotingsaanschrijving en -voorschriften en de Regeling Departementale Begrotingsadministratie wordt de op de rekening aansluitende saldibalans per 31 december 1995 weergegeven, voorzien van een toelichting. De saldibalans heeft betrekking op de concernadministratie van het ministerie, exclusief de agentschappen Immigratie- en Naturalisatie Dienst (per 1 januari 1994) en Dienst Justitiële Inrichtingen (per 1 januari 1995).

Daar waar mogelijk en zinvol, is in de toelichting op de vorderingen, schulden en verleende voorschotten inzicht gegeven in de ouderdom alsmede in de oorzaak van de ouderdom van de nog openstaande posten. Voorts is aangegeven welke (individuele) vorderingen en schulden (zowel intra- als extra-comptabel) en welke verleende voorschotten in verhouding tot de totale omvang van deze posten een grote omvang hebben.

Bij de vorderingen is een onderscheid gemaakt tussen vorderingen van het ministerie in enge zin en vorderingen van de decentrale kasbeheerders. Bij de vorderingen van de decentrale kasbeheerders is tevens een onderscheid naar beleidsterrein gemaakt.

De extra-comptabele vorderingen die op 31 december niet in de centrale financiële administratie zijn vastgelegd zijn tevens in de saldibalans opgenomen.

Tenslotte is van de door de Justitie aangegane garantieverplichtingen het feitelijke risico geraamd in de saldibalans onder het hoofd «openstaande verplichtingen».

B. Toelichting

Onderstaand wordt een toelichting verstrekt op de posten die zijn opgenomen in de saldibalans per 31 december 1995, waarbij alle bedragen, voorzover niet anders is vermeld, in guldens zijn weergegeven.

Debetzijde van de saldibalans

Uitgaven ten laste van de begroting 19955 755 619 982,51

Deze post geeft het totaal weer van de in het begrotingsjaar 1995 verantwoorde begrotingsuitgaven. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op de rekening waarin deze uitgaven nader worden toegelicht.

Uitgaven ten laste van de begroting 19944 299 518 771,22

Onder dit hoofd is het totaalbedrag opgenomen van de begrotingsuitgaven over het begrotingsjaar 1994. Bij de afrekening zal dit bedrag worden gemuteerd in de Rekening-Courant met het Ministerie van Financiën. Deze afrekening vindt plaats op initiatief van het Ministerie van Financiën nadat de Slotwet door het Parlement is goedgekeurd.

Liquide middelen

 19941995
Kassaldo van de kasbeheerder van het ministerie in enge zin (MEZ)15 292,8613 522,80
Kassen decentrale kasbeheerders1 812 674,77565 031,08
Postbank en andere banken decentrale kasbeheerders179 810,67545 272,19
Totaal2 007 778,301 123 826,07

De post «kassen decentrale kasbeheerders» heeft betrekking op de kassaldi per 31 december van de 37 decentrale kasbeheerders die ressorteren onder het ministerie in enge zin (de zogenaamde buitendiensten).

Uitgaven buiten begrotingsverband

 19941995
Te verrekenen/verrekende bedragen met het ministerie van Financiën6 802 621,073 586 239,34
Overlopende posten kasbeheerders144 354,6368 753,15
Aanvulling/afroming postbank 55.27.404 730 962,814 860 674,23
Verschillen in salarisjournaal1 964,40451,60
Verschillen in conversie salarisjournaal46 425,670,00
Nog te verantwoorden vacatiegelden/reiskosten1 135,0066 093,45
Nog te ontvangen bedragen2 129 060,20972 859,67
Kasverschillen kasbeheerders13 042,5318 166,63
Tussenrekening Nieuw Model Betalingsverkeer (blok kasbeheerders)150 325,75–––
Geblokkeerde salarissen55 653,71–––
Vorderingen buiten begrotingsverband MEZ2 082 302,4811 175 571,69
Vorderingen buiten begrotingsverband decentrale kasbeheerders8 068 184,344 056 875,01
Af te dragen premie WAO26 564,6819 511,70
Af te dragen premie WW193 153,30189 641,52
Af te dragen premie ZW137 319,92130 302,87
Af te dragen premie ZFW437 158,79530 560,90
Af te dragen pensioenpremie740 469,740,00
Af te dragen premie DGPV59 344,2741 535,90
Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)25 820 043,2925 717 237,66

Te verrekenen/verrekende bedragen met het Ministerie van Financiën (f 3 586 239,34)

Deze post heeft betrekking op verrekenstukken die in december 1995 door het Ministerie van Justitie zijn geweigerd. Deze verrekenstukken zijn in januari 1996 door het Ministerie van Financiën in de Rekening-Courant met het Ministerie van Justitie verwerkt, waaronder een post van f 3 031 086,00 die door het ministerie van VWS in rekening is gebracht.

Overlopende posten kasbeheerders (f 68 753,15)

Deze post is ontstaan doordat in de departementale administratie en in de decentrale administraties op verschillende momenten spiegelbeeldige mutaties zijn aangebracht. Het saldo is derhalve te beschouwen als een time-lag verschil:

Rekening Courant volgens kasbeheerders 76 651 888,72

Rekening Courant kasbeheerders volgens het Ministerie 76 583 135,57 -/-

Overlopende posten kasbeheerders 68 753,15

Aanvulling/afroming postbankrekening (f 4 860 674,23)

Op 29 december 1995 zijn via de zogenaamde «spoedkring» een tweetal ontvangsten op de postbankrekening van het Ministerie van Justitie bijgeschreven. Het betreft hier de afdracht beveiligingsheffing Schiphol Amsterdam ten bedrage van f 4 677 179,00 en de bijdrage van Spanje voor het Commonbudget Europol ten bedrage van f 183 495,23. Het totaalbedrag van f 4 860 674,23 is eerst in januari 1996 afgeroomd via De Nederlandsche Bank.

Nog te ontvangen bedragen (f 972 859,67)

Het saldo wordt voornamelijk gevormd door de voorfinanciering in opdracht van de Algemene Leiding van het ministerie in het kader van de zogenaamde geheime uitgaven. In de eerste twee maanden van 1996 is hiervan een bedrag van f 621 816,50 teruggestort.

Vorderingen buiten begrotingsverband MEZ (f 11 175 571,69)

Onder de vorderingen buiten begrotingsverband is onder meer een vordering van f 8 216 282,60 opgenomen op het agentschap Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Op de saldibalans van het agentschap DJI is dit bedrag als schuld aan het kerndepartement verantwoord. Daarnaast is een vordering ten bedrage van f 1 575 184,01 op het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking inzake Coördinatie Rechtshandhaving Aruba, Nederlandse Antillen en Suriname op deze rekening verantwoord. Deze vordering is (nog) niet hard aangezien deze in een later stadium in rekening wordt gebracht bij het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Tevens zijn de salarisvorderingen op (ex)personeelsleden onder de vorderingen buiten begrotingsverband verantwoord.

Vorderingen buiten begrotingsverband decentrale kasbeheerders (f 4 056 875,01)

Een nadere verbijzondering van de vorderingen naar beleidsterrein geeft het volgende beeld:

– Jeugdbescherming en Reclassering 143 438,37

– Politie 3 700 219,93

– Rechtspleging 213 216,71

Af te dragen premies (f 911 552,89)

Deze rekeningen (premie WAO, WW, ZW, ZFW en DGPV) geven het verschil aan tussen de via het salarisjournaal geboekte werkgevers- en werknemerslasten en de op voorschotbasis betaalde premies. In de maand februari 1996 heeft de afrekening over het jaar 1994 plaatsgevonden en is een bedrag van f 770 155,00 door het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor aan het ministerie overgemaakt.

Resumé

De vorderingen binnen begrotingsverband kunnen als volgt weergegeven worden:

Intra-comptabele vorderingen ministerie in enge zin 21 660 362,65

Intra-comptabele vorderingen decentrale kasbeheerders 4 056 875,01

Totale uitgaven buiten begrotingsverband 25 717 237,66

Extra-comptabele vorderingen

 19941995
Vorderingen kasbeheerder ministerie enge zin10 837 045,9144 356 885,72
Vorderingen decentrale kasbeheerders230 768 570,82311 984 930,38
Extra-comptabele vorderingen241 605 625,73365 341 816,10

Nadere uiteenzetting opbouw openstaande vorderingen (x f 1 mln.)

 Ministerie in enge zinDecentrale kasbeheerdersTotaal
– intra-comptabele vorderingen21,64,125,7
– extra-comptabele vorderingen44,4312,0356,4
Totaal66,0316,1382,1

Intra-comptabele vorderingen ministerie in enge zin en decentrale kasbeheerders

Een specificatie van de intra-comptabele vorderingen van het ministerie in enge zin en van de decentrale kasbeheerders is opgenomen onder de uitgaven buiten begrotingsverband.

Extra-comptabele vorderingen kasbeheerder ministerie in enge zin

De vorderingen worden als volgt gespecificeerd:

– vorderingen op ministeries 627 440,42

– vorderingen op semi overheden en gesubsidieerde instellingen 39 815 372,35

– vorderingen Centraal Testamentenregister 788 672,00

– overige vorderingen 2 907 341,21

– voorlopig buiten invordering gestelde vorderingen 218 059,74

Totaal 44 356 885,72

De toeneming van de extra-comptabele vorderingen van de kasbeheerder van het ministerie in enge zin wordt gevormd door een bedrag van f 36 366 781,00 dat betrekking heeft op de subsidieafrekeningen inzake de opvang van de asielzoekers.

Extra-comptabele vorderingen decentrale kasbeheerders

Een nadere verbijzondering van de vorderingen naar beleidsterrein geeft het volgende beeld:

– Jeugdbescherming en Reclassering 47 250,00

– Politie 3 649 710,18

– Rechtspleging 308 287 970,20

Totaal 311 984 930,38

De extra-comptabele vorderingen bij het beleidsterrein Politie bestaan voornamelijk uit debiteuren inzake geleverde dienstuitrusting aan politiediensten.

Bij het beleidsterrein Rechtspleging bestaan de extra-comptabele vorderingen voornamelijk uit:

– te verrekenen proceskosten f 21,4 mln.

– saldi rekening-couranthouders gerechtsdeurwaarders en advocaten f 13,5 mln.

Daarnaast zijn de extra-comptabele vorderingen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) nominaal in de saldibalans weergegeven. Het betreft hier:

– strafrechtelijke boetes (STRABIS) f 170,1 mln.

– Mulder-feiten f 94,3 mln.

– debiteuren inzake Pluk-ze wetgeving f 8,7 mln.

Op basis van ervaringscijfers van het CJIB mag worden aangenomen dat het inningspercentage van de strafrechtelijke boetes op 70 % en voor de Mulder-feiten op 95 % kan worden gesteld.

Opbouw van de vorderingen (x f 1 mln) gerangschikt naar ouderdom is als volgt:

Jaar waarin de vordering is ontstaanMinisterie in enge zinDecentrale kasbeheerders
<19920,33,7
19920,21,8
19930,63,6
19941,290,6
199563,7216,4
Totaal66,0316,1

Een specificatie van de vorderingen van de decentrale kasbeheerders naar ouderdom per beleidsterrein geeft het volgende beeld:

 <19921992199319941995TOTAAL
Jeugdbescherming en Reclassering0,00,00,00,00,10,1
Politie0,00,00,00,07,37,3
Rechtspleging3,71,83,690,6209,0308,7
Totaal3,71,83,690,6216,4316,1

Voorschotten

 19941995
Voorschotten gesubsidieerde instellingen MEZ1 358 452 764,223 483 817 879,21
Kasvoorschothouders MEZ53 493,2518 130,75
Incidentele reisvoorschotten850 231,671 340 592,97
Doorlopende reisvoorschotten102 465,3058 662,78
Overige voorschotten MEZ39 576 211,7427 799 083,98
Voorschotten decentrale kasbeheerders1 128 262,071 241 373,72
Totaal1 400 163 428,253 514 275 723,41

Opbouw van de voorschotten (x f 1 mln) gerangschikt naar ouderdom is als volgt:

jaar verstrekking voorschotgesubsidieerde instellingen MEZoverige MEZDecentrale Kasbeheerders
<19921,40,90,0
19923,30,00,0
199358,31,60,0
19941 350,012,00,4
19952 070,814,80,8
Totaal3 483,829,31,2

Voorschotten gesubsidieerde instellingen MEZ

Conform de subsidievoorschriften dienen gesubsidieerde instellingen binnen dertien weken na afloop van het boekjaar een door een registeraccountant gecertificeerde jaarrekening bij het Ministerie van Justitie in te dienen. Na controle en accoordbevinding van de stukken wordt de subsidie definitief vastgesteld en vindt de verrekening met de verstrekte voorschotten plaats. Indien in afwijking van de wens van een gesubsidieerde instelling één of meerdere posten uit de jaarrekening niet subsidiabel worden verklaard, vindt overleg met betrokkenen plaats, alvorens tot vaststelling van de exploitatiesubsidie wordt overgegaan. In het geval dat één en ander leidt tot een AROB-procedure, kan het geruime tijd duren totdat het voorschot definitief kan worden afgewikkeld. De zogenaamde bouw- en projectsubsidies worden eerst vastgesteld nadat de prestatie (volledig) is geleverd.

De toeneming van de openstaande subsidievoorschotten is vrijwel geheel te verklaren doordat met ingang van 1 januari 1995 de bevoorschotting van het Coördinerend Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is overgedragen van het toenmalige Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur aan het Ministerie van Justitie. De afrekeningen van de openstaande voorschotten van voorgaande jaren vindt bij het Ministerie van Justitie plaats.

Voorschotten decentrale diensten

Een nadere verbijzondering van de voorschotten naar beleidsterrein geeft het volgende beeld:

– Jeugdbescherming en Reclassering 373 861,71

– Politie 427 034,69

– Rechtspleging 440 477,32

Totaal 1 241 373,72

Tegenrekening openstaande verplichtingen1 388 816 000,00

De tegenrekening openstaande verplichtingen maakt onderdeel uit van de obligoboeking openstaande verplichtingen.

Creditzijde van de saldibalans

Ontvangsten ten gunste van de begroting 19951 220 652 856,49

Deze post geeft het totaal weer van de in het begrotingsjaar 1995 verantwoorde begrotingsontvangsten. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op de rekening waarin deze ontvangsten nader zijn toegelicht.

Ontvangsten ten gunste van de begroting 1994981 932 888,86

Onder dit hoofd is het totaalbedrag opgenomen van de begrotingsontvangsten over het begrotingsjaar 1994. Nadat de Slotwet door het Parlement is goedgekeurd zal dit bedrag in de Rekening-Courant met het Ministerie van Financiën worden verrekend.

Rekening-courant RHB (Rijkshoofdboekhouding)7 722 147 617,54

Het saldo van deze post geeft de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weer. Het saldo sluit aan bij het Rekening-Courant overzicht van het Ministerie van Financiën.

Ontvangsten buiten begrotingsverband

 19941995
Uit te zoeken posten postbankrekening413 043,48488 780,78
Uit te zoeken posten Rijkshoofdboekhouding13 684,87940 046,29
Aan Financiën gezonden betaalopdrachten37 780,290,00
Terug te betalen politie transacties:   
– niet geïnde cheques14 894,9818 844,98
– postbank978,011 028,01
– bankgiro450,00450,00
Tussenrekening Nieuw Model Betalingsverkeer (blok kasbeheerders)986 112,59
Netto salarissen38 616,9955 352,42
Geblokkeerde salarissen5 530,36
Salarisvoorschotten264 236,78180 226,73
Overige voorschotten8 853 049,262 382 450,08
Overige voorschotten decentrale kasbeheerders1 967 304,637 287 806,91
Schulden kasbeheerders2 475 491,223 945 320,29
Financiële- en derdenrekeningen decentrale kasbeheerders55 830 487,5470 585 939,80
Inhoudingen ten behoeve van derden151 421,77161 180,77
Ingehouden loonheffing61 980 166,2269 634 222,86
Diverse vakbondscontributies3 963,508 194,00
Bedrijfsspaarregelingen230,00300,00
Sociaal Fonds4 803,489 550,94
Personeelsvereniging Ministerie9,0018,00
Collectieve WA en ongevallenverzekering26 899,4553 223,76
Waarborg- en garantiesommen501 467,00501 875,00
Reeds betaalde posten Hoofdafdeling PISA17 611,550,00
Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)132 596 590,02157 246 454,57

Uit te zoeken posten Rijkshoofdboekhouding (f 940 046,29)

Het saldo op deze tussenrekening wordt met name gevormd door een verrekenstuk dat het Ministerie van Justitie in 1995 via de verrekenregeling in rekening heeft gebracht bij het Ministerie van VWS. Dit verrekenstuk ad f 890 000,00 is in januari 1996 door het Ministerie van VWS geweigerd, zodat het saldo in 1996 grotendeels glad loopt.

Tussenrekening Nieuw Model betalingsverkeer (f 986 112,59)

Op deze rekening staat het saldo van de zogenaamde «spoedkring» van 29 december 1995 met betrekking tot de postbankrekeningen van de decentrale kasbeheerders. Het totaalbedrag is eerst in januari 1996 afgeroomd door de Postbank.

Overige voorschotten (f 2 382 450,08)

Onder de overige voorschotten zijn ontvangsten verantwoord die in een later stadium tot betalingen kunnen leiden. Dit betreft:

– restant voorschot van het Ministerie van Binnenlandse zaken inzake de kosten van de reorganisatie politie f 1,5 mln.

– voorschotten Arbeidsmarkt- en Opleidingenfonds f 0,9 mln.

Overige voorschotten decentrale kasbeheerders (f 7 287 806,91)

Naar beleidsterrein zijn de overige voorschotten als volgt te verdelen:

– Jeugdbescherming en Reclassering 127 223,44 -/-

– Politie 4 356 068,08

– Rechtspleging 3 058 962,27

De rekening overige voorschotten decentrale kasbeheerders toont over het algemeen een debet saldo. Twee uitzonderingen hierop worden gevormd door:

* het beleidsterrein Politie: het restant van de bijdragen van de lidstaten van de Europese Unie aan de beheersorganisatie Europol (f 4,4 mln. credit),

* het beleidsterrein Rechtspleging: de gedeponeerde geldsommen deskundigen bij het beleidsterrein Rechtspleging. Het bedrag van de gedeponeerde geldsommen (onderzoekskosten, getuigendeskundigen) bedraagt per 31 december van dit begrotingsjaar f 3,5 mln. credit.

Schulden kasbeheerders (f 3 945 320,29)

Naar beleidsterrein geven de schulden kasbeheerders het volgende beeld:

– Jeugdbescherming en Reclassering 2 977 074,52

– Politie 689 948,65

– Rechtspleging 278 297,12

Bij het beleidsterrein J&R wordt het saldo gevormd door de ontvangen en nog aan de ouder/verzorger af te dragen alimentatiegelden.

Financiële en derdenrekeningen decentrale kasbeheerders (f 70 585 939,80)

Deze rekening wordt via de maandverantwoordingsprocedure geboekt door de kasbeheerders indien niet één van de eerder vermelde saldibalansrekeningen van de kasbeheerders van toepassing is. Naar beleidsterrein is deze rekening als volgt te specificeren:

– Jeugdbescherming en Reclassering 325 067,18

– Politie 2 474 389,41

– Rechtspleging 67 786 483,21

De belangrijkste posten van het beleidsterrein Rechtspleging kunnen als volgt worden gespecificeerd:

– af te wikkelen in beslaggenomen gelden f 33,0 mln.

– af te wikkelen borgtochten f 5,4 mln.

– inbeslaggenomen «Pluk Ze» gelden f 23,2 mln.

– af te wikkelen proceskosten f 4,0 mln.

Ingehouden loonheffing (f 69 634 222,86)

Op de post ingehouden loonheffing is de loonheffing verantwoord, die in de maand december 1995 op de ambtenarensalarissen zijn ingehouden. In de maand januari 1996 is deze post aan de daarvoor bestemde instantie afgedragen.

Waarborg en garantiesommen (f 501 875,00)

De waarborgsommen, die door de grenspolitie zijn afgestort naar het Ministerie van Justitie, worden op verzoek van de vreemdeling bij het verlaten van Nederland gerestitueerd.

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

 19941995
Vorderingen kasbeheerder ministerie enge zin10 837 054,9144 356 885,72
Vorderingen decentrale kasbeheerders230 768 570,82311 984 930,38
Totaal241 605 625,73356 341 816,10

De tegenrekening extra-comptabele vorderingen maakt onderdeel uit van de obligoboeking van de extra-comptabele vorderingen.

Tegenrekening voorschotten

 19941995
Voorschotten gesubsidieerde instellingen MEZ1 358 452 764,223 483 817 879,21
Kasvoorschothouders MEZ53 493,2518 130,75
Indicentele reisvoorschotten850 231,671 340 592,97
Doorlopende reisvoorschotten102 465,3058 662,78
Overige voorschotten MEZ39 576 211,7427 799 083,98
Voorschotten decentrale kasbeheerders1 128 262,071 241 373,72
Totaal1 400 163 428,253 514 275 723,41

De tegenrekening voorschotten maakt onderdeel uit van de obligoboeking van de openstaande voorschotten.

Openstaande verplichtingen1 388 816 000,00

Het saldo van de openstaande verplichtingen is in bijgaande staat, conform het model vermeld in de Regeling Departementale Begrotingsadministratie, gespecificeerd (bedragen per artikel in duizenden guldens naar boven afgerond).

Staat van de openstaande verplichtingen per 31 december 1995 (x f 1000)

Openstaande verplichtingen per 1 januari 1995 292 666  
Aangegane verplichtingen in het begrotingsjaar 19951 6 871 677
  7 164 343  
Tot betaling gekomen in het begrotingsjaar 19955 755 628 -/-   
    
Negatieve bijstellingen aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren221 788 -/-  
  5 777 416-/-
Openstaande verplichtingen per 31-12-1995 1 386 927  
    
Feitelijk risico garantieverplichtingen:    
Faillissementscuratoren (54% van 3 498)   1 889
Totaal 1 388 816 

1 In 1995 zijn voor ruim f 1 miljard extra verplichtingen aangegaan. Te denken valt hierbij aan de subsidieverplichting voor het Coördinerend Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Voor deze instelling is in het begrotingsjaar 1995 zowel de verplichting voor het jaar 1995, als de verplichting voor het jaar 1996 vastgelegd.

2 Van de negatieve bijstellingen inzake de aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren heeft 18,029 miljoen betrekking op aangegane verplichtingen die zijn overgedragen aan het agentschap Dienst Justitiële Inrichtingen. Daarnaast zijn tevens de feitelijke risico's van de garantieverplichtingen met betrekking tot de Particuliere Jeugdinrichtingen overgedragen aan eerdervermeld agentschap.

Opgave per begrotingsartikel van de stand per 31 december 1995 van het deel van de aangegane verplichtingen dat nog niet tot uitgaven heeft geleid

Artikelnr.Omschrijving(x f 1 000)
0101Personeel en materieel ministerie2 401
   
0103Bijdragen en contributies266
   
0109Diversen ministerie8 222
   
0207Criminaliteitspreventie14 958
   
0209Personeel en materieel Korps Landelijke Politie Diensten14 033
   
0210Bijzondere uitgaven Politie6
   
0211Personeel en materieel overige diensten207
   
0305Opvang Asielzoekers912 420
   
0401Personeel en materieel Raden voor de Kinderbescherming20
   
0403Subsidies Jeugdbescherming en Reclassering433 039
   
0601Personeel en materieel Rechtspraak1 339
   
0603Gefinancierde Rechtsbijstand  16
  1 386 927
   
Feitelijke risico's uitstaande garanties:
   
0605Garanties voor procesrisico's van faillissementscuratoren1 889
Totaal1 388 816

Staat van de garantieverplichtingen (x f 1 000) per 31 december 1995

06.05 Garanties voor procesrisico's van faillissementscuratoren

De wettelijke grondslag voor het aangaan van de garantieverplichtingen is opgenomen in de 3e Anti-misbruikwet van 16 mei 1986 (stb. 275). Het feitelijke risico op 31 december kan op basis van ervaringscijfers gesteld worden op 54% van de verleende garanties.

Potentiële verplichtingen voor de te verlenen garanties0
  
Nominaal verleende garanties3 498
  
Feitelijk risico per 31 december 19951 889
Naar boven