24 844
Financiële verantwoordingen over het jaar 1995

nr. 4
FINANCIËLE VERANTWOORDING VAN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN HET KABINET DER KONINGIN (II)

Deze financiële verantwoording bestaat uit:

– de rekening van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten, zoals blijkt uit bijgevoegde staten, voorzien van een toelichting;

– de op deze rekening aansluitende saldibalans per 31 december 1995, voorzien van een toelichting.

Den Haag, 30 augustus 1996

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Staat behorende bij de Wet van ... ....19.., Stb. ... en bij de financiële verantwoording over het jaar 1995 Rekening 1995 (inclusief slotwetmutaties), Hoge Colleges van Staat en Kabinet der Koningin (II) Onderdeel uitgaven en verplichtingen (bedragen x f 1 000)

   (1) (2) (3)  (4) = (1) + (2) + (3) (5) (6) = (5) – (4)
Art.Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) op grond van eerste suppletore begroting Mutaties (+ of –) op grond van tweede suppletore begroting  Totaal geraamd Realisatie1Slotwetmutaties (+ of –) (+ = tekortschietend beschikbaar bedrag)
   verplichtingenuitgaven verplichtingen uitgaven verplichtingen uitgaven verplichtingen uitgaven verplichtingen uitgavenverplichtingen uitgaven
  TOTAAL 260 795 10 327 3 196  274 318 268 985 – 5 333
                
01 Algemeen 1 919      3 892 3 357  
                
 01LoonbijstellingNihilNihil1 4171 417– 1 072– 1 072 345345NihilNihil– 345– 345
 02PrijsbijstellingNihilNihil     NihilNihilNihilNihil  
 03Onvoorzien2121     2121NihilNihil– 21– 21
 06Post-actieven1 8981 898908908720720 3 5263 5263  3573 357– 169– 169
                
02 Eerste Kamer der Staten-Generaal 10 474      10 587 10 203  
                
 01Vergoeding voor werkzaamheden, reis- en verblijfkosten en overige kosten van de leden van de Eerste Kamer, benevens toelage aan de Voorzitter4 4464 44664642828 4 5384 5384 3284 328–  210– 210
 02Personeel en materieel6 0286 0284242– 21– 21 6 0496 0495 7915 875– 258– 174
                
03 Tweede Kamer der Staten-Generaal 123 105      130 734 127 737  
                
 01Schadeloosstelling en vergoeding van de reiskosten en overige kosten van de leden van de Tweede Kamer, benevens toelage aan de Voorzitter, de Ondervoorzitters en de Fractievoorzitters27 52027 520371371– 427– 427 27 4642 7 46427 14827 148– 316– 316
 03Pensioenen en uitkeringen aan de oud-leden en aan weduwen en wezen van de oud-leden van de Tweede Kamer9 9479 947  1 1031 103 11 05011 05010 95410 954–  96– 96
 04Personeel en materieel56 00656 0062 4142 414612612 59 03259 03259  16758 836135– 196
 07Drukwerk kamerstukken8 0008 000  – 1 000– 1 000 7 0007 0006 6186 618– 382– 382
 08Tegemoetkoming in de kosten van de fracties26 05120 851323323563563 26 93721 73721 1232 0 016– 5 814– 1 721
 13Uitzending van leden en begeleidende ambtenaren van de Tweede Kamer naar het buitenland781781     781781522522– 259– 259
 16Parlementaire enquêtes  3 2703 270400400 3 6703 6703 6433 643– 27– 27
                
04 Staten-Generaal Algemeen 8 211      8 626 8 246  
                
 02Personeel Stenografische Dienst en Griffie interparlementaire betrekkingen5 7895 7893503506565 6 2046 2046 2296 17725– 27
 05Uitzending van leden en ambtenaren van de Staten-Generaal naar de Raad van Europa en andere internationale organen1 0301 030     1 0301 030859859– 171– 171
 06Aandeel van Nederland in de kosten van interparlementaire organen769769     7697697897892020
 08Contacten tussen de parlementen van het Koninkrijk7171     717133– 68– 68
 10Ontvangst van buitenlandse parlementsleden en delegaties van internationale organen252252     252252118118– 134– 134
 11Subsidie aan de Nederlandse groep van de Union Interparlementaire300300     300300300300  
                
05 Raad van State 66 059      66 008 65 053  
                
 01Personeel Vice-President en Leden6 6856 685103103874874 7 6627 6627 6267 626– 36– 36
 02Personeel en materieel59 37459 374– 1 538– 1 538510510 58 34658 34656 15657 427– 2 190– 919
                
06 Algemene Rekenkamer 36 036      37 224 37 073  
                
 01Personeel President en Leden627627101077 6446446596591515
 02Personeel en materieel35 40935 4094574573 702714 39 56836 58036 30436 414– 3 264– 166
                
07 Nationale ombudsman 7 825      9 303 9 380  
                
 01Personeel Nationale ombudsman en Substituut568568– 103– 103– 20– 20 445445441441– 4– 4
 02Uitkeringen en pensioenen gewezen Nationale ombudsman en Substituut198198– 50– 5077 155155155155  
 03Personeel en materieel7 0597 0591 5601 5608484 8 7038 7038 8488 78414581
                
08 Kanselarij der Nederlandse Orden en Kapittel voor de civiele orden 4 616      5 001 5 051  
                
 01Personeel en materieel4574571 3691 3691616 1 8421 8421 8161 519–  26– 323
 03Aankoop en herstellingen van decoraties3 1463 14611   3 1473 1472 8403 520– 307373
 04Diverse toelagen1212    12121212   
 05Erepenningen en getuigschriften11– 1– 1   VervallenVervallen00  
 06Kapittel voor de civiele orden1 0001 000– 1 000– 1 000   VervallenVervallen00  
                
09 Kabinet der Koningin 2 550      2 943 2 885  
                
 01Personeel en materieel2 5502 5503603603333 2 9432 9432 8772 885–  66– 58

1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds afgerond naar boven (op duizenden guldens)

Mij bekend,

De Minister van Binnenlandse Zaken,

Staat behorende bij de Wet van .... 19.., Stb. ... en bij de financiële verantwoording over het jaar 1995 Rekening 1995 (inclusief slotwetmutaties), Hoge Colleges van Staat en Kabinet der Koningin (II) Onderdeel ontvangsten (bedragen x f 1 000)

   (1) (2) (3)  (4) = (1) + (2) + (3) (5) (6) = (5) – (4)
Art.Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) op grond van eerste suppletore begroting Mutaties (+ of –) op grond van tweede suppletore begroting  Totaal geraamdRealisatie Slotwetmutaties (+ of –) (+ = meer ontvangen)
   ontvangsten ontvangstenontvangsten  ontvangsten ontvangsten ontvangsten
  TOTAAL8 187105– 1 325 6 9677 363396
          
01 Algemeen327   327223 
          
 01Inhouding op salarissen voor dienstverlening27   27Nihil– 27
 02Bijdragen van belanghebbenden voor inkoop van diensttijd voor pensioenMemorie   MemorieNihil 
 03Diverse ontvangsten300   300223– 77
          
02 Eerste Kamer der Staten-Generaal105   170190 
          
 01Diverse ontvangsten105 65 17019020
          
03 Tweede Kamer der Staten-Generaal3 514   3 1703 572 
          
 01Inhoudingen voor pensioenen van de leden van de Tweede Kamer of hun betrekkingen1 420– 120– 600 700583– 117
 02Omzet restaurant1 712– 270  1 4421 416– 26
 03Diverse ontvangsten382390256 1 0281 573545
          
04 Staten-Generaal Algemeen70   5040 
          
 01Diverse ontvangsten70– 20  5040– 10
          
05 Raad van State3 919   2 8192 868 
          
 01Diverse ontvangsten3 919 – 1 100 2 8192 86849
          
06 Algemene Rekenkamer124   217242 
          
 01Diverse ontvangsten1244647 21724225
          
07 Nationale ombudsman111   141152 
          
 01Diverse ontvangsten11130  14115211
          
08 Kanselarij der Nederlandse Orden en Kapittel voor de civiele orden16   6554 
          
 01Diverse ontvangsten1649  6554– 11
          
09 Kabinet der Koningin1   822 
          
 01Diverse ontvangsten1 7 82214

Mij bekend,

De Minister van Binnenlandse Zaken,

TOELICHTING OP DE REKENING

ALGEMEEN DEEL

De in de ontwerp-begroting geraamde en de uiteindelijk gerealiseerde verplichtingen en uitgaven van de begroting per college zijn als volgt (bedragen x f 1 000):

 VerplichtingenUitgaven
 RamingRealisatieRamingRealisatie
Algemeen1 9193 3571 9193 357
Eerste Kamer der Staten-Generaal10 47410 11910 47410 203
Tweede Kamer der Staten-Generaal128 305129 175123 105127 737
Staten-Generaal Algemeen8 2118 2988 2118 246
Raad van State66 05963 78266 05965 053
Algemene Rekenkamer36 03636 96336 03637 073
Nationale ombudsman7 8259 4447 8259 380
Kanselarij der Nederlandse Orden en Kapittel voor de civiele orden4 6164 6684 6165 051
Kabinet der Koningin2 5502 8772 5502 885
Totaal begroting265 995268 683260 795268 985

De in de ontwerp-begroting geraamde en de uiteindelijk gerealiseerde ontvangsten van de begroting per college zijn als volgt (bedragen x f 1 000):

 Ontvangsten
 RamingRealisatie
Algemeen327223
Eerste Kamer der Staten-Generaal105190
Tweede Kamer der Staten-Generaal3 5143 572
Staten-Generaal Algemeen7040
Raad van State3 9192 868
Algemene Rekenkamer124242
Nationale ombudsman111152
Kanselarij der Nederlandse Orden en Kapittel voor de civiele orden1654
Kabinet der Koningin122
Totaal begroting8 1877 363

Aansluiting op de voorlopige rekening

Uitgaven (bedragen x f 1 mln)

1.Reeds vermeld in de Voorlopige Rekening 1995 (Kamerstukken II, 1995–1996, 24 618, nr. 1)270,0
2.Nadere wijzigingen (t.o.v. Voorlopige Rekening)– 1,0
Totaal269,0

Ontvangsten (bedragen x f 1 mln)

1.Reeds vermeld in de Voorlopige Rekening 1995 (Kamerstukken II, 1995–1996, 24 618, nr. 1)7,4
2.Nadere wijzigingen (t.o.v. Voorlopige Rekening)0,0
Totaal7,4

Deze toelichting bevat per begrotingsartikel een inhoudelijke toelichting bij opmerkelijke verschillen tussen de begrotingsraming, zoals vastgesteld bij de oorspronkelijke begroting (de Wet van 17 november 1994, Stb. 852) en de uiteindelijke realisatie.

Evenals in de begroting zijn in deze financiële verantwoording geen kengetallen opgenomen. In overleg met de colleges en het Ministerie van Financiën wordt ernaar gestreefd in de begroting 1997 een aantal begrotingsartikelen met behulp van kengetallen nader toe te lichten.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

UITGAVEN/VERPLICHTINGEN

01. Algemeen

Artikel 01.01. Loonbijstelling

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995NihilNihil
Stand na 2e suppletore begroting 1995345345
Realisatie 1995NihilNihil

In de slotwet is de loonbijstelling die na de tweede suppletore begroting nog in de raming stond, verdeeld over de colleges. De verdeling is opgenomen in de toelichting bij de slotwet.

Artikel 01.02. Prijsbijstelling

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995NihilNihil
Stand na 2e suppletore begroting 1995NihilNihil
RealisatieNihilNihil

Artikel 01.03. Onvoorzien

In 1995 is geen gebruik gemaakt van de post onvoorzien.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19952121
Stand na 2e suppletore begroting 19952121
RealisatieNihilNihil

Artikel 01.06. Post-actieven

De uitgaven voor post-actieven waren in 1995 hoger dan geraamd. Dit is het gevolg van reorganisaties bij verschillende colleges, die inmiddels zijn afgerond, behoudens de reorganisatie bij de Raad van State in verband met de taakwijziging in het kader van de eerste fase herziening rechterlijke organisatie. Voor de aanpak van de uitgaven voor wachtgelders in de komende tijd wordt verwezen naar de eerste suppletore begroting 1996.

De verdeling van de oorspronkelijke raming en realisatie over de onderscheidene colleges was als volgt (bedragen x f 1 000):

 Raming ontwerp-begrotingRealisatie
Eerste Kamer206228
Tweede Kamer en Staten-Generaal Algemeen400951
Raad van State338856
Algemene Rekenkamer512783
Nationale ombudsman202352
Kanselarij der Nederlandse Orden10
Kabinet der Koningin239187
Totaal Hoge Colleges van Staat1 8983 357

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19951 8981 898
Stand na 2e suppletore begroting 19953 5263 526
Realisatie 19953 3573 357

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatieRamingRealisatie
01Non-activiteitswedden en wachtgelden1 8853 3361 8853 336
02Pensioenen en onderstanden aan voormalig     
 personeel of hun betrekkingen13211321

02. Eerste Kamer der Staten-Generaal

Artikel 02.01. Vergoeding voor werkzaamheden, reis- en verblijfkosten en overige kosten van de leden van de Eerste Kamer, benevens toelage aan de Voorzitter

In 1995 is het stelsel voor de vergoeding voor de leden van de Eerste Kamer gewijzigd. Deze wijziging is ingegaan na de verkiezing van de nieuwe kamerleden in 1995. De eerste helft van het jaar was nog het oude stelsel van toepassing.

Belangrijk aspect van de wijziging is dat de hoogte van de vergoeding nu voor een belangrijk deel bestaat uit vaste componenten, aangevuld met een component voor reis- en verblijfkosten die is gerelateerd aan de afstand tussen de woning van het kamerlid en het gebouw van de Eerste Kamer. De vergoeding voor werkzaamheden is nu minder afhankelijk van het daadwerkelijk bijwonen van vergaderingen. De onderverdeling naar artikelonderdelen is inmiddels aangepast aan het nieuwe vergoedingenstelsel.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19954 4464 446
Stand na 2e suppletore begroting 19954 5384 538
Realisatie4 3284 328

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatieRamingRealisatie
01Toelage aan de Voorzitter304136304136
02Reiskosten1 0865381 086538
03Verblijfkosten2 4931 0372 4931 037
04Onkostenvergoeding563274563274
05Vergoeding voor de werkzaamheden 1 244 1 244
06Vergoeding voor de secundaire voorzieningen 112 112
07Toelage en andere voorzieningen Voorzitter 52 52
08Kostenvergoedingen 935 935

Artikel 02.02. Personeel en materieel

In 1995 is de vergaderzaal van de Eerste Kamer gerestaureerd. Aangezien de kamer voorzag dat als gevolg daarvan extra kosten voor rekening van de Eerste Kamer zouden komen, is gedurende het jaar een aantal uitgaven uitgesteld. Uiteindelijk bleken de kosten van de Eerste Kamer mee te vallen. Als gevolg daarvan heeft de Eerste Kamer een onderuitputting op het budget voor personeel en materieel.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19956 0286 028
Stand na 2e suppletore begroting 19956 0496 049
Realisatie5 7915 875

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatieRamingRealisatie
05Actief regulier personeel3 2982 8883 2982 888
06Overige personeelsuitgaven225225
07Algemene uitgaven1 9782 1191 9782 174
08Aanschaffingen752559752588
09Servicekrachten

03. Tweede Kamer der Staten-Generaal

Artikel 03.01. Schadeloosstelling en vergoeding van de reiskosten en overige kosten van de leden van de Tweede Kamer, benevens toelage aan de Voorzitter, de Ondervoorzitters en de Fractievoorzitters

De ten laste van dit artikel gebrachte uitgaven vloeien voort uit de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 199527 52027 520
Stand na 2e suppletore begroting 199527 46427 464
Realisatie27 14827 148

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatieRamingRealisatie
01Schadeloosstelling20 73819 69420 73819 694
02Reiskosten en overige kosten6 7827 4546 7827 454

Artikel 03.03. Pensioenen en uitkeringen aan de oud-leden en aan de weduwen en wezen van de oud-leden van de Tweede Kamer

Na de in mei 1994 gehouden Tweede Kamerverkiezingen is sprake van een toegenomen aantal wachtgelduitkeringen. Ter toelichting kan voor wat betreft de aantallen het volgende overzicht worden gegeven:

 begin 1994begin 1995einde 1995
– pensioenen176174184
– wachtgelden305854
– weduwenuitkeringen119122123
– wezenuitkeringen652
Totaal331359363

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19959 9479 947
Stand na 2e suppletore begroting 199511 05511 055
Realisatie10 95410 954

Artikel 03.04. Personeel en materieel

De beleidsmatige suppletore wijzigingen in 1995 hadden als volgt betrekking op de apparaatsuitgaven:

– vervoerplan/fiscale aanpassingf 1,119 mln
– formatieve uitbreidingf 0,319 mln
– correctie IBA-taakstellingf 0,576 mln
– overboeking inzake RBB-convenantf 0,085 mln
Totaalf 2,099 mln

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 199556 00656 006
Stand na 2e suppletore begroting 199559 03259 032
Realisatie59 16758 836

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatieRamingRealisatie
05Actief regulier personeel30 95632 03830 95632 017
06Overige personeelsuitgaven793834793746
07Algemene uitgaven14 79317 60314 79317 250
08Aanschaffingen8 7148 5778 7148 708
09Servicekrachten750115750115

Artikel 03.07. Drukwerk kamerstukken

De mate waarin dit budget wordt belast vindt vooral zijn oorzaak in aard en omvang van de door de departementen aangeleverde teksten. Die aanlevering vindt tegenwoordig voornamelijk in electronische vorm plaats. In 1995 is op het verwachte kostenniveau geanticipeerd door een suppletore verlaging van de raming met f 1,0 mln. De realisatie is uiteindelijk f 0,382 mln lager dan de stand na 2e suppletore begroting 1995.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19958 0008 000
Stand na 2e suppletore begroting 19957 0007 000
Realisatie6 6186 618

Artikel 03.08. Tegemoetkoming in de kosten van de fracties

Naast de reguliere bevoorschotting aan de fracties, dient bij de raming rekening te worden gehouden met de mogelijkheid van een mutatie in de reservering en mogelijke afrekening inzake de fractiekostenregeling over voorgaande jaren. Indien in de vorm van bevoorschotting gebruik wordt gemaakt van de opgebouwde reservering, blijkt dit veel later in het jaar. Aangezien hierover duidelijkheid bestaat na de Najaarsnota krijgt verlaging van het budget gestalte bij de Slotwet. Naast een raming van de verplichtingen gelijk aan de kasuitgaven, wordt ook de hoogte van de opgebouwde reservering in de verplichtingenraming meegenomen.

In verband hiermee kan het zijn dat de uitgaven en verplichtingen geen synchroon verloop hebben. Afhankelijk van de vraag of, en in welke mate door middel van bevoorschotting gebruik wordt gemaakt van die reservering, wijkt de slotwetmutatie bij de verplichtingen dan ook af bij die op het uitgavenbudget.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 199526 05120 851
Stand na 2e suppletore begroting 199526 93721 737
Realisatie21 12320 016

Artikel 03.13. Uitzending van leden en begeleidende ambtenaren van de Tweede Kamer naar het buitenland

De uitgaven in 1995 hadden, op basis van nadere besluitvorming in het Presidium, betrekking op de volgende activiteiten (bedragen x f 1 000):

– commissiereizen399
– interparlementaire commissiebijeenkomsten in Europa27
– officiële delegaties Staten-Generaal (aandeel Tweede Kamer)27
– uitzending van waarnemers bij verkiezingen20
– Presidiumreizen43
– diverse6
Totaal522

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995781781
Stand na 2e suppletore begroting 1995781781
Realisatie522522

Artikel 03.16. Parlementaire enquêtes

De gerealiseerde uitgaven betreffen de kosten van de parlementaire enquête «Opsporingsmethoden». Het gaat om kosten voor ambtelijk personeel, materiële voorzieningen (inclusief beveiliging), alsmede inhuur van extern deskundigen (onderzoek en advies).

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995  
Stand na 2e suppletore begroting 19953 6703 670
Realisatie3 6433 643

04. Staten-Generaal Algemeen

Artikel 04.02. Personeel Stenografische Dienst en Griffie interparlementaire betrekkingen

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19955 7895 789
Stand na 2e suppletore begroting 19956 2046 204
Realisatie6 2296 177

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatieRamingRealisatie
05Actief regulier personeel5 7895 9695 7895 969
06Overige personeelsuitgaven1616
07Algemene uitgaven 31 30
08Aanschaffingen 206 155
09Servicekrachten 7 7

Artikel 04.05. Uitzending van leden en ambtenaren van de Staten-Generaal naar de Raad van Europa en andere internationale organen

Met betrekking tot de onder dit artikel geraamde activiteiten kan het volgende overzicht worden gegeven (bedragen x f 1 000):

Internationaal orgaanramingrealisatieverschil
– Raad van Europa472494– 22
– Noordatlantische Assemblée277170107
– WEU1858897
– OVSE5081– 31
– overige internationale organen462620
Totaal1 030859171

De achterblijvende uitgaven bij de Noordatlantische Assemblée zijn het gevolg van zowel kleinere delegaties als een mogelijk gebleken kostenbesparing in de sfeer van de reiskosten. Voorzichtigheidshalve wordt bij de raming van de uitgaven van de WEU rekening gehouden met de kosten van een bijzondere zitting en een tweetal regionale commissiebezoeken. Deze hebben zich in 1995 echter niet voorgedaan.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19951 0301 030
Stand na 2e suppletore begroting 19951 0301 030
Realisatie859859

Artikel 04.06. Aandeel van Nederland in de kosten van interparlementaire organen

De hogere realisatie vindt zijn oorzaak in een hoger uitgevallen bijdrage aan de Interparlementaire Beneluxraad.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995769769
Stand na 2e suppletore begroting 1995769769
Realisatie789789

Artikel 04.08. Contacten tussen de parlementen van het Koninkrijk

Het betreffende budget houdt verband met de ontvangst in Nederland van delegaties van de parlementen van het Koninkrijk. Door stormschade op, onder meer, Sint Maarten heeft het beoogde bezoek aan Nederland geen doorgang gevonden.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19957171
Stand na 2e suppletore begroting 19957171
Realisatie33

Artikel 04.10. Ontvangst van buitenlandse parlementsleden en delegaties van internationale organen

In 1995 heeft in Groningen een Nederlands-Duitse parlementaire conferentie plaatsgevonden. Voorts hebben bezoeken plaatsgehad van de kant van parlementsleden en internationale organen uit Tsjechië, Hongarije, Polen, België, Denemarken en Koeweit.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995252252
Stand na 2e suppletore begroting 1995252252
Realisatie118118

Artikel 04.11. Subsidie aan de Nederlandse groep van de Union Interparlementaire

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995300300
Stand na 2e suppletore begroting 1995300300
Realisatie300300

05. Raad van State

Algemeen Raad van State

In 1995 is de start gemaakt met de afslanking van de Raad van State als gevolg van de wijziging van de taken van de Raad van State in het kader van de eerste fase van de herziening rechterlijke organisatie. Deze afslanking vindt gefaseerd plaats in de periode 1995–1998, aangezien de Raad van State in de jaren voorafgaand aan 1998 nog volop bezig is met het wegwerken van de werkvoorraad van oude zaken. Er werden in 1995 65 formatieplaatsen overgeheveld naar het Ministerie van Justitie. Daarmee samenhangend werd een bedrag van f 5,2 mln overgeheveld.

In de loop van het jaar heb ik op verzoek van de Vice-President met hem overlegd over door hem geconstateerde budgettaire problemen bij de Raad van State. Wij spraken toen af dat de Raad van State in 1995 geen aanvullende afslankingen behoefde te realiseren. Bij tweede suppletore begroting 1995 zijn vervolgens de budgetten voor de staatsraden (artikel U05.01) en voor personeel en materieel (U05.02) verhoogd.

Artikel 05.01. Personeel Vice-President en Leden

De verhoging van de raming in de begrotingsuitvoering is gerealiseerd in verband met de toename van het aantal staatsraden en staatsraden in buitengewone dienst binnen de marges van het wettelijk voorgeschreven maximaal aantal. Daarmee kwam het aantal staatsraden en staatsraden in buitengewone dienst op het equivalent van 34 full-time formatieplaatsen.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19956 6856 685
Stand na 2e suppletore begroting 19957 6627 662
Realisatie7 6267 626

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatieRamingRealisatie
04Actief regulier personeel6 6857 6266 6857 626
05Overige personeelsuitgaven

Artikel 05.02. Personeel en materieel

Een algemene toelichting is reeds opgenomen in de paragraaf «Algemeen Raad van State».

De realisatie was uiteindelijk f 0,9 mln lager dan de stand na 2e suppletore begroting 1995, aangezien uitgaven in verband met een gebouwenbeheersysteem vertraagd waren en niet meer tot betaling kwamen in 1995.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 199559 37459 374
Stand na 2e suppletore begroting 199558 34658 346
Realisatie56 15657 427

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatieRamingRealisatie
05Actief regulier personeel48 71043 64748 71043 469
06Overige personeelsuitgaven4131 0784131 105
07Algemene uitgaven9 4477 6879 4479 185
08Aanschaffingen8041 2148041 161
09Servicekrachten2 5302 507

06. Algemene Rekenkamer

In totaal heeft de Algemene Rekenkamer een lichte onderuitputting gerealiseerd op het uitgavenbudget ten opzichte van het beschikbare budget na verwerking van de 2e suppletore begroting 1995. Wel wijkt de verdeling van de realisatie op de verschillende artikelen af van de raming na verwerking van de 2e suppletore begroting. De confrontatie van de raming met de realisatie voor de Algemene Rekenkamer als geheel is als volgt (bedragen x f 1 000):

ArtikelOntwerp-begrotingStand na 2e suppletoreRealisatie
AR-deel in U01.06: Post-actieven512725783
U06.01: President en Leden627644659
U06.02: Personeel en materieel35 40936 58036 414
Totaal uitgaven Algemene Rekenkamer36 54837 94937 856

Tegenover de hogere uitgaven voor post-actieven en het College stonden lagere uitgaven op het artikel voor personele en materiële uitgaven. Deze lagere uitgaven werden gerealiseerd door incidentele maatregelen, waaronder een tijdelijke vacaturestop. Een toelichting ten aanzien van de post-actieven is opgenomen bij de toelichting op artikel 01.06 «Post-actieven».

Artikel 06.01. Personeel President en Leden

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995627627
Stand na 2e suppletore begroting 1995644644
Realisatie659659

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatieRamingRealisatie
05Actief regulier personeel627659627659
06Overige personeelsuitgaven

Artikel 06.02. Personeel en materieel

In 1995 is gestart met de vernieuwbouw van het gebouw van de Algemene Rekenkamer. In verband daarmee zijn voor de jaren 1995 tot en met 1997 extra middelen toegevoegd aan de begroting van de Algemene Rekenkamer. Aangezien de vernieuwbouw enige vertraging heeft opgelopen kon een aantal voorgenomen grote verplichtingen niet meer in 1995 worden aangegaan. Als gevolg daarvan is de realisatie van de verplichtingen substantieel lager dan de raming na verwerking van de 2e suppletore begroting 1995.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 199535 40935 409
Stand na 2e suppletore begroting 199539 56836 580
Realisatie36 30436 414

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatie RamingRealisatie
05Actief regulier personeel*)30 54129 10430 547
06Overige personeelsuitgaven*)150152
07Algemene uitgaven*)4 5034 5004 537
08Aanschaffingen*)1 1101 8051 178
09Servicekrachten*)

*) In de ontwerp-begroting was geen onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingenraming opgenomen. De totale verplichtingenraming omvatte f 35,409 mln.

07. Nationale ombudsman

Algemeen Nationale ombudsman

In 1995 nam het aantal klachten dat bij de Nationale ombudsman werd ingediend fors toe. Aangezien deze toename zich reeds aan het begin van het jaar aftekende, had de Nationale ombudsman een claim ingediend in het kader van de eerste suppletore begroting 1995. Tegen de achtergrond van de wens om de zaaksaantallen te beheersen heeft het kabinet toen besloten om de mogelijkheden te laten onderzoeken tot beheersing van de zaaksaantallen. Ook heeft het kabinet in dat licht ingestemd met honorering van de helft van de claim van de Nationale ombudsman. Dit betekent dat de formatie van het Bureau van de Nationale ombudsman is verhoogd met 7 formatieplaatsen. Vervolgens is een aantal acties in gang gezet die moeten leiden tot beheersing van het aantal klachten. In 1997 zal het effect van de maatregelen die geen wettelijke maatregelen vergen, worden geëvalueerd.

Artikel 07.01. Personeel Nationale ombudsman en Substituut

In de loop van de begrotingsuitvoering is een deel van de geraamde middelen op dit artikel gerealloceerd naar het artikel voor personele en materiële uitgaven van het Bureau van de Nationale ombudsman. Dit was mogelijk omdat er slechts 1 Substituut ombudsman is.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995568568
Stand na 2e suppletore begroting 1995445445
Realisatie441441

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  Verplichtingen Uitgaven
  RamingRealisatie RamingRealisatie
04Actief regulier personeel568441568441
05Overige personeelsuitgaven

Artikel 07.02. Uitkeringen en pensioenen gewezen Nationale ombudsman en Substituut

Aangezien de uitgaven op dit artikel door autonome factoren gedurende enige jaren lager zal zijn dan de oorspronkelijke raming is een deel van de middelen bij 1e suppletore begroting 1995 gerealloceerd naar het artikel voor ambtelijke post-actieven. De realisatie was vervolgens in overeenstemming met de raming na verwerking van de suppletore begrotingen.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995198198
Stand na 2e suppletore begroting 1995155155
Realisatie155155

Artikel 07.03. Personeel en materieel

De ontwikkeling van de zaaksaantallen heeft tot gevolg gehad dat de capaciteit van het Bureau van de Nationale ombudsman werd uitgebreid met 7 formatieplaatsen. Daarmee verband houdend werd de raming van de uitgaven voor personeel en materieel van het Bureau verhoogd.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19957 0597 059
Stand na 2e suppletore begroting 19958 7038 703
Realisatie8 8488 784

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  VerplichtingenUitgaven
  RamingRealisatieRamingRealisatie
05Actief regulier personeel5 6436 2015 6436 201
06Overige personeelsuitgaven145145
07Algemene uitgaven1 0332 0841 0332 095
08Aanschaffingen383418383343

08. Kanselarij der Nederlandse Orden en Kapittel voor de civiele orden

Algemeen Kanselarij der Nederlandse Orden

De Kanselarij der Nederlandse Orden heeft in 1995 ingrijpende veranderingen ondergaan voor wat betreft de taakvelden en de aard van de werkzaamheden. Deze wijzigingen waren het gevolg van de herziening van het decoratiestelsel. Daarbij is onder meer ingesteld het Kapittel voor de civiele orden. Aanvankelijk was hiervoor een aparte ambtelijke ondersteuning voorzien. Daartoe was een apart artikel 08.06 «Kapittel voor de civiele orden» opgenomen in de begroting 1995. In het voorjaar van 1995 is er mede op basis van efficiency-overwegingen voor gekozen de ambtelijke ondersteuning van de Kanselier der Nederlandse Orden en van het Kapittel voor de civiele orden onder te brengen in één organisatie. In verband daarmee zijn de twee begrotingsartikelen samengevoegd tot één artikel «Personeel en materieel» (08.01). Tevens werd het budget structureel verhoogd, aangezien de bedrijfsvoering van de oude Kanselarij-taken reeds sterk onder druk was komen te staan.

In totaal heeft de Kanselarij der Nederlandse Orden een lichte overschrijding gerealiseerd op het uitgavenbudget ten opzichte van het beschikbare budget na verwerking van de 2e suppletore begroting 1995. Daarbij wijkt de verdeling van de realisatie op de verschillende artikelen af van de raming na verwerking van de 2e suppletore begroting. De confrontatie van de raming met de realisatie voor de Kanselarij als geheel is als volgt (bedragen x f 1 000):

Artikel Ontwerp-begrotingStand na 2e suppletoreRealisatie
aandeel in U01.06: Post-actieven1NihilNihil
U08.01: Personeel en materieel4571 8421 519
U08.03: Aankoop en herstellingen    
van decoraties3 1463 1473 520
U08.04: Diverse toelagen121212
U08.05: Erepenningen en getuigschriften1Vervallen 
U08.06: Kapittel voor de civiele orden1 000Vervallen 
Totaal uitgaven Kanselarij4 6175 0015 051

Artikel 08.01. Personeel en materieel

De raming op dit artikel is in de loop van de begrotingsuitvoering substantieel verhoogd in verband met de hiervoor onder «Algemeen Kanselarij der Nederlandse Orden» genoemde ontwikkelingen.

De realisatie was uiteindelijk lager dan geraamd als gevolg van het feit dat de instroom van nieuwe medewerkers later gerealiseerd werd dan gepland. Voorts waren de uitgaven lager doordat de uitbreiding van de automatisering is vertraagd.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 1995457457
Stand na 2e suppletore begroting 19951 8421 842
Realisatie1 8161 519

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  Verplichtingen Uitgaven
  RamingRealisatie RamingRealisatie
05Actief regulier personeel387941387941
06Overige personeelsuitgaven1111
07Algemene uitgaven6583765540
08Aanschaffingen527527

Artikel 08.03. Aankoop en herstellingen van decoraties

De herziening van het decoratiestelsel leidde onder andere tot de introductie van het nieuwe onderscheidingsteken voor de graad van Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Daartoe werd een Europese aanbestedingsprocedure gevolgd. De opdracht werd gegund aan De Nederlandse Munt NV. De kosten bleken echter hoger te liggen dan geraamd. Bovendien moest nog in 1995 een voorraad worden opgebouwd, teneinde in 1996 te kunnen starten met de uitreiking van de nieuwe onderscheidingen. Tenslotte werd er in 1995 een aanzienlijk groter aantal onderscheidingen uitgereikt. Al deze factoren tezamen leidden tot een hogere realisatie dan geraamd.

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19953 1463 146
Stand na 2e suppletore begroting 19953 1473 147
Realisatie2 8403 520

Artikel 08.04. Diverse toelagen

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19951212
Stand na 2e suppletore begroting 19951212
Realisatie1212

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  Verplichtingen Uitgaven
  RamingRealisatie RamingRealisatie
01Toelagen aan Ridders en weduwen van Ridders der Militaire Willems Orde12121212
02Toelagen verbonden aan het ereteken voor Moed en Trouw
03Toelagen aan Broeders en weduwen van Broeders in de Orde van de Nederlandse Leeuw

Artikel 08.05. Erepenningen en getuigschriften

Aangezien de raming op dit artikel minimaal was en er de afgelopen jaren geen sprake was van realisatie zijn de geraamde middelen gerealloceerd naar artikel 08.03 «Aankoop en herstellingen van decoraties».

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 199511
Stand na 2e suppletore begroting 1995VervallenVervallen
Realisatie

Artikel 08.06. Kapittel voor de civiele orden

Zoals reeds toegelicht in de paragraaf «Algemeen Kanselarij der Nederlandse Orden» zijn de middelen van dit artikel gerealloceerd naar artikel 08.01 «Personeel en materieel» (Kanselarij der Nederlandse Orden).

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19951 0001 000
Stand na 2e suppletore begroting 1995VervallenVervallen
Realisatie

09. Kabinet der Koningin

Algemeen Kabinet der Koningin

In de afgelopen jaren was het budget van het Kabinet der Koningin onder druk komen te staan. In de praktijk leidde dat tot bezuinigingen op materiële uitgaven en opleidingen. In vervolg op een doorgevoerde reorganisatie is het budget bij 1e suppletore begroting 1995 structureel verhoogd.

Artikel 09.01. Personeel en materieel

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand ontwerp-begroting(x f 1 000)

 VerplichtingenUitgaven
Stand ontwerp-begroting 19952 5502 550
Stand na 2e suppletore begroting 19952 9432 943
Realisatie2 8772 885

Confrontatie verplichtingen- en uitgavenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  Verplichtingen Uitgaven
  RamingRealisatieRaming Realisatie
05Actief regulier personeel2 3232 1952 3232 195
06Overige personeelsuitgaven3838
07Algemene uitgaven193329193337
08Aanschaffingen3431534315

ONTVANGSTEN

01. Algemeen

Artikel 01.01. Inhouding op salarissen voor dienstverlening

In 1995 hebben zich geen inhoudingen op salarissen voor dienstverlening voorgedaan.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  199527
Stand na 2e suppletore begroting 199527
RealisatieNihil

Artikel 01.02. Bijdragen van belanghebbenden voor inkoop van diensttijd voor pensioen

Er zijn geen ontvangsten geweest in 1995 in verband met bijdragen van belanghebbenden voor inkoop van diensttijd voor pensioen.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  1995Memorie
Stand na 2e suppletore begroting 1995Memorie
RealisatieNihil

Artikel 01.03. Diverse ontvangsten

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  1995300
Stand na 2e suppletore begroting 1995300
Realisatie223

02. Eerste Kamer der Staten-Generaal

Artikel 02.01. Diverse ontvangsten

In de loop van de begrotingsuitvoering is een beheersmatige desaldering verwerkt in de raming.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  1995105
Stand na 2e suppletore begroting 1995170
Realisatie190

Confrontatie ontvangstenramingen op artikelonderdeelniveau van de stand ontwerp-begroting met de realisatie (x f 1 000)

  Ontvangsten
  RamingRealisatie
01Diverse ontvangsten98187
02Inhouding voor het pensioen van de Voorzitter van de Eerste Kamer   
 of zijn betrekkingen73

03. Tweede Kamer der Staten-Generaal

Artikel 03.01. Inhoudingen voor pensioenen van de leden van de Tweede Kamer of hun betrekkingen

De oorspronkelijke raming van deze ontvangsten had zowel betrekking op de inhouding voor pensioenen als op de inhouding voor de «pseudo-premies». Door een gewijzigde systematiek heeft de verantwoording op dit artikel met ingang van 1995 alleen nog betrekking op de inhouding voor pensioenen. Op basis van de ontvangstenrealisatie ten tijde van de Najaarsnota 1995 is de raming neerwaarts bijgesteld.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  19951 420
Stand na 2e suppletore begroting 1995700
Realisatie583

Artikel 03.02. Omzet restaurant

In de begrotingsuitvoering bleek dat de omzet van het restaurant lager was dan geraamd. De raming is derhalve bij eerste suppletore begroting verlaagd. De realisatie wijkt nauwelijks af van de aangepaste raming.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  19951 712
Stand na 2e suppletore begroting 19951 442
Realisatie1 416

Artikel 03.03. Diverse ontvangsten

Na verwerking van de – desalderende – verhoging van deze raming in de uitvoering met f 0,646 mln, is nog sprake van een hogere realisatie ad f 0,545 mln. Als verklaring hiervoor kan worden gewezen op de verrekening van de omzetbelasting bij het Restaurantbedrijf, de afrekeningen inzake de fractiekostenregeling en een hoger dan geraamd niveau van doorberekening van kantoorbenodigdheden in het kader van de fractiekostenregeling.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  1995382
Stand na 2e suppletore begroting 19951 028
Realisatie1 573

04. Staten-Generaal Algemeen

Artikel 04.01. Diverse ontvangsten

Als gevolg van een lager dan verwachte afrekening van de Beneluxraad, blijft de ontvangstenrealisatie enigszins bij de raming achter.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  199570
Stand na 2e suppletore begroting 199550
Realisatie40

05. Raad van State

Artikel 05.01. Diverse ontvangsten

Belangrijkste ontvangsten op dit artikel betreffen de ontvangsten uit griffierechten. Bij 2e suppletore begroting is de raming verlaagd in het licht van het afgenomen aantal ingekomen zaken bij de Raad van State.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  19953 919
Stand na 2e suppletore begroting2 819
Realisatie2 868

06. Algemene Rekenkamer

Artikel 06.01. Diverse ontvangsten

De ontvangsten van de Algemene Rekenkamer betreffen voornamelijk ontvangsten die samenhangen met uitgaven op het gebied van kinderopvang en het vervoerplan, alsmede ontvangsten in verband met projecten die ten behoeve van internationale organisaties worden uitgevoerd. Met name deze projecten hebben een incidenteel karakter.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  1995124
Stand na 2e suppletore begroting 1995217
Realisatie242

07. Nationale ombudsman

Artikel 07.01. Diverse ontvangsten

De ontvangsten van de Nationale ombudsman betreffen voornamelijk ontvangsten die samenhangen met uitgaven op het gebied van kinderopvang en het vervoerplan.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  1995111
Stand na 2e suppletore begroting 1995141
Realisatie152

08. Kanselarij der Nederlandse Orden en Kapittel voor de civiele orden

Artikel 08.01. Diverse ontvangsten

De ontvangsten van de Kanselarij betreffen voornamelijk ontvangsten in verband met bruikleen van de decoraties voor onbepaalde tijd. Hiervoor was in 1995 minder belangstelling dan geraamd.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  199516
Stand na 2e suppletore begroting 199565
Realisatie54

09. Kabinet der Koningin

Artikel 09.01. Diverse ontvangsten

De ontvangsten van het Kabinet der Koningin betreffen ontvangsten in verband met kinderopvang en het vervoerplan. Daarnaast heeft het Kabinet der Koningin incidenteel ontvangsten gehad als gevolg van een vergoeding van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds voor aangepaste communicatie-apparatuur voor een medewerker van het Kabinet der Koningin.

Opbouw ontvangstenraming vanaf de stand ontwerp-begroting (x f 1 000)

 Ontvangsten
Stand ontwerp-begroting  19951
Stand na 2e suppletore begroting 19958
Realisatie22

Bijlage bij de toelichting op de rekening: M&O-beleid

Interimregeling Ziektekosten

In 1995 is de Interimregeling Ziektekosten aangepast, in die zin dat de bewijslast nu bij de medewerkers ligt. Het houdt in dat de medewerkers periodiek moeten aantonen recht te hebben op de regeling. Daartoe is in 1995 10% van het medewerkersbestand gevraagd deze bewijslast te leveren. De wijze waarop de steekproef wordt genomen is vastgesteld door de Accountantsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Naast bovenstaande steekproeven worden gegevens binnen de Rijksdienst uitgewisseld. Hierdoor kunnen «kruiselingse partneraanvragen» worden opgespoord.

Het controleprogramma op de verstrekking van de Interimregeling Ziektekosten is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer.

Het terzake gevoerde M&O-beleid heeft betrekking op alle artikelen personeel en materieel.

Dienst Uitvoering Ontslaguitkeringsregelingen (DUO)

Het M&O-beleid inzake post-actieven wordt uitgevoerd door de Dienst Uitvoering Ontslaguitkeringsregelingen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het spitst zich toe op de van derden ontvangen gegevens betreffende neveninkomsten, die in verband met anti-cumulatiebepalingen mogelijkerwijs dienen te worden verrekend casu quo teruggevorderd.

DUO controleert maandelijks aan de hand van het formulier «opgave neveninkomsten» de wachtgelders. Daarnaast wordt jaarlijks een neveninkomstenopgave gevraagd aan de uitkeringsgerechtigden. Als derde en finale controle worden de bij DUO bekende gegevens vergeleken met de inkomensbestanden, welke door de belastingdienst ter beschikking worden gesteld. Eventuele afwijkingen ten opzichte van het DUO-bestand worden gecontroleerd op frauduleuze handelingen en bij fraude van de uitkeringsgerechtigde teruggevorderd.

Het terzake gevoerde M&O-beleid heeft betrekking op de volgende artikelen:

01.06Post-actieven
03.03Pensioenen en uitkeringen aan de oud-leden en aan de weduwen en wezen van de oud-leden van de Tweede Kamer
07.02Uitkeringen en pensioenen gewezen Nationale ombudsman en Substituut.

Neveninkomsten schadeloosstelling leden Tweede Kamer en Voorzitter Eerste Kamer

De controle op de neveninkomsten van leden van de Tweede Kamer en de Voorzitter van de Eerste Kamer wordt conform de wettelijke regeling uitgevoerd door de Belastingdienst.

Neveninkomsten Staatsraden in buitengewone dienst bij de Raad van State

De inhoudingen in verband met neveninkomsten van Staatsraden in buitengewone dienst met een deeltijdfactor vinden plaats op grond van opgaven van de Staatsraden in buitengewone dienst.

SALDIBALANS PER 31 DECEMBER 1995 VAN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINET DER KONINGIN (II) EN DE BIJ DIE SALDIBALANS BEHORENDE TOELICHTING

1)Uitgaven 1994256 658 680,232)Ontvangsten 19947 289 414,38
1)Uitgaven 1995268 971 528,852)Ontvangsten 19957 361 542,15
      
3)Liquide middelen270 008,20   
      
4)Rekening-courant RHB 4a)Rekening-courant RHB506 186 659,12
      
5)Uitgaven buiten begrotingsverband (=intra-comptabele vorderingen)1 789 721,226)Ontvangsten buiten begrotingsverband (=intra-comptabele schulden)6 852 322,85
      
7)Openstaande rechten0,007a)Tegenrekening openstaande rechten0,00
      
8)Extra-comptabele vorderingen87 076,108a)Tegenrekening extra-comptabele vorderingen87 076,10
      
9a)Tegenrekening extra-comptabele schulden0,009)Extra-comptabele schulden 0,00
      
10)Voorschotten35 964 405,3310a)Tegenrekening voorschotten35 964 405,33
      
11a)Tegenrekening openstaande verplichtingen8 803 380,7011)Openstaande verplichtingen 8 803 380,70
      
12)Deelnemingen0,0012a)Tegenrekening deelnemingen0,00
 Totaal572 544 800,63 Totaal572 544 800,63

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS VAN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINET DER KONINGIN (II) OVER HET JAAR 1995

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten 1994 en 1995

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot de jaren waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd (1994 en 1995).

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken (gebaseerd op het laatste dagafschrift) en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders.

Het totaalbedrag van f 270 008,20 is als volgt opgebouwd:

Eerste Kamerf2 471,75
Tweede Kamerf197 335,76
Raad van Statef41 506,50
Algemene Rekenkamerf4 428,02
Nationale ombudsmanf2 010,35
Kanselarij der Nederlandse Ordenf2 368,88
Kabinet der Koninginf 19 886,94
Totaalf270 008,20

Ad 4. Rekening-courant RHB

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen is het bedrag overeenkomstig de laatste opgave van genoemd departement.

Ad 5. Uitgaven buiten begrotingsverband (= intra-comptabele vorderingen)

Het bedrag van f 1 789 721,22 aan uitgaven buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

a. Vorderingen kasbeheerders Hoge Colleges van Staat en Kabinet der Koningin:  
Eerste Kamerf  18 783,12
Tweede Kamerf  267 143,44
Raad van Statef  342 387,67
Algemene Rekenkamerf  11 744,90
Nationale ombudsmanf  3 761,15
Kabinet der Koninginf   300,00
b. Overige intra-comptabele vorderingenf 1 145 600,94
Totaalf 1 789 721,22

ad a. Vorderingen kasbeheerders Hoge Colleges van Staat en Kabinet der Koningin

Dit betreft de door de kasbeheerders middels de maandverantwoording opgegeven stand van de openstaande vorderingen per 31 december 1995.

De vorderingen van de Tweede Kamer bestaan voor het grootste deel uit een vordering op het GAK, die met de eindafrekening 1995 in 1996 zal worden verrekend. Het restant betreft vorderingen op kamerleden en personeel onder andere met betrekking tot te veel betaalde voorschotten buitenlandse dienstreizen. Deze vorderingen worden in 1996 afgerekend.

De vorderingen van de Raad van State bestaan voornamelijk uit voor derden betaalde proceskosten.

ad b. Overige intra-comptabele vorderingen

Het saldo bestaat voornamelijk uit een jaarlijks terugkerende overlopende post betreffende sociale lasten (f 988 357,19).

Ad 6. Ontvangsten buiten begrotingsverband (= intra-comptabele schulden)

Het bedrag van f 6 852 322,85 aan ontvangsten buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

a. Schulden kasbeheerders Hoge Colleges van Staat en Kabinet der Koningin:  
Eerste Kamerf  12 499,86
Tweede Kamerf  341 589,34
Raad van Statef  385 300,48
Nationale ombudsmanf  10 000,00
Kabinet der Koninginf  6 500,00
b. Nog af te dragen loonheffing en sociale premiesf 5 980 202,60
c. Overige intra-comptabele schuldenf  116 230,57
Totaalf 6 852 322,85

ad a. Schulden kasbeheerders Hoge Colleges van Staat en Kabinet der Koningin

Betreft de door de kasbeheerders middels de maandverantwoording opgegeven stand van de openstaande schulden per 31 december 1995.

De intra-comptabele schulden van de Tweede Kamer bestaan voor het grootste deel uit afdracht loonheffing (f 213 920,93) en voorschotten inzake loonbetalingen aan persoonlijke medewerkers van kamerleden (f 31 559,96) die nog moeten worden doorbetaald in 1996.

De schuld van de Raad van State bestaat uit ontvangen proceskosten ad f 379 858,76, die in 1996 nog moeten worden doorbetaald.

ad b. Nog af te dragen loonheffing en sociale premies

Het betreft de in de maand december 1995 ingehouden loonheffing en sociale premies die in de maand januari 1996 aan de betreffende instanties zijn doorbetaald.

ad c. Overige intra-comptabele schulden

Het saldo bestaat voor een bedrag van f 62 478,38 uit kruisposten. Dit is te wijten aan een niet gelijktijdige verwerking van mutaties bij de Postbank enerzijds en de Nederlandsche Bank anderzijds. Het restant betreft inhoudingen op salarisbetalingen december 1995 die in februari 1996 zijn doorbetaald.

Ad 8. Extra-comptabele vorderingen

Ad 8a. Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

Deze post ad f 87 076,10 heeft betrekking op vorderingen van de Stichting Bedrijfsrestaurant van de Tweede Kamer.

Ad 10. Extra-comptabele voorschotten

Ad 10a. Tegenrekening extra-comptabele voorschotten

Het totaalbedrag van f 35 964 405,33 is als volgt opgebouwd:

Eerste Kamerf  14 700,00
Tweede Kamerf 35 870 869,69
Algemene Rekenkamerf  54 483,64
Nationale ombudsmanf  19 050,00
Kanselarij der Nederlandse Ordenf  5 302,00
Totaalf 35 964 405,33

De voorschotten van de Tweede Kamer zijn in 1994 en 1995 verstrekt in het kader van de Regeling fractiekosten Tweede Kamer.

De post van de Algemene Rekenkamer bestaat voornamelijk uit voorschotten verstrekt in het kader van het OV-Vervoerplan (f 51 216,86).

Ad 11. Openstaande verplichtingen

Ad 11a. Tegenrekening openstaande verplichtingen

Het bedrag van f 8 803 380,70 aan openstaande verplichtingen is als volgt opgebouwd:

Verplichtingen 1 januari 1995 f 9 972 362,56 
Aangegane verplichtingen in 1995 f 268 668 426,16+
  f 278 640 788,72  
    
Tot betaling gekomen in 1995f 268 971 528,85   
Negatieve bijstellingen van aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjarenf  865 879,17 +   
    
  f 269 837 408,02–/–
Openstaande verplichtingen 31 december 1995 f 8 803 380,70 

De negatieve bijstelling van aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren hebben betrekking op:

Artikel 03.04 Personeel en materieel (Tweede Kamer)f 282 356,80
Artikel 05.02 Personeel en materieel (Raad van State)f 576 010,01
Artikel 06.02 Personeel en materieel (Algemene Rekenkamer)f 7 512,36
Totaalf 865 879,17
Naar boven