Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201624804 nr. 87

24 804 Veiligheidsbeleid Burgerluchtvaart

Nr. 87 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU EN DE MINISTERS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE, VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 november 2015

Op 31 oktober jongstleden is een vliegtuig van de Russische maatschappij Kogalimavia neergestort in Egypte. Het is zeer te betreuren dat hierbij zoveel slachtoffers zijn gevallen. Ons medeleven gaat uit naar de nabestaanden. De Minister-President en de Minister van Buitenlandse zaken hebben condoleances aan hun Russische collegae overgebracht.

Onder andere Russische en Egyptische experts zijn reeds begonnen met een onderzoek naar de oorzaak van het neerstorten van deze Russische Airbus. Afgelopen week is door diverse bronnen naar buiten gebracht dat de crash zeer waarschijnlijk is veroorzaakt door een bom aan boord van het vliegtuig. Met deze brief informeren wij uw Kamer over de stappen die de overheid heeft genomen om relevante informatie met de luchtvaartmaatschappijen te delen, zodat zij op basis van hun eigen risicoanalyse gericht maatregelen konden treffen. Daarna wordt kort ingegaan op de taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen.

Informatie over de veiligheid op de luchthaven van Sharm-el-Sheikh

De overheid heeft op dinsdag 3 november informatie ontvangen waaruit bleek dat de crash van het Russische toestel mogelijk werd veroorzaakt door een bom aan boord. De NCTV, de AIVD en het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn daarop direct in overleg getreden met de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen, zodat zij gericht maatregelen konden treffen voor hun vluchten naar Egypte. De eerstvolgende vlucht van een Nederlandse luchtvaartmaatschappij vanaf de luchthaven van Sharm-el-Sheikh stond pas voor zondag 8 november gepland.

Het Verenigd Koningrijk bleek experts naar de luchthaven van Sharm-el-Sheikh te hebben gestuurd om onderzoek te doen naar de beveiliging van de luchthaven.

Aangezien het steeds waarschijnlijker leek dat een terroristische aanslag de oorzaak van de crash was, is er veelvuldig overleg geweest tussen de NCTV, AIVD, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de luchtvaartmaatschappijen om aanvullende informatie te delen en te bespreken. Dit betrof ook informatie die voortkwam uit overleg met andere landen, zowel bilateraal als in EU-verband. Zodra nieuwe informatie beschikbaar komt, zal de Nederlandse overheid opnieuw in contact treden met de luchtvaartmaatschappijen.

Omdat er aanwijzingen kwamen dat de beveiliging van het vliegveld van Sharm-el-Sheikh onvoldoende was, heeft de Minister van Buitenlandse Zaken direct het reisadvies voor Egypte aangepast. Vervolgens besloten luchtvaartmaatschappijen voorlopig geen passagiers naar Sharm-el-Sheikh te vervoeren. Passagiers worden wel opgehaald. Om deze vluchten veilig te kunnen uitvoeren nemen luchtvaartmaatschappijen extra maatregelen. Ten aanzien van de andere luchthavens in Egypte hebben de luchtvaartmaatschappijen besloten om aanvullende maatregelen te nemen of geen vluchten meer uit te voeren. Sinds

9 november adviseert de Minister van Buitenlandse Zaken de burgers uit voorzorg niet van en naar Egyptische luchthavens te vliegen tenzij de luchtvaartmaatschappij extra veiligheidsmaatregelen neemt.

Algemene taken en verantwoordelijkheden

De wijze waarop de overheid de afgelopen week heeft gehandeld is conform de bestaande afspraken en verantwoordelijkheden. De Nederlandse inlichtingdiensten doen geen specifiek onderzoek naar de mondiale dreiging tegen de burgerluchtvaart. Wanneer de overheid echter beschikt over concrete, tegen de burgerluchtvaart gerichte dreigingsinformatie worden de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen daarover geïnformeerd. Dit gebeurt door de NCTV in nauwe samenwerking met de diensten en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu deelt informatie afkomstig van ICAO en EASA met de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen en de NCTV.

Het is de verantwoordelijkheid van luchtvaartmaatschappijen om te zorgen voor een veilige uitvoering van een vlucht. Mede op basis van de informatie die de overheid met hen deelt, maken de luchtvaartmaatschappijen een eigen risico analyse en kunnen ze maatregelen treffen. In 2014 en 2015 zijn er ten aanzien van het luchtruim boven de Sinaï door verschillende autoriteiten en landen waarschuwingen afgegeven over het vliegen onder flightlevel 260. Deze (openbare) informatie is door de luchtvaartmaatschappijen meegenomen in hun risico analyse. KLM vluchten in dit gebied vlogen niet lager dan flightlevel 260.

Dreigingsbeeld

De Nederlandse overheid heeft een specifieke verantwoordelijkheid voor het vaststellen van het terroristische dreigingsbeeld en de concrete dreiging tegen Nederlandse belangen. In het Dreigingsbeeld Terrorisme (DTN) dat op 9 november door de NCTV is uitgebracht, is aangegeven dat de veiligheidssituatie in Egypte, en dan met name in de Noord-Sinaï, is verslechterd door de opkomst van terroristische groepen. Westerse autoriteiten zijn al langer alert op terroristische dreiging van ISIS en andere groeperingen. Ook na de crash in de Sinaï blijft het algemene dreigingsniveau, dat door de NCTV wordt vastgesteld, staan op «substantieel».

Reisadviezen aan burgers

De Minister van Buitenlandse Zaken geeft reisadviezen aan burgers. Reisadviezen worden zorgvuldig samengesteld na raadpleging van meerdere bronnen, waaronder ambassades, andere EU-landen en inlichtingendiensten. Er moeten concrete feiten of aanwijzingen liggen om over te gaan tot een negatief reisadvies.

In Egypte geldt nu kleurcode rood (reis niet) voor het noorden van de Sinaï en het grensgebied met Libië. Ook naar een deel van het grensgebied met Soedan (Hala’ib-driehoek) geldt de kleurcode rood. In verband met een verhoogd risico op geweld en terroristische aanslagen worden voor de rest van Egypte niet noodzakelijke reizen ontraden (kleurcode oranje). Uitzondering zijn Caïro, Alexandrië, de Nijldelta en de hotelresorts aan de Afrikaanse kust van de Rode Zee en de Golf van Suez, de hotelresorts in Zuid-Sinaï, en de steden Luxor, Aswan en Abu Simbel. Het advies luidt om daar extra alert te zijn en zoveel mogelijk in de hotels en resorts te blijven, gezien de veiligheidssituatie en de dreiging van terroristische aanslagen.

Er zijn aanwijzingen dat de beveiliging van het vliegveld van Sharm-el-Sheikh onvoldoende is. Voor andere vliegvelden in Egypte zijn deze concrete aanwijzingen er niet. Maar in heel het land is er een verhoogd risico op terroristische aanslagen. Daarom adviseert het Ministerie van Buitenlandse Zaken uit voorzorg om alleen van en naar Egyptische luchthavens te vliegen als de luchtvaartmaatschappij extra veiligheidsmaatregelen neemt. Die maatregelen gelden vooral voor de ruimbagage van passagiers. Nederlandse luchtvaartmaatschappijen en touroperators nemen nu extra veiligheidsmaatregelen op alle vliegvelden in Egypte.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninksrijkrelaties, R.H.A. Plasterk