Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201124804 nr. 81

24 804 Veiligheidsbeleid Burgerluchtvaart

Nr. 81 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 juni 2011

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 28 juni 2011 met kenmerk 2011D35241 inzake een artikel over het onderzoek naar de vliegramp in Tripoli, Libië.

Mede in het licht van uw eerdere wens is contact gelegd met de Internationale Burgerluchtvaart Organisatie (ICAO) en is gekeken naar het oprichtingsverdrag en de regelgeving van die organisatie.

Daaruit blijkt dat alle ICAO-lidstaten gehouden zijn om bij een ongeval in ieder geval elk jaar op de datum van het ongeval, een (tussen)rapportage op te stellen en te publiceren1 waarin een toelichting wordt gegeven op de stand van zaken, zolang het volledig onderzoek niet is afgerond.

Een dergelijke (tussen)rapportage is door de Libische autoriteiten niet voor of op 12 mei 2011 geleverd. Op basis van deze gegevens heb ik uw Kamer reeds eerder geïnformeerd. Heden is deze informatie en stand van zaken nogmaals bevestigd door ICAO.

De regering zet zich onverkort in voor het zo snel mogelijk wegnemen van de knellende onzekerheid bij de nabestaandn over de oorzaak van de vliegramp.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal


X Noot
1

Annex 13 , paragraaf 6.6:

If the report cannot be made publicly available within twelve months, the State conducting the investigation shall make an interim statement publicly available on each anniversary of the occurrence, detailing the progress of the investigation and any safety issues raised.