Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202024804 nr. 107

24 804 Veiligheidsbeleid Burgerluchtvaart

Nr. 107 MOTIE VAN HET LID LAÇIN C.S.

Voorgesteld 4 februari 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het in Nederland zo is geregeld dat individuele luchtvaartmaatschappijen uiteindelijk beslissen welke routes zij vliegen en welke bestemmingen ze aandoen;

constaterende dat het in andere landen, waaronder de VS, het VK, Duitsland en Frankrijk, mogelijk is dat overheden ingrijpen en het vliegen over en naar conflictgebieden kunnen verbieden;

overwegende dat veiligheid een publieke taak is en het onwenselijk is dat luchtvaartmaatschappijen hierin het laatste woord hebben;

overwegende dat het voor overheden mogelijk moet zijn om in te grijpen indien nodig en noodzakelijk;

overwegende dat verschillende overheidsinstanties, de inlichtingendienst en de luchtvaartmaatschappijen samen een expertgroep vormen;

verzoekt de regering, te verkennen of de overheidsinstanties binnen de expertgroep doorzettingsmacht kunnen krijgen als het gaat om het besluit om wel of niet over en naar conflictgebieden te vliegen en welke overheidsinstantie dan aanspreekbaar is als eindverantwoordelijke,

en gaat over tot de orde van de dag.

Laçin

Ploumen

Graus