24 802
Rechtshandhaving en Veiligheid

24 807
Taakstraffen

nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 27 augustus 1996

Bijgaand zend ik u op verzoek van de vaste commissie voor Justitie beslispunten behorende bij de nota's «In juiste verhouding», het regeringsstandpunt op het rapport van de commissie Heroverweging Instrumentarium Rechtshandhaving (cie Korthals Altes) en «Voor straf werken en leren», de beleidsnota taakstraffen.

De Minister van Justitie a.i.,

H. F. Dijkstal

BESLISPUNTEN BELEIDSNOTA TAAKSTRAFFEN

1. Er wordt gestreefd naar substitutie van 350 detentieplaatsen door taakstraffen in 1998, oplopend tot 650 plaatsen in het jaar 2000 (pag. 11).

2. Het aantal werkstrafprojectplaatsen wordt de komende jaren uitgebreid tot 25.000 plaatsen. Deze uitbreiding zal vooral worden gerealiseerd door het opzetten van groepsprojecten in bijvoorbeeld het landschapsonderhoud. Er wordt voorgesteld een experiment te starten met een (semi)commerciële werkstraf, waarbij de inkomsten bijvoorbeeld aangewend kunnen worden voor slachtoffers (pag. 17 en 18). Bestaande leerstraffen, die op basis van onderzoek nuttig en effectief zijn gebleken, worden uitgebreid (pag. 21).

3. De kwaliteit van taakstraffen zal worden verbeterd door uitvoeringsbelemmeringen weg te nemen, zoals de doorbetaling van een uitkering bij de uitvoering van een taakstraf, het verbeteren van de nazorg en de ontwikkeling van een kwaliteitskader voor leerstraffen (pag. 14–16 en 20).

4. Voor jeugdigen wordt vooral gestreefd naar uitbreiding van zwaardere leerstrafsoorten, zoals de Kwartaalcursus, dit in relatie tot de uitvoering van de aanpak jeugdcriminaliteit (pag. 21).

5. Op basis van de ervaringen met de experimentele toepassing van leerstraffen voor jong-volwassenen wordt alleen overgegaan tot de invoering van zwaardere leerstrafvormen voor jong-volwassenen, onder meer het Dagtrainingscentrum en de leer/werkstraf (pag. 19 en 21).

6. Er zal een wetsvoorstel taakstraffen worden aangeboden dat de volgende elementen bevat.

– De toepassing van «taakstraffen» door het OM mogelijk maken. Het OM kan aan de verdachte het aanbod doen maximaal 120 uren taakstraf te verrichten ter voorkoming van strafvervolging.

– De instemming van de verdachte met de oplegging van een werkstraf kan op de zitting door de verdachte zelf, de raadsman, of door middel van een getekende verklaring kenbaar worden gemaakt. Bij verstek kan de instemming eventueel na het onherroepelijk worden van het vonnis achteraf schriftelijk worden gegeven.

– De leerstraf voor volwassenen zal een wettelijke basis krijgen.

– De taakstraf als zelfstandige straf opnemen in het Wetboek van Strafrecht. Een hoofdstraf taakstraf kan bestaan uit een werkstraf, een leerstraf of een combinatie van beide. Het zelfstandige karakter komt, naar analogie van de geldboete, vooral tot uitdrukking in het mogelijk maken van de toepassing van «taakstraffen» door het OM, de oplegging van de werkstraf bij verstek, de combinatie van taakstraffen en andere hoofdstraffen en het bij vonnis bepalen van de subisidiaire hechtenis door de rechter.

– Omdat leerstraffen over het algemeen langer duren en gezien hun aard een andere inspanning vergen van de veroordeelde wordt het aantal uren uitgebreid tot 480. Het maximum aantal uren voor de werkstraf blijft echter 240. Er kan een leerstraf van 480 uur worden opgelegd, of een combinatie van een leerstraf en een werkstraf waarvan de totale duur niet meer bedraagt dan 480.

– De rechter hoeft vooraf niet meer een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf te overwegen. Wel wordt aan de taakstraf een toepassingsmaximum verbonden: van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf tot 12 maanden, mag maximaal 6 maanden vrijheidsstraf door een taakstraf worden vervangen.

– De wettelijke regeling van de werk- en leerstraf voor jeugdigen blijkt in de praktijk een aantal knelpunten te bevatten, waarvoor wetswijziging noodzakelijk is. Deze wijzigingen worden opgenomen in het wetsvoorstel taakstraffen.

BESLISPUNTEN NOTA IN JUISTE VERHOUDING

Veiligheidseffect Rapportages (VER)

0. De Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken zullen door het opstellen van Veiligheidseffect Rapportages (VER) vaker bestaand en voorgenomen beleid van andere departementen expliciet gaan toetsen op mogelijke effecten op de criminaliteit, in het bijzonder op het ontstaan van risicogroepen en dadergroepen in de concentratiewijken.

Huizen van Justitie

1. In enkele grote steden zullen experimenten plaatsvinden met de plaatsing van vertegenwoordigers van het openbaar ministerie in wijkbureaus in de meest problematische wijken.

Requireerbeleid

2. Op landelijk niveau zal door het openbaar ministerie worden voortgegaan met de opstelling van requireerrichtlijnen. Er zal worden gezocht naar mogelijkheden om de zeer lange vrijheidsstraffen waarvan het maatschappelijke rendement zeer onzeker is, af te toppen. Het openbaar ministerie zal kunnen beschikken over actuele kencijfers over de ontwikkeling van de opgelegde detentiejaren in relatie tot de beschikbare capaciteit.

Detentie

De volgende beslispunten staan los van de al geplande, zeer aanzienlijke capaciteitsuitbreidingen in de drie sectoren van de Dienst Justitiële Inrichtingen:

3. De toepassing van taakstraffen ter vervanging van korte vrijheidsstraffen zal worden geïntensiveerd.

4. Gedetineerden die daarvoor in aanmerking komen zullen eerder dan op het thans geldende VI-tijdstip door middel van het zogenaamde pentitentiair programma in staat worden gesteld de inrichting te verlaten; voorwaarde daarbij is deelname aan een resocialisatie-gericht extramuraal programma;

5. De doorstroom van TBS-gestelden naar instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg zal worden geïntensiveerd;

6. De toepassing van elektronisch toezicht zal na evaluatie van de experimentele ervaringen landelijk worden ingevoerd;

7. In de grotere steden zullen contingenten cellen beschikbaar worden gesteld voor overlast veroorzakende misdrijfplegers die via snelrecht tot een betrekkelijk korte vrijheidsstraf worden veroordeeld;

8. In de vier grote steden zullen bijzondere contingenten cellen beschikbaar worden gesteld voor illegale vreemdelingen die tevens een strafbaar feit hebben gepleegd;

9. Het experiment strafrechtelijke opvang voor verslaafden zal worden verbreed en zal worden gestoeld op een wettelijke basis.

10. De richtlijn heenzendingen zal in die zin worden aangepast dat afgestraften met een kort strafrestant in noodgevallen plaats kunnen maken voor in te sluiten onveroordeelden.

Handhaving regelgeving langs bestuursrechtelijke of privaatrechtelijke weg

11. Er zal een stuurgroep worden ingesteld die tot taak heeft nader onderzoek te laten verrichten naar:

11.1 de huidige bestuurspraktijk teneinde te achterhalen wat de factoren zijn die in de weg staan aan een adequaat toezicht en aan een duidelijke en consequente handhavingsreactie

11.2 de wijze waarop de bestuursrechtelijke repressieve handhaving het beste kan worden georganiseerd, in het bijzonder of een zekere scheiding tussen uitvoering en toezicht enerzijds en sanctie-oplegging anderzijds wenselijk is, en zo ja

11.3 de wijze waarop die scheiding gestalte moet worden gegeven, en zo nee of de organisatie van de bestuursrechtelijke handhaving op andere wijze kan worden verbeterd;

11.4 de vraag of de invoering van een preventieve rechterlijke toets een bijdrage levert aan een betere hantering van de instrumenten van bestuursdwang en dwangsom, en zo ja hoe zo'n toets is in te passen in het stelsel van bestuursrechtelijke handhaving en rechtsbescherming;

11.5 de rol die het privaatrecht kan spelen in aanvulling op de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavingsinstrumenten van de overheid en de vraag of daartoe nadere wettelijke voorzieningen dienen te worden getroffen en zo ja of de wet restricties moet stellen aan het privaatrechtelijke overheidsoptreden (zie paragraaf 18).

Op basis van de bevindingen van deze stuurgroep zal het kabinet dan zijn definitieve standpunt kunnen bepalen ten aanzien van de desbetreffende conclusies en voorstellen van de Commissie.

Naar boven