Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal1995-199624800 nr. 1;2

24 800
Wijziging van enkele wetten in verband met de herziening van het stelsel van bestuurlijke boeten en van het fiscale strafrecht (Invoeringswet bestuurlijke boeten)

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging van enkele wetten in verband met de herziening van het stelsel van bestuurlijke boeten en van het fiscale strafrecht (Invoeringswet bestuurlijke boeten).

De memorie van toelichting (en bijlagen), die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

3 juli 1996

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele wetten te wijzigen in verband met de herziening van het stelsel van bestuurlijke boeten en van het fiscale strafrecht;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Douanewet wordt gewijzigd als volgt:

A. Hoofdstuk 5 komt te luiden:

HOOFDSTUK 5. BESTUURLIJKE BOETEN

Artikel 37

1. Indien voor goederen in tijdelijke opslag waarvoor een summiere aangifte is gedaan de formaliteiten welke nodig zijn om deze goederen een douanebestemming te geven niet worden vervuld binnen de ingevolge artikel 49 van het Communautair douanewetboek geldende termijn, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de boete-inspecteur degene die de formaliteiten binnen deze termijn dient te vervullen en degene door wiens toedoen de formaliteiten niet binnen deze termijn worden vervuld ieder een boete van ten hoogste f 200 kan opleggen.

2. Indien het niet vervullen van de in het eerste lid bedoelde formaliteiten binnen de ingevolge artikel 49 van het Communautair douanewetboek geldende termijn, een douaneschuld doet ontstaan en het daaruit voortvloeiende bedrag aan rechten bij invoer hoger is dan f 200, terwijl het niet vervullen van die formaliteiten binnen die termijn is te wijten aan opzet of grove schuld van één of meer van degenen, bedoeld in het eerste lid, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de boete-inspecteur hem, onderscheidenlijk ieder van hen, een boete van ten hoogste 100 percent van het bedrag van de rechten kan opleggen.

Artikel 38

1. Indien voor goederen welke zijn geplaatst onder de douaneregeling douanevervoer, actieve veredeling (systeem inzake schorsing), behandeling onder douanetoezicht of tijdelijke invoer, de formaliteiten ter beëindiging van die regeling in strijd met wettelijke bepalingen niet of niet tijdig worden vervuld, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de boete-inspecteur degene die die formaliteiten dient te vervullen en degene door wiens toedoen die formaliteiten niet of niet tijdig worden vervuld een boete van ten hoogste f 200 kan opleggen.

2. Indien het in strijd met wettelijke bepalingen niet of niet tijdig vervullen van de in het eerste lid bedoelde formaliteiten een douaneschuld doet ontstaan en het daaruit voortvloeiende bedrag aan rechten bij invoer hoger is dan f 200, terwijl het in strijd met wettelijke bepalingen niet of niet tijdig vervullen van die formaliteiten is te wijten aan opzet of grove schuld van één of meer van degenen, bedoeld in het eerste lid, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de boete-inspecteur hem, onderscheidenlijk ieder van hen, een boete van ten hoogste 100 percent van het bedrag van de rechten kan opleggen.

Artikel 39

1. Indien in een douane-entrepot of in een vrij entrepot een vermis wordt bevonden, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de boete-inspecteur de entreposeur, de entrepositaris, onderscheidenlijk de operateur, een boete van ten hoogste f 200 kan opleggen.

2. Indien het in het eerste lid bedoelde vermis een douaneschuld doet ontstaan en het daaruit voortvloeiende bedrag aan rechten bij invoer hoger is dan f 200, terwijl dat vermis is te wijten aan opzet of grove schuld van de entreposeur, de entrepositaris, onderscheidenlijk de operateur, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de boete-inspecteur hem een boete van ten hoogste 100 percent van het bedrag van de rechten kan opleggen.

Artikel 40

Het overtreden van een krachtens wettelijke bepalingen vastgestelde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling kan bij die algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling worden aangemerkt als een verzuim ter zake waarvan de boete-inspecteur degene aan wie het verzuim te wijten is een boete kan opleggen van ten hoogste het in die algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling te vermelden bedrag. Dat bedrag beloopt ten hoogste f 200 indien het verzuim betrekking heeft op een algemene maatregel van bestuur, en beloopt ten hoogste f 100 indien het verzuim betrekking heeft op een ministeriële regeling.

Artikel 41

De bevoegdheid tot het opleggen van de boeten, bedoeld in dit hoofdstuk, vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop het verzuim of het vergrijp waarop de boete betrekking heeft, heeft plaatsgevonden.

B. In artikel 44, eerste en tweede lid, artikel 46, eerste en tweede lid, artikel 47, eerste en tweede lid, en artikel 51, tweede lid, wordt «of, indien dit hoger is» vervangen door: of, indien dit bedrag hoger is.

C. Artikel 48, tweede lid, wordt vervangen door:

2. Degene die opzettelijk een der feiten begaat, omschreven in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2°, 4°, 5° of 6°, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten.

3. Degene die opzettelijk een der feiten begaat, omschreven in het eerste lid, onderdeel a of b, onder 3, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten.

4. Indien het feit, ter zake waarvan de verdachte kan worden vervolgd, zowel valt onder een van de bepalingen van het tweede of het derde lid, als onder die van artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, is strafvervolging op grond van genoemd artikel 225, tweede lid, uitgesloten.

D. Na artikel 51 wordt ingevoegd:

Artikel 51a

Het recht tot strafvervolging op de voet van dit hoofdstuk, of ingevolge de artikelen 70 en 71 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met betrekking tot een verzuim of een vergrijp als bedoeld in hoofdstuk 5 van deze wet, vervalt ten aanzien van degene aan wie de boete-inspecteur ter zake van dat verzuim of dat vergrijp reeds een bestuurlijke boete heeft opgelegd.

ARTIKEL II

Artikel 27, negende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 komt te luiden:

9. Indien het tweede lid en artikel 67b, 67c of 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen beide toepassing vinden, wordt respectievelijk artikel 67b, artikel 67c of artikel 67f van die wet eenmaal toegepast, met dien verstande dat in het tweede lid van artikel 67f van die wet voor «het bedrag van de belasting» wordt gelezen: het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen.

ARTIKEL III

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt gewijzigd als volgt:

A. In het opschrift van hoofdstuk IX wordt «Administratieve» vervangen door: Bestuurlijke.

B. In artikel 27 wordt «inspecteur» vervangen door: boete-inspecteur.

C. In artikel 28 wordt «inspecteur» vervangen door: boete-inspecteur.

D. In artikel 29 vervallen het eerste, derde, vierde en vijfde lid, alsmede de aanduiding «2.» en wordt «inspecteur» vervangen door «boete-inspecteur».

ARTIKEL IV

De Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt gewijzigd als volgt:

A. Artikel 62, tweede lid, tweede volzin, komt te luiden: In dat geval wordt, indien artikel 67a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen toepassing vindt, die bepaling eenmaal toegepast.

B. In artikel 63, eerste en tweede lid, vervalt telkens: , met uitsluiting van de bij naheffing toegepaste verhoging.

C. Artikel 65, tweede lid, vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.

D. In artikel 66a, zesde lid, vervalt de laatste volzin.

ARTIKEL V

In artikel 25 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vervalt: , met uitsluiting van de bij naheffing toegepaste verhoging.

ARTIKEL VI

De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt gewijzigd als volgt:

A. In het opschrift van hoofdstuk VII wordt «Administratieve» vervangen door: Bestuurlijke.

B.1. In artikel 40, eerste lid, wordt «inspecteur» vervangen door: boete-inspecteur.

B.2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.

C. In artikel 42 wordt «niet voldoet aan een hem bij artikel 37a opgelegde verplichting of een in artikel 38 vervat verbod» vervangen door: het in artikel 38 vervatte verbod.

ARTIKEL VII

De Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt gewijzigd als volgt:

A. Artikel 37 komt te luiden:

Artikel 37

In de gevallen, bedoeld in de artikelen 33, 34, 35 en 36, is artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

B. Artikel 54 komt te luiden:

Artikel 54

In de gevallen, bedoeld in de artikelen 52 en 53, is artikel 37 van overeenkomstige toepassing.

C. Artikel 61 komt te luiden:

Artikel 61

In het geval, bedoeld in artikel 60, is artikel 37 van overeenkomstige toepassing.

D. Artikel 70 komt te luiden:

Artikel 70

In het geval, bedoeld in artikel 69, is artikel 37 van overeenkomstige toepassing.

E. Artikel 77 komt te luiden:

Artikel 77

In het geval, bedoeld in artikel 76, is artikel 37 van overeenkomstige toepassing.

F. In artikel 82 wordt «alsmede de in de naheffingsaanslag begrepen verhoging worden» vervangen door: wordt.

ARTIKEL VIII

Artikel 17a van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 komt te luiden:

Artikel 17a

1. Indien een of meer personen worden vervoerd in de laadruimte van een bestelauto, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de boete-inspecteur aan degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft een boete van ten hoogste f 1000 kan opleggen.

2. De bevoegdheid tot het opleggen van de boete vervalt door verloop van een jaar na het constateren van het in het eerste lid bedoelde verzuim.

ARTIKEL IX

De Wet op de accijns wordt gewijzigd als volgt:

A. Artikel 97 komt te luiden:

Artikel 97

Degene die opzettelijk een in artikel 5 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven accijns.

B. Artikel 98 komt te luiden:

Artikel 98

Degene die opzettelijk een accijnsgoed waarvoor vrijstelling of teruggaaf van accijns is verleend een bestemming geeft waarvoor geen vrijstelling of teruggaaf van accijns zou zijn verleend, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven accijns.

ARTIKEL X

De Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten wordt gewijzigd als volgt:

A. Artikel 41 komt te luiden:

Artikel 41

Degene die opzettelijk een in artikel 39 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.

B. Artikel 42 komt te luiden:

Artikel 42

Degene die opzettelijk alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak waarvoor vrijstelling of teruggaaf van belasting is verleend een bestemming geeft waarvoor geen vrijstelling of teruggaaf van belasting zou zijn verleend, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.

ARTIKEL XI

In artikel 52 van de Successiewet 1956 vervalt het tweede lid, alsmede de aanduiding «1» voor het eerste lid.

ARTIKEL XII

De Gemeentewet wordt gewijzigd als volgt:

A. In artikel 231, tweede lid, wordt na onderdeel b, onder verlettering van de onderdelen c tot en met e in onderscheidenlijk d, e en f, ingevoegd:

c. de boete-inspecteur: de daartoe aangewezen ambtenaar van de gemeentelijke belastingen;.

B. Artikel 234, vijfde lid, komt te luiden:

5. De artikelen 67b, 67c en 67f van de Algemene wet blijven buiten toepassing.

C. In artikel 238, eerste lid, wordt «artikel 9, eerste lid en derde lid, eerste volzin» vervangen door: artikel 9, eerste en derde lid.

D. Artikel 240 vervalt.

E. In artikel 249 wordt «9, eerste tot en met vierde lid» vervangen door: 9, eerste tot en met vijfde lid.

F. Artikel 250, tweede lid, wordt vervangen door:

2. Een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is invorderbaar:

a. indien het een boete betreft als bedoeld in artikel 67b, 67c of 67f van de Algemene wet: met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, onderdeel a;

b. indien het een boete betreft als bedoeld in artikel 67a, 67d of 67e van de Algemene wet: met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, onderdeel b.

3. De belastingverordening kan van het bepaalde in de voorgaande leden afwijkende regels inhouden.

ARTIKEL XIII

De Waterschapswet wordt gewijzigd als volgt:

A. In artikel 123, derde lid, wordt na onderdeel b, onder verlettering van de onderdelen c tot en met e in onderscheidenlijk d, e en f, ingevoegd:

c. boete-inspecteur: de daartoe aangewezen ambtenaar van het waterschap;.

B. In artikel 128, eerste lid, wordt «artikel 9, eerste lid en derde lid, eerste volzin» vervangen door: artikel 9, eerste en derde lid.

C. Artikel 130 vervalt.

D. In artikel 138, eerste lid, wordt «9, eerste tot en met vierde lid» vervangen door: 9, eerste tot en met vijfde lid.

E. Artikel 139, tweede lid, wordt vervangen door:

2. Een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is invorderbaar:

a. indien het een boete betreft als bedoeld in artikel 67b, 67c of 67f van de Algemene wet: met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, onderdeel a;

b. indien het een boete betreft als bedoeld in artikel 67a, 67d of 67e van de Algemene wet: met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, onderdeel b.

3. De belastingverordening kan van het bepaalde in de voorgaande leden afwijkende regels inhouden.

ARTIKEL XIV

Artikel 13, elfde lid, van de Meststoffenwet vervalt, onder vernummering van het twaalfde tot en met zeventiende lid tot elfde tot en met zestiende lid.

ARTIKEL XV

De Luchtvaartwet wordt gewijzigd als volgt:

A. Artikel 37k wordt gewijzigd als volgt:

1. Het derde lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. de inspecteur, onderscheidenlijk de boete-inspecteur: de door Onze Minister van Justitie daartoe aangewezen functionarissen van de exploitant van een luchtvaartterrein.

2. Het vierde lid, eerste volzin, komt te luiden: In afwijking van het derde lid, onder b, treden voor de toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en hoofdstuk II van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken de door Onze Minister van Justitie aan te wijzen ambtenaren in de plaats van de inspecteur, de boete-inspecteur, onderscheidenlijk de ambtenaar die de aanslag heeft opgelegd.

B. Artikel 77a wordt gewijzigd als volgt:

1. Het derde lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. de inspecteur, onderscheidenlijk de boete-inspecteur:

1°. ten aanzien van burgerluchtvaartterreinen: de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat daartoe aan te wijzen functionarissen van de exploitant van een luchtvaartterrein;

2°. ten aanzien van militaire terreinen: de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Financiën daartoe aan te wijzen ambtenaren van de Dienst der Domeinen.

2. Het vierde lid, eerste volzin, komt te luiden: In afwijking van het derde lid, onderdeel b, treden voor de toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en hoofdstuk II van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken de door Onze Minister van Justitie aan te wijzen ambtenaren in de plaats van de inspecteur, de boete-inspecteur, onderscheidenlijk de ambtenaar die de aanslag heeft opgelegd.

ARTIKEL XVI

In artikel 9 van de Natuurschoonwet 1928 vervalt het tweede lid, alsmede de aanduiding «1» voor het eerste lid.

ARTIKEL XVII

De Wet belasting zware motorrijtuigen wordt gewijzigd als volgt:

A.1. Artikel 13, eerste lid, komt te luiden:

1. Indien wordt geconstateerd dat de verschuldigde belasting niet, niet tijdig of niet geheel is betaald, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de boete-inspecteur, in afwijking van de artikelen 67b, 67c en 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, een boete van ten hoogste f 10 000 kan opleggen aan de houder.

A.2. In het tweede lid wordt «vorige» vervangen door: eerste.

A.3. In het derde lid, eerste volzin, wordt «inspecteur» vervangen door «boete-inspecteur» en wordt na «naheffingsaanslag» ingevoegd «door de inspecteur». In de tweede volzin wordt «kalenderjaar» vervangen door: einde van het kalenderjaar.

A.4. Het vierde lid vervalt.

ARTIKEL XVIII

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Financiën,