Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-200224797 nr. 28

24 797
Wijziging van de regels betreffende de verwerking van justitiële gegevens en het stellen van regels met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in persoonsdossiers (Wet justitiële gegevens)

nr. 28
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 april 2002

Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel justitiële gegevens op 4 april 2002 heeft de heer Kuijper een motie ingediend waarin wordt gevraagd welke organisaties die met kinderen en wilsonbekwamen werken wettelijk verplicht zijn om aan een potentiële werknemer te vragen een verklaring omtrent het gedrag over te leggen. Voorts wordt gevraagd naar de organisaties die deze wettelijke verplichting niet hebben en over de wijze waarop deze organisaties verplicht kunnen worden gesteld om een dergelijke verklaring te eisen.

Uw Kamer kon instemmen met een weergave van uitsluitend de wettelijke regelingen voordat voornoemd wetsvoorstel in stemming wordt gebracht. Over de andere punten wordt u geïnformeerd voor de a.s. verkiezingen voor de Tweede Kamer.

Voordat ik de wettelijke regelingen weergeef wil ik u eerst nader informeren over de wijze waarop de verklaring omtrent het gedrag kan worden gebruikt in onder andere de jeugd- en de gehandicaptensector.

In het wetsvoorstel justitiële gegevens wordt de verklaring omtrent het gedrag als zodanig geregeld. Bepaald wordt wat de verklaring inhoudt en hoe de procedure met betrekking tot de afgifte is. Niet wordt geregeld in welke gevallen die verklaring moet worden toegepast. Dit hoort thuis in de sectorale wetgeving.

Voorzover geen wettelijke verplichting aanwezig is, is de overlegging van een verklaring een kwestie van vrijwilligheid. In het concrete geval zal het van de belangen afhangen die degene aan wie om overlegging van een verklaring wordt gevraagd in dat geval heeft, of hij zal weigeren een verklaring aan te vragen. Zo zal een sollicitant aan wie de werkgever in de sollicitatieprocedure heeft gevraagd een verklaring over te leggen, dit verzoek niet afwijzen, indien hij daadwerkelijk in aanmerking wil komen voor de baan.

Ook in de jeugd- en de gehandicaptensector kan aan sollicitanten een verklaring worden gevraagd. Alhoewel er in deze sectoren behoefte is aan een strafrechtelijke screening van personeel is uit ambtelijke contacten naar voren gekomen dat een verklaring niet altijd wordt gevraagd wegens de onbetrouwbaarheid ervan. Ik ben ervan overtuigd dat dit probleem met de nieuwe regeling is opgelost.

Hieronder geef ik, zoals in de bovenvermelde motie wordt verzocht, de wettelijke voorschiften aan waarin een verklaring omtrent het gedrag van degenen die op enigerlei wijze met jeugdigen of gehandicapten werken, verplicht wordt gesteld.

Onderwijssector

Leraren, directieleden en directeuren van een onderwijsinstelling moeten een verklaring omtrent het gedrag overleggen op grond van:

• artikel 2 van de Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs;

• artikel 4.2.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

• artikel 8 van de Wet erkende onderwijsinstellingen;

• artikel 3 van de Wet op de expertisecentra;

• artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs;

• artikel 32, 33, 55 en 126 van de Wet op het voortgezet onderwijs.

Vervoerssector

Een vervoerder moet met het oog op het verkrijgen van een vergunning voor collectief personenvervoer een verklaring omtrent het gedrag overleggen op grond van artikel 22 en 23 van het Besluit personenvervoer 2000.

Maatschappelijke dienstverlening

Op grond van artikel 2 Uitvoeringsregeling reclassering kan als reclasseringsmedewerker slechts worden aangewezen degene die beschikt over een verklaring omtrent het gedrag.

Op grond van artikel 1 van het Besluit observatie-inrichtingen gedetineerden moeten de personeelsleden van goed zedelijk gedrag zijn.

Hetzelfde is in artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit pleegkinderenwet bepaald ten aanzien van de gezinsleden van het gezin waar een pleegkind is opgenomen.

Dit gedrag kan worden aangetoond door overlegging van een verklaring omtrent het gedrag.

Overig

Om het toelatingsexamen voor toegang tot de opleiding vroedvrouw aan de Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen te Rotterdam te mogen afleggen is overlegging van een verklaring omtrent het gedrag nodig.

Met het bovenstaande meen ik uitvoering te hebben gegeven aan de motie-Kuijper in de zin zoals toegezegd.

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals