Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal1995-199624776 nr. 1;2

24 776
Overgangs- en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen)

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende overgangs- en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen).

De memorie van toelichting (en bijlagen), die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

17 juni 1996

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten te regelen, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet in te trekken en in verband daarmee enige wetten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN

ARTIKEL I. ALGEMENE BEGRIPPEN

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

b. het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming: het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, bedoeld in hoofdstuk IV van de Organisatiewet sociale verzekeringen;

c. bedrijfsvereniging: een bedrijfsvereniging als bedoeld in hoofdstuk V van de Organisatiewet sociale verzekeringen;

d. Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

e. Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 34 van de Wet financiering volksverzekeringen, zoals dit artikel luidde op de dag voor de dag van inwerkingtreding van deze wet;

f. Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen: het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, bedoeld in artikel 77 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;

g. Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten: het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, bedoeld in artikel 62 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

2. Onder «Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» wordt verstaan: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende bepalingen, zoals die wet en die bepalingen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, met inbegrip van alle bij of krachtens wet met betrekking tot bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet getroffen invoerings- en overgangsbepalingen die op die dag van kracht waren.

ARTIKEL II. INTREKKING AAW

1. De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet wordt ingetrokken, onverminderd de artikelen IV, XIII, XIV, XXIV en XXV.

2. De algemene maatregelen van bestuur, mede op grond van achtereenvolgens de artikelen 5 en 43 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet getroffen, berusten na de inwerkingtreding van deze wet mede op achtereenvolgens de artikelen 2, zevende lid en 58, negende lid van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en achtereenvolgens de artikelen 2, achtste lid, en 50, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

HOOFDSTUK 2. OVERGANGS- EN INVOERINGSBEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING, DE ZIEKTEWET EN DE WERKLOOSHEIDSWET

ARTIKEL III. BESCHIKKINGEN INZAKE WERKVOORZIENINGEN

Beschikkingen van de bedrijfsverenigingen op grond van artikel 57, met uitzondering van het tweede lid, onderdelen b en c, en beschikkingen van de bedrijfsverenigingen op grond van de artikelen 57a en 58 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet worden met betrekking tot personen die verzekerd zijn op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering aangemerkt als beschikkingen op grond van onderscheidenlijk de artikelen 65, 65a en 65b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

ARTIKEL IV. BESCHIKKINGEN INZAKE LEEFVOORZIENINGEN

De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet blijft van toepassing ten aanzien van aanvragen voor voorzieningen op grond van artikel 57, tweede lid, onderdelen b en c van die wet, gedaan voor de inwerkingtreding van deze wet alsmede op de beschikkingen van de bedrijfsverenigingen tot toekenning van deze voorzieningen. De uitgaven in verband met deze beschikkingen komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

ARTIKEL V. BESCHIKKINGEN INZAKE VRIJWILLIGE ALGEMENE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

Beschikkingen van de bedrijfsverenigingen op grond van artikel 59a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet worden aangemerkt als beschikkingen op grond van artikel 81, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

ARTIKEL VI. VERHOGING WAO-UITKERING

De persoon die op de dag voor inwerkingtreding van deze wet recht had op verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 46a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, behoudt deze verhoging zolang hij daar op grond van dat artikel recht op zou hebben als dat artikel en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet nog van kracht zouden zijn geweest. De verhoging wordt aangemerkt als uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

ARTIKEL VII. SAMENLOOP AAW- EN WAO-UITKERING VRIJWILLIG VERZEKERDEN

Artikel 84a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op de persoon, bedoeld in artikel X, ten aanzien van wie de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet op grond van artikel XI van toepassing blijft, met dien verstande dat in artikel 84a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in plaats van «Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» wordt gelezen: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

ARTIKEL VIII. OVERGANG VERMOGENSBESTANDDELEN AAF EN FAOP

1. Alle vermogensbestanddelen die door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de vorm van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds gaan over op het Arbeidsongeschiktheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.

2. Met het oog op de toepassing van artikel II, onderdelen a, b, e, g, i, j en l, van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, draagt het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel, bedoeld in artikel 21 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, een deel van zijn in artikel 21d, eerste volzin, van die wet bedoelde, aanwezige vermogen over aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het in de eerste zin bedoelde deel van het vermogen bestaat uit een bedrag dat het resultaat is van een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het aanwezige vermogen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, vermenigvuldigd met de lasten van het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel, bedoeld in artikel 21a van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, en de noemer door de lasten van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 76, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

3. De toepassing van het tweede lid geldt de aldaar genoemde aanwezige vermogens en lasten op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.

4. Onder «artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering» en «artikel 76, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering» in het tweede lid, tweede zin, genoemd, wordt verstaan de artikelen 72 en 76, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel en dat artikellid luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.

5. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het tweede lid.

ARTIKEL IX. TIJDELIJKE WIJZE VAN HEFFING GEDIFFERENTIEERDE PREMIE

In afwijking van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering kan de bedrijfsvereniging gedurende twee jaren na de inwerkingtreding van deze wet de in artikel 78 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering bedoelde sectorale premie heffen zonder het bedrijfsverenigingspercentage te verhogen respectievelijk te verlagen met de in dat artikel bedoelde opslag of korting bij werkgevers die daarvoor in aanmerking komen op grond van door Onze Minister te stellen regels.

ARTIKEL X. OVERHEVELING BEDRAGEN VOOR UITVOERING WAZ

Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming brengt jaarlijks ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds bedragen ten gunste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen die verband houden met de kosten van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en andere verstrekkingen uit hoofde van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, toegekend aan personen als bedoeld in artikel XII, op wie een situatie als bedoeld in artikel XIII van toepassing is uit hoofde van het hebben verricht van werkzaamheden in het beroeps- en bedrijfsleven als bestuurder van een rechtspersoon.

ARTIKEL XI. OVERGANGSBEPALING INZAKE ARTIKEL 3 WAO

Artikel 3, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dit artikellid luidt na inwerkingtreding van deze wet, is niet van toepassing op de persoon op wie de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet op grond van artikel XIII, eerste lid, onderdeel a en b, van toepassing blijft.

HOOFDSTUK 3. OVERGANGSBEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING ZELFSTANDIGEN

§ 1. Overgangsrecht met betrekking tot bestaande rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering

ARTIKEL XII. PERSONENKRING WAZ

1. De bepalingen van deze paragraaf zijn uitsluitend van toepassing op personen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet waren verzekerd op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en op wie een omstandigheid als bedoeld in artikel XIII van toepassing is, welke omstandigheid rechtstreeks voortvloeit uit het hebben verworven van winst of inkomsten uit werkzaamheden verricht in het bedrijfs- en beroepsleven als:

a. zelfstandige;

b. meewerkende echtgenoot;

c. verzekerde op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zonder dat met betrekking tot deze werkzaamheden een andere wettelijke regeling inzake tegemoetkoming in de geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing was.

2. Als zelfstandige dan wel als meewerkende echtgenoot wordt aangemerkt de persoon die op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet winst geniet uit bedrijf of zelfstandig uitgeoefend beroep of twee personen die op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet echtgenoten van elkaar zijn en samenwerken in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep, waarbij ieder van de echtgenoten een deel van de winst geniet.

ARTIKEL XIII. TOEPASSELIJKHEID AAW- EN WAZ-BEPALINGEN OP PERSONENKRING

1. De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die wet op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet te zijnen aanzien gold, blijft, met uitzondering van de in het tweede lid genoemde artikelen, van toepassing op de persoon:

a. wiens arbeidsongeschiktheid in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en uitsluitend omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die wet nog niet was verstreken, op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering had, met betrekking tot het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, onmiddellijk na afloop van het in dat lid genoemde tijdvak van 52 weken of binnen vier weken na afloop van dat tijdvak;

b. die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, met betrekking tot dat recht;

c. die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet in aanmerking was gebracht voor een voorziening als bedoeld in artikel 57, met uitzondering van een voorziening als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, van dat artikel, een inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 59b, dan wel een vergoeding of toelage als bedoeld in artikel 58 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet met betrekking tot die voorziening, inkomenssuppletie, vergoeding of toelage;

d. die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet had, doch met toepassing van artikel 32a of 37 van die wet in aanmerking zou komen voor toekenning of heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, met betrekking tot die arbeidsongeschiktheidsuitkering.

2. De artikelen 3a, 10, tweede, vijfde, zevende en achtste lid, 12, eerste lid, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 20a, 20b, 20c, 20d, 20e, 20f, 20g, 25, 26a, 27, 28, 29, 29a, 30, 31, 32, 32a, 33, 37, 39, 40, 41, 41a, 43, 44, 45, 47, 48, 48a, 48b, 50, 52, 53, 55, 56, 57, met uitzondering van het tweede lid, onderdelen b en c, 58, 59b, 61, 62, 63, 65, 78, 86, 87 en 88 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet blijven niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde persoon.

3. De toepasselijkheid van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet eindigt indien een persoon niet of niet langer in aanmerking komt voor toekenning of heropening van zijn recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, voorziening, inkomenssuppletie, vergoeding of toelage, anders dan op grond van het eerste lid.

4. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde persoon zijn uitsluitend de artikelen 8, zesde, zevende en achtste lid, 9, eerste lid, 10, 12, vijfde lid, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 20, 21, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 35, 36, 37, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, negende lid, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 69, 81, 83, 84, 85, 86, 93, 96, 98, 99 en 101 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen van toepassing.

5. Beschikkingen ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde persoon, genomen met toepassing van bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, worden aangemerkt als beschikkingen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

6. De persoon, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van wie geen beschikking als bedoeld in het vijfde lid is genomen, wordt vanaf de dag van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als verzekerde in de zin van artikel 3, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel voor gevallen waarin dit artikel niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties leidt. Deze regels kunnen onder meer inhouden:

a. de aanwijzing van andere categorieën personen, dan de in het eerste lid genoemde, op wie dit artikel mede van toepassing is;

b. het buiten toepassing verklaren van meer artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet dan in de in het tweede lid genoemde, dan wel in afwijking van het tweede lid, het alsnog van toepassing verklaren van een of meer artikelen in dat lid genoemd;

c. het van toepassing verklaren van meer artikelen van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dan de in het vierde lid genoemde, dan wel in afwijking van het vierde lid, het alsnog buiten toepassing verklaren van een of meer artikelen in dat lid genoemd;

d. het geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren van artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde personen;

e. het van toepassing verklaren van bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde groepen van personen, anders dan uit het eerste tot en met derde lid voortvloeit.

§ 2. Overgangsrecht met betrekking tot nieuwe rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering

ARTIKEL XIV. VAN TOEPASSING BLIJVENDE AAW-BEPALINGEN

1. Voor een persoon die als verzekerde, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, recht krijgt op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet, blijven:

a. de artikelen 5, 12, tweede tot en met vierde lid, en 23, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden op 31 december 1986, van toepassing, indien hij op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op 1 augustus 1993 de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt;

b. indien onderdeel a niet van toepassing is, artikel 5 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals dat artikel luidde op 31 juli 1993, van toepassing, indien hij op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, en op 1 augustus 1993 de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt;

c. de artikelen 24 en 26 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden op 31 juli 1993, van toepassing, indien hij op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, en op 1 augustus 1993 de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat voor gevallen waarin dit artikel niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties leidt, zonodig in afwijking van het eerste lid, artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden tot een bij die maatregel te bepalen datum, gelegen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, voor al dan niet bepaalde duur van toepassing blijven op een persoon als bedoeld in het eerste lid.

§ 3. Overgangsbepalingen ten aanzien van vrijwillig verzekerden op grond van de Ziektewet

ARTIKEL XV. PERSONENKRING

De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op de vrouw die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet was verzekerd op grond van de vrijwillige verzekering van de Ziektewet uit hoofde van werkzaamheden als bedoeld in artikel XII, eerste lid.

ARTIKEL XVI. RECHT OP BEVALLINGSUITKERING ZW

De vrouw wier bevalling blijkens een verklaring van een arts of een verloskundige waarop de vermoedelijke bevallingsdatum wordt aangegeven binnen zes weken na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is te verwachten, heeft uitsluitend recht op uitkering in verband met bevalling op de voet van de Ziektewet en de daarop berustende bepalingen. Gedurende dat recht heeft zij geen recht op uitkering in verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

ARTIKEL XVII. BEHOUD RECHT OP BEVALLINGSUITKERING OP GROND VAN ZW

1. De vrouw wier bevalling voor de dag van inwerkingtreding van deze wet heeft plaatsgevonden en in verband daarmee recht op uitkering in verband met bevalling heeft op grond van de Ziektewet, behoudt dat recht zolang de duur daarvan op grond van de bepalingen van die wet niet is verstreken. Tijdens die duur heeft zij geen recht op uitkering in verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de samenloop van een uitkering in verband met bevalling op grond van de Ziektewet als bedoeld in het eerste lid met een andere uitkering die de persoon, bedoeld in het eerste lid, op grond van enige wettelijke regeling ontvangt.

§ 4. Uitkeringsrecht in verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

ARTIKEL XVIII. TOEPASSELIJKHEID WAZ TEN AANZIEN VAN BEVALLINGSUITKERING

De vrouw die verzekerd is op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen heeft recht op uitkering in verband met haar bevalling, indien haar bevalling op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet plaatsvindt en op haar artikel XV niet van toepassing is.

ARTIKEL XIX. UITZONDERING MELDINGSPLICHT

Ten aanzien van de vrouw die vanaf de dag van inwerkingtreding van deze wet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen is verzekerd en wier bevalling blijkens een verklaring van een arts of verloskundige binnen drie maanden na de dag van inwerkingtreding van deze wet is te verwachten blijft artikel 33 van die wet buiten toepassing.

§ 5. Overige invoerings- en overgangsbepalingen met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

ARTIKEL XX. AAW-UITKERING BASIS VOOR VAKANTIEBIJSLAG

Voor de toepassing van de artikelen 24 en 25 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering of uitkering in verband met bevalling, tevens verstaan de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.

ARTIKEL XXI. TOEKENNINGSPERIODE WAZ-UITKERING

1. In afwijking van artikel 34, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt het tijdvak van toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering tot een nader bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip gesteld op vijf jaar. Bij algemene maatregel van bestuur kan voorts worden bepaald, dat na het in de eerste zin bedoelde tijdstip, tot nog een later tijdstip, een tijdvak van vier jaar in aanmerking wordt genomen.

2. De wijziging van het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, brengt geen wijziging in de tijdvakken, zoals die gelden terzake van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, die zijn toegekend of voortgezet op een tijdstip gelegen voor het tijdstip van wijziging van het tijdvak.

ARTIKEL XXII. AAW- EN WAZ-VERZEKERING ÉÉN VERZEKERING

Aaneensluitende verzekeringen op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen gelden als één verzekering.

HOOFDSTUK 4. OVERGANGSBEPALINGEN TEN AANZIEN VAN DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING JONGGEHANDICAPTEN

§ 1. Overgangsrecht met betrekking tot bestaande rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering

ARTIKEL XXIII. PERSONENKRING WAJONG

De bepalingen van deze paragraaf zijn uitsluitend van toepassing op de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet:

a. verzekerd was op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zonder dat enige andere wettelijke regeling inzake tegemoetkoming in de geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing was;

b. op wie op die dag een situatie als bedoeld in artikel XXIV van toepassing was; en

c. op wie artikel XII niet van toepassing is.

ARTIKEL XXIV. TOEPASSELIJKHEID AAW- EN WAJONG-BEPALINGEN OP PERSONENKRING

1. De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die wet op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet te zijnen aanzien gold, blijft, met uitzondering van de in het tweede lid genoemde artikelen, van toepassing op de persoon:

a. wiens arbeidsongeschiktheid in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en uitsluitend omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die wet nog niet was verstreken, op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering had, met betrekking tot het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, onmiddellijk na afloop van het in dat lid genoemde tijdvak van 52 weken of binnen vier weken na afloop van dat tijdvak;

b. die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, met betrekking tot dat recht;

c. die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet in aanmerking was gebracht voor een voorziening als bedoeld in artikel 57, met uitzondering van een voorziening als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, van dat artikel, dan wel een vergoeding of toelage als bedoeld in artikel 58 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet met betrekking tot die voorziening, vergoeding of toelage;

d. die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet had, doch met toepassing van artikel 32a of 37 van die wet in aanmerking zou komen voor toekenning of heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, met betrekking tot die arbeidsongeschiktheidsuitkering.

2. De artikelen 3a, 10, tweede, vijfde, zevende en achtste lid, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 20a, 20b, 20c, 20d, 20e, 20f, 20g, 25, 26a, 27, 28, 29, 29a, 30, 31, 32, 32a, 33, 37, 39, 40, 41, 41a, 43, 44, 45, 47, 48, 48a, 48b, 50, 52, 53, 55, 56, 57, met uitzondering van het tweede lid, onderdelen b en c, 58, 61, 62, 63, 65, 78, 86, 87 en 88 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet blijven niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde persoon.

3. De toepasselijkheid van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet eindigt indien een persoon niet of niet langer in aanmerking komt voor toekenning of heropening van zijn recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, voorziening, vergoeding of toelage, anders dan op grond van het eerste lid.

4. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde persoon zijn uitsluitend de artikelen 7, 8, 9, 11, vijfde lid, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 28, 29, 30, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 61, 65, 67, 73, 74 en 75 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten van toepassing.

5. Beschikkingen ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde persoon, genomen met toepassing van bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, worden aangemerkt als beschikkingen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel voor gevallen waarin dit artikel niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties leidt. Deze regels kunnen onder meer inhouden:

a. de aanwijzing van andere categorieën personen, dan de in het eerste lid genoemde, op wie dit artikel van toepassing is;

b. het buiten toepassing verklaren van meer artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet dan in de in het tweede lid genoemde, dan wel in afwijking van het tweede lid, het alsnog van toepassing verklaren van een of meer artikelen in dat lid genoemd;

c. het van toepassing verklaren van meer artikelen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten dan de in het vierde lid genoemde, dan wel in afwijking van het vierde lid, het alsnog buiten toepassing verklaren van een of meer artikelen in dat lid genoemd;

d. het geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren van artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde personen;

e. het van toepassing verklaren van bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde groepen van personen, anders dan uit het eerste tot en met derde lid voortvloeit.

§ 2. Overgangsrecht met betrekking tot nieuwe rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering

ARTIKEL XXV. VAN TOEPASSING BLIJVENDE AAW-BEPALINGEN

1. Voor de persoon die als jonggehandicapte, bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten recht krijgt op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet blijft artikel 5 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals dat artikel luidde op 31 juli 1993, van toepassing, indien hij op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die wet.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat voor gevallen waarin dit artikel niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties leidt, zonodig in afwijking van het eerste lid, artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden tot een bij die maatregel te bepalen datum, gelegen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, voor al dan niet bepaalde duur van toepassing blijven op een persoon als bedoeld in het eerste lid.

§ 3. Overige invoerings- en overgangsbepalingen met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

ARTIKEL XXVI. AAW-UITKERING BASIS VOOR VAKANTIEBIJSLAG

Voor de toepassing van de artikelen 20 en 21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering tevens verstaan de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.

ARTIKEL XXVII. TOEKENNINGSPERIODE WAJONG-UITKERING

1. In afwijking van artikel 27, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt de periode van toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering tot een nader bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip gesteld op vijf jaar. Bij algemene maatregel van bestuur kan voorts worden bepaald, dat na het in de eerste zin bedoelde tijdstip, tot nog een later tijdstip, een termijn van vier jaar in aanmerking wordt genomen.

2. De wijziging van de termijn, bedoeld in het eerste lid, brengt geen wijziging in de termijnen, zoals die gelden terzake van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, die zijn toegekend of voortgezet op een tijdstip gelegen voor het tijdstip van wijziging van de termijn.

ARTIKEL XXVIII. AAW-VERZEKERING EN WAJONG ÉÉN VERZEKERING

Aaneensluitende verzekering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en jonggehandicapt zijn in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als één ononderbroken verzekering dan wel situatie van jonggehandicapt zijn aangemerkt.

HOOFDSTUK 5. WIJZIGING VAN VERSCHILLENDE WETTEN

ARTIKEL XXIX. ORGANISATIEWET SOCIALE VERZEKERINGEN

De Organisatiewet sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel h wordt subonderdeel 3 vervangen door:

3°. het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, bedoeld in artikel 77 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;

2. In onderdeel h wordt na subonderdeel 9 een subonderdeel ingevoegd, luidende:

10°. het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, bedoeld in artikel 62 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

3. In onderdeel n wordt «de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1987, 90)» vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

4. Na onderdeel n wordt, onder vervanging van de punt aan het eind van dat onderdeel door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

o. sectorale arbeidsongeschiktheidskas: een sectorale arbeidsongeschiktheidskas als bedoeld in artikel 73 van de Wet op arbeidsongeschiktheidsverzekering.

B

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds» vervangen door: het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten.

2. Het derde lid wordt vervangen door:

3. De bedrijfsvereniging kan uitgaven die, ingevolge een besluit van het College op grond van het eerste lid, niet ten laste van de in het eerste lid genoemde Algemeen Werkloosheidsfonds, het Arbeidsongeschiktheidsfonds of het Toeslagenfonds kunnen worden gebracht ten laste brengen van wachtgeldfondsen of sectorale arbeidsongeschiktheidskassen.

C

In artikel 18 wordt «of hoofdstuk III paragraaf 2, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» vervangen door: , hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf 1 en afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 1 en afdeling 2, paragraaf 2 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

D

In artikel 56 wordt «de Toeslagenwet» vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Toeslagenwet.

E

Artikel 68 vervalt.

F

In artikel 68a, eerste lid, vervalt steeds de zinsnede «, onverminderd artikel 68,»

G

Artikel 78 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «fonds of een wachtgeldfonds» vervangen door: fonds, sectorale arbeidsongeschiktheidskas, of wachtgeldfonds.

2. In het derde en zesde lid wordt «wachtgeldfonds» vervangen door: sectorale arbeidsongeschiktheidskas of wachtgeldfonds.

G

In artikel 85, vierde lid, wordt «en 4° bedoelde fondsen, alsmede aan de wachtgeldfondsen» vervangen door:, 4° en 10° bedoelde fondsen, alsmede aan de sectorale arbeidsongeschiktheidskassen en de wachtgeldfondsen.

H

Artikel 89 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

2. In het derde lid wordt «de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

I

In artikel 99, onderdeel c, vervalt de zinsnede «, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet».

J

Na artikel 100 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 100a

De gegevens die zijn opgenomen in de in artikel 59 bedoelde administratie worden uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor de gegevens in die administratie zijn opgenomen, tenzij bij of krachtens de wet gebruik voor een ander doel is voorgeschreven of toegestaan.

K

In artikel 108 wordt de zinsnede «20a, vierde lid, en 48, vierde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» vervangen door: 47, vierde lid, en 62, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 39, vierde lid, en 54, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

ARTIKEL XXX. COÖRDINATIEWET SOCIALE VERZEKERING

Artikel 9, derde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering vervalt.

ARTIKEL XXXI. WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

Aan artikel 3, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt een zin toegevoegd, luidende:

Voor de toepassing van deze wet blijft bij de vaststelling of er sprake is van een dienstbetrekking tussen een rechtspersoon en een bestuurder van die rechtspersoon, de zeggenschap van die bestuurder in de algemene vergadering van de rechtspersoon buiten beschouwing.

ARTIKEL XXXII. ZIEKTEWET

De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 29b wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdeel a, wordt vervangen door:

a. recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; of.

2. In onderdeel b vervalt de zinsnede «artikel 6 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en» en wordt «die wetten» vervangen door: die wet.

B

Artikel 69, tweede lid, wordt vervangen door:

2. De vrouwelijke vrijwillig verzekerde, met uitzondering van de persoon die verzekerd is op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, heeft recht op ziekengeld in verband met haar bevalling.

ARTIKEL XXXIII. WERKLOOSHEIDSWET

Aan artikel 93 van de Werkloosheidswet wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel f door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

g. de te betalen reïntegratie-uitkeringen ter zake van proefplaatsingen als bedoeld in artikel 63 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;.

ARTIKEL XXXIV. WET FINANCIERING VOLKSVERZEKERINGEN

De Wet financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt de puntkomma aan het eind van onderdeel d vervangen door een punt en vervalt onderdeel e.

B

In artikel 2 wordt de puntkomma aan het eind van onderdeel c vervangen door een punt en vervalt onderdeel d.

C

In artikel 11 vervalt het derde lid en vervalt «en derde» in het vierde lid, dat wordt vernummerd tot derde lid.

D

In artikel 25 wordt «, de vrijwillige nabestaandenverzekering en de vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering» vervangen door: en de vrijwillige nabestaandenverzekering.

E

In artikel 26, eerste lid, wordt de puntkomma aan het einde van onderdeel a vervangen door een punt en vervallen «: a.» en onderdeel b.

F

In artikel 27, derde lid, wordt «, de vrijwillige nabestaandenverzekering en de vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering» vervangen door: en de vrijwillige nabestaandenverzekering.

G

De artikelen 34, 35 en 37 vervallen.

ARTIKEL XXXV. TOESLAGENWET

Artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Toeslagenwet wordt vervangen door:

f. loondervingsuitkering: een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;

ARTIKEL XXXVI. WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE WERKLOZE WERKNEMERS

De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4°, vervalt «de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1980, 28),».

B

In artikel 2, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2°, wordt «de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, welke is toegekend op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die wet» vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%.

ARTIKEL XXXVII. WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE GEWEZEN ZELFSTANDIGEN

De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, wordt «de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

B

In artikel 6, tweede lid, wordt «de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

C

Artikel 48, eerste lid, onderdeel b, wordt vervangen door:

b. de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting, premies volksverzekeringen of premie op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;

ARTIKEL XXXVIII. ALGEMENE BIJSTANDSWET

De Algemene bijstandswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, onderdeel a, vervalt «, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet».

B

Artikel 2, onderdeel b, wordt vervangen door:

b. premies werknemersverzekeringen: de premie op grond van de Werkloosheidswet.

C

In artikel 8, vierde lid, wordt «de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

ARTIKEL XXXIX. WET ARBEID GEHANDICAPTE WERKNEMERS

De Wet arbeid gehandicapte werknemers wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel b, 1e, wordt vervangen door:

1e. aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;.

2. In onderdeel b, 3e, wordt «voor wie, met toepassing van artikel 57, eerste lid, of artikel 57a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» vervangen door: voor wie, met toepassing van artikel 65 of artikel 65a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

3. Na onderdeel b, 4e, worden een subonderdeel toegevoegd, luidende:

5e. die in verband met arbeidsongeschiktheid, op grond van het Pensioenreglement van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau een uitkering is toegekend;.

B

Na artikel 16 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 16a

1. De bedrijfsvereniging kan voorzieningen die strekken tot behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid of die de arbeidsgeschiktheid bevorderen, toekennen aan een persoon als bedoeld in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 16, derde lid, tenzij aan hem op grond van, of met overeenkomstige toepassing van artikel 65 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 29 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 23 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten dergelijke voorzieningen kunnen worden toegekend.

2. De bedrijfsvereniging kan een persoon aan wie op grond van het eerste lid voorzieningen kunnen worden toegekend, in aanmerking brengen voor voorzieningen die strekken tot verbetering van zijn leefomstandigheden indien:

a. het vervoersvoorzieningen betreft die deel uitmaken van, dan wel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen waarvoor hij op grond van het eerste lid in aanmerking is of wordt gebracht;

b. de voorziening bestaat uit het beschikbaar stellen van een blindengeleidehond en deze voorziening deel uitmaakt van, dan wel rechtstreeks samenhangt met voorzieningen waarvoor hij op grond van het eerste lid in aanmerking is of wordt gebracht.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot het eerste en tweede lid regels gesteld. Deze regels treden niet eerder in werking dan acht weken na hun bekendmaking.

Artikel 16b

1. Indien het toekennen van een voorziening als bedoeld in artikel 16a tot gevolg heeft dat een persoon met een arbeidshandicap geen of slechts gedeeltelijk arbeid kan verrichten en uit dien hoofde inkomsten derft, heeft hij tijdens de duur van die voorziening aanspraak op een toelage die overeenkomt met het bedrag van de gederfde inkomsten.

2. Indien naar het oordeel van de bedrijfsvereniging daartoe aanleiding bestaat kan tijdens de duur van een voorziening als bedoeld in artikel 16a een vergoeding worden verleend wegens kosten van onderhoud en huisvesting.

3. De bedrijfsvereniging kan toelagen wegens inkomstenderving, alsmede vergoedingen verlenen anders dan bedoeld in het eerste en tweede lid.

4. De vergoeding op grond van dit artikel is niet vatbaar voor beslag.

Artikel 16c

In de uitvoering van de artikelen 16a en 16b wordt voorzien door de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging.

ARTIKEL XL. WET OP DE ONDERNEMINGSRADEN

De Wet op de ondernemingsraden wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 25, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel j door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

k. vaststelling van een regeling met betrekking tot het zelf dragen van het risico, bedoeld in artikel 75, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

B

In artikel 27, eerste lid, onderdeel b, wordt «een regeling met betrekking tot een pensioenverzekering» vervangen door: een regeling met betrekking tot een ouderdoms- of nabestaandenpensioenverzekering.

ARTIKEL XLI. ARBEIDSOMSTANDIGHEDENWET

Artikel 18, eerste lid, onderdeel c, van de Arbeidsomstandighedenwet wordt vervangen door:

c. het uitvoeren van:

1°. het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 24a;

2°. de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten;.

ARTIKEL XLII. ZIEKENFONDSWET

De Ziekenfondswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, eerste lid, onderdeel d, wordt de zinsnede «dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1980, 28), berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 45%, ontvangt» vervangen door: dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, berekend naar een arbeidsongeschikt- heid van ten minste 45%, ontvangt, dan wel een uitkering in verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ontvangt, indien betrokkene op de dag, voorafgaande aan de dag waarop haar recht op die uitkering ingaat, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet.

B

In artikel 4, tweede lid, onderdeel d, wordt «krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet dan wel ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 8 of artikel 90 van genoemde wet geen recht op toekenning van een zodanige uitkering hebben» vervangen door: op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

ARTIKEL XLIII. WET OP DE TOEGANG TOT ZIEKTEKOSTENVERZEKERINGEN

In artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen wordt «Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» vervangen door: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

ARTIKEL XLIV. WET OP DE INKOMSTENBELASTING 1964

De Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5, derde lid, onderdeel d, wordt «artikel 45, eerste lid, onderdeel g» vervangen door: artikel 45, eerste lid, onderdelen g en j.

B

In artikel 8, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel g door een puntkomma, na dit onderdeel toegevoegd:

h. voordelen bestaande uit uitkeringen en aanspraken op uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

C

In artikel 8a, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel c door een puntkomma, na dit onderdeel toegevoegd:

d. premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

D

Aan artikel 30a wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

3. In afwijking in zoverre van artikel 30, eerste lid, aanhef en onderdeel a, behoren uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen steeds tot de in dat onderdeel a bedoelde inkomsten in de vorm van bepaalde periodieke uitkeringen en verstrekkingen die van publiekrechtelijke aard zijn.

E

Aan artikel 36, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel n door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

o. premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

F

In artikel 45, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel i door een puntkomma, na dit onderdeel toegevoegd:

j. premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;.

G

In artikel 48, derde lid, wordt, onder wijziging van de onderdeelaanduidingen b en c in c en d, na onderdeel a ingevoegd:

b. verminderd met de als persoonlijke verplichtingen aan te merken premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;.

ARTIKEL XLV. WET FINANCIËLE VOORZIENINGEN PRIVATISERING ABP

De Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, zoals die wet komt te luiden indien het bij koninklijke boodschap van 24 april 1996 bij de Tweede Kamer ingediende voorstel van Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen tot wet wordt verheven, wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 21, tweede lid, komt te luiden:

2. Het FAOP heeft tot doel:

a. zorg te dragen voor de uitvoering van paragraaf 9 van de Wet privatisering ABP, alsmede de artikelen 49, 50, vierde lid, 51 en 76 van die wet;

b. zorg te dragen voor de uitvoering van de Wet arbeid gehandicapte werknemers, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van die wet;

c. de middelen bijeen te brengen en te beheren die nodig zijn voor de dekking van de uitgaven van het FAOP ter zake van de WAO-conforme uitkeringen en de voorzieningen overeenkomstig de artikelen 65, 65a en 65b van de WAO, bedoeld in artikel 32 van de Wet privatisering ABP.

B

Na artikel 21a worden drie nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 21b

De in artikel 21, tweede lid, onderdeel c, bedoelde middelen worden verkregen door het heffen van de in artikel 23 bedoelde invaliditeitspremie.

Artikel 21c

Ten gunste van het FAOP komen:

a. de gelden die het FAOP ontvangt door het heffen van de sectorale premie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b;

b. de gelden die het FAOP op grond van artikel 32 van de Wet privatisering ABP met overeenkomstige toepassing van artikel 65, tweede lid, van de WAO ontvangt;

c. de gelden die het FAOP op grond van artikel 76, eerste lid, van de Wet privatisering ABP met overeenkomstige toepassing van artikel 90 van de WAO ontvangt in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 21a, onderdeel a.

Artikel 21d

Het FAOP vormt een vermogensreserve ter grootte van tien procent van het totaal van de in artikel 21a bedoelde uitgaven van het FAOP per kalenderjaar. De sectorale premie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, is mede bestemd voor de instandhouding van deze vermogensreserve.

C

De artikelen 23 tot en met 26 worden vervangen door vijf nieuwe artikelen, luidende:

Artikel 23

1. De invaliditeitspremie, bedoeld in artikel 21b, bestaat uit:

a. de in artikel 77b van de WAO bedoelde basispremie die ten gunste komt van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de WAO;

b. een sectorale premie die ten gunste komt van het FAOP.

2. De basispremie, waarop de artikelen 77, 77a en 77b van de WAO van toepassing zijn, en de sectorale premie, waarop de artikelen 24 en 25 van toepassing zijn, zijn verschuldigd door elke werkgever.

Artikel 24

1. De werkgever betaalt de invaliditeitspremie aan het FAOP.

2. De werkgever mag de door hem verschuldigde invaliditeitspremie niet verhalen op de werknemer.

3. De werkgever is invaliditeitspremie verschuldigd voor iedere in zijn dienst dan wel te zijnen laste komende werknemer.

4. Onverminderd artikel 77 van de WAO, wordt de invaliditeitspremie betaald over het loon dat een werknemer in een uitbetalingstermijn heeft of geacht wordt te hebben ontvangen.

5. Iedere werkgever doet zo spoedig mogelijk na het verstrijken van elke uitbetalingstermijn, doch uiterlijk voor het einde van de maand volgende op die termijn, aan het bestuur van het FAOP per werknemer en per dienstverhouding gespecificeerd opgave van het loon over bedoelde termijn en zo nodig van de voor die termijn geldende deeltijdfactor.

6. Het bestuur van het FAOP kan met het oog op de inning van de invaliditeitspremie ambtshalve een heffingsgrondslag vaststellen, wijzigen of intrekken.

7. De werkgever betaalt de door hem verschuldigde invaliditeitspremie aan het FAOP voor het einde van de maand volgende op de uitbetalingstermijn waarop die invaliditeitspremie betrekking heeft.

8. De werkgever is aan het FAOP de wettelijke rente verschuldigd over bedragen die niet tijdig zijn voldaan.

Artikel 25

1. De invaliditeitspremie wordt door het FAOP geheven in een overeenkomstig dit artikel vastgesteld percentage van de in artikel 26a bedoelde heffingsgrondslag.

2. De invaliditeitspremie bedraagt een door het bestuur van het FAOP vast te stellen percentage van de in artikel 26a bedoelde heffingsgrondslag. Het in de eerste volzin bedoelde percentage bedraagt de som van:

a. het door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, bedoeld in artikel 31 van de Organisatiewet sociale verzekeringen, op basis van artikel 77, tweede lid, van de WAO vastgestelde percentage van de in dat artikel bedoelde basispremie, en

b. het door het bestuur van het FAOP op basis van artikel 26 vastgestelde percentage van de in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, bedoelde sectorale premie.

3. In afwijking van het tweede lid en van artikel 77, eerste lid, van de WAO bedraagt de invaliditeitspremie over het loon uit een deeltijdbetrekking: het met de deeltijdfactor vermenigvuldigde percentage van de in artikel 26a bedoelde heffingsgrondslag.

4. Het bestuur van het FAOP stelt het in het tweede lid bedoelde percentage op zodanige manier vast, dat per kalenderjaar de uitgaven van het FAOP, bedoeld in artikel 21a, zijn gedekt alsmede de in artikel 21d bedoelde vermogensreserve in stand wordt gehouden. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met de opbrengst van de belegging van de vermogensreserve.

Artikel 26

1. Het percentage van de in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, bedoelde sectorale premie, alsmede de periode waarvoor dit percentage zal gelden, worden door het bestuur van het FAOP vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister en de Raad voor het overheidspersoneelsbeleid.

2. Indien de in het eerste lid bedoelde overeenstemming niet wordt bereikt, wordt het in het eerste lid bedoelde percentage voor de duur van drie maanden vastgesteld bij ministeriële regeling.

Artikel 26a

1. De in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, bedoelde basispremie wordt geheven over de heffingsgrondslag. De in de eerste volzin bedoelde heffingsgrondslag is het in artikel 77b, derde lid, tweede volzin, van de WAO juncto artikel 77, eerste lid, van die wet bedoelde loon.

2. De in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, bedoelde sectorale premie wordt geheven over de heffingsgrondslag. De in de eerste volzin bedoelde heffingsgrondslag is het loon dat de werknemer in een uitbetalingstermijn van dezelfde werkgever heeft of geacht wordt te hebben ontvangen, voor zover dit loon, herleid naar een jaarbedrag, niet uitgaat boven het bedrag dat wordt verkregen door het bedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, te vermenigvuldigen met 261.

3. Indien de werknemer die ambtenaar is, zijn betrekking niet feitelijk vervult wegens het vervullen van een andere betrekking op grond van waarvan hij eveneens ambtenaar is, wordt de heffingsgrondslag, bedoeld in het tweede lid, voor de eerstbedoelde betrekking zoveel mogelijk verminderd met de heffingsgrondslag voor de laatstbedoelde betrekking.

D

Artikel 29, tweede lid, alsmede het cijfer «1.» voor het eerste lid vervallen.

E

Artikel 30 vervalt.

F

Artikel 49, tweede lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. een voorstel omtrent de vast te stellen sectorale premie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, die toereikend is voor de dekking van de in artikel 21a bedoelde uitgaven.

ARTIKEL XLVI. WET PRIVATISERING ABP

De Wet privatisering ABP wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 32, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede « en de artikelen 80, 88, 89 en 92 tot en met 98c van de WAO» wordt vervangen door: en de artikelen 80, 88, 88a, 88b, 89 en 92 tot en met 98c van de WAO.

2. De zinsnede «, alsmede de artikelen 57 tot en met 58 juncto 14, 16 tot en met 20, 48 en 78 van de AAW en de op de artikelen 57 tot en met 58 van die wet berustende bepalingen» vervalt.

B

Artikel 32, zesde lid, vervalt.

C

In het tot zesde lid vernummerde oude zevende lid van artikel 32 vervallen de woorden «en van de AAW».

D

In artikel 33, eerste lid, wordt de zinsnede «In afwijking van de op de artikelen 57, 57a en 58 van de AAW berustende bepalingen» vervangen door: In afwijking van de op grond van artikel 32, eerste lid, van overeenkomstige toepassing zijnde, op de artikelen 65, 65a en 65b van de WAO berustende, bepalingen.

E

In artikel 46, eerste lid, vervallen de woorden «en de AAW».

F

Artikel 63 vervalt.

ARTIKEL XLVII. VOORZIENINGEN OP GROND VAN WET PRIVATISERING ABP

Degene die op grond van artikel 38 van de Wet privatisering ABP in aanmerking is gebracht voor een voorziening overeenkomstig artikel 57, 57a of 58 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, waarvan de duur niet eindigt op of voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, wordt met ingang van de laatstgenoemde datum in aanmerking gebracht voor een voorziening overeenkomstig artikel 65, 65a of 65b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van artikel 32, eerste lid, van de Wet privatisering ABP.

ARTIKEL XLVIII. ALGEMENE MILITAIRE PENSIOENWET

De Algemene militaire pensioenwet wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel X 5 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Onze Minister kan een beroepsmilitair, een gewezen beroepsmilitair, die krachtens deze wet aanspraak of uitzicht heeft op een pensioen ter zake van arbeidsongeschiktheid, alsmede een dienstplichtige in werkelijke dienst, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 65, 65a en 65b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, in aanmerking brengen voor voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid en andere voorzieningen.

2. Het tweede en derde lid vervallen.

3. Het vierde, vijfde en zesde lid worden vernummerd tot tweede, derde en vierde lid.

4. In het tot tweede lid vernummerde vierde lid wordt «de Algemene arbeidsongeschiktheidswet» vervangen door: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

B

In artikel X 6, eerste lid wordt «Hoofdstuk IIA van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering» vervangen door: De paragrafen 1 tot en met 5 van Hoofdstuk IIA van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

ARTIKEL XLIX. WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING MILITAIREN

Aan artikel 5, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen wordt een zin toegevoegd, luidende: Hoofdstuk IIA van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL L. BURGERLIJK WETBOEK

Indien het bij koninklijke boodschap van 7 oktober 1993 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van titel 7.10 (arbeidsovereenkomst) van het nieuw Burgerlijk Wetboek (Kamerstukken II 1993/94, 23 438, nrs. 1–2) tot wet is verheven en in werking is getreden wordt het Burgerlijk Wetboek als volgt gewijzigd:

A

Artikel 629, vierde lid, eerste zin, wordt vervangen door:

Het loon wordt verminderd met het bedrag van enige geldelijke uitkering die de werknemer toekomt krachtens enige wettelijke voorgeschreven verzekering of krachtens enige verzekering of uit enig fonds waarin de werknemer niet deelneemt.

B

Aan het slot van artikel 631, derde lid, wordt een nieuwe zin toegevoegd, luidende:

Onder enig ander fonds als bedoeld in onderdeel c, wordt niet verstaan een fonds dat tot doel heeft aan de werkgever of aan de werknemer een uitkering te doen die verband houdt met het recht van de werknemer op doorbetaling van loon tijdens ziekte, zwangerschap of bevalling als bedoeld in artikel 629 lid 1, of met de betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 75, derde en vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL LI. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor verschillende artikelen, onderdelen of subonderdelen verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL LII. CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als «Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen».

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,