nr. 15
AMENDEMENT VAN HET LID ROSENMÖLLER
Ontvangen 12 november 1996
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
Na artikel 22 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 22a. Recht op uitkering in verband met bevalling
in de vorm van een uitkering terzake van vervanging
1. De vrouwelijke verzekerde kan het recht op uitkering in verband met
bevalling, te zamen met het recht op vakantie-uitkering daarover, doen bestaan
in de vorm van een uitkering terzake van vervanging.
2. Het recht op uitkering in verband met bevalling in de vorm van een
uitkering terzake van vervanging bestaat uitsluitend indien:
a. ter vervanging van de vrouwelijke verzekerde een persoon werkzaam is
gedurende de periode dat het recht op uitkering in verband met bevalling op
grond van artikel 22, derde en vierde lid, bestaat; en
b. de persoon die als vervanger werkzaam is, ter beschikking wordt gesteld
door een rechtspersoonlijkheid bezittende instelling, die zich krachtens haar
statuten ten doel stelt arbeidskrachten ter beschikking stellen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels
worden gesteld met betrekking tot het tweede lid.
II
Aan artikel 23 worden twee leden toegevoegd, luidende:
4. De uitkering, bedoeld in artikel 22a, bedraagt de grondslag, vermeerderd
met het bedrag aan premies dat de bedrijfsvereniging bij uitbetaling als uitkering
in verband met bevalling daarover verschuldigd zou zijn.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere en zonodig afwijkende
regels worden gesteld met betrekking tot het vierde lid.
III
In artikel 38, tweede lid, wordt na «toekenning van de uitkering»
ingevoegd: of toekenning van de uitkering in de vorm van een uitkering terzake
van vervanging.
IV
Aan artikel 54 wordt een zesde lid toegevoegd, luidende:
6. In afwijking van het eerste lid wordt de uitkering in verband met bevalling
in de vorm van een uitkering terzake van vervanging betaalbaar gesteld aan
de instelling, bedoeld in artikel 22a, tweede lid, onderdeel b. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld, zonodig
in afwijking van het eerste tot en met vijfde lid, inzake de betaling van
uitkering in verband met bevalling in de vorm van een uitkering terzake van
vervanging.
V
In artikel 55, eerste lid, wordt na «op de uitkering in verband
met bevalling» ingevoegd: met uitzondering van de uitkering in verband
met bevalling in de vorm van een uitkering terzake van vervanging.
VI
Aan artikel 60 wordt een lid toegevoegd, luidende:
10. Indien de verzekerde een uitkering in verband met bevalling is toegekend
in de vorm van een uitkering terzake van vervanging wordt na het overlijden
van deze verzekerde, overlijdensuitkering betaald op de voet van het eerste
lid, als ware de verzekerde een uitkering in verband met bevalling toegekend.
Het negende lid blijft daarbij buiten toepassing.
VII
In artikel 62 wordt na het derde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in afwijking
van het eerste lid, onder bij die regeling te bepalen omstandigheden, een
uitkering in verband met bevalling in de vorm van een uitkering terzake van
vervanging niet wordt teruggevorderd.
VIII
Aan artikel 69 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Op de instelling, bedoeld in artikel 22a, tweede lid, rusten overeenkomstige
verplichtingen als bedoeld in het eerste lid.
Toelichting
Met dit amendement wordt voor de vrouwelijke verzekerde met betrekking
tot de uitkering in verband met bevalling een keuzemogelijkheid geïntroduceerd.
Indien zij recht heeft op een uitkering in verband met bevalling, kan deze
uitkering toegekend worden in de vorm van een uitkering terzake van vervanging.
Het belangrijke verschil tussen de uitkering in verband met bevalling en de
uitkering in verband met bevalling in de vorm van een uitkering terzake van
vervanging bestaat in de hoogte van het te betalen bedrag aan uitkering. Voorwaarde
voor een «vervangingsuitkering» is dat gedurende de periode van
het bevallingsverlof een persoon werkzaam is als vervanger. Deze vervanger
dient dan ter beschikking te worden gesteld door een organisatie die zich
professioneel bezighoudt met het voorzien in personeelsbehoefte. Dat kunnen bedrijfsverzorgingsdiensten zijn, zoals deze opereren in de agrarische
sector, maar ook andere instellingen die zich beroepshalve bezighouden met
het ter beschikking stellen van arbeidskrachten zoals uitzendbureaus. Het
belang van het regelen van vervanging via een instelling is dat de verzekerde
niet wordt belast met alle administratieve rompslomp die is gemoeid met de
betaling van loon of inkomsten aan de vervanger en dat door de terbeschikkingstelling
van de vervanger door de desbetreffende instelling in ieder geval geen arbeidsverhouding
ontstaat tussen de vrouwelijke verzekerde en de vervanger. Wat het verschil
in hoogte tussen de uitkering in verband met bevalling en de vervangingsuitkering
betreft kan het volgende worden opgemerkt. In het eerste geval is dat een
bruto-uitkering die voor de verzekerde in een nettobedrag resulteert. In het
tweede geval wordt een bedrag ter hoogte van de bruto-uitkering verstrekt,
vermeerderd met de premies die de bedrijfsvereniging over een bevallingsuitkering
verschuldigd is. Op deze bruto-uitkering wordt geen loonbelasting, premies
volksverzekeringen of vereveningsbijdrage ingehouden.
Voorwaarde is dat de vervangingsuitkering door de bedrijfsvereniging niet
aan de verzekerde wordt betaald, doch rechtstreeks aan de betrokken instelling,
na een daartoe strekkend verzoek van de verzekerde. Teneinde mogelijke problemen
te vermijden met de bepalingen inzake voorschotverstrekking (artikel 54) kunnen
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur specifieke regels worden gesteld
omtrent de betaling door de bedrijfsvereniging van die uitkering. Verder wordt
voorzien in betaling van overlijdensuitkering, indien de vrouwelijke verzekerde
gedurende de vervangingsperiode komt te overlijden.
Voorts wordt bij dit amendement nog voorzien in de mogelijkheid om te
regelen dat in bepaalde gevallen geen terugvordering plaatsvindt van vervangingsuitkering.
Tot slot wordt bepaald dat de betrokken instelling gehouden is alle noodzakelijke
inlichtingen te verstrekken in verband met de vervangingsuitkering (artikel
69).
Rosenmöller