24 745
Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Gemeentefonds voor het jaar 1996 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING

1. Algemeen deel

Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld de uitgaven van het Gemeentefonds over het jaar 1996 te verlagen met f 108,9 miljoen en te brengen op f 18 535,2 miljoen. De aansluiting tussen de Voorjaarsnota 1996 en dit wetsvoorstel is als volgt (in miljoenen guldens):

Stand ontwerp-begroting 1996f 18 644,1
Thans voorgestelde mutatie  – f 108,9
(opgenomen in de Voorjaarsnota 1996)  
Stand eerste suppletore begroting 1996f 18 535,2

Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld de ontvangsten van het Gemeentefonds over het jaar 1996 te verlagen met f 342,3 miljoen en te brengen op f 19 240,2 miljoen.

Stand ontwerp-begroting 1996f 19 582,5
Thans voorgestelde mutatie– f 342,3
Stand eerste suppletore begroting 1996f 19 240,2

Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld het verplichtingenbedrag voor het Gemeentefonds over het jaar 1996 te verlagen met f 108,9 miljoen en te brengen op f 18 535,2 miljoen.

2. Toelichting op de wetsartikelen 1 en 3

Artikel 01.04: Kosten Waarderingskamer

Met ingang van het begrotingsjaar 1995 is tussen de VNG, de Unie van Waterschappen en het Rijk afgesproken dat de gemeenten jaarlijks 50% betalen van de kosten die de Waarderingskamer maakt in het kader van haar taak om toezicht te houden op de wijze waarop de vaststelling van de waarde in het economisch verkeer van onroerende zaken plaatsvindt. Deze kosten worden via een verlaging van de algemene uitkering van het Gemeentefonds verrekend.

Op basis van de goedgekeurde begroting van de uitgaven van de Waarderingskamer voor 1996, werd bij ontwerp-begroting een bedrag van f 1,4 miljoen geraamd, dat via het onderhavige artikel tot uitbetaling zou komen. De raming wordt opwaarts bijgesteld met een bedrag van f 0,2 miljoen als gevolg van een verhoging van de begroting van de voor rekening van de gemeenten komende uitgaven van de Waarderingskamer met ditzelfde bedrag. Als gevolg hiervan wordt de algemene uitkering van het Gemeentefonds voor 1996 met f 0,2 miljoen verlaagd.

Artikel 02.01: Algemene uitkering met inbegrip van de netto-uitkering over vorige jaren

In tabel 1 zijn de gewijzigde verplichtingenbedragen en de gewijzigde kasbedragen opgenomen.

Tabel 1. Algemene uitkering met inbegrip van de netto-uitkering over vorige jaren (in miljoenen guldens)

Verplichtingen  Uitgaven in de kalenderjaren
 1996 (raming vastgestelde begroting 1996)bij/af1996 (huidige raming)t/m 19951996 (raming vastgestelde begroting 1996)bij/af1996 (huidige raming)ná 1996 (huidige raming)
t/m         
1992103 641,8 103 641,8103 642,2– 0,4– 0,4
199316 060,7 16 060,716 060,8– 0,1– 0,1
199416 897,9 16 897,916 892,85,15,1
199517 656,4– 0,317 656,117 637,929,3– 11,118,2
199618 270,8– 109,218 161,6 18 241,5–10 9,218 132,329,3
Totaal172 527,6– 109,5172 418,1154 233,718 270,8– 115,718 155,129,3

Opbouw verplichtingenbedrag algemene uitkering

Het verplichtingenbedrag 1996 voor de algemene uitkering bedraagt volgens artikel 3 van de wet van 18 januari 1996 houdende vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Gemeentefonds voor het jaar 1996 (Stb. 1996, 65)f 18 270,8 miljoen
Het bedrag voor de integratie-uitkeringen over 1996 bedraagt volgens de vastgestelde begrotingf   364,4 miljoen
Totaal uitkeringenf 18 635,2 miljoen
  
Dit bedrag wordt als volgt nader gewijzigd:  
1. Nacalculatie accres 1995 en bijstelling accres 1996– f 111,9 miljoen
2. Loon- en prijscompensatie taakmutatiesf 2,9 miljoen
3. Kosten Waarderingskamer– f 0,2 miljoen
4. Stichting KBO (WVG)– f 1,6 miljoen
5. M&O II; administratieve boetes– f 2,0 miljoen
6. Orgaandonaties– f 3,3 miljoen
7. Uitvoeringskosten HR-verhaalf 5,0 miljoen
8. Bijzondere bijstand: koopkrachtreparatie IHSf 2,0 miljoen
Bedrag beschikbaar voor de algemene uitkering en de integratie-uitkeringen voor het jaar 1996f 18 526,1 miljoen

Van dit bedrag zal naar de huidige inzichten f 18 161,6 miljoen via de algemene uitkering en f 364,5 miljoen via de integratie-uitkeringen worden verdeeld.

Toelichting op de afzonderlijke mutaties van de algemene uitkering

1. Het Rijk, de VNG en het IPO hebben op 12 oktober 1995 besloten tot een aanpassing van de normeringssystematiek met ingang van het begrotingsjaar 1995. Deze aanpassing houdt in dat de nacalculatie van het accres ook van toepassing is op het basisjaar. Conform die afspraak is, op basis van de Voorlopige Rekening 1995, het accres 1995 nagecalculeerd.

Tevens is het accres 1996 bijgesteld volgens de huidige inzichten in de ontwikkeling van de relevante rijksuitgaven.

De nacalculatie van het accres 1995 en de bijstelling van het accres 1996 zou – zonder spreiding – leiden tot een neerwaartse aanpassing van het Gemeentefonds in 1996 van f 329,9 miljoen ten opzichte van de raming van f 277,7 miljoen die is opgenomen in de ontwerp-begroting 1996. Deze aanpassing is gebaseerd op het inzicht van het kabinet bij de afronding van de Voorjaarsnota 1996. Het bedrag van f 329,9 miljoen wordt in (ongeveer) gelijke delen gespreid over de jaren 1996, 1997 en 1998. Dit brengt met zich dat het fonds in de onderhavige eerste suppletore begroting 1996 met f 111,9 miljoen neerwaarts wordt aangepast en in 1997 en 1998 met f 109,0 miljoen. Het accres 1996 komt hiermee op f 165,8 miljoen.

Op 20 mei 1996 heeft nader overleg plaatsgevonden tussen de VNG, het IPO en het Rijk over de nacalculatie van het accres 1995 en de bijstelling van het accres 1996. Afgesproken is in plaats van de totale neerwaartse aanpassing 1996, ad f 329,9 miljoen, uitsluitend het effect van de nacalculatie 1995, ad – f 350,7 miljoen, over drie jaar uit te smeren. Conform de begrotingssystematiek sluiten de bedragen in de eerste suppletore begroting Gemeentefonds aan op de Voorjaarsnota. De gevolgen voor 1996 van de afspraken van het bestuurlijk overleg van 20 mei 1996 zullen derhalve worden verwerkt in de tweede suppletore begroting Gemeentefonds.

2. De loon- en prijscompensatie over taakmutaties vormt een onderdeel van de normeringssystematiek. Aan de hand van de Miljoenennota 1996 is berekend dat een bedrag van f 2,9 miljoen in 1996 aan het Gemeentefonds dient te worden toegevoegd uit hoofde van taakwijzigingen die zich gedurende het begrotingsjaar 1996 voordoen.

3. Het aandeel van de gemeenten in de kosten van de Waarderingskamer komt via het uitgavenartikel «01.04 Kosten Waarderingskamer» ten laste van de algemene uitkering tot betaling. In verband met de verhoging van dit artikel wordt de algemene uitkering met f 0,2 miljoen neerwaarts bijgesteld (zie toelichting op uitgavenartikel 01.04).

4. Door het ministerie van SZW is een structurele subsidie van f 2 miljoen toegezegd aan de stichting kwaliteits- en bruikbaarheidsonderzoek van hulpmiddelen voor gehandicapten en ouderen (stichting KBO).

Het resterende bedrag ten behoeve van deze stichting wordt onttrokken aan het Gemeentefonds teneinde gemeenten een instrument te geven om kwaliteitsbeleid inhoud te geven. Derhalve wordt voor de jaren 1996 en 1997 een bedrag van f 1,6 miljoen uit het Gemeentefonds overgeheveld naar de begroting van SZW.

Bij de evaluatie van de stichting KBO zal worden bezien in hoeverre en op welke wijze de financiering van de stichting KBO wordt voortgezet.

5. Omdat de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid (Stb. 1996, 248) eerst met ingang van 1997 tot een verhoging van de gemeentelijke werklast leidt, wordt het bedrag dat voor extra uitvoeringskosten in 1996 aan het Gemeentefonds is toegevoegd uitgenomen. Dit leidt in 1996 tot een uitname van f 2,0 miljoen. Het betreft een overboeking naar de begroting van SZW.

6. Omdat de (beoogde) wet op de orgaandonatie in 1996 nog niet tot gemeentelijke activiteiten zal leiden, wordt het voor 1996 voor dit onderwerp in het Gemeentefonds opgenomen bedrag, ad f 3,3 miljoen, teruggeboekt naar de begroting van VWS.

7. In 1996 wordt eenmalig f 5,0 miljoen overgeboekt van de begroting van SZW naar de algemene uitkering van het Gemeentefonds in verband met de gevolgen van een uitspraak van de Hoge Raad. Deze uitspraak betreft het overgangsrecht van de Wet van 15 april 1992 houdende een nieuwe regeling voor terugvordering en verhaal van kosten van bijstand (Stb 1992, 193–195). Op grond van de uitspraak moeten gemeenten die het betreft in 1996 een extra inspanning leveren om ten onrechte uitgekeerde bijstandsuitkeringen te verhalen. Het bedrag dient ter compensatie van de extra inspanning.

8. Ter compensatie van eigen-woningbezitters met vergelijkbare woonlasten als rechthebbenden op Individuele Huursubsidie, wordt het Gemeentefonds in verband met koopkrachtreparatie lagere inkomens vanaf 1996 met f 2,0 miljoen verhoogd. Via de woonkostentoeslag in de bijzondere bijstand die ten laste komt van de gemeente, kunnen mensen met een inkomen op het sociaal minimum die een eigen woning bezitten voor compensatie in aanmerking komen.

Artikel 03.02: Integratie-uitkering WUW-middelen Gemeentefonds

De bijdragen aan gemeenten uit hoofde van de Wet herverdeling wegenbeheer worden als integratie-uitkering op grond van artikel 38 van de Financiële-Verhoudingswet 1984 aan de gemeenten verstrekt. De integratie-uitkering herverdeling wegenbeheer is in de ontwerp-begroting 1996 geraamd op f 169,8 miljoen. Als gevolg van een positieve beslissing op een bezwaarschrift wordt de integratie-uitkering met f 0,1 miljoen verhoogd en wordt de algemene uitkering met hetzelfde bedrag verlaagd.

De bedragen voor de verschillende onderdelen van de integratie-uitkering zullen in 1996 en latere jaren geleidelijk afnemen, waarbij de algemene uitkering navenant verhoogd zal worden.

3. Toelichting op wetsartikel 2

Bij de vaststelling van de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het Gemeentefonds is het aandeel van het Gemeentefonds in de belastingontvangsten geraamd op f 19 582,5 miljoen. Thans wordt het aandeel geraamd op f 19 240,2 miljoen. Derhalve vindt een neerwaartse bijstelling van de begroting van de ontvangsten plaats met f 342,3 miljoen.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,

A. G. M. van de Vondervoort

De Minister van Financiën,

G. Zalm

De Staatssecretaris van Financiën,

W. A. F. G. Vermeend

Naar boven